Zoekresultaten 2701-2750 van de 4499 resultaten
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:50 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/775787 / DW RK 25/355 HE/SM
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:50
Beslissing op verzet. Verzet ongegrond. Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder ten onrechte een aansprakelijkheidstelling tevens stuitingsbrief aan klager heeft betekend zonder eerst kennis te hebben genomen van de inhoud van de brief. De kamer heeft opgemerkt dat de gerechtsdeurwaarder niet verantwoordelijk is voor de inhoud van de (te betekenen) brief. De gerechtsdeurwaarder is slechts gehouden om de inhoud van die brief marginaal te toetsen, in die zin dat de inhoud voldoet aan de algemene fatsoensnormen. Nu klager geen nieuwe gezichtspunten heeft aangevoerd die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt dan vervat in de beslissing van de voorzitter, dient het verzet dient ongegrond te worden verklaard.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:51 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/775092 DW RK 25/325 HE/SM
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:51
Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. Niet voortvarend gereageerd op correspondentie met betrekking tot vaststelling van de beslagvrije voet. Gelet op het beoogde doel en het beschermende karakter van de beslagvrije voet is een lange reactietijd van deze duur (een maand) tuchtrechtelijk laakbaar.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:52 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/769648 DW RK 25/170 HE/SM
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:52
Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Maatregel: waarschuwing. Het uitgangspunt naar vaste rechtspraak is dat van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat correspondentie met betrekking tot een bij hem in behandeling zijnde incasso of executie binnen een redelijke termijn wordt beantwoordt. Met de tijdige reactie van de gerechtsdeurwaarder is overschrijding van die norm weliswaar niet aan de orde, maar omsloten in deze norm speelt ook de kwaliteit van een reactie een rol. Nergens uit blijkt dat de gerechtsdeurwaarder klagers vragen omtrent de (overdracht van de) simkaart heeft beantwoord.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:53 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/784633 / DW RK 26/155 MK/SM
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 29-05-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:53
Beslissing op verzet. Klager beklaagd zich er onder meer over dat de ontruiming door de gerechtsdeurwaarder niet naar behoren is gegaan omdat er spullen zijn beschadigd en de woning niet helemaal is leeggehaald. De voorzitter heeft overwogen dat, voor zover daar sprake van is geweest, dit voor rekening en risico van klager komt, door niet zelf het pand leeg te (laten) halen. Er kan de gerechtsdeurwaarder geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. Het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:54 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/773653 / DW RK 25/275 MK/SM
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 29-05-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:54
Klacht ongegrond. Klager beklaagt zich er onder meer over dat de gerechtsdeurwaarder onbevoegd beslag zou hebben heeft gelegd omdat hij niet over de grosse zou beschikken. Nu klager, tegenover de gemotiveerde betwisting van de gerechtsdeurwaarder, geen nadere onderbouwing van zijn stelling heeft ingebracht stuit de klacht daarop af. Bovendien had het op de weg van klager gelegen zijn twijfels over de (bevoegdheid van de) tenuitvoerlegging aan de gewone executierechter voor te leggen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:55 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/760760 / DW RK 24/427 MK/SM
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 29-05-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:55
Beslissing op verzet. Klager heeft ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld geen gronden van zijn verzet ingediend. Klager kan daarom niet in zijn verzet worden ontvangen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:56 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/770071 DW RK 25/179 MK/SM
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 29-05-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:56
Klacht ongegrond. Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder brieven aan haar heeft verzonden met als bijlage een verzoekschrift, opgesteld in naam van een advocaat en gericht aan de rechtbank, om klaagster failliet te laten verklaren. De kamer overweegt dat er voor een gerechtsdeurwaarder niets aan in de weg staat om een faillissementsverzoek aan klaagster voor te houden. Klaagster is immers gedagvaard en veroordeeld, er is bevel gedaan en er zijn meerdere executiemaatregelen getroffen die niet tot directe of indirecte voldoening hebben geleid. Klaagster heeft niet betaald en er is geen betaalafspraak gemaakt. Onder deze omstandigheden is er geen sprake van een oneigenlijke maatregel en het aankondigen ervan maakt niet dat oneigenlijke druk is toegepast. In hoeverre er niet voldaan zou zijn aan de pluraliteitsvereiste ligt ter beoordeling aan faillissementsrechter.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:57 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/772071 / DW RK 25/234 BB/WdJ
