Zoekresultaten 1-50 van de 3051 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2025/8671
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:76
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts in opleiding tot huisarts. Klager heeft twee weken na een bezoek aan de spoedpoli van een GGZ-aanbieder zijn echtgenote gedood. Klager verwijt de arts dat hij en een collega hebben nagelaten de noodzakelijke medische zorg te verlenen, dan wel niet hebben ingegrepen bij een mogelijk levensbedreigende situatie. Het college is van oordeel dat er voor de arts geen aanleiding was om acuut gevaar te vermoeden. Er was dan ook geen reden om klager op te nemen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9111
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:77
Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster verwijt de gz-psycholoog dat niet duidelijk was wie de regiebehandelaar was. Het was beter geweest als de wijziging van het regiebehandelaarschap niet alleen telefonisch maar ook schriftelijk aan klaagster was medegedeeld. Achterwege blijven van de schriftelijke mededeling is echter niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8245
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:78
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klager verwijt de psychotherapeut onder meer dat zij als regiebehandelaar een brief heeft ondertekend waarin ten onrechte is vermeld dat sprake was van ‘wederkerige mishandeling’, met als gevolg dat klager daarvan nadeel ondervond in gerechtelijke procedures. Dit klachtonderdeel is gegrond. Door het begrip ‘anamnestische’ weg te laten, lijkt sprake te zijn van een vaststaand feit. Dat laatste staat echter niet vast en blijkt echter nergens uit. In de overige klachtonderdelen is klager niet-ontvankelijk. Het college legt een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:101 Hof van Discipline 's Gravenhage 250238
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:101
Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klager heeft als bungaloweigenaar en voorzitter van de belangenvereniging van bungaloweigenaren een klacht ingediend tegen de advocaat van de v.o.f. die het bungalowpark exploiteert. Voor zover in hoger beroep van belang ziet deze klacht erop dat verweerster onvoldoende zorg ervoor heeft gedragen dat geen misverstand bestond over de hoedanigheid waarin zij handelde en dat zij tijdens een bespreking met de belangenvereniging niet duidelijk heeft gemaakt dat zij advocaat was. Verder verwijt klager verweerster dat zij onbetamelijk heeft gehandeld door klager onder druk te zetten met dreigementen, waaronder het in rekening brengen van kosten aan klager als hij e-mails aan een bepaald e-mailadres zou blijven sturen. Het hof oordeelt in dit hoger beroep dat de klachten van klager gegrond zijn. De tuchtrechtelijke verwijtbare gedragingen in combinatie met de wijze waarop verweerster in de onderhavige klachtprocedure heeft gereageerd, rechtvaardigen de zware maatregel van schrapping van het tableau die de raad heeft opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8315
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:72
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater, werkzaam als geneesheer-directeur. Klager verwijt de psychiater dat zij zijn medisch dossier niet heeft verstrekt dan wel een onvolledig of gemanipuleerd dossier aan hem heeft verstrekt. Tweede tuchtnorm van toepassing. De psychiater is niet betrokken geweest bij een eerdere afgifte van het dossier en de inhoud daarvan. De psychiater heeft de vragen van klager over zijn dossier zorgvuldig beantwoord.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8316
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:73
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater, werkzaam als geneesheer-directeur. Klager verwijt de psychiater dat zij zijn medisch dossier niet heeft verstrekt dan wel een onvolledig of gemanipuleerd dossier aan hem heeft verstrekt. Tweede tuchtnorm van toepassing. De psychiater is niet betrokken geweest bij een eerdere afgifte van het dossier en de inhoud daarvan. De psychiater heeft de vragen van klager over zijn dossier zorgvuldig beantwoord.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:8 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/47
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:8
Klagers gingen ervan uit dat zij een hypotheekrecht hadden ter verzekering van het verhaal van hun vordering uit hoofde van een geldlening. Veel later blijkt dat de (concept)hypotheekakte die zij hadden ontvangen, niet is gepasseerd. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn en verder ongegrond. Kamer doet voor het eerst een aanbeveling (voor de praktijk): “Als een (toegevoegd of kandidaat-) notaris de opdracht krijgt een akte op te stellen, verdient het in zijn algemeenheid aanbeveling om de betrokken partijen te informeren als hij/zij aan die opdracht verder geen vervolg geeft. Daarbij is het raadzaam om deze partijen ook te informeren over de reden van het sluiten van het dossier, bijvoorbeeld omdat een partij niet heeft gereageerd op het concept van de akte of omdat een partij niet alle benodigde informatie of documenten voor de akte heeft aangeleverd. Dan weten de betrokken partijen waar zij aan toe zijn.”
