Zoekresultaten 47351-47400 van de 47591 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:115 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-666/AL/OV

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Gedragsregel 6. Gedragsregel 24. De raad verklaart de klacht over de advocaat van de wederpartij ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9058

    Kennelijk ongegronde klacht over huisarts. Patiënte verwijt de huisarts dat er onjuiste aantekeningen staan in het medisch dossier van klaagster over de periode in 2011. Ook heeft huisarts klaagster in 2012 niet doorverwezen naar een GZ-psycholoog waardoor klaagster, volgens klaagster geruime tijd last heeft gehad van de gevolgen van PTSS. De huisarts heeft gevraagd om klaagster niet-ontvankelijk te verklaren als het gaat om het handelen van voor 2 oktober 2015 en voor het overige de klacht ongegrond te verklaren. Oordeel college: klaagster deels niet-ontvankelijk en de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:147 Hof van Discipline 's Gravenhage 250259

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klaagster verwijt verweerder onder andere dat hij de procedure tussen klaagster en zijn cliënte heeft gefrustreerd door gebruikmaking van een offensieve processtrategie, heeft gedreigd met een tuchtklacht om klaagster en diens advocaat te beletten bepaalde informatie te delen met de door de rechter benoemde deskundige, zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten en zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift. De raad heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het hof oordeelt dat verweerder mocht afgaan op de uitlatingen van zijn cliënte en dat niet gebleken is dat er hier reden was voor verweerder om daaraan te twijfelen. Het hof is het verder eens met de beslissing van de raad en sluit zich hierbij aan. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:3 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/441386 KL RK 24-138

    De notaris had klager opmerkzaam moeten maken op de nog geldende meerwaardeclausule conform haar notariële zorgplicht. Omdat dit geen evident nadeel op heeft geleverd voor klager legt de kamer geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:4 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/452755 KL RK 25-89

    Klagers hebben onvoldoende inzichtelijk gemaakt waarom erflater het testament taalkundig niet (voldoende) heeft kunnen begrijpen. Een beëdigde tolk is niet vereist. Klagers hebben onvoldoende aangevoerd ter onderbouwing van hun stelling dat de bij de notaris bekende (gezondheids)omstandigheden van erflater aanleiding hadden moeten zijn om verder onderzoek naar de wilsbekwaamheid van erflater te doen. Daarnaast is het testament ruim voor het overlijden van erflater gepasseerd en achtten klagers erflater kort na het passeren van het testament blijkbaar wel in staat tot het verrichten van een andere rechtshandeling. Klagers hebben onvoldoende onderbouwd waarom de notaris met de gesprekken onder vier ogen niet heeft gewaarborgd dat erflater zijn wil op onafhankelijke wijze aan de notaris heeft kunnen overbrengen. Ten slotte heeft de notaris voldoende inzichtelijk gemaakt, binnen de grenzen van zijn geheimhouding, hoe het testament tot stand is gekomen. De klacht ten aanzien van het testament is daarom ongegrond. De klacht is niet-ontvankelijk voor zover deze ziet op het levenstestament.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:55 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-231/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Waar verweerster uitdrukkelijk heeft weersproken dat zij aan klager rechtsbijstand heeft verleend en de voorzitter dit ook niet is gebleken uit de overgelegde stukken, kan de voorzitter niet vaststellen dat verweerster klager heeft bijgestaan. Omdat niet is gebleken dat verweerster klager heeft bijgestaan, mist de klachtonderdeel 1, dat betrekking op de kwaliteit van de dienstverlening, feitelijke grondslag. Klachtonderdeel 1 is dus kennelijk ongegrond. Dat verweerster, in haar hoedanigheid van kantoordirecteur, klager heeft aangesproken op nakoming van de overeengekomen betalingsregeling, maakt niet dat verweerster het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Verweerster mocht klager namens het kantoor verzoeken tot betaling. Klachtonderdeel 2 is kennelijk ongegrond omdat niet is gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:5 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/451778 KL RK 25-74

    De notaris is benoemd tot opvolgend executeur in de nalatenschap van de broer van klager. De klacht is niet-ontvankelijk voor zover deze betrekking heeft op andere personen dan de notaris. De klacht is voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:118 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-132/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over een deken kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8709