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 03-06-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:57
Beslissing op verzet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:58 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/777096 / DW RK 25/391 HE/WdJ
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 03-06-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:58
Beslissing op verzet. Aan toegevoegd gerechtsdeurwaarders [b] en [c] wordt de maatregel van berisping opgelegd, omdat ze exploten hebben achtergelaten zonder vooraf aan te bellen dan wel kloppen. De toegevoegd gerechtsdeurwaarders worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van klaagster, de kosten van de behandeling van de klacht door de kamer en het betalen van het griffiegeld aan klaagster. Het verzet wordt voor het overige ongegrond, dan wel niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:59 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/779997 / DW RK 25/520 HE/WdJ
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 03-06-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:59
Beslissing op verzet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:6 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/764564 / DW RK 25/48 BB/WdJ
- Datum publicatie: 19-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:6
Klacht betreft het executeren van dwangsommen omdat klager zich niet aan de overeengekomen omgangsregeling zou hebben gehouden. Er kan de gerechtsdeurwaarder geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:60 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/779383 / DW RK 25/505 BB/WdJ
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 03-06-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:60
Beslissing op verzet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:61 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/762492 / DW RK 25/8 BB/WdJ
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 03-06-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:61
Beslissing op verzet. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door een tweetal arbitrale vonnissen ten uitvoer te leggen. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:62 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/775797 / DW RK 25/356 EdV/WdJ
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:62
Beslissing op verzet. Klager heeft kosten betaald voor juridisch advies. Dat het gegeven advies niet het door klager gewenste advies was, maakt niet dat het betaalde bedrag zou moeten worden terugbetaald. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens, verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:63 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/760472 / DW RK 24/417 EdV/WdJ
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:63
Beslissing op verzet. Klaagster beklaagt zich over het gelegde bewijsbeslag. Dit is al in een eerdere klachtenprocedure aan de orde geweest. Verder stelt klaagster dat de gerechtsdeurwaarder vanaf september 2023 gerechtelijke documenten niet rechtmatig heeft betekend, met als gevolg dat de dwangsommen inmiddels zijn verbeurd. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:64 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/754583 / DW RK 24/270 EdV/WdJ
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:64
Klaagster beklaagt zich erover dat de gerechtsdeurwaarder zonder toestemming van de r-c haar woning is binngengedrongen en veel schade heeft aangebracht. Verder stelt klaagster dat de gerechtsdeurwaarder het arrest van 2 april 2024 niet dan wel niet juist heeft betekend. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:65 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/765620 / DW RK 25/65 EdV/WdJ
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:65
Beslissing op verzet. Klaagster beklaagt zich erover dat de gerechtsdeurwaarder te snel is overgegaan tot het leggen van loonbeslag. Haar betalingsvoorstel had met de schuldeiser moeten worden besproken en de reactie ervan had moeten worden afgewacht. Een termijn van twee dagen om haar betalingsverzoek te onderbouwen was te kort, aldus klaagster. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:7 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/773666 / DW RK 25/278 BB/WdJ
- Datum publicatie: 19-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:7
