Zoekresultaten 1051-1060 van de 3417 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:250 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7951
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 21-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:250
Gegronde klacht tegen een plastisch chirurg. De plastisch chirurg heeft een voorhoofdslift bij klaagster verricht. Zij verwijt de plastisch chirurg onder andere dat hij haar haargrens heeft verhoogd, terwijl zij hem expliciet heeft laten weten dit niet te wensen. Het college is van oordeel dat de plastisch chirurg de incisie te ver naar achteren heeft geplaatst. Door te kiezen voor een incisie áchter de haargrens heeft de plastisch chirurg ervoor gekozen om het voorhoofd van klaagster te verhogen, terwijl hem bekend was dat klaagster geen verhoogd voorhoofd wilde. Bovendien is in het (summiere) dossier niet genoteerd dat de plastisch chirurg met klaagster erover heeft gesproken dat haar voorhoofd als gevolg van de ingreep verhoogd zou gaan worden. Ook de twee andere klachtonderdelen zijn gegrond. Dat de plastisch chirurg op geen enkel moment tijdens de procedure heeft ingezien dat zijn handelswijze (op onderdelen) onjuist is geweest, acht het college zorgwekkend. Het college acht een berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:200 Hof van Discipline 's Gravenhage 250018
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:200
Klacht over eigen advocaat. Klager is verdachte geweest in een strafzaak. Verweerder heeft hem bijgestaan. Klager verwijt verweerder dat hij niets heeft gedaan met het verzoek van klager om mediation met aangeefster (het slachtoffer) en dat hij geen hoger beroep in heeft gesteld, terwijl klager dat wel wilde. Het hof oordeelt dat gelet op het feit dat sprake was van een moeilijke relatie tussen klager en aangeefster die niet direct voorbij was, verweerder meer moeite had moeten doen om mediation tot stand te brengen en dat hij in ieder geval daarover voldoende met klager had moeten communiceren. Het behoort daarnaast tot de taak van een advocaat, die in een strafrechtelijke procedure in de eerste aanleg zijn cliënt bijstaat, om de termijn van het hoger te bewaken en te bespreken of er al dan niet hoger beroep dient te worden ingesteld. De onduidelijkheid die na de zitting tussen klager en verweerder over het instellen van hoger beroep is blijven bestaan, komt voor rekening van verweerder. Bekrachtiging raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:227 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-199/AL/NN
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:227
Raadsbeslissing. De raad verklaart en klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:201 Hof van Discipline 's Gravenhage 240307
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:201
Klacht over eigen advocaat. Klaagster is ontevreden over de wijze waarop verweerder haar heeft bijgestaan in onder meer een bijstandszaak, een kinderbijslagzaak en een paspoortenzaak. De raad heeft geconcludeerd dat het werk dat verweerder voor klaagster heeft verricht in deze drie zaken op alle vlakken voldeed aan de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. De raad heeft de klacht van klaagster ongegrond verklaard. Het hof sluit zich – na toepassing van een ruimhartige uitleg van de beroepsgronden – bij dat oordeel aan. De klacht is ook in hoger beroep ongegrond. Bekrachtiging raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:228 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-211/AL/NN
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 21-10-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:228
De raad heeft geoordeeld dat verweerder zich onnodig grievend over de wederpartij van zijn cliënt heeft uitgelaten. Verweerder heeft zich daarmee niet gedragen zoals dat een behoorlijk handelend advocaat betaamt. De raad houdt er rekening mee dat verweerder eerder voor vergelijkbaar handelen door de tuchtrechter is veroordeeld. Ook wordt in aanmerking genomen dat verweerder op de zitting geen inzicht in het verwijtbare van zijn handelen heeft getoond. Gelet op de aard en de ernst van het handelen van verweerder en rekening houdend met de hierboven genoemde omstandigheden, is de oplegging van een berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:202 Hof van Discipline 's Gravenhage 250058
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:202