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8317
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:74
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater, werkzaam als geneesheer-directeur. Klager verwijt de psychiater dat zij zijn medisch dossier niet heeft verstrekt dan wel een onvolledig of gemanipuleerd dossier aan hem heeft verstrekt. Tweede tuchtnorm van toepassing. De psychiater is niet betrokken geweest bij een eerdere afgifte van het dossier en de inhoud daarvan. De psychiater heeft de vragen van klager over zijn dossier zorgvuldig beantwoord.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8670
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:75
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts in opleiding tot psychiater. Klager heeft twee weken na een bezoek aan de spoedpoli van een GGZ-aanbieder zijn echtgenote gedood. Klager verwijt de arts dat zij en een collega hebben nagelaten de noodzakelijke medische zorg te verlenen, dan wel niet hebben ingegrepen bij een mogelijk levensbedreigende situatie. Het college is van oordeel dat er voor de arts geen aanleiding was om acuut gevaar te vermoeden. Er was dan ook geen reden om klager op te nemen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:100 Hof van Discipline 's Gravenhage 260070
- Datum publicatie: 09-04-2026
- Datum uitspraak: 19-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:100
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Een klacht over een deken is geen middel om de inhoud van een aanwijzingsbeslissing van een deken ter discussie te stellen. Hetgeen verweerster heeft geschreven aan klager over de wijze waarop een advocaat wordt aangewezen en de werkwijze van de aangewezen advocaat is bovendien juist. De mogelijkheid de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen is een aanvullende voorziening voor het geval de rechtzoekende niet op eigen initiatief een advocaat weet te vinden die bereid is hem of haar bijstand te verlenen. Deze aanvulling op de in beginsel vrije advocaatkeuze maakt dat de deken een ruime beleidsvrijheid toekomt bij het aanwijzen van een advocaat alsook dat de deken niet gehouden is de advocaat te verplichten iedere door een klager gewenste procedure te voeren (Hof van Discipline 26 januari 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:24).
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:48 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-630/DB/OB
- Datum publicatie: 09-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:48
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:49 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-857/DB/LI
- Datum publicatie: 09-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:49
herstelbeslissing
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8186
- Datum publicatie: 08-04-2026
- Datum uitspraak: 08-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:66
Kennelijk ongegronde klacht tegen MDL-arts. Klaagster klaagt over de keuze van verweerder een sigmoïdoscopie uit te voeren en dat hij op 12 en 26 januari 2024 zijn informatieplicht heeft geschonden. Geen schending informatieplicht. Verweerder is voorafgaand aan het verrichten van de sigmoïdoscopie op 12 januari 2024 nagegaan of deze in het geval van klaagster was geïndiceerd. Hij heeft bovendien de voorgeschreven time out-procedure, waarvan het hebben verkregen van informed consent onderdeel is, zorgvuldig en correct doorlopen. Op 26 januari 2024 heeft verweerder klaagster geïnformeerd over het risico van een stoma als bij de ingreep sprake blijkt te zijn van een perforatie. Ook de assistent chirurgie heeft dit risico met klaagster besproken. Klaagster heeft bovendien zelf, tijdens het mondelinge vooronderzoek, erkend dat haar voorafgaand aan de operatie is gezegd dat zij na de operatie wakker kon worden met een stoma. Ook is er voorafgaand aan de operatie bij klaagster een stomastip op haar buik gezet.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:90 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-796/AL/MN
- Datum publicatie: 08-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:90