Klager beklaagt zich over de hoogte van de beslagvrije voet, het niet nader toelichten van verbeurde dwangsommen en het ontvangen van nieuwe exploten. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:8 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/773354 / DW RK 25/262 BB/WdJ
- Datum publicatie: 19-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:8
Beslissing op verzet gegrond verklaard en maatregel van berisping opgelegd. Er is executoriaal beslag gelegd op de koopsom van een onroerende zaak die de notaris onder zich hield, voor alimentatietermijnen die op dat moment nog niet opeisbaar waren. Verder is ten onrechte aan de notaris verzocht om het gehele door het beslag getroffen beslag aan de gerechtsdeurwaarders af te dragen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:9 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/764969 / DW RK 25/51 BB/WdJ
- Datum publicatie: 19-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:9
Beslissing op verzet. Klager betwist dat hij huurachterstand heeft. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:171 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/2300
- Datum publicatie: 06-11-2024
- Datum uitspraak: 06-11-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:171
Klacht tegen een chirurg. De klacht gaat over de moeder van klager die in de nacht van zaterdag op zondag naar de SEH van een ziekenhuis is gegaan wegens een pijnlijk en opgezwollen been. De chirurg was supervisor van de arts-assistent die tijdens die nachtdienst werkzaam was op de SEH. De chirurg is ’s nachts telefonisch geraadpleegd door de arts-assistent, die na overleg met de SEH‑verpleegkundige tot de conclusie was gekomen dat er waarschijnlijk sprake was van veneuze insufficiëntie. De chirurg was het hiermee eens. Patiënte is verwezen naar de poli vaatchirurgie, voor een spoedafspraak op maandag. Na de behandeling op de SEH is patiënte terug naar huis gegaan. Daar is zij die zondagochtend onverwachts overleden, mogelijk als gevolg van een ruiterembolus bij een diep veneuze trombose. Klager verwijt de chirurg o.m. het stellen van een onjuiste diagnose en het tekortschieten in de communicatie over de mogelijke medische fout. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet‑ontvankelijk verklaard in de klachtonderdelen b tot en met d, klachtonderdeel a gegrond verklaard en aan de chirurg de maatregel van een berisping opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat klager wel ontvankelijk is in de klachtonderdelen b en c over de communicatie en de nazorg jegens de nabestaanden en dat deze klachtonderdelen ook gegrond zijn. Het Centraal Tuchtcollege handhaaft de berisping.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:172 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/2301
- Datum publicatie: 06-11-2024
- Datum uitspraak: 06-11-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:172
Klacht tegen een verpleegkundige. De klacht gaat over de moeder van klager die in de nacht van zaterdag op zondag naar de SEH van een ziekenhuis is gegaan wegens een pijnlijk en opgezwollen been. De verpleegkundige was tijdens die nachtdienst betrokken bij de zorg voor patiënte. Na onderling overleg zijn de artsen en SEH‑verpleegkundigen tot de conclusie gekomen dat er waarschijnlijk sprake was van veneuze insufficiëntie. Patiënte is verwezen naar de poli vaatchirurgie voor een spoedafspraak op maandag. Na de behandeling op de SEH is patiënte terug naar huis gegaan. Daar is zij die zondagochtend onverwachts overleden, mogelijk als gevolg van een ruiterembolus bij een diep veneuze trombose. Klager verwijt de verpleegkundige het stellen van een onjuiste diagnose en het tekortschieten in de consultvoering en informatieverwerking. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet‑ontvankelijk verklaard in klachtonderdeel d en de klachtonderdelen a tot en met c ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:173 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2467
- Datum publicatie: 11-11-2024
- Datum uitspraak: 11-11-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:173
Klacht tegen huisarts. Klager is bekend met autisme en is patiënt van de huisarts. Klager verwijt de huisarts kort gezegd dat 1) hij een gebrek aan kennis heeft over autismestoornissen of onvoldoende heeft gedaan om zich deze kennis eigen te maken, 2) hij het medicijn Bumetanide niet heeft voorgeschreven, 3) het medisch dossier niet op orde is, en 4) hij klager niet al veel eerder heeft doorverwezen naar een internist. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep tegen die beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:174 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2423
- Datum publicatie: 11-11-2024
- Datum uitspraak: 11-11-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:174