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft een klacht ingediend in verband met de behandeling van haar moeder tijdens een consult. Klaagster vindt dat het onderzoek van de huisarts en de vervolgstappen ontoereikend zijn geweest en ziet een verband met het overlijden van haar moeder korte tijd erna. Het college oordeelt dat de huisarts enkele gerichte onderzoeksverrichtingen heeft nagelaten. Daarnaast heeft het college een passend vervolgonderzoek, het maken van een echo, gemist. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Klacht deels gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8863

    Klacht tegen huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden door medische informatie van andere patiënten met haar te delen en dat hij daarnaast de eed van Hippocrates heeft geschonden door de met klaagster gemaakte afspraak voor na zijn pensioen te ontkennen en door na zijn pensioen niet meer de moeite te nemen om met klaagster in gesprek te gaan. Klaagster is in het eerste klachtonderdeel niet-ontvankelijk omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is. Het tweede klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:284 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-075/AL/OV

    Verzetbeslissing. Er is door de voorzitter in de voorzittersbeslissing niet op alle klachtonderdelen beslist. Verzet gegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:58 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-051/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Het verwijt, dat verweerder ondanks een belangenconflict tegen klager heeft opgetreden is ongegrond. Naar het oordeel van de raad is niet gebleken dat klager tijdens het gesprek met mr. H informatie heeft verstrekt die verweerder moest beletten om tegen klager op te treden. Van (de schijn van) belangenverstrengeling, zoals genoemd in het toetsingskader onder 5.3, is naar het oordeel van de raad geen sprake. Evenmin is gebleken dat verweerder heeft geweigerd inhoudelijke antwoorden gegeven en zich obstructief heeft opgesteld, noch dat hij een misleidend schikkingsvoorstel heeft gedaan, zonder dit te onderbouwen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:8 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/450997 KL RK 25-67

    Klager verwijt de kandidaat-notaris dat zij onvoldoende toezicht heeft gehouden op de werkzaamheden van de klerk en hem onterecht indirect heeft beschuldigd van het geven van een opdracht aan de klerk. De kamer is het niet met klager eens en acht de klacht ongegrond. Voor zover de klacht betrekking heeft op de aankoop door zijn dochter acht de kamer de klacht niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:59 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-242/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in de hoedanigheid van deken. Vast staat dat klaagster reeds eerder heeft geklaagd over verweersters optreden. De voorzitter constateert in de eerste plaats dat de onderhavige klacht van gelijke aard en inhoud is en op hetzelfde feitencomplex ziet als de eerdere klacht. De raad heeft deze eerdere klacht bij beslissing van 7 april 2026 ongegrond verklaard. Klaagster heeft tegen de beslissing van de raad hoger beroep ingesteld, zodat de beslissing van de raad van 7 april 2026 nog niet onherroepelijk is geworden. Het “ne bis in idem-beginsel”, zoals vastgelegd in artikel 47b Advocatenwet, staat om die reden niet aan ontvankelijkheid van de onderhavige (tweede0 klacht van klaagster niet in de weg. De voorzitter constateert in de tweede plaats dat uit het onderhavige klachtdossier geen andere – voor de beoordeling van de klacht relevante – feiten blijken dan zoals reeds door de raad vastgesteld in de genoemde beslissing van 7 april 2026 (ECLI: NL:TADRSHE:2026:45). De voorzitter ziet in hetgeen klaagster naar voren heeft gebracht geen aanleiding om anders te oordelen dan de raad heeft gedaan in de genoemde beslissing van 7 april 2026 (ECLI: NL:TADRSHE:2026:45). Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8996

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat zij tijdens een gezondheidscheck zonder toestemming van de patiënt een injectie heeft toegediend. Uit het verslag van de afspraak blijkt wel dat er bloed is geprikt bij klager, maar niet dat er bij hem een injectie is toegediend. Gelet op de toelichting van de huisarts ziet het college geen aanleiding om aan te nemen dat er niettemin toch een injectie zou zijn toegediend.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8826