Klacht over de advocaat van de wederpartij van klager in een huurgeschil. Naar het oordeel van de raad stond het verweerder vrij om op verzoek van zijn cliënt, de huurder, een melding bij de gemeente over klager, de verhuurder, te doen terwijl de procedure bij de kantonrechter nog liep. Van een premature melding was in die zin dan ook geen sprake. Vast staat dat de gemeente op grond van de Wet goed verhuurderschap aan klager een waarschuwing heeft opgelegd. Of dat op grond van alleen de melding van verweerder is gebeurd of op grond van meerdere meldingen over klager, is de raad niet duidelijk geworden. In elk geval is van een ongefundeerde melding door verweerder niet gebleken. Evenmin is de raad gebleken dat verweerder opzettelijk onjuiste feiten of onnodig grievende uitlatingen over klager in zijn stukken heeft gedaan. Verweerder heeft klager niet rauwelijks gedagvaard, nu klager daarvoor was gewaarschuwd. Ook overigens zijn de klachten ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8187
- Datum publicatie: 08-04-2026
- Datum uitspraak: 08-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:67
Kennelijk ongegronde klacht tegen MDL-arts. Klaagster klaagt over ontslag uit ziekenhuis, het niet-meedelen van een onderzoeksuitslag en over informed consent rondom sigmoïdoscopie. Ontslag uit ziekenhuis navolgbaar. Het ging medisch gezien beter met klaagster. Klaagster gaf verweerster en andere zorgverleners ook meermaals aan naar huis te willen. Dat de toestand van klaagster na het ontslag verslechterde en zelfs tot een heropname van klaagster heeft geleid, maakt niet dat verweerster klaagster niet had mogen ontslaan. Verweerster heeft klaagster telefonisch gesproken en haar de uitslag van het onderzoek meegedeeld. De physician assistant, die de sigmoïdoscopie geïndiceerd heeft geacht en aangevraagd, is in beginsel zelf verantwoordelijk voor het informeren van klaagster over de risico’s daarvan en voor het verkrijgen van informed consent. Dat is niet de verantwoordelijkheid van verweerster.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7866
- Datum publicatie: 08-04-2026
- Datum uitspraak: 08-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:68
Ongegrond klacht over MDL-arts. Klaagster klaagt over onheuse bejegening tijdens een telefoongesprek waarin de MDL-arts de uitslag van een coloscopie aan klaagster meedeelde, over de kwaliteit van de aan klaagster verleende zorg en over de verwarrende communicatie van en namens verweerder. Klaagster heeft aangegeven verweerder niet meer te willen spreken. Ook klaagt klaagster over de brief van verweerder aan de huisarts van klaagster en dat de MDL-arts niet heeft geleerd van een bij zijn polikliniek ingediende klacht.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:86 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-119/AL/MN
- Datum publicatie: 08-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:86
Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster bij het partijdig optreden voor haar cliënte voldoende oog gehad voor de gerechtsvaardigde belangen van klager als wederpartij. Verweerster handelde daarbij in opdracht van haar cliënte en mocht aan reacties van klager termijnen verbinden. Dat verweerster daarna procedures nodeloos is gestart, is niet gebleken. Verweerster mocht afgaan op de van haar cliënte verkregen informatie. Dat haar cliënte niet voor overleg open stond, kan verweerster tuchtrechtelijk niet worden aangerekend. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:47 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-049/DB/OB
- Datum publicatie: 08-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:47
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Een advocaat moet de hem opgedragen werkzaamheden met de nodige voortvarendheid voor zijn cliënt te verrichten. Van een behoorlijk handelend advocaat mag voorts worden verwacht dat deze de cliënt naar behoren op de hoogte houdt van de voortgang van de zaak of van zaken die de voortgang belemmeren. Verweerster heeft dit verzaakt. De (advocaat van de) man heeft het verzoek ingediend op 19 februari 2024. Verweerster is in februari 2024 haar rechtsbijstand aangevangen. Verweerster heeft het verweerschrift met zelfstandig tegenverzoek alimentatie vervolgens pas op 12 juli 2024 ingediend, bijna vijf maanden later derhalve. Verweerster had er, zoals zij ter zitting heeft verklaard, naar de mening van de raad niet zonder meer vanuit mogen gaan dat de ingangsdatum van de verplichting tot betaling van alimentatie op een eerder moment zou worden gesteld dan de datum van de indiening van het verzoek tot vaststelling van de alimentatie, te meer nu een ingangsdatum in het verleden enkel in