Klacht tegen een verloskundige. Klaagster is in juni 2022 bevallen in het ziekenhuis waar de verloskundige werkt. De verloskundige was betrokken bij de bevalling van klaagster. Klaagster verwijt de verloskundige dat zij na de bevalling zonder waarschuwing heeft geprobeerd om klaagster vaginaal te onderzoeken. Daarnaast heeft de verloskundige volgens klaagster meermaals hard op haar buik geduwd en getrokken aan de nageboorte. Verder heeft de verloskundige gezegd dat zij wel wist waar klaagster woonde. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:175 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2339
- Datum publicatie: 11-11-2024
- Datum uitspraak: 11-11-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:175
Klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster is in juni 2022 bevallen in het ziekenhuis waar de gynaecoloog werkt. De gynaecoloog zag klaagster die dag op twee momenten: voorafgaand aan de bevalling om kennis te maken en na de bevalling. Klaagster verwijt de gynaecoloog dat zij haar baby naakt en alleen heeft achtergelaten op een aankleedkussen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:176 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2324
- Datum publicatie: 11-11-2024
- Datum uitspraak: 11-11-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:176
Klacht tegen een huisarts. Klaagster is patiënte van de huisarts en is in verband met haar bevalling medio 2022 opgenomen in het ziekenhuis. Een dag later heeft de arts-assistent gynaecologie (AIOS) telefonisch contact gezicht met de huisarts om hem te laten weten hoe de bevalling was verlopen en om te huisarts te verzoeken intensive home treatment voor klaagster in te schakelen. Klaagster verwijt de huisarts dat hij in dit telefoongesprek zonder haar toestemming privégegevens heeft gedeeld met de AIOS. Bovendien kloppen de gegevens niet; klaagster heeft geen borderline persoonlijkheidsproblematiek. Het Regionaal tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:177 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2601
- Datum publicatie: 13-11-2024
- Datum uitspraak: 25-10-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:177
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een lid-beroepsgenoot van een Regionaal Tuchtcollege. De klacht gaat over de behandeling van een klacht door het tuchtcollege en de inhoud van de beslissing van het college. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollegeheeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager tegen deze beslissing ingestelde beroep. In de onderhavige zaak heeft verweerster niet gehandeld als beroepsbeoefenaar in de zin vanartikel 47 Wet BIG, maar als (tucht)rechter. In die hoedanigheid kan zij niet tuchtrechtelijk worden aangesproken. Een andere uitleg zou namelijk een door de wetgever niet beoogde doorbreking betekenen van het tegen uitspraken van een regionaal tuchtcollege door de wet opengestelde hoger beroep bij het Centraal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:178 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2602
- Datum publicatie: 13-11-2024
- Datum uitspraak: 25-10-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:178
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een lid-beroepsgenoot van een Regionaal Tuchtcollege. De klacht gaat over de behandeling van een klacht door het tuchtcollege en de inhoud van de beslissing van het college. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollegeheeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager tegen deze beslissing ingestelde beroep. In de onderhavige zaak heeft verweerster niet gehandeld als beroepsbeoefenaar in de zin vanartikel 47 Wet BIG, maar als (tucht)rechter. In die hoedanigheid kan zij niet tuchtrechtelijk worden aangesproken. Een andere uitleg zou namelijk een door de wetgever niet beoogde doorbreking betekenen van het tegen uitspraken van een regionaal tuchtcollege door de wet opengestelde hoger beroep bij het Centraal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:179 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2403
- Datum publicatie: 19-11-2024
- Datum uitspraak: 18-11-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:179
Klacht tegen een huisarts. Klaagster kwam bij de huisarts voor een ingegroeide teennagel. De huisarts voerde een behandeling uit waarbij een verdoving is gezet, een reep teennagel is verwijderd en de nagelriem is verkleind. Klaagster hield pijnklachten, kreeg een blaar en uiteindelijk is lokale necrose ontstaan. Klaagster verwijt de huisarts met name dat hij te laat heeft doorverwezen naar een plastisch chirurg. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:180 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2362
- Datum publicatie: 19-11-2024
- Datum uitspraak: 18-11-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:180