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat zij tijdens een consult geen onderzoek heeft gedaan naar haar buikklachten en haar onvoldoende zorg heeft verleend. Daarnaast verwijt zij de huisarts dat zij haar (en haar zus) tijdens dat consult respectloos en onprofessioneel heeft bejegend. Naar het oordeel van het college heeft de huisarts op een goed te volgen wijze gehandeld. Niet is gebleken dat de huisarts onvoldoende onderzoek heeft gedaan, een onjuist beleid heeft bepaald, onvoldoende en onjuist heeft genoteerd in het medisch dossier en onvoldoende informatie heeft gegeven. Onprofessionele bejegening kan evenmin worden vastgesteld. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:60 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-773/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klager verwijt verweerster dat zij hem niet naar behoren heeft bijgestaan, nu zij geen regeling met de Duitse fiscus voor klager heeft getroffen, waardoor klager schade heeft geleden. De raad oordeelt dat klager in de zaak waarop de onderhavige klacht betrekking heeft geen cliënt is geweest van verweerster. Omdat verweerster in het geschil met de Duitse fiscus niet als advocaat voor klager is opgetreden, mist het tuchtrechtelijk verwijt van klager, dat verweerster klager niet naar behoren heeft bijgestaan, omdat zij voor hem geen regeling heeft getroffen, feitelijke grondslag. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:116 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-185/AL/MN

    voorzittersbeslissing van klacht tegen een deken. Niet is gebleken dat verweerster haar taak als deken verwaarloosd heeft doordat zij op 27 januari 2022 niet aanwezig was bij de civiele beslaglegging onder klager als voormalig bestuurder van een stichting, dat was gevestigd op hetzelfde adres als het advocatenkantoor van verweerder. Geen (rechts)regel verplicht een deken daartoe. Nu de afwezigheid van verweerster ten tijde van de beslaglegging onder klager het vertrouwen in de advocatuur niet heeft geschaad. Naar het oordeel van de voorzitter kan het optreden van de deurwaarder op 27 januari 2022 of het handelen van de nieuwe bestuurder van de stichting verweerster niet worden aangerekend. Daar stond zij immers buiten. Op verzoek van de nieuwe bestuurder van de stichting heeft verweerster een praktisch voorstel gedaan om een oplossing te vinden vanwege de patstelling tussen klager en de bestuurder over de inbeslaggenomen administratie. Klager heeft er om hem moverende redenen voor gekozen om van dat aanbod geen gebruik te maken. Niet valt in te zien in welke zin door het optreden van verweerster het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Ook overigens oordeelt de voorzitter de klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9102

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat hij bij een consult de indruk gaf dat hij haast had en dat hij fouten heeft gemaakt bij de injectie met Kenacort. De opmerking die de huisarts maakte was misschien niet zo handig, maar het is niet gebleken dat hij klaagster opzettelijk onder druk heeft willen zetten om zich te haasten. Bij het injecteren van Kenacort in de bilspier is er een kleine kans op complicaties, ook al is de injectie op een correcte manier toegediend. Het college heeft niet kunnen vaststellen dat de huisarts fouten heeft gemaakt. Beide klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:61 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-683/DB/LI

    Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:117 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-213/AL/GLD

    voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder op zorgvuldige en deskundige wijze in heldere bewoordingen met klager gecommuniceerd over de inhoud van de eventuele opdracht, de eventuele kosten daarvan en over de voorwaarden die verweerder aan het aannemen van de opdracht stelde. Dreigend of onnodig grievend taalgebruik door verweerder richting klager blijkt niet uit de stukken. Evenmin volgt daaruit dat verweerder zich niet integer of onethisch heeft gedragen. Klager heeft die ernstige verwijten tegenover de betwisting daarvan door verweerder, ook geenszins inzichtelijk gemaakt. Dat een vaste prijsafspraak is gemaakt is niet komen vast te staan. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8167

    Verweerder is als geneesheer-directeur verbonden aan het psychotherapeutische centrum waar patiënt werd behandeld. Patiënt is op 8 maart 2021 overleden door suïcide. Klaagster is nabestaande en maakt verweerder verschillende verwijten over de behandeling van patiënt en de gang van zaken na de suïcide. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8168

    Verweerster (psychiater) is in de periode van 13 maart 2020 tot en met 14 juli 2020, waarvan een gedeelte als regiebehandelaar, betrokken geweest bij de behandeling van klaagsters echtgenoot (hierna: patiënt). Patiënt is in maart 2021 overleden door suïcide. Klaagster maakt verweerster verschillende verwijten over de behandeling van patiënt. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8739

