Zoekresultaten 51-100 van de 3064 resultaten

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:51 Accountantskamer Zwolle 24/3743 Wtra AK

    Ongegronde klacht. Betrokkene heeft de jaarrekeningen 2019, 2020, 2021 en 2022 van een vennootschap samengesteld. In de jaarrekening 2022 is foutherstel toegepast in de vergelijkende cijfers 2021. Daarnaast heeft het accountantskantoor administratieve diensten verleend aan deze vennootschap. De vennootschap is in 2024 op eigen verzoek failliet verklaard. Klagers maken betrokkene een 32-tal verwijten. Klagers verwijten hem onder andere dat hij de samenstellingsopdracht niet had mogen aanvaarden, dat hij klagers niet juist heeft geadviseerd, dat de jaarrekeningen fouten bevatten en dat hij de (mogelijke) discontinuïteit van de vennootschap niet onder de aandacht van de directie heeft gebracht. De Accountantskamer verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:52 Accountantskamer Zwolle 24/4054 Wtra AK

    Klacht tegen externe accountant die de jaarrekeningen van klagers, beleggingsmaatschappijen, over de jaren 2013 tot en met 2019 heeft gecontroleerd en voorzien van goedkeurende controleverklaringen. Klagers menen dat zij in die periode de dupe zijn geworden van fraude, die werd gepleegd door haar voormalig bestuurder en directeur samen met een projectontwikkelaar in Costa Rica. Volgens klagers heeft betrokkene de jaarrekeningen telkens ten onrechte goedgekeurd. De klacht is geheel gegrond. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling op voor de duur van zes maanden.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:53 Accountantskamer Zwolle 24/4284 Wtra AK

    Gegronde klacht. De Accountantskamer legt de maatregel van berisping op. Betrokkene heeft in 2022 en 2023 meerdere conceptjaarrekeningen 2020 van een holding samengesteld en de aangifte vennootschapsbelasting (vpb) 2020 verzorgd, nadat de directeur-grootaandeelhouder (dga) van de holding in 2022 was overleden. Deze holding had een 1/3e belang in twee werkmaatschappijen. Twee andere holdings hadden daarin elk ook een 1/3e belang. Betrokkene was de accountant van de drie holdings en de twee werkmaatschappijen. Tussen de erfgenamen van de dga en de aandeelhouders van de andere twee holdings is een conflict ontstaan inzake de waardering van de aandelen van de holding van de dga in één van de werkmaatschappijen. De klacht betreft onder meer de door betrokkene samengestelde conceptjaarrekeningen 2020 van de holding, de aangifte vpb 2020, de boeking van vier betalingen en de overdracht van het dossier aan de opvolgers van betrokkene. De Accountantskamer verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, omdat betrokkene het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid heeft geschonden. Het verwijt dat hij ook andere fundamentele beginselen heeft geschonden is ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:54 Accountantskamer Zwolle 24/4216 Wtra AK

    Ongegronde klacht. Betrokkene heeft een goedkeurende controleverklaring afgegeven bij de jaarrekening 2023 van een pensioenfonds. Volgens klagers geeft de jaarrekening geen getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van het pensioenfonds. De Accountantskamer verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:55 Accountantskamer Zwolle 24/3901 Wtra AK

    Klacht tegen accountant over een onderzoeksrapport dat in opdracht van investeerder is opgesteld naar de besteding van verstrekte leningen door de onderneming van klager.Dat rapport is verstrekt aan het Openbaar Ministerie waarna een strafrechtelijk onderzoek tegen klager is ingesteld. Volgens klager is het onderzoeksrapport onjuist en misleidend, heeft de accountant geen controle uitgevoerd op de juistheid van de financiële gegevens en was de opdrachtaanvaarding niet volgens de regels. Klacht ongegrond: de accountant had geen leidende rol en verantwoordelijkheid voor het onderzoek, heeft de rapportage niet opgesteld en is niet de eindverantwoordelijke accountant.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:56 Accountantskamer Zwolle 24/3768 Wtra AK