Klacht tegen arts maatschappij en gezondheid. Klager verwijt de arts maatschappij en gezondheid dat zij, met het ondertekenen van de uitnodigingsbrief om een coronavaccinatie te halen, klager heeft geadviseerd zich te vaccineren met een coronaprik. Klager onderbouwt zijn klacht met bijlagen waaruit kan worden afgeleid dat hij kritiek heeft op het aangeboden vaccin. De arts maatschappij en gezondheid heeft, vanuit haar hoedanigheid van medisch programmamanager van het RIVM, de uitnodigingsbrief ondertekend waarin klager een coronaprik wordt aangeboden. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat het handelen waarover wordt geklaagd niet valt onder de eerste tuchtnorm en dat de arts ook niet in strijd met de tweede tuchtnorm. Klager is van die beslissing in beroep gekomen. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het handelen van de arts niet valt onder de eerste tuchtnorm en ook niet onder de tweede tuchtnorm. Het beklaagde handelen valt daarmee niet onder de reikwijdte van het tuchtrecht. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager alsnog niet-ontvankelijk in zijn klacht.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:181 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2478
- Datum publicatie: 19-11-2024
- Datum uitspraak: 18-11-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:181
Herzieningsverzoek. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft een klacht tegen de verpleegkundige gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard en daarbij aan de verpleegkundige de maatregel van berisping opgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft besloten tot openbaarmaking van deze berisping en de gronden waarop zij berust zoals bedoeld in artikel 9 en 11 Wet BIG. Dit betekent dat de berisping vanaf de datum dat de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege onherroepelijk is geworden vijf jaar lang zichtbaar is in het BIG-register. De verpleegkundige heeft bij het Centraal Tuchtcollege op de voet van artikel 52 Wet BIG een verzoek ingediend tot herziening van die beslissing. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het herzieningsverzoek te laat is ingediend en geen naderhand gebleken omstandigheden bevat die naar ernstig vermoeden bij eerdere bekendheid tot een andere beslissing zouden hebben geleid. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de verpleegkundige niet ontvankelijk in haar verzoek.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:182 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/2132
- Datum publicatie: 27-11-2024
- Datum uitspraak: 27-11-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:182
Klacht tegen een uroloog. Bij klager heeft in 2020 een partiële nefrectomie plaatsgevonden vanwege een niertumor. Een jaar later is ter controle een CT-scan van de borstkas en de buik van klager gemaakt. In het verslag van de radioloog stond dat er geen aanwijzingen waren voor een recidief of uitzaaiingen; wel werd een vergrote prostaat, uitpuilend in de blaas vastgesteld. De uroloog heeft de uitslag met klager besproken. Hij heeft de vergrote prostaat niet gemeld omdat klager geen klachten had. Elf maanden later bleek klager uitgezaaide prostaatkanker te hebben. Klager verwijt de uroloog dat hij hem niet op de hoogte heeft gebracht van de bevinding van de radioloog. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat klager in deze situatie niet genoeg invloed heeft gehad op de keuze voor een eventueel vervolg behandeltraject ten aanzien van de prostaat, verklaart de klacht alsnog gegrond en legt de uroloog een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:183 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2335
- Datum publicatie: 27-11-2024
- Datum uitspraak: 27-11-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:183
Klacht tegen een psychiater. Klager is onder behandeling geweest in een ggz-instelling, waar de psychiater de functie van geneesheer-directeur had. Hij heeft klager niet behandeld. In het kader van een strafrechtelijk onderzoek heeft de psychiater in zijn functie van geneesheer-directeur een voor klager belastende verklaring bij de politie afgelegd. Hij had klager niet gezien of gesproken. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart alle drie de klachtonderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel a) alsnog gegrond. Naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege is het doorbreken van het beroepsgeheim door de psychiater niet te herleiden tot een conflict van plichten en dus niet gerechtvaardigd. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:184 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2452
- Datum publicatie: 27-11-2024
- Datum uitspraak: 27-11-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:184
Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. De echtgenote van klager – hierna de patiënte - was opgenomen op de psychogeriatrische afdeling van een verpleeghuis waar de specialist ouderengeneeskunde werkzaam is. De patiënte verbleef daar tot haar overlijden. De patiënte was sinds 2014 bekend met de diagnose Alzheimer en er was sprake van gedragsproblemen en lijdensdruk. De patiënte had regelmatig last van urineweginfecties. Klager verwijt de specialist ouderengeneeskunde dat zij op een aantal momenten tijdens het verblijf in het verpleeghuis niet op de juiste wijze heeft gehandeld in de (medische) begeleiding van de patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:185 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2465