    Kennelijk ongegronde klacht tegen specialist ouderengeneeskunde over onterechte overplaatsing van patiënte naar een gespecialiseerd zorgcentrum zonder instemming of overleg met familie. Artikel 21 Wet zorg en dwang. Toename gedragsproblematiek. Verblijf in kleinschalige woonvorm niet meer passend. Voortdurend en uitgebreid met de familie besproken. Besluit raad van bestuur. Voldoende valide argumenten voor overplaatsing.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8742

    Kennelijk ongegronde klacht tegen GZ-psycholoog over onterechte overplaatsing van patiënte naar een gespecialiseerd zorgcentrum zonder instemming of overleg met familie. Artikel 21 Wet zorg en dwang. Toename gedragsproblematiek. Verblijf in kleinschalige woonvorm niet meer passend. Voortdurend en uitgebreid met de familie besproken. Besluit raad van bestuur. Voldoende valide argumenten voor overplaatsing.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:4 Kamer voor het notariaat Amsterdam 775691 / NT RK 25/30 775709 / NT RK 25/31

    Klacht tegen notaris. De kamer is van oordeel dat er in dit geval geen reden voor de notaris was om dienst te weigeren en de leveringsakte niet te passeren. In de eerste plaats vormt het enkele feit dat de splitsingsakte, waarnaar in de leveringsakte wordt verwezen, niet in overeenstemming is met de feitelijke situatie geen belemmering voor het passeren van de akte. (...) In de tweede plaats vormde ook het gestelde belang van klager voor de notaris geen reden om zijn dienst te weigeren en de akte niet te passeren. (...) De kamer is van oordeel dat er in dit geval geen sprake is van schending van het recht van een derde. De enkele stelling van klager dat zijn belangen, en die van overige VvE-leden, waren betrokken bij de leveringsakte is onvoldoende voor het oordeel dat op de notaris een zorgplicht jegens klager rustte die hem aanleiding had moeten geven om zijn ministerie te weigeren of op te schorten. (...) Uit het voorgaande volgt dat de kamer de klacht tegen de notaris ongegrond zal verklaren.Klacht tegen kandidaat-notaris. Het is de kamer niet gebleken op welke wijze er sprake zou zijn (geweest) van belangenverstrengeling bij de kandidaat-notaris. Dat zij betrokken is geweest bij het opstellen van de akte van levering en daarmee de belangen van verkopers en koper heeft gediend, leidt niet tot belangenverstrengeling. Voor zover klager meent dat de kandidaat-notaris hem had moeten inlichten, omdat zij ook betrokken was bij de wijziging van de splitsingsakte wordt dat idee verworpen. Hiervoor is al overwogen dat de levering geen verandering heeft gebracht in de juridische positie van klager. Er was voor de kandidaat-notaris alleen al daarom geen aanleiding om klager over deze levering in te lichten. Bovendien was het de kandidaat-notaris niet toegestaan de VvE-leden, waaronder klager, te informeren over de leveringsakte, gelet op de geheimhoudingsplicht van artikel 22 Wna. De kamer zal ook deze klacht ongegrond verklaren.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:6 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/453866 KL RK 25-103

    De notaris heeft niet voldaan aan zijn zorg- en informatieplicht, door rode vlaggen te negeren die duiden op een ongebruikelijke transactie voor klager. De notaris had hierin een zwaarwegende zorgplicht. De kamer kan niet vaststellen dat de notaris klager (voldoende) heeft voorgelicht over de transacties. Bovendien heeft de notaris onvoldoende onderzoek gedaan naar de ongebruikelijke transactie, waardoor hij onvoldoende informatie had om te kunnen bepalen of hij al dan niet zijn ministerie kon verlenen. Dit dient voor rekening van de notaris te blijven. De kamer beslist dat de notaris zijn ministerieplicht dus heeft geschonden. De notaris heeft bovendien niet voldaan aan zijn waarschuwingsplicht ten aanzien van het niet vestigen van een hypotheekrecht. Uit het dossier blijkt niet dat de notaris dit goed met klager heeft besproken. Er is enkel sprake van een schriftelijke constatering dat er geen hypotheekrecht wordt gevestigd en dat dit wel wordt geadviseerd door de notaris. Dat is onvoldoende.De notaris heeft bovendien onvoldoende oog gehad voor de kwetsbare positie waarin klager verkeerde en heeft geen onderzoek gedaan naar of de beoogde transacties in overeenstemming waren met de wil van klager. Bovendien had gerede twijfel moeten bestaan over de wilsbekwaamheid van klager. De notaris had klager op zijn minst onder vier ogen moeten spreken, dit heeft hij niet gedaan. De notaris heeft dus onvoldoende onderzoek gedaan naar de wilsbekwaamheid van klager.Op grond van al het voorgaande stelt de kamer ook vast dat de notaris niet onpartijdig heeft gehandeld, het dossier was onvolledig en klager is niet goed voorgelicht over de financiële gevolgen van de transactie.Voor al deze gegronde klachtonderdelen legt de kamer een berisping aan de notaris op.De klacht voor wat betreft de onjuiste en onvolledige redactie van de notariële akte is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:7 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/449604 KL RK 25-47