    Klagers in deze zaak zijn twee advocaten en de besloten vennootschap (B.V.) waarbinnen zij hun onderneming uitoefenen. De advocaten, die aanvankelijk werkzaam waren binnen een maatschap, hebben besloten om hun onderneming als B.V. voort te zetten. Betrokkene zou de financiële administratie van de onderneming verzorgen en fiscale werkzaamheden verrichten. Klagers menen dat betrokkene verzuimd heeft om tijdig aangifte inkomstenbelasting (IB) te doen. Ook menen zij dat betrokkene ten onrechte stukken heeft achtergehouden nadat de opdracht was beëindigd. De klacht is ongegrond. Betrokkene heeft voldoende onderbouwd dat er te veel onzekerheden waren om vóór 1 mei 2023 en 1 mei 2024 de (voorlopige) aangiften IB over het voorgaande jaar in te kunnen dienen. Er waren op dat moment onvoldoende financiële gegevens beschikbaar om op verantwoorde wijze die aangiften op te stellen en in te dienen. Een deugdelijke schatting van de inkomsten was op dat moment dan ook niet mogelijk. Betrokkene heeft de afgifte van de door klagers gevraagde stukken mogen weigeren. Hij heeft enkel stukken achtergehouden die door hem zijn vervaardigd en bewerkt. Klagers hadden facturen niet betaald en betrokkene had kosten gemaakt in verband met het vervaardigen van deze stukken.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:57 Accountantskamer Zwolle 24/4273 Wtra AK 24/4274 Wtra AK

    Gedeeltelijk gegronde klacht. Betrokkenen krijgen de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden opgelegd. Betrokkenen hebben in opdracht van zeven gemeenten een zorgfraudeonderzoek ingesteld en daarover gerapporteerd. Dat rapport, door hen een rapport van feitelijke bevindingen genoemd, heeft geleid tot beslaglegging en een civielrechtelijke procedure. De zorgverleenster, die in deze klacht als klaagster optreedt en tegen wie het onderzoek zich richtte, stelt onder meer dat het rapport geen rapport van feitelijke bevindingen is maar een persoonsgericht onderzoek, dat betrokkenen niet de juiste deskundigen hebben ingeschakeld om een onderzoek te verrichten en onvoldoende hoor en wederhoor hebben toegepast en dat het rapport een deugdelijke grondslag mist. De Accountantskamer verklaart de klacht grotendeels gegrond. Betrokkenen hebben in ernstige mate de fundamentele beginselen geschonden en hebben geen maatregelen genomen toen zij eenmaal wisten of behoorden te weten dat hun onderzoek en rapport niet voldeden.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:58 Accountantskamer Zwolle 25/166 Wtra AK

    Kantoortoetsing. Klaagster heeft, na twee reguliere toetsingen, een hertoetsing van het accountantskantoor van betrokkene uitgevoerd. Klaagster stelt dat diverse tekortkomingen zijn geconstateerd in de opzet en werking van het kwaliteitssysteem, op zowel stelsel- als dossierniveau. Betrokkene erkent dit maar wijst erop dat hij inmiddels actie heeft ondernomen teneinde “het stelsel in opzet te verbeteren, de kwaliteit van de werking daarvan te verhogen en daarmee de goede beroepsuitoefening te borgen”. De klacht is gegrond, omdat betrokkene als kwaliteitsbepaler er niet voor heeft gezorgd dat het kwaliteitssysteem een redelijke mate van zekerheid geeft dat NVKS-opdrachten worden uitgevoerd conform de geldende wet- en regelgeving. Betrokkene krijgt de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden opgelegd. De Accountantskamer heeft bij het bepalen van de maatregel meegewogen dat zij het vertrouwen heeft dat betrokkene zijn best doet om te (blijven) voldoen aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Dit vertrouwen wordt versterkt door het gegeven dat het accountantskantoor inmiddels vier tekeningsbevoegde accountants heeft en dat betrokkene geen vrijwillige controles meer zal verrichten.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:59 Accountantskamer Zwolle 25/587 Wtra AK

    Gegronde klacht. Betrokkene krijgt maatregel van de tijdelijke doorhaling voor de duur van één jaar opgelegd. Kantoortoetsing. Betrokkene heeft een accountantskantoor. Klaagster heeft, na een reguliere kantoortoetsing, een hertoetsing uitgevoerd. De vier getoetste dossiers zijn onvoldoende bevonden. Daaruit blijkt volgens klaagster dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing in opzet en werking niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Ook meent klaagster dat de verplichte jaarlijkse evaluatie van de kwaliteitsambitie en de wijze waarop gewaarborgd is dat accountantsopdrachten conform wet- en regelgeving worden uitgevoerd, niet voldoet. De Accountantskamer is van oordeel dat de klacht grotendeels gegrond is. In de vier dossiers zijn tekortkomingen geconstateerd nadat (de derde versie van) het verbeterplan van betrokkene onder voorwaarden was goedgekeurd.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:6 Accountantskamer Zwolle 24/2415 Wtra AK