- Datum publicatie: 27-11-2024
- Datum uitspraak: 27-11-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:185
De echtgenote van klager, hierna: patiënte, is gediagnostiseerd met (gevorderde) dementie op basis van de ziekte van Alzheimer. Patiënte verbleef op de afdeling voor jong dementerenden van een psychogeriatrisch verpleeghuis. De specialist ouderengeneeskunde is werkzaam op deze afdeling. Klager heeft een klacht ingediend tegen de specialist ouderengeneeskunde over de (medicamenteuze) behandeling van patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet ontvankelijk verklaard in zijn klacht omdat er sprake is van bijzondere omstandigheden om te twijfelen of klager de veronderstelde wil van patiënte vertegenwoordigt. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat klager wel ontvankelijk is in de klacht. Anders dan het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de door het Regionaal Tuchtcollege genoemde omstandigheden onvoldoende zijn voor het ontstaan van gerede twijfel aan het feit dat klager met het indienen van de klacht de veronderstelde wil van patiënte uitdrukt. Het Centraal Tuchtcollege doet de zaak zelf af en verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:186 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2303
- Datum publicatie: 05-12-2024
- Datum uitspraak: 02-12-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:186
Klacht tegen een arts werkzaam in een penitentiaire inrichting (PI).De inrichtingsarts is werkzaam in de PI waar klager gedetineerd is geweest. Klager is al meer dan twintig jaar volledig arbeidsongeschikt en is ontevreden over de wijze waarop de inrichtingsarts hier tijdens zijn detentie mee om is gegaan. Volgens klager heeft dit ertoe geleid dat hij een jaar onterecht in het basisprogramma zat, waardoor hij minder uren buiten de cel mocht doorbrengen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:187 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2338 en C2024/2351
- Datum publicatie: 05-12-2024
- Datum uitspraak: 02-12-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:187
Klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat hij informatie die niet relevant is heeft opgenomen in de verwijsbrief voor een second opinion en een verwijsbrief naar de oogarts. Ook klaagt klaagster over de grond en de inhoud van de Veilig Thuis-melding die de huisarts heeft gedaan ten aanzien van klaagster. De huisarts heeft een melding gedaan bij Veilig Thuis omdat hij het vermoeden had dat het zoontje van klaagster opgroeide in een instabiele, onveilige opvoedingssituatie. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat de klacht over de schending van het beroepsgeheim in de verwijsbrieven gegrond is en dat de klacht over de melding bij Veilig Thuis ongegrond is, en legt aan de huisarts de maatregel van waarschuwing op. Klaagster en de huisarts zijn allebei afzonderlijk van elkaar in beroep gekomen tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de klacht over de verwijsbrieven ongegrond is en de klacht over de melding bij Veilig Thuis gedeeltelijk gegrond. Hiervoor acht het Centraal Tuchtcollege oplegging van de maatregel van waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2408
- Datum publicatie: 05-12-2024
- Datum uitspraak: 02-12-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:188
Klacht tegen huisarts. Klager was verwikkeld in een complexe echtscheiding waarvan de zoon, toen 14 jaar oud, veel last had. Verweerder is de huisarts van de zoon. Verweerder heeft in de periode van de echtscheiding, vanwege de thuissituatie en problemen op school, meerdere ondersteunende gesprekken met de zoon gevoerd. Tot eind 2021 was verweerder ook de huisarts van klager. Klager verwijt verweerder kort gezegd dat hij a) niet correct heeft gehandeld om ouderverstoting te stoppen en geen enkele poging heeft ondernomen om het contact tussen de zoon en hem te herstellen, b) de zoon zelfs heeft geadviseerd om het contact met hem niet te herstellen, c) een medische verklaring voor de zoon heeft geschreven, waarvan hij wist dat het gebruikt zou worden in een rechtszaak, en waardoor klager het gezag over zijn kinderen is ontnomen, d) de klacht van klager tegen verweerder bespreekt met de kinderen van klager, en e) zich niet op de hoogte stelt van de meest recente wetenschappelijke informatie over deze vorm van kindermishandeling. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager niet-ontvankelijk is in de klachtonderdelen c en e en dat de klacht in de overige onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager alsnog ontvankelijk in klachtonderdeel c en verklaart dat klachtonderdeel gegrond. Er wordt geen tuchtmaatregel opgelegd. Voor het overige wordt het beroep van klager verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:189 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2464