    Klager ontvankelijk, ondanks handelen notaris uit 2020. Uitzonderingstermijn is van toepassing.De kamer kan niet vaststellen dat de notaris klager heeft voorgelicht over het finaal verrekenbeding en op basis van welke gegevens dit geweest is. De notaris heeft verklaard geen aantekeningen te hebben gemaakt tijdens het gesprek dat hij gevoerd heeft met klager over de op te stellen samenlevingsovereenkomst. Klager was bovendien de meest vermogende partij. De notaris heeft geen vermogensoverzicht gemaakt, terwijl dit wel op zijn plek was gezien de omstandigheden. De notaris had klager schriftelijk moeten informeren over het finaal verrekenbeding zoals dit is opgenomen in de samenlevingsovereenkomst. Niet is komen vast te staan dat de notaris zijn informatieplicht op dit onderdeel heeft vervuld. De kamer legt aan de notaris de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:11 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/48

    De klager verwijt de kandidaat-notaris dat hij op verzoek van een hypotheekhouder een valse verklaring heeft opgesteld over de totstandkoming van een hypotheekakte die hij heeft gepasseerd. De hypotheekhouder beroept zich op deze verklaring in een civiele procedure tegen de klager over de vraag wie recht heeft op de opbrengst van de veiling van de verhypothekeerde woning. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:98 Raad van Discipline Amsterdam 25-721/A/A

    Raadsbeslissing. Het verzet wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:150 Hof van Discipline 's Gravenhage 260029