    Betrokkene heeft voldoende gegevens aan klagers verstrekt en doet geen (onterecht) beroep op zijn retentierecht. Het tweede klachtonderdeel heeft betrekking op de werkzaamheden die betrokkene heeft verricht in het kader van de overname van het bedrijf van klagers door de zoon van klager. De Accountantskamer vindt dat klagers niet aannemelijk hebben gemaakt dat betrokkene de regie had (die lag bij een daarin gespecialiseerd bedrijf, dat door de zoon van klagers was ingeschakeld) of anderszins tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht is geheel ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:60 Accountantskamer Zwolle 24/4266 Wtra AK 25/1501 Wtra AK

    Klacht over het handelen van betrokkene in zijn nevenfunctie als lid c.q. voorzitter van een toezichthoudend orgaan van een stichting. Klager meent dat betrokkene in die rol niet in het algemeen belang heeft gehandeld noch in het belang van de stichting en daarmee als accountant is tekortgeschoten in de uitoefening van deze functie. De Accountantskamer verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk omdat de gedragingen waarover wordt geklaagd meer dan tien jaar voor de datum waarop de klacht is ingediend hebben plaatsgevonden. De klacht is voor het overige ongegrond. Niet gebleken is dat betrokkene heeft gehandeld in strijd met enig fundamenteel beginsel.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:61 Accountantskamer Zwolle 24/2784 Wtra AK 24/3919 Wtra AK

    Ongegronde klacht. Klaagster verhuurde aan een ondernemer 10 visstekken aan een recreatieplas. De ondernemer stelt dat klaagster haar verplichtingen uit de huurovereenkomst niet is nagekomen waardoor hij schade heeft geleden. In opdracht van de ondernemer heeft betrokkene de schade begroot. Volgens klaagster heeft betrokkene daarbij niet zorgvuldig gehandeld, onder meer omdat hij geen hoor en wederhoor heeft toegepast. De Accountantskamer oordeelt dat klaagster gelet op het gevoerde verweer en de overgelegde rapporten niet aannemelijk heeft gemaakt dat betrokkene bij het opstellen van zijn schaderapporten steken heeft laten vallen of anderszins tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:62 Accountantskamer Zwolle 25/2135 Wtra AK

    Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat betrokkene ten tijde van de verweten gedragingen niet als registeraccountant of accountant-administratieconsulent in het NBA-register stond ingeschreven.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:63 Accountantskamer Zwolle 25/2325 Wtra AK

    Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat de klachtonderdelen in de onderhavige procedure zien op klachtonderdelen die reeds onderwerp van geschil zijn geweest in de eerdere procedure bij de Accountantskamer of zodanig onderling zijn verweven met de klachten en feiten die in die eerdere procedure aan de Accountantskamer zijn voorgelegd dat deze klachten, gelet op het ne bis in idem beginsel, niet nogmaals het voorwerp van berechting kunnen vormen.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:64 Accountantskamer Zwolle 25/1778 Wtra AK

    Voorzittersbeslissing, de klacht is kennelijk ongegrond. De voorzitter is van oordeel dat sprake is van een klacht over nagenoeg dezelfde feiten als waarover de Accountantskamer al eerder heeft geoordeeld, dat de tuchtklacht niet los kan worden gezien van het verdiepte geschil tussen klager en een derde en dat de argumenten die klager brengen tot zijn standpunt dat sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden te licht zijn om gewicht in de schaal te leggen. De betrokken accountant handelt niet verwijtbaar met zijn beroep om de klacht vereenvoudigd af te doen met een voorzittersbeslissing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:65 Accountantskamer Zwolle 25/1520 Wtra AK 25/1521 Wtra AK

    voorzittersbeslissing, de klacht tegen twee accountants is onvoldoende concreet en niet feitelijke onderbouwd. Daarom verklaart de voorzitter de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:66 Accountantskamer Zwolle 25/1086 Wtra AK

    Ongegrond is de klacht dat betrokkene niets heeft gedaan met een bepaald verzoek van klager. Betrokkene valt daarvan geen persoonlijk tuchtrechtelijk verwijt te maken, omdat hij ten tijde van het verzoek langdurig in het ziekenhuis was opgenomen en zijn praktijk werd waargenomen. De klacht over het voeren van de accountantstitel is niet-ontvankelijk, omdat het gaat om een (beweerd) handelen nadat betrokkene was uitgeschreven als accountant.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:67 Accountantskamer Zwolle 24/4366 Wtra AK 24/4368 Wtra AK