uitzonderingsgevallen door de rechter wordt bepaald. In veel gevallen is de ingangsdatum van de verplichting tot het betalen van alimentatie de datum van indiening van het verzoek tot het betalen van alimentatie. Dat is in casu uiteindelijk ook zo bepaald door de rechtbank. Mede gelet op het feit dat klaagster ter zitting onweersproken heeft gesteld dat zij in haar eentje de kosten van de kinderen droeg, had klaagster, naar verweerster wist of behoorde te weten, belang bij het spoedig indienen van een verzoek tot vaststelling van de (voorlopige) kinderalimentatie. Van feiten en omstandigheden die voldoende rechtvaardiging vormden voor het zo lang uitblijven van indiening van een verzoek tot (voorlopige) vaststelling van de alimentatie is naar het oordeel van de raad niet gebleken. De door verweerster gestelde verplichting om eerst te proberen de kwestie in der minne te regelen kunnen in elk geval niet worden gekwalificeerd als dergelijke feiten en omstandigheden. Ook het feit dat de wederpartij een kort geding procedure aanhangig had gemaakt (en weer had ingetrokken), maakt niet dat het langdurig uitblijven van indiening van een dergelijk verzoek gerechtvaardigd is. Verweerster had naar het oordeel van de raad kortom veel eerder in actie kunnen en moeten komen. Door dit niet te doen heeft verweerster de belangen van klaagster niet naar behoren behartigd. In zoverre gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:87 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-127/AL/GLD
- Datum publicatie: 08-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:87
Voorzittersbeslissing. Klaagster kan over de vermeende belangenverstrengeling tussen de twee cliënten van verweerster niet klagen bij gebrek aan een eigen persoonlijk belang daarbij. Dat verweerster vertrouwelijke informatie van klaagster met een cliënt heeft gedeeld, is betwist en niet met concrete stukken onderbouwd. Deels kennelijk niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:88 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-663/AL/GLD/D
- Datum publicatie: 08-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:88
Dekenbezwaar. Verweerder houdt kantoor in Spanje. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder in strijd gehandeld met de artikelen 4.3 en 4.4. Voda. De raad kan zonder bewijs van de door verweerder gevolgde kwaliteitstoetsen of behaalde opleidingspunten niet vaststellen dat verweerder aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Dat verweerder hierin een uitzonderingspositie van de (toenmalige) deken heeft gekregen is de raad niet gebleken. Met de door verweerder opgeworpen systeemtechnische bezwaren kan de raad niets. Het is aan verweerder om daarover met de deken in contact te treden, die zich bereid heeft verklaard om mee te denken. Verweerder heeft daarnaast in strijd gehandeld met artikel 46 Advocatenwet in combinatie met gedragsregel 29 door niet onverkort aan de verzoeken van de deken te voldoen. Door dat zonder gerechtvaardigde reden na te laten, heeft verweerder het toezicht van de deken belemmerd. Verweerder heeft niet alleen structureel niet voldaan aan artikel 46 Advocatenwet en de hiervoor genoemde verplichtingen uit de Voda, verweerder heeft ook in strijd gehandeld met de kernwaarde deskundigheid als genoemd is artikel 10a lid 1 sub c Advocatenwet. Ook door zijn eigen 'bewijsprobleem' op het bordje van de deken te leggen, heeft verweerder zich niet gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Aan de keuze van verweerder om als advocaat in Nederland ingeschreven te willen blijven, welke keuze blijkens de door verweerder ter zitting gegeven toelichting met name door nostalgische overwegingen is ingegeven, zijn verplichtingen verbonden. Verweerder dient te beseffen dat hij niet heeft gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Vanwege de ernst van de gedraging en om te voorkomen dat verweerder opnieuw niet aan zijn verplichtingen voldoet door opleidingspunten te behalen en die te bewijzen, acht de raad het op zijn plaats om de maatregel van een voorwaardelijke schorsing voor de duur van vier weken op te leggen. De raad zal, als stok achter de deur, aan de op te leggen voorwaardelijke schorsing naast de algemene voorwaarden ook een bijzondere voorwaarde verbinden ( binnen vier weken na de uitspraak van de raad alsnog de opgevraagde bewijsstukken over de jaren 2022 tot en met 2024 bij de deken aanleveren).