    Artikel 13 lid 1 Advocatenwet. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:119 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-255/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klaagster heeft een geschil met de Vereniging van Eigenaren over reparatie van lekkage in haar woning. Verweerster heeft de VvE daarin bijgestaan. Alhoewel de voorzitter begrijpt dat een geschil binnen een VvE veel impact op klaagster heeft, maakt dit nog niet dat verweerster daarvan als advocaat van de VvE een verwijt gemaakt kan worden. Verweerster heeft op grond van de instructie van de VvE gehandeld als partijdig advocaat. Zij was daarbij de advocaat van de rechtspersoon, de VvE, niet van de individuele eigenaren. Uit de stukken is de voorzitter niet gebleken dat verweerster de grenzen heeft overschreden van de vrijheid die zij als advocaat van de wederpartij had en verweerster daarbij de belangen van klaagster op enigerlei wijze heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:99 Raad van Discipline Amsterdam 25-914/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. De raad ziet zich eerst voor de vraag gesteld of klaagster een klacht over het handelen van verweerder als advocaat van de ouders mocht indienen, zonder dat O (als bestuurder en 50%-aandeelhouder van klaagster) hiermee heeft ingestemd. Naar het oordeel van de raad dient deze vraag bevestigend te worden beantwoord. De stelling van verweerder dat klaagster, zijnde een BV, niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de door haar ingediende klacht slechts op instructie van één van de twee bestuurders is ingediend, gaat naar het oordeel van de raad in dit geval niet op. Beide aandeelhouders/bestuurders van klaagster moeten zelfstandig bevoegd worden geacht tot het indienen van een klacht, voor zover die klacht, met inachtneming van het genoemde toetsingskader, ziet op handelen van een advocaat waardoor klaagster in haar belangen kan worden geschaad. Als dit anders zou zijn, kan de medeaandeelhouder bewerkstelligen dat een vennootschap een zodanige klacht niet tegen een advocaat kan indienen, hetgeen onwenselijk zou zijn. Van een dergelijke situatie is in dit geval sprake, omdat klaagster een geschil heeft met de ouders van HS, de bestuurder van O, en HS via O instemming heeft onthouden aan het indienen van een klacht tegen verweerder, ondanks dat klaagster daarbij belang kan hebben. De raad is daarom van oordeel dat klaagster, ondanks het ontbreken van de instemming van O en gelet op alle genoemde omstandigheden, ontvankelijk is in de door haar tegen verweerder als advocaat van de wederpartij ingediende klacht. De in klachtonderdeel a) gemaakte verwijten zijn gebaseerd op de artikelen 7.1 en 7.2 van de Voda. Deze artikelen vallen onder Hoofdstuk 7 van de Voda, getiteld “Relatie advocaat-cliënt”. Het verwijt van klaagster ziet aldus op het handelen van verweerder in de verhouding tot zijn cliënten. Klaagster is hierdoor niet rechtstreeks in haar belang geraakt. Ten aanzien van het verwijt in klachtonderdeel c) overweegt de raad dat het aanvragen van een toevoeging (ook) ziet op de relatie tussen een advocaat en zijn cliënt. Het is niet aan klaagster om hierover te klagen, nu klaagster hier buiten staat. De klachtonderdelen a) en c) zijn om die reden (alsnog) niet-ontvankelijk. In klachtonderdeel b) is het de raad niet gebleken dat één van de door verweerder ingenomen stellingen onjuist was. Van het bestaan van enige tegenstrijdigheid hierin of van het (hiermee) door verweerder verschaffen van onjuiste informatie, is naar het oordeel van de raad geen sprake. Nu de raad de verwijten in de hiervoor genoemde klachtonderdelen niet-ontvankelijk, dan wel ongegrond heeft verklaard, is het in klachtonderdeel d) genoemde verwijt, dat verweerder klaagster als gevolg van deze handelingen schade zou hebben berokkend, naar het oordeel van de raad eveneens niet-ontvankelijk voor zover dit ziet op de in de klachtonderdelen a) en c) gemaakte verwijten. Klachtonderdeel d) is ongegrond voor zover dit verwijt ziet op het verwijt in klachtonderdeel b).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:100 Raad van Discipline Amsterdam 25-915/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond. De raad concludeert dat geen sprake is van een situatie waarin verweerder de rechtbank verkeerd heeft voorgelicht of dat hij informatie aan de rechtbank heeft verstrekt waarvan hij wist, of behoorde te weten, dat deze onjuist was. Er is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:151 Hof van Discipline 's Gravenhage 260028

    Artikel 13 lid 1 Advocatenwet. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2025:39 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/69

    Hond. Dierenarts wordt verweten te veel medicatie te hebben voorgeschreven voor een hond, waardoor de gezondheidstoestand van de hond ernstig is verslechterd. [Klacht ongegrond]

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:148 Hof van Discipline 's Gravenhage 260047

    Artikel 13 lid 1 Advocatenwet. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:96 Raad van Discipline Amsterdam 25-785/A/NH

    Raadsbeslissing. Het verzet wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:149 Hof van Discipline 's Gravenhage 260030

    Artikel 13 lid 1 Advocatenwet. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:97 Raad van Discipline Amsterdam 25-687/A/A

    Raadsbeslissing. Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:102 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2947

    Klacht van een zorgverzekeraar tegen en verpleegkundige. De verpleegkundige was enig aandeelhouder/bestuurder van een onderneming in de vorm van een besloten vennootschap die (thuis)zorg verleende. De onderneming declareerde zorgvergoedingen bij klaagster als zorgverzekeraar. Klaagster verwijt de verpleegkundige het declareren van niet geleverde zorg, het declareren van zorg die niet voor vergoeding in aanmerking komt en het niet voldoen aan de dossierplicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de verpleegkundige de maatregel van doorhaling van haar inschrijving in het BIG-register opgelegd. De verpleegkundige komt in beroep op tegen de zwaarte van de aan haar opgelegde maatregel en vraagt het Centraal Tuchtcollege om te volstaan met een lichtere maatregel. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de verpleegkundige.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:6 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-37

