Zoekresultaten 51-100 van de 4738 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8872
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 05-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:142
Kennelijk ongegronde klacht tegen oogarts. Er was geen sprake van een weigering van zorg door de oogarts, omdat het ziekenhuis klager steeds een afspraak bij een andere oogarts had aangeboden. Ook is het recht op vrije artsenkeuze niet geschonden, omdat dit geen verplichting voor een individuele arts inhoudt om iedere patiënt te behandelen. Voor zover de klacht betrekking heeft op het handelen van het ziekenhuis of de bestuurder, kan de oogarts daarvoor niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:186 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-022/DH/DH
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:186
Raadsbeslissing. Klacht over het omzeilen van gedragsregel 25 door de advocaat van de wederpartij. De door de cliënt ingeschakelde vertegenwoordiger kan niet worden aangemerkt als een hulppersoon van verweerster. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:72 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/774059 / DW RK 25/295 BB/SM
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 29-07-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:72
Beslissing op verzet. Niet ontvankelijk. Overschrijding verzettermijn.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:66 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/771058 DW RK 25/203 BB/SM
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 29-07-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:66
Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat zij verweer heeft gevoerd tegen de betalingssommaties, zonder dat daarop een reactie van de gerechtsdeurwaarder is gekomen. De gerechtsdeurwaarder heeft gemeend niet (steeds) op klaagsters correspondentie te hoeven reageren omdat klaagster bij het achterlaten van de stukken op het kantoor had moeten weten dat haar verweer in behandeling was genomen. De kamer overweegt daartoe dat de gerechtsdeurwaarder bij ontvangst van de stukken enkel heeft medegedeeld dat de stukken in ontvangst zijn genomen; zij vermeldt niet wat er vervolgens met de zaak zal gebeuren. Dit schiet tekort. Van de gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij klaagster op dat moment in elk geval informeert over de te verwachten vervolgstappen – zoals het voorleggen aan de opdrachtgever – en de daarmee gemoeide termijn.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-9247
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 05-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:137
Kennelijk ongegronde klacht tegen chirurg. Plaatsen drie rubberbandligaties was conform richtlijnen. Chirurg heeft de pijnklachten van klager niet genegeerd en doorverwijzing was passend. Geen sprake van onheuse bejegening en/of niet serieus nemen klachten. HIV-status van klager was geen contra indicatie voor plaatsen rubberbandligaties.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:187 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-008/DH/RO
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:187
Raadsbeslissing. Klacht over het handelen van de broer c.q. executeur in de nalatenschap van de ouders. Klacht ziet op handelen in 2004. Klager was daarmee in ieder geval in 2017 redelijkerwijs bekend. Klacht is daarom niet binnen de termijn ingediend en daarom niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:67 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/777537 / DW RK 25/405 BB/SM
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 29-07-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:67
Klacht gegrond. Maatregel: berisping. Klaagster beklaagt zich er – in essentie – over dat de gerechtsdeurwaarder