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:89 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-793/AL/MN
- Datum publicatie: 08-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:89
Verweerster heeft bij aanvang van de opdracht geen toevoeging voor klaagster aangevraagd. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster daarbij onvoldoende zorgvuldig gehandeld (gedragsregel 18). Weliswaar heeft zij de bij aanvang met klaagster gemaakte afspraken in de opdrachtbevestiging vastgelegd, maar verweerster heeft daarin niet, noch in een ander schriftelijk stuk, ook vastgelegd dat klaagster uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van haar eventuele recht op gefinancierde rechtsbijstand en zij ook begreep wat daarvan de gevolgen waren. Daarnaast heeft verweerster zich ontijdig want kort voor een zitting onttrokken (gedragsregel 14 lid 3). Naar het oordeel van de raad had verweerster, ook zonder de (te late) stukken van de wederpartij, naar de zitting bij het gerechtshof moeten gaan om de belangen van haar klaagster te behartigen die daarop ook mocht vertrouwen. Afhankelijk van de uitkomst van die zitting had het verweerster vrijgestaan om zich daarna alsnog aan de zaak van klaagster te onttrekken vanwege de ontstane vertrouwensbreuk. Berisping.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:42 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/749988 / DW RK 24/177 BB/WdJ
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:42
Er is niet adequaat op e-mailberichten en een telefonisch contact gereageerd. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8219
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:54
Klacht tegen een internist kennelijk ongegrond. Klager was vanwege een hiv-infectie onder behandeling bij de internist. De behandelrelatie verslechterde, totdat klager uiteindelijk de toegang tot het ziekenhuis werd ontzegd. Klager verwijt de internist, samengevat, dat zij weigerde medicatie voor te schrijven en dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over het beëindigen van de behandelingsovereenkomst en onvoldoende tijdig heeft doorverwezen. Het college is van oordeel dat de internist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat het in het belang van goede zorgverlening is dat klager zich laat monitoren.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:44 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-590/DB/OB
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:44
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8220
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:55
Klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige is verpleegkundig expert hiv in het ziekenhuis. Klager heeft al geruime tijd een hiv-infectie en verwijt de verpleegkundige, samengevat, het ten onrechte weigeren van medicatie en bloedonderzoek en het instellen van een toegangsverbod en het doen van melding bij justitie. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:75 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2870
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 16-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:75
De zoon van klagers is van zijn fiets gevallen, waardoor zijn melkvoortand moest worden getrokken. De tandarts heeft de voortand getrokken. Klagers verwijten de tandarts onder andere dat hij hun zoon onvoldoende verdoofd heeft bij het trekken van de tand, hij klagers en hun zoon niet heeft voorgelicht over de voorgenomen behandeling en dat hij hen onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klagers.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:45 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-794/DB/ZWB
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:45
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat in hoedanigheid van deken. Vast staat dat klaagster pas na twee maanden na indiening van het aanwijzingsverzoek een inhoudelijke reactie van het Ordebureau heeft ontvangen. Met klaagster is de raad van oordeel dat dit onzorgvuldig is. Echter, er is hier sprake geweest van een onder verweersters verantwoordelijkheid gemaakte menselijke fout, waarvoor excuses zijn aangeboden en vast staat dat alsnog een advocaat is aangewezen. In de zaak waarvoor klaagster rechtsbijstand wenste, is geen (fatale) termijn verlopen. Het feit dat ten gevolge van de onder verweersters verantwoordelijkheid gemaakte fout vertraging is ontstaan in de behandeling van het aanwijzingsverzoek is naar het oordeel van de raad niet zodanig ernstig dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Ook voor het overige niet gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:38 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/773857 / DW RK 25/287 BB/WdJ
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:38