    Uitspraak tegen twee accountants. De ene accountant heeft adviesdiensten verleend in relatie tot de overname van een onderneming binnen een familieverband (ouders aan zoon). Op deze adviesdiensten is Standaard 5500N van toepassing. Een voorgeschreven schriftelijke opdrachtbevestiging ontbreekt. In zoverre is de klacht gegrond. De andere verwijten, die in de kern erop neerkomen dat de accountant niet objectief is geweest en onzorgvuldig heeft gehandeld, zijn ongegrond. De klacht tegen zijn opvolger, de andere accountant is ongegrond. Deze was niet verplicht om een onderzoek in te stellen naar het handelen en nalaten van zijn voormalige collega. Het beroep van de andere accountant op geheimhouding jegens de voormalig bestuurder van de vennootschap berust op een aanvaardbare grond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:68 Accountantskamer Zwolle 25/2046 Wtra AK

    Kennelijk ongegronde klacht. De voorzitter overweegt dat het gelet op het gemotiveerde verweer van betrokkene op de weg van klager lag om zijn verwijten nader te onderbouwen. Klager heeft dat niet gedaan, ondanks dat hij daarvoor wel de gelegenheid heeft gehad. Klager mocht immers een schriftelijke repliek indienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Omdat een nadere onderbouwing ontbreekt, moet worden geoordeeld dat klager niet aannemelijk heeft gemaakt dat betrokkene tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:69 Accountantskamer Zwolle 25/262 Wtra AK

    Betrokkene heeft bij een interne auditfunctie van een buitenlandse overheid een externe evaluatie uitgevoerd in lijn met de IIA Standaarden. Betrokkene heeft in zijn rapport naar aanleiding van deze ‘quality assurance review’ geconcludeerd dat de interne auditfunctie voldoet aan de IIA Standaarden waarbij de kwalificatie ‘generally conforms’ is gegeven. Hierbij heeft betrokkene vermeld dat de interne auditfunctie deze kwalificatie voor de komende vijf jaar mag gebruiken onder de voorwaarde dat de interne evaluaties de algemene naleving van de IIA Standaarden en de gedragscode van het IIA blijven bevestigen. Volgens klager heeft het rapport geen deugdelijke grondslag. De Accountantskamer verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:7 Accountantskamer Zwolle 24/2884 Wtra AK

    Gedeeltelijk gronde klacht, betrokkene krijgt de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klager is betrokken in een civielrechtelijk geschil. Hij is in de procedure bij de rechtbank met zijn tegenpartij overeengekomen dat een bindend advies zal worden gevraagd. Daartoe is een opdracht aan betrokkene verstrekt. Betrokkene heeft een bindend advies in de vorm van een memo uitgebracht. De verwijten van klager gaan over de totstandkoming en de inhoud van het memo. Vanwege de aard van het memo, een bindend advies, vindt een terughoudende toetsing door de Accountantskamer plaats. De klacht is gedeeltelijk gegrond want betrokkene is op twee punten tekortgeschoten en heeft het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid geschonden.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:70 Accountantskamer Zwolle 24/3896 Wtra AK 25/1199 Wtra AK

    Betrokkene mag stukken waarop het verschoningsrecht van klager rust en die klager in eerdere klachten aan de Accountantskamer en betrokkene heeft overgelegd, gebruiken bij zijn verdediging tegen nieuwe klachten van klager.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:71 Accountantskamer Zwolle 25/207 Wtra AK

    Ongegrond klacht over een partijdeskundigenbericht in een civiele procedure. De verkoper heeft betrokkene de opdracht gegeven in een partijdeskundigenbericht de EBITDA te berekenen. Betrokkene heeft een eerste versie van het partijdeskundigenbericht uitgebracht. Klaagster is van mening dat betrokkene bij het opstellen van het partijdeskundigenbericht in strijd heeft gehandeld met alle fundamentele beginselen. Betrokkene zou zich hebben gebaseerd op discutabele aannames en een misleidende voorstelling van zaken hebben gegeven. Ook wekt betrokkene volgens klaagster met haar bericht ten onrechte de schijn van assurance. Klaagster gaat in haar klacht er echter aan voorbij dat het partijdeskundigenbericht slechts een concept betreft en dat betrokkene klaagster in de gelegenheid heeft gesteld – in het kader van hoor/wederhoor – erop te reageren. Betrokkene heeft zich deels moeten baseren op onvolledige informatie omdat niet alle documentatie beschikbaar was gesteld en heeft in verband daarmee voorbehouden geformuleerd en zich bediend van onderbouwde aannames. De hoor/wederhoor-fase diende er juist toe om klaagster de gelegenheid te geven om de juistheid van de aannames te bevestigen dan wel ter discussie te stellen.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:72 Accountantskamer Zwolle 25/64 Wtra AK