- Datum publicatie: 05-12-2024
- Datum uitspraak: 02-12-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:189
Klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster is in verband met buikpijnklachten door de huisarts verwezen naar de gynaecoloog voor een screenende echo. Bij deze echo werd geen duidelijke verklaring gevonden voor de pijn. Klaagster verwijt de gynaecoloog onder meer dat zij de rechter adnex niet goed in beeld heeft gebracht en dat ze geen aanvullend onderzoek heeft gedaan of geadviseerd aan de huisarts. Bij vervolgonderzoek door een andere arts bleek dat sprake was van een actinomyces ontsteking, waarvoor klaagster een langdurige behandeling met medicatie moest ondergaan. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:190 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2485
- Datum publicatie: 05-12-2024
- Datum uitspraak: 02-12-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:190
Klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster is langdurig arbeidsongeschikt en heeft in een procedure een expertiserapport ingebracht. De verzekeringsarts is gevraagd om te beoordelen of het door klaagster ingebrachte expertiserapport nieuwe feiten en omstandigheden bevatte die aanleiding konden zijn om te komen tot een andere beoordeling van de klachten en de inzetbaarheid van klaagster. Klaagster meent dat de beoordeling door de verzekeringsarts onjuist en onvolledig is en dat hij in redelijkheid niet tot de conclusie kon komen dat het expertiserapport geen nieuwe gezichtspunten oplevert. Verder verwijt klaagster de verzekeringsarts dat hij niet op juiste wijze invulling geeft aan het correctierecht. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:191 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2483
- Datum publicatie: 05-12-2024
- Datum uitspraak: 27-11-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:191
Klacht tegen huisarts. Klager heeft zich met klachten bij de huisarts gemeld, eerst telefonisch en daarna op het spreekuur. Klager klaagt over de wijze waarop de huisarts hem heeft onderzocht en over de dosering van de antibiotica die de huisarts vervolgens heeft voorgeschreven. Klager verwijt de huisarts daarnaast dat zij niet heeft gereageerd op een e-mailbericht van hem. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep tegen die beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:192 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2519
- Datum publicatie: 11-12-2024
- Datum uitspraak: 11-12-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:192
Klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klaagster verwijt de verpleegkundig specialist dat zij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door op basis van onvolledige informatie de conclusie te trekken dat klaagsters borst op korte termijn geamputeerd moest worden en dat zij klaagster geen uitleg heeft gegeven over andere mogelijkheden, die er achteraf wel bleken te zijn. Klaagster klaagt ook over de wijze waarop de verpleegkundig specialist haar te woord heeft gestaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:193 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2498
- Datum publicatie: 16-12-2024
- Datum uitspraak: 02-12-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:193
De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep, omdat zij het griffierecht niet tijdig heeft voldaan. Klaagster is van deze beslissing in verzet gekomen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het verzet ongegrond, omdat de argumenten voor de termijnoverschrijding onvoldoende steekhoudend zijn om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:194 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1741
- Datum publicatie: 16-12-2024
- Datum uitspraak: 16-12-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:194
Klager verwijt de huisarts het voorschrijven van tramadol. Volgens klager zou deze medicatie, al dan niet in combinatie met andere medicatie, schadelijk zijn geweest voor zijn gezondheid. In eerste aanleg is klager bij voorzittersbeslissing niet-ontvankelijk verklaard in de klacht. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager ontvankelijk in de klacht en verklaart de klacht vervolgens ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:195 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1813
- Datum publicatie: 16-12-2024
- Datum uitspraak: 16-12-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:195