Klager beklaagt zich met name over de exploot- en betekeningskosten en het niet reageren om informatie en het niet reageren op zijn betalingsvoorstel. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:85 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-001
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:85
x
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8974
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:56
Kennelijk ongegronde klacht van een patiënt tegen een tandarts. Klacht gaat over het – volgens klager – onjuiste gebruik van declaratiecode H35 (moeizaam trekken tand of kies met behulp van chirurgie) en onwaarheden in het patiëntendossier van klager.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:46 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-556/DB/ZWB
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:46
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:39 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/769714 / DW RK 25/171 BB/WdJ
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:39
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich over het gelegde beslag op zijn voertuigen. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:7 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/52
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:7
Klacht niet-ontvankelijk. Hoewel het begrip “enig redelijk belang” ruim wordt uitgelegd, is de kamer van oordeel dat deze uitleg niet zo ver gaat dat ook een besloten vennootschap, die door besloten vennootschappen van (voormalige) cliënten van de notaris wordt opgericht, zich zou moeten kunnen beklagen over schending van de geheimhoudingsplicht en de zorgvuldigheidsplicht die de notaris ten opzichte van de (middellijke) bestuurders van die vennootschap in acht moest nemen. Het feit dat de besloten vennootschap die de klacht heeft ingediend de rechten en verplichtingen die voor de cliënten van de notaris uit de koopovereenkomst voortvloeiden, heeft overgenomen nadat de notaris haar werkzaamheden had beëindigd maakt dat niet anders.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:40 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/774851 / DW RK 25/320 BB/WdJ
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:40
Beslissing op verzet. Termijnoverschrijding verzet is verschoonbaar. Klager beklaagt zich over de hoogte van de beslagvrije voet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:41 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/751050 / DW RK 24/204 BB/WdJ
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:41
Klacht jegens gerechtsdeurwaarder sub 1 ongegrond. Klacht die ziet op het uitblijven van verzoeken van klager om een opgave van de openstaande vordering, gegrond jegens gerechtsdeurwaarder sub 2. Klacht voor het overige ongegrond. De inhoud van de e-mail van 14 mei 2024 vraagt niet persé om een reactie. Gerechtsdeurwaarder sub 2 wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8217
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:53
Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. Klager ontving via de huisartsenpraktijk van verweerder zijn hiv-medicatie. Het ziekenhuis was verantwoordelijk voor de medische controles en behandeling van de hiv-infectie. Toen uit de informatie van de behandelend specialist bleek dat klager zich aan de ziekenhuiscontroles onttrok, besloot de huisarts de medicatie niet langer voor te schrijven en verwees klager naar de specialist voor controle en hiv-medicatie. Klager verwijt de huisarts dat hij plotseling en onrechte weigerde deze vervolgmedicatie te verstrekken. Het college oordeelt dat de huisarts geen tuchtrechtelijk verwijt gemaakt kan worden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:72 Raad van Discipline Amsterdam 26-056/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:72
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Dat verweerster volgens klaagster een te lage inschatting heeft gegeven van de strafmaat of over de toepassing van TBS rechtvaardigt niet de conclusie dat verweerster verwijtbaar heeft gehandeld. Het behoort tot de professionele autonomie van verweerster om de zaak naar eigen inzicht te behandelen en een – naar haar vakinhoudelijk oordeel – realistische inschatting te geven van de zaak. Niet gebleken is dat verweerster daarmee het geweldsmisdrijf heeft gebagatelliseerd of klaagsters zaak niet serieus heeft genomen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:99 Hof van Discipline 's Gravenhage 250151
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:99
Gegronde klacht tegen de eigen advocaat over een ontoereikende dienstverlening en communicatie in een artikel 12 Sv procedure. Bekrachtiging met verbetering van gronden. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:66 Raad van Discipline Amsterdam 26-128/A/A 26-129/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:66