    Betrokkene heeft de aangiften inkomstenbelasting (IB) voor klaagster verzorgd. Klaagster verwijt betrokkene dat hij geen bezwaar heeft gemaakt tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting, dat hij de IB-aangiften 2016 en 2017 eerder had moeten indienen en dat hij de privacy van klaagster heeft geschonden. De Accountantskamer verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:73 Accountantskamer Zwolle 25/831 Wtra AK

    Gegronde klacht na een kantoorhertoetsing; tijdelijke doorhaling twaalf maanden. Het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van het accountantskantoor van betrokkene voldoet in opzet en werking nog altijd niet aan de daaraan te stellen eisen. Ook de verplichte jaarlijkse evaluatie van de kwaliteitsambitie en de wijze waarop gewaarborgd is dat accountantsopdrachten conform wet- en regelgeving worden uitgevoerd, was onvoldoende.

  • Kennelijk ongegronde klacht. Accountants kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor het handelen van een belastingadviseur en een advocaat. Zij zijn onderworpen aan eigen tuchtrecht.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:75 Accountantskamer Zwolle 25/55 Wtra AK

    De tuchtrechtspraak is erop gericht dat in het algemeen belang een optimaal functioneren van de accountant wordt verzekerd door in individuele gevallen tegen inbreuken op wettelijke bepalingen en de beroepsethiek op te treden. In het accountantstuchtrecht geldt als uitgangspunt dat wanneer een tuchtprocedure definitief is geëindigd door een intrekking van de klacht, dat op zichzelf de mogelijkheid niet afsnijdt om een nieuwe klacht in te dienen over handelen of nalaten waarover eerder is geklaagd. Voor een inhoudelijke beoordeling van een opnieuw ingediende klacht is geen plaats, indien de klager daarmee misbruik maakt van zijn bevoegdheid tot klagen. Daarvan is hier sprake.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:8 Accountantskamer Zwolle 24/2621 Wtra AK

    Ongegronde klacht. Betrokkene is als CFO werkzaam bij een vennootschap waarvan de aandelen door een derde van klaagster zijn gekocht. Tussen deze derde als koper en klaagster als verkoper van de aandelen is een meningsverschil ontstaan. Dat gaat onder meer over de voorraad grondstoffen bij de vennootschap waarvan de aandelen zijn verkocht. Volgens de koper is de werkelijke voorraad grondstoffen aanzienlijk lager dan de geadministreerde voorraad. De verschillen lopen volgens de koper in de miljoenen. Betrokkene heeft een (voortgezet) onderzoek gedaan naar de verschillen en heeft daarover een memorandum geschreven. Tussen de koper en de vennootschap als eisers en klaagster als gedaagde is een gerechtelijke procedure gestart die mede is gebaseerd op het memorandum van betrokkene. Dit memorandum schiet volgens klaagster in meerdere opzichten tekort. De Accountantskamer wijst de klacht af, vooral omdat klaagster haar klacht niet op het correcte toetsingskader heeft gebaseerd. Bij toepassing van het wel correcte toetsingskader (kort gezegd: het memorandum is een standpunt in een civielrechtelijk geschil) heeft betrokkene niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld of nagelaten.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:9 Accountantskamer Zwolle 24/2571 Wtra AK

    Klaagster heeft, na een eerdere kantoortoetsing, een hertoetsing uitgevoerd. De drie gecontroleerde dossiers zijn onvoldoende bevonden. Deze tekortkomingen zijn nauwelijks weersproken. Daaruit blijkt volgens de Accountantskamer dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing nog altijd onvoldoende is. Ook de verplichte jaarlijkse evaluatie van de kwaliteitsambitie en de wijze waarop gewaarborgd is dat accountantsopdrachten conform wet- en regelgeving worden uitgevoerd is met onvoldoende diepgang en deskundigheid verricht. De klacht is gegrond. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden op.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:1 Accountantskamer Zwolle 25/1880 Wtra AK

    Ongegronde klacht. Volgens klaagster heeft betrokkene vertrouwelijke gegevens gedeeld met een derde partij. Maar betrokkene heeft dat gemotiveerd betwist. De Accountantskamer is van oordeel dat klaagster er niet in is geslaagd de verweten gedraging aannemelijk te maken.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:2 Accountantskamer Zwolle 25/1104 Wtra AK