Klacht tegen advocaat wederpartij. In een geschil tussen een meerderheidsaandeelhouder en een minderheidsaandeelhouder (25%) heeft verweerder de meerderheidsaandeelhouder bijgestaan. Klaagster handhaaft in hoger beroep alleen haar klacht dat verweerder bij een bespreking heeft gedreigd met een tegenclaim van € 90.000 om zo klaagster te bewegen de aandelen tegen een minimale waarde over te dragen. Het hof oordeelt dat verweerder voldoende heeft toegelicht hoe hij tot de tegenvordering is gekomen, dat deze tegenvordering in de dynamiek van de onderhandelingsbesprekingen is genoemd en dat deze vordering bij de verdere onderhandelingen die tot de vaststellingsovereenkomst hebben geleid niet meer aan de orde is gekomen. Het hof acht dit klachtonderdeel evenals de raad ongegrond. Bekrachtiging raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:149 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-605/DB/ZWB
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 21-10-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:149
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De voorzitter verklaart de raad kennelijk onbevoegd voor zover de klacht strafrechtelijke kwalificaties bevat. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in een brief aan de rechtbank te spreken van “psychische/psychiatrische problematiek van moeder”. In zoverre kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:203 Hof van Discipline 's Gravenhage 250042
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:203
Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft klaagster bijgestaan in een door haar tegen haar verhuurder gevoerde procedure. Door een renovatie van onder meer haar appartement was er sprake van ernstige overlast. Verweerder heeft met klaagster besproken dat de vordering erop zou worden gebaseerd dat klaagster pas bij het ophalen van de sleutel werd geconfronteerd met de renovatieplannen voor het gehele complex en daarvóór niets wist van de renovatie. Dat laatste bleek tijdens de procedure feitelijk niet juist. Klaagster verwijt verweerder onder meer dat hij haar zaak onzorgvuldig heeft behandeld, doordat hij voor de procedure bij de kantonrechter een onjuist feitelijk uitgangspunt heeft genomen waarvan hij had moeten weten dat dit onjuist was. Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de raad dat niet is komen vast te staan dat verweerder had moeten weten dat hij een feitelijk onjuist uitgangspunt heeft genomen voor de procedure. De concept dagvaarding en pleitnota waren immers door klager becommentarieerd en goedgekeurd. Het hof oordeelt daarnaast dat klaagster wist dat verweerder de door haar aan hem toegezonden schadefoto’s niet wilde gebruiken in de procedure en dat het feit dat hij deze niet heeft gebruikt niet kan leiden tot de conclusie dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld. Bekrachtiging raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:247 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7822
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 21-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:247
Kennelijk ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Klaagster is geopereerd door de plastisch chirurg, waarbij meerdere ingrepen werden verricht. Klaagster heeft hierover meerdere klachten. De klachten komen erop neer dat sprake is geweest van onzorgvuldige preoperatieve voorlichting, een onzorgvuldige uitvoering van deze ingrepen en onzorgvuldigheden in de nazorg. Het college is van oordeel dat de plastisch chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:248 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7794
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 21-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:248
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is met ernstige Covid-klachten opgenomen in het ziekenhuis. Na operatieve verwijdering van een stolsel in haar arm is necrose in de duim ontstaan. Klaagster verwijt de arts dat hij onverwacht aan haar bed de – onjuiste – mededeling heeft gedaan dat haar duim geamputeerd moest worden. Het college oordeelt dat uit het dossier blijkt dat de arts-assistent met klaagster de zorgen om haar duim heeft besproken en daarbij mogelijk de term amputeren heeft gebruikt. Gezien het beleid dat de chirurg had bepaald (laten demarceren van de hand) acht het college niet aannemelijk dat er zonder enig voorbehoud is gezegd dat de duim geamputeerd moest worden. De precieze bewoordingen van de arts-assistent zijn voor het college niet vast te stellen. Evenmin kan dus worden vastgesteld dat de arts een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De klacht is kennelijk ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 105
- Pagina: 106
- Pagina: 107
- ...
- Pagina: 342
- Volgende pagina zoekresultaten