Voorzittersbeslissing. Klachten over de eigen advocaten kennelijk ongegrond. Het stond verweerders vrij de opdracht niet aan te nemen. Niet gebleken dat zij het dossier onvoldoende hebben bijgehouden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8995
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:70
Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De Inspectie verwijt de verpleegkundige seksueel grensoverschrijdend handelen jegens een cliënte die verbleef in een instelling waar hij werkte, door het aanleggen, activeren en vasthouden van een seksspeeltje. De verpleegkundige heeft het handelen erkend, maar voert verweer ten aanzien van het grensoverschrijdende karakter. Het college oordeelt dat sprake is van seksueel grensoverschrijdend gedrag en legt een voorwaardelijke schorsing van twee maanden op met als bijzondere voorwaarde het volgen van een cursus met het thema Afstand en Nabijheid in de werkrelatie. Het college merkt daarbij op dat het belangrijk is dat dit thema op de werkvloer wordt besproken met en tussen medewerkers. In een werksituatie, zeker bij een relatief langdurig verblijf van cliënten waarbij een zekere band kan ontstaan tussen cliënten en de zorgverleners, moet voldoende aandacht zijn voor afstand en nabijheid ook als het gaat om kwetsbare behoeftes zoals de behoefte aan intimiteit en seksualiteit.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:73 Raad van Discipline Amsterdam 25-790/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:73
Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij gedeeltelijk ongegrond en gedeeltelijk niet-ontvankelijk. Van het bewust onjuist informeren van de rechters is niet gebleken. Geen schending gedragsregel 8. Verder geldt dat het toezicht op de naleving van de Wwft bij de deken berust. Aan klager komt geen klachtrecht toe ter zake van de gestelde schending van die wet- en regelgeving.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:67 Raad van Discipline Amsterdam 25-804/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:67
Raadsbeslissing. Klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij is in beide klachtonderdelen ongegrond. Dat er een tijdsverloop van slechts 11 minuten zat tussen eerst de opzegging van de bemiddeling door de heer AK, en het hierna door verweerder zenden van de sommatiebrief aan klagers, wekt (inderdaad) sterk de indruk dat de heer AK al eerder met verweerder had gesproken. Dit kan zo zijn, maar dit maakt naar het oordeel van de raad niet dat verweerder om die reden een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Er bestond voor verweerder geen reden waardoor het hem was verboden om de heer AK als advocaat bij te staan. De door klagers in dit verband aangehaalde mediationovereenkomst is niet overgelegd en het bestaan van deze overeenkomst wordt door verweerder met klem betwist, en klager 1 heeft ter zitting erkend dat deze er niet is, zodat van een schending van deze overeenkomst in ieder geval geen sprake kan zijn. Van het bestaan van een misverstand over de hoedanigheid waarin verweerder optrad, en het daarmee schenden van het bepaalde in gedragsregel 9, is evenmin sprake.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:94 Hof van Discipline 's Gravenhage 250315
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:94
Klager klaagt over de informatievoorziening door zijn eigen advocaat. De raad van discipline heeft geoordeeld dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klager niet schriftelijk te informeren over de termijn voor het instellen van hoger beroep. Ook heeft hij niet aan klager bevestigd dat hij geen hoger beroep zou instellen. Verweerder heeft klager daarmee de mogelijkheid ontnomen om eventueel een andere advocaat te zoeken voor het instellen van hoger beroep. De raad heeft verweerder de maatregel van een berisping opgelegd. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad voor zover het de opgelegde maatregel betreft en legt verweerder de maatregel van een waarschuwing op.Klager klaagt over de informatievoorziening door zijn eigen advocaat. De raad van discipline heeft geoordeeld dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klager niet schriftelijk te informeren over de termijn voor het instellen van hoger beroep. Ook heeft hij niet aan klager bevestigd dat hij geen hoger beroep zou instellen. Verweerder heeft klager daarmee de mogelijkheid ontnomen om eventueel een andere advocaat te zoeken voor het instellen van hoger beroep. De raad heeft verweerder de maatregel van een berisping opgelegd. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad voor zover het de opgelegde maatregel betreft en legt verweerder de maatregel van een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8971
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:71