    Klacht tegen accountant in relatie tot een geschil tussen klaagster en haar ex-echtgenoot. Klacht is ongegrond omdat de verweten gedragingen door een fiscalist, verbonden aan het kantoor van de accountant, zijn gedaan en de fiscalist valt onder eigen tuchtrecht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:116 Raad van Discipline Amsterdam 24-117/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in beide onderdelen ongegrond. Er bestond voor verweerster in de gegeven omstandigheden voldoende aanleiding om klager in zijn hoedanigheid van bestuurder van de BV aan te spreken op zijn handelen en zij heeft met het aankondigen van een klacht tegen hem naar het oordeel van de raad de belangen van klager niet onevenredig geschaad. Dat klager het niet eens was met de door verweerster gebruikte bewoordingen, betekent niet dat verweerster de grenzen van de haar als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid heeft overschreden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:178 Raad van Discipline Amsterdam 24-451/A/A

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de advocaat wederpartij; Van schending van gedragsregel 15 is geen sprake. Daarbij kan in het midden blijven of verweerder klaagster en de wederpartij van klaagster tegelijkertijd heeft bijgestaan in een geschil waarbij zij een tegengesteld belang hadden, omdat de in lid vier van de gedragsregel bedoelde uitzondering zich voordoet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:179 Raad van Discipline Amsterdam 24-248/A/A

    Raadsbeslissing; Klacht tegen de advocaat van de wederpartij ongegrond. Verweerder heeft een tijdslijn gehanteerd met data en tijden die aantoonbaar niet kloppen. Verweerder heeft zijn stellingen niet gecorrigeerd. Verweerder heeft daarmee feitelijke onjuistheden verkondigd. Dit betekent echter niet per definitie dat verweerder ook meteen een tuchtrechtelijk verwijt valt te maken. De raad weegt daarin mee dat verweerder de feitelijke onjuistheden slechts heeft verkondigd in onderlinge correspondentie tussen hem en klager, en dat deze stellingen niet als zodanig in een procedure zijn gebruikt of ten overstaan van een rechter zijn verkondigd. Het gedrag van verweerder acht de raad slordig en niet correct, maar niet van zodanig gewicht dat dit tot het niveau komt van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:180 Raad van Discipline Amsterdam 24-298/A/A

    Raadsbeslissing; Klacht tegen de advocaat van de wederpartij gedeeltelijk gegrond. Oplegging waarschuwing. Verweerster heeft namens haar cliënte stukken ingediend, zonder deze gelijktijdig aan klager te sturen. Verweerster wist niet of klager op het moment van het indienen van de stukken een advocaat had. Verweerster heeft getracht dit nog tijdig te achterhalen, door klager een e-mail te sturen met de vraag of hij een advocaat had. Het enkele feit dat verweerster deze e-mail heeft gestuurd is in dat opzicht echter onvoldoende. In een situatie waarin snel gehandeld moet worden, zoals in aanloop naar een zitting, had verweerster meer zorgvuldigheid moeten betrachten. Verweerster had kunnen en moeten beseffen dat het zo kort voor de zitting voor klager méér van belang was om tijdig over de benodigde stukken te beschikken, dan dat zij zelf absolute zekerheid had over de bijstand van een advocaat. Naar het oordeel van de raad kan gezien het voorgaande aan verweerster in de specifieke omstandigheden van het geval een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt dat zij geen afschrift van de bij de rechtbank ingediende stukken aan klager heeft gezonden. Verweerster heeft verder een aangifte doorgestuurd, waaraan foto’s waren gehecht en waar commentaren aan waren toegevoegd. Uit de aangifte blijkt niet dat deze foto’s en commentaren onderdeel uitmaken van de oorspronkelijke aangifte. Er moet vanuit worden gegaan dat de aangifte in die zin is bewerkt. Verweerster heeft aangevoerd dat zij de aangifte van haar cliënte heeft ontvangen en deze sec heeft doorgestuurd. Daarmee gaat verweerster echter voorbij aan haar eigen verantwoordelijkheid als advocaat. Zeker in gevoelige familiezaken zoals de onderhavige waarin emoties hoog oplopen, mag van een advocaat een verhoogde zorgplicht en zorgvuldigheid worden verwacht over hoe met strafrechtelijke aangiftes moet worden omgegaan. Het doorsturen van een bewerkte en van foto’s voorziene aangifte past hier niet bij. Door de aangifte zonder nader onderzoek door te sturen, heeft verweerster haar zorgplicht geschonden. Verweerster had zich bewust moeten zijn van de potentiële impact van het doorsturen van de bewerkte aangifte en zorgvuldiger moeten handelen. Verweerster heeft daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:181 Raad van Discipline Amsterdam 24-436/A/A