    De klacht komt er in de kern op neer dat klaagster de notaris verwijt dat hij geen alternatieve oplossingen heeft geboden om de kadastrale registratie van de woning te wijzigen. Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris niet meer gedaan dan uitvoering geven aan de vaststellingsovereenkomst en het vonnis van de voorzieningenrechter, waarbij klaagster is veroordeeld haar medewerking te verlenen aan het passeren van de akte van verdeling. Hij heeft daarbij niet in strijd gehandeld met enige tuchtnorm. De klacht is op alle onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8526

    Gegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist geestelijke gezondheidszorg. De verpleegkundig specialist was regiebehandelaar van klaagster en heeft na het MDO klaagster geïnformeerd dat er contact zou worden opgenomen met haar moeder, ook nadat klaagster had aangegeven dit niet te willen. De verpleegkundig specialist is betrokken geweest bij het bepalen van dat beleid. Er was geen sprake van een noodsituatie die zodanig acuut was dat een andere oplossing niet kon worden afgewacht. De verpleegkundig specialist heeft gereflecteerd op de gebeurtenis. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:106 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-137/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een geschil met een onderwijsinstelling. Van belangenverstrenging of een gebrek aan onafhankelijkheid van de advocaat is niet gebleken. Als klager in detentie bezoek van verweerder had gewild, dan had hij verweerder over zijn detentie moeten informeren en hem moeten vragen langs te komen. Geen sprake van onvoldoende deskundigheid. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:7 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-39 en 25-40

    De notarissen wordt verweten dat zij erflaatster onvoldoende hebben beschermd tegen mogelijk misbruik, hebben geweigerd correcties aan te brengen, niet hebben geluisterd naar haar wensen en de door haar verstrekte opdrachten niet hebben uitgevoerd. Daarnaast zouden zij verzoeken om rechtstreeks contact hebben genegeerd en ten onrechte onderzoek hebben gedaan naar haar wilsbekwaamheid. De kamer is van oordeel dat niet is gebleken van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door de notarissen. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:107 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-138/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerster is binnen de aan haar toekomende vrijheid gebleven bij het behartigen van de belangen van haar cliënt, door het inbrengen van het vonnis uit klaagsters procedure in een procedure van haar cliënte tegen een andere ex-partner. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:8 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-48

    In de kern verwijt klager de notaris dat zij de nalatenschap van erflater niet heeft afgewikkeld en dat zij er niet voor heeft zorggedragen dat de moeder en alle erfgenamen bij elkaar zouden komen voor overleg. De kamer is van oordeel dat op geen enkel moment is gebleken dat de notaris onzorgvuldig of partijdig heeft gehandeld. Integendeel, zij heeft steeds rekening gehouden met de belangen van alle betrokkenen en hen actief geïnformeerd en begeleid en heeft zorgvuldig en bovendien voortvarend gehandeld. Evenmin is gebleken dat de notaris of haar medewerkers onvoldoende bereikbaar waren. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:120 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-835/AL/OV

    Klager is door verweerder bijgestaan in verschillende zaken. Naar het oordeel van de raad is verweerder tekortgeschoten in zijn zorgplicht door financiële afspraken onvoldoende duidelijk vast te leggen, zoals gedragsregel 16 vereist. In een aantal dossiers heeft verweerder geen opdrachtbevestiging aan klager gestuurd. Daarnaast ontbreekt een stuk van verweerder met daarin en inschatting van te verwachten kosten en kansen. Tussentijdse facturen waarin de reeds gemaakte uren helder zijn vermeld, ontbreken eveneens bij de stukken. Dit alles heeft ertoe geleid dat klager in het ongewisse is gebleven over belangrijke financiële informatie, waarover hij wel had moeten kunnen beschikken. Hierin is verweerder ook tekortgeschoten in zijn zorgplicht. Deze omstandigheden in combinatie met het tuchtrechtelijk verleden van verweerder leiden tot oplegging van een deels voorwaardelijke (4 weken) en deels onvoorwaardelijke schorsing (2 weken).

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:108 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-140/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijke procedure. Het stond verweerder vrij om alleen een procedure over de onderhoudsbijdrage aan de jongste zoon van klager te willen starten, omdat hij in de andere zaken onvoldoende slagingskans zag. Niet gebleken dat verweerder zich onvoldoende heeft ingezet. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:152 Hof van Discipline 's Gravenhage 260021

    Artikel 13 lid 1 Advocatenwet. Beklag ongegrond.