Klaagster is niet-ontvankelijk in haar klacht. Verweerster is directeur van de instelling waar klaagster gedeeltelijk verblijft. Klaagster verwijt verweerster onder andere dat zij klaagster heeft verplaatst naar een andere locatie van de instelling. Het college stelt vast dat de beslissing van de instelling om klaagster over te plaatsen is genomen na vele gesprekken en dat daarbij naast de belangen van klaagster ook de belangen van de andere cliënten van de instelling en de belangen van de instelling zelf zijn meegewogen. Daarmee gaat het om een beslissing met een organisatorisch en bedrijfsmatig karakter. Weliswaar is de beslissing genomen door verweerster, maar dat heeft zij gedaan in haar rol van directeur van de instelling en niet in haar rol van verpleegkundige. Het college oordeelt dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar klacht.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:74 Raad van Discipline Amsterdam 25-783/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:74
Raadsbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerster heeft een ernstige beroepsfout gemaakt door het laten verstrijken van de termijnen voor het indienen van een conclusie van antwoord in twee procedures van klaagster. Verweerster was bovendien onbereikbaar voor klaagster en heeft noch de termijnen voor het indienen van de conclusies van antwoord en het feit dat deze termijnen waren verstreken, noch de door de rechtbank bepaalde data van mondelinge behandelingen, aan klaagster gecommuniceerd. De raad rekent verweerster dit alles zwaar aan, maar heeft bij het bepalen van de hoogte van de maatregel wel rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden in het leven van verweerster en het feit dat zij niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld. Ook is in aanmerking genomen dat verweerster zelf heeft ingezien dat zij niet langer als advocaat kon functioneren en haar verantwoordelijkheid heeft genomen door zich begin 2025 uit te schrijven als advocaat. Alles in aanmerking genomen is een berisping in dit geval passend.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:68 Raad van Discipline Amsterdam 25-742/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:68
Raadsbeslissing. Klacht is deels gegrond voor wat betreft het verwijt dat verweerder onbevoegd en zonder toestemming of instructie van klager heeft gesproken met een journalist. De raad ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel. Hierin weegt de raad de -op zichzelf begrijpelijke- belangenafweging van verweerder mee waarin hij heeft geprobeerd om in het belang van zijn cliënt te handelen en de schade te proberen te beperken. Daarnaast weegt de raad mee dat niet is gebleken dat verweerder op enige wijze vertrouwelijke informatie met de journalist zou hebben gedeeld, als ook dat verweerder verder geen tuchtrechtelijk verleden kent.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:95 Hof van Discipline 's Gravenhage 250214
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:95
Klacht tegen eigen advocaat over dienstverlening en ontijdige onttrekking ongegrond. Bekrachtiging beslissing raad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:75 Raad van Discipline Amsterdam 25-530/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:75
Raadsbeslissing; verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:69 Raad van Discipline Amsterdam 25-537/A/NH
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:69
Raadsbeslissing. Klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijk geschil is ongegrond. Door verweerder is gemotiveerd aangevoerd dat hij met het instellen van het hoger beroep slechts gebruik heeft gemaakt van de bestaande processuele mogelijkheden. Het instellen van hoger beroep was in het voordeel van zijn cliënt nu hiermee de door de rechtbank vastgestelde alimentatieverplichting kon worden uitgesteld. Daarbij zag het hoger beroep op meerdere onderdelen en bestonden er ook voor klaagster afdoende mogelijkheden om in de tussentijd een onderhoudsbijdrage aan te vragen. Er bestond gelet op het voorgaande een gerechtvaardigd belang voor de cliënt van verweerder om hoger beroep in te stellen. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder is geen sprake.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:96 Hof van Discipline 's Gravenhage 250207
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:96
Verwijt aan advocaat van de wederpartij dat hij zich onnodig grievend over klager heeft uitgelaten. De raad heeft de klacht gegrond verklaard met waarschuwing opgelegd. Het hof volstaat met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel. Verweerder heeft de onjuistheid gecorrigeerd (het ging om belaging en niet om mishandeling) en de vermelding had een functioneel karakter.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 62
- Volgende pagina zoekresultaten