    Raadsbeslissing; Klacht tegen de (voormalig) eigen advocaat gedeeltelijk gegrond. Schorsing voor de duur van zes weken. Verweerder heeft willens en wetens met klagers een op grond van artikel 7.7 Verordening op de Advocatuur (Voda) verboden prijsafspraak (no cure no pay) gemaakt en heeft op grond van deze afspraak getracht conservatoir beslag te leggen. De raad gaat voorbij aan de rechtvaardiging die verweerder tracht te geven aan de door hem gemaakte verboden prijsafspraak. De raad is verder van oordeel dat verweerder ernstig tekort is geschoten in de communicatie met klagers op de wijze hoe hij onderhandelingen namens hen heeft gevoerd. Verweerder heeft overleg gevoerd over een schikking met de advocaat van de wederpartij zonder klagers daarbij te betrekken. Uiteindelijk heeft verweerder ingestemd met een (veel) lager schikkingsbedrag dan klagers wenselijk vonden. Verweerder heeft klagers daarbij onder zodanige druk gezet om de schikking te accepteren dat hij ook op dit punt de grenzen van het tuchtrechtelijk toelaatbare heeft overschreden. Verweerder heeft ten slotte geen deugdelijke tijdregistratie bijgehouden. Dat verweerder achteraf alsnog een urenverantwoording heeft opgemaakt, maakt het voorheen niet bijhouden van de uren niet minder verwijtbaar. Bovendien blijkt verweerder in de achteraf opgemaakte urenverantwoording ook niet zorgvuldig te werk te zijn gegaan, zo blijkt onder meer uit de tussen partijen gevoerde procedures.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:182 Raad van Discipline Amsterdam 24-311/A/A

    Raadsbeslissing; Klager is niet-ontvankelijk in zijn verzet. Klacht te laat ingediend

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:183 Raad van Discipline Amsterdam 24-063/A/A

    Raadsbeslissing;. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door de eigen advocaat ongegrond. Dat verweerder niet aan alle wensen en verzoeken van klager heeft voldaan, betekent niet dat verweerders bijstand daarmee ondermaats is geweest. Verweerder heeft toegelicht welke keuzes hij bij de behandeling van de zaak van klager heeft gemaakt en het is de raad niet gebleken dat verweerder in verband daarmee op enige wijze tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:184 Raad van Discipline Amsterdam 24-305/A/A

    Raadsbeslissing. De stellingen van partijen staan lijnrecht tegenover elkaar en hun verklaringen lopen zeer uiteen. Of er tussen hen een telefonische afspraak is gemaakt of verweerder in zijn klacht onwaarheden zou hebben verkondigd, kan de raad daarom niet vaststellen. Het is de raad niet gebleken dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Ten aanzien van het verwijt van klaagster dat verweerder met twee petten op zou hebben gehandeld door als advocaat zowel voor de moeder als voor B op te treden, overweegt de raad dat dit klachtonderdeel niet-ontvankelijk is nu niet valt in te zien op welke wijze klaagster hierdoor rechtstreeks in haar belang zou zijn getroffen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:185 Raad van Discipline Amsterdam 24-306/A/A

    Raadsbeslissing. Voor de verwijten van klager dat verweerster de piketmelding onrechtmatig onder zich heeft gehouden én dat zij zich (met haar bezoek aan B) jegens B en zijn familie heeft gedragen alsof zij nog steeds de advocaat van B was, geldt dat het aan verweerster verweten handelen niet kan worden vastgesteld. Hiervoor lopen de stellingen en verklaringen van partijen te zeer uiteen en ter zitting is hierover evenmin duidelijkheid verkregen. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerster is de raad daarom niet gebleken. Gelet daarop wordt de klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:186 Raad van Discipline Amsterdam 24-279/A/NH

    Verzet. De raad verklaart het verzet niet-ontvankelijk gelet op de overschrijding van de in artikel 46 lid 1 Advocatenwet genoemde termijn. De raad ziet geen reden om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:187 Raad van Discipline Amsterdam 24-418/A/A

    Verzet. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:188 Raad van Discipline Amsterdam 24-667/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk van onvoldoende gewicht. De stelling van klaagster dat er tussen klaagster en verweerder (mondeling) zou zijn afgesproken dat het eerste gesprek gratis was, wordt door haar niet nader onderbouwd en door verweerder uitdrukkelijk betwist. Ook is niet gebleken dat verweerder bewust een onjuist kantooradres aan klaagster heeft verstrekt en evenmin is gebleken dat klaagster door het handelen van verweerder is geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:189 Raad van Discipline Amsterdam 24-688/A/A

    Voorzittersbeslissing; Klacht is niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de vervaltermijn neergelegd in artikel 46g, lid 1 aanhef en onder a Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:190 Raad van Discipline Amsterdam 24-704/A/A 24-705/A/A