Klacht tegen een radioloog. Bij klaagster is begin 2014 een tumor in de hals ontdekt. Gedacht werd aan een schwannoom, een zeldzame, goedaardige tumor die groeit vanuit een zenuw buiten het ruggenmerg, een perifere zenuw. Tot en met 2016 werd jaarlijks en daarna elke twee jaar een MRI-scan gemaakt. Klaagster verwijt de radioloog dat hij de MRI-scan die is gemaakt in 2016 onjuist heeft geïnterpreteerd. Klaagster voert hiertoe aan dat de groei van de tumor niet is opgemerkt en de neuroloog van onjuiste informatie is voorzien. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege heeft een deskundige geraadpleegd die een rapportage heeft ingebracht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.Klacht tegen een radioloog. Bij klaagster is begin 2014 een tumor in de hals ontdekt. Gedacht werd aan een schwannoom, een zeldzame, goedaardige tumor die groeit vanuit een zenuw buiten het ruggenmerg, een perifere zenuw. Tot en met 2016 werd jaarlijks en daarna elke twee jaar een MRI-scan gemaakt. Klaagster verwijt de radioloog dat hij de MRI-scan die is gemaakt in 2016 onjuist heeft geïnterpreteerd. Klaagster voert hiertoe aan dat de groei van de tumor niet is opgemerkt en de neuroloog van onjuiste informatie is voorzien. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege heeft een deskundige geraadpleegd die een rapportage heeft ingebracht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:196 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2322
- Datum publicatie: 16-12-2024
- Datum uitspraak: 16-12-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:196
Klacht tegen een arts in opleiding tot huisarts. Klager is de ex-echtgenoot van een patiënte die ingeschreven stond in de praktijk waar de arts werkzaam was. De arts heeft na een consult met patiënte bij Veilig Thuis een melding gedaan van huiselijk geweld. Klager verwijt de arts dat deze melding ongefundeerd was en dat zij het stappenplan van de KNMG-Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling 2018 niet volledig en juist heeft gevolgd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege is – anders dan het Regionaal Tuchtcollege – van oordeel dat de arts in dit geval de stappen uit de Meldcode niet voldoende zorgvuldig heeft doorlopen en de melding bij Veilig Thuis niet met de vereiste zorgvuldig heeft voorbereid. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gegrond en ziet aanleiding om overeenkomstig art. 69, vierde lid, Wet BIG af te zien van het opleggen van een maatregel.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:197 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2330
- Datum publicatie: 16-12-2024
- Datum uitspraak: 16-12-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:197
Klacht tegen een verloskundige. Aan de ex-partner van klager is door de praktijk waarin de verloskundige werkzaam was zorg verleend. De verloskundige heeft aan de ex-partner van klager op haar verzoek informatie uit haar eigen medisch dossier verstrekt. Volgens klager heeft de verloskundige daarmee onjuist gehandeld, omdat zij zich met een geneeskundige verklaring heeft gemengd in een lopende echtscheiding en zij de valse beschuldigingen van zijn ex‑partner klakkeloos heeft overgenomen. De verloskundige heeft de aantekeningen in het dossier volgens klager zo gemaakt dat de advocaat van zijn ex-partner deze als extra bewijs zou kunnen gebruiken in de echtscheiding. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:198 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2332
- Datum publicatie: 16-12-2024
- Datum uitspraak: 16-12-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:198
Klacht tegen een gynaecoloog. De gynaecoloog heeft klaagster behandeld voor een missed abortion. Klaagster is -samengevat- niet tevreden over de behandeling en over de voorlichting die zij van de gynaecoloog heeft gekregen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:199 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2425
- Datum publicatie: 17-12-2024
- Datum uitspraak: 27-11-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:199
Klacht tegen een huisarts. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat onvoldoende duidelijk is wat klaagster de huisarts verwijt. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de klacht wel voldoende duidelijk is. Klaagster verzocht de huisarts om een verwijzing voor Mond-Kaak-Aangezichtschirurgie. Klaagster verwijt de huisarts dat hij een verkeerde verwijsbrief heeft gemaakt. Het Centraal Tuchtcollege doet de zaak zelf af en verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:200 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2428
- Datum publicatie: 06-01-2025
- Datum uitspraak: 23-12-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:200
Klacht van een dochter van een patiënt met vasculair parkinsonisme tegen een verpleegkundig specialist chronische zorg bij somatische aandoeningen. De patiënt verbleef sinds september 2023 in de woonzorginstelling waar de verpleegkundig specialist als zodanig werkte. Klaagster verwijt de verpleegkundig specialist dat zij onzorgvuldig is geweest bij het bepalen en voeren van het medicatiebeleid en dat zij de effecten van dit beleid bij patiënt onvoldoende heeft gemonitord. Verder verwijt klaagster de verpleegkundig specialist dat zij onzorgvuldig heeft gecommuniceerd over het medicatiebeleid. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagstertegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.