Zoekresultaten 2801-2810 van de 2998 resultaten

  • ECLI:NL:TDIVTC:2025:18 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/70

    Kat. Dierenarts wordt verweten te zijn tekortgeschoten bij de behandeling van een kat, de urgentie van de gezondheidsklachten niet te hebben onderkend en niet tijdig in actie te zijn gekomen toen klager zich met zijn kat op de praktijk had gemeld. [Klacht niet-ontvankelijk c.q. ongegrond.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2025:19 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/77

    Paard. Dierenarts wordt verweten dat zij tekort is geschoten in de diagnosestelling en behandeling van een paard, dat is komen te overlijden. [Gegrond met waarschuwing.]

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8471

    Klacht tegen een sportarts kennelijk ongegrond. Klaagster werd in 2024 door haar huisarts verwezen naar het ziekenhuis in verband met aanhoudende knieklachten. Daar werd zij gezien door de sportarts. Hierna werd beleid afgesproken en volgden nog twee telefonische consulten. Klaagster is niet tevreden over de behandeling die zij heeft gekregen en verwijt de sportarts dat zij op verschillende punten onzorgvuldig heeft gehandeld. Afgaande op de verslaglegging heeft het college geen aanleiding te twijfelen aan de door de sportarts gevolgde handelswijze en haar beoordeling. Ook is niet gebleken dat er in de (online) verslaglegging tuchtrechtelijk verwijtbaar fouten zijn gemaakt of zaken onvolledig zijn weergegeven.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2025:20 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/3

    Hond. Dierenarts wordt verweten dat hij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij het opereren van een hond, dat hij is tekortgeschoten in het verstrekken van informatie en in de verleende nazorg, hetgeen uiteindelijk heeft geresulteerd in de euthanasie van de hond. [Klacht op meerdere onderdelen gegrond. Volgt voorwaardelijke schorsing van drie maanden met een proeftijd van drie jaar.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2025:21 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/67

    Kat. Dierenarts wordt verweten nalatig te hebben gehandeld bij het euthanaseren van een kat door het euthanasiemiddel intraperitoneaal (in de buikholte) toe te dienen. [Gegrond. Volgt waarschuwing.]

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:36 Hof van Discipline 's Gravenhage 250169

    Klager komt in beroep van een verzetsbeslissing van de raad waarbij het verzet weliswaar gegrond is verklaard maar de klacht van klager (alsnog) niet-ontvankelijk is verklaard omdat de klacht te laat is ingediend. Het hof is het eens met de beslissing van de raad en bekrachtigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:37 Hof van Discipline 's Gravenhage 240277

    Klager heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van zijn ex-echtgenote met wie hij in een echtscheidings- en verdelingsprocedure is verwikkeld. Volgens klager heeft verweerster in haar processtukken ernstige beschuldigingen over klager geuit die lasterlijk en onnodig grievend zijn. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof is van oordeel dat verweerster in haar processtukken stevig stelling heeft genomen. De uitlatingen zijn echter, bezien in de context waarin die gedaan zijn, niet dermate kwetsend of onnodig grievend dat verweerster daarmee tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld. Het hof bekrachtigt daarom de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:4 Accountantskamer Zwolle 25/1345 Wtra AK 25/1346 Wtra AK 25/1347 Wtra AK

    Ongegronde klacht. Twee accountants waren betrokken bij de controle van twee jaarrekeningen van klaagster. Tussen klaagster en de accountantsorganisatie loopt een civielrechtelijk geschil dat primair gaat over daarvoor uitgebrachte declaraties. Klaagster is van mening dat deze declaraties buitensporig hoog zijn in relatie tot de gemaakte afspraken en verlangt de terugbetaling van een bedrag van € 300.000. Klaagster heeft een tuchtklacht ingediend die, naast de hoogte van de declaraties, tevens gaat over volgens klaagster ontijdige communicatie, ontoereikende advisering en onjuiste uitingen rondom een interne herstructurering door de accountants. De Accountantskamer overweegt dat in het kader van de tuchtprocedure niet kan worden geklaagd over een declaratie tenzij sprake is van een situaties waarin de betrokken accountant bij haar cliënt bewust en te kwader trouw onjuiste of misleidende declaraties indient. Daarvan is hier geen sprake. Declaraties zijn gespecificeerd en er is deugdelijk over gecommuniceerd waarbij overschrijdingen zijn besproken en betalingsafspraken zijn gemaakt. De Accountantskamer is ook van oordeel dat betrokkenen voor de controle van de jaarrekening 2022/2023 van de gang van zaken en de communicatie omtrent het waarderingsrapport voor de herstructurering geen verwijt valt te maken. De klacht tegen een derde accountant is op de zitting ingetrokken. De Accountantskamer heeft de behandeling van deze accountant gestaakt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:38 Hof van Discipline 's Gravenhage 250085

    Verweerster heeft klager en de (voormalige) onderneming van klaagster bijgestaan in een strafrechtelijke procedure. Klager verwijt verweerster dat zij zowel voor hem als voor de onderneming heeft opgetreden, terwijl sprake was van een tegengesteld belang. Verder verwijt klager verweerster dat zij zijn zaak niet zorgvuldig heeft behandeld. Het hof is met de raad van oordeel dat in dit geval van een tegenstrijdig belang geen sprake is geweest en dat verweerster niet onzorgvuldig heeft gehandeld. De klachten zijn daarom terecht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:39 Hof van Discipline 's Gravenhage 250063 250064 250065

    Klager heeft klachten ingediend tegen zijn voormalig advocaten, die klager hebben bijgestaan in (onder andere) een procedure tegen de voormalig zakenpartner van klager. De raad heeft de klachten niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 46g, eerste lid en onder a van de Advocatenwet. Het hof onderschrijft dit oordeel van de raad; het tijdsverloop tussen de dag waarop klager redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het volgens hem verwijtbaar handelen van verweerders en het indienen van de klacht bedraagt meer dan drie jaar, waardoor het recht van klager om een klacht in te dienen is komen te vervallen.