    Voorzittersbeslissing; klachten over verweerders zijn gedeeltelijk niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de vervaltermijn en gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang of vanwege het ne bis in idem beginsel en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:191 Raad van Discipline Amsterdam 24-698/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet ontvankelijk gelet op de overschrijding van de in artikel 46g onder a eerste lid Advocatenwet genoemde termijn. De stelling van klaagster dat de gevolgen van het handelen van verweerder pas na ommekomst van drie jaren bekend zijn geworden, wordt door de voorzitter verworpen. Er is naar het oordeel van de voorzitter ook geen sprake van (zeer) bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar zou kunnen maken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:192 Raad van Discipline Amsterdam 24-706/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld richting klaagster en het is niet aan de tuchtrechter om te oordelen over een juridisch inhoudelijk geschil tussen partijen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:193 Raad van Discipline Amsterdam 24-356/A/A/D

    Dekenbezwaar. De deken verwijt verweerster dat zij herhaaldelijk niet of niet tijdig voldoet aan verzoeken van de deken om inlichtingen en dat verweerster met die opstelling de deken op onaanvaardbare wijze belemmert in haar toezichthoudende taak. Daarnaast wordt verweerster verweten dat zij tweemaal op een zitting van de raad inzake een tegen haar gericht 60b-verzoek, in strijd met de waarheid heeft verklaard. Voor het verwijt inzake het belemmeren van de deken in haar toezichthoudende taak is verweerster reeds op grond van het 60b-verzoek van de deken op 9 september 2024 door de raad voor onbepaalde tijd geschorst in de uitoefening van haar praktijk (de zaak met nummer 24-459/A/A). In de onderhavige zaak erkent verweerster dat zij met haar handelen en nalaten de deken in haar toezichthoudende taak belemmert. Dit bezwaaronderdeel wordt reeds daarom gegrond verklaard. Daarnaast stelt de raad vast dat verweerster, anders dan zij had verklaard, inderdaad zonder bericht afwezig is geweest bij een getuigenverhoor en dat zij tevens in strijd met de waarheid heeft verklaard dat zij al haar strafzaken had overgedragen aan een andere advocaat. Verweerster heeft zich nog beroepen op verdrietige persoonlijke omstandigheden, welke door de raad wel worden gezien maar naar het oordeel van de raad geen rechtvaardiging vormen voor het handelen van verweerster. Aan verweerster wordt daarom als maatregel een onvoorwaardelijke schorsing in de uitoefening van haar praktijk van zes weken opgelegd, welke ingaat nadat de schorsing op grond van het 60b-verzoek is geëindigd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:194 Raad van Discipline Amsterdam 24-261/A/A

    Raadsbeslissing; klacht tegen eigen advocaat. Klaagster stelt onder meer dat verweerster in een strafzaak een ondermaats verweer heeft gevoerd, dat verweerster haar ten onrechte heeft geadviseerd om niet op de zitting van de strafzaak aanwezig te zijn en dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door de verdediging van klaagster neer te leggen. Klaagster wordt daarin niet gevolgd. Uit de overgelegde stukken blijkt namelijk dat klaagster steeds heeft ingestemd met de in de strafzaak te volgen strategie, dat klaagster er uiteindelijk zelf voor heeft gekozen om niet op zitting aanwezig te zijn en dat verweerster de verdediging van klaagster pas heeft beëindigd nadat verweerster hoger beroep had ingesteld en dat verweerster klaagster er op heeft gewezen welke termijn er nog was voor het indienen van onderzoekwensen in het hoger beroep. De klacht wordt in al haar onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:195 Raad van Discipline Amsterdam 24-480/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening. De klacht heeft betrekking op de voortvarendheid van verweersters werk. De klacht is op één klachtonderdeel gegrond verklaard. Verweerster had de pleitnota zo kort voor de zitting aan klagers toegezonden dat de inhoud ervan niet meer besproken kon worden. Verweerster heeft meteen erkend dat dit niet goed is gegaan. De raad weegt dit mee in zijn oordeel. Ook heeft verweerster ter zitting aandacht gevraagd voor de werkdruk in de sociale advocatuur. En hoewel deze werkdruk niet ten koste van de cliënt mag gaan, heeft de raad wel begrip voor de druk waaronder verweerster als sociaal advocate klaarblijkelijk staat. Alles overwegende en in aanmerking nemende dat verweerster een schoon tuchtrechtelijk verleden heeft, ziet de raad aanleiding om af te zien van het opleggen van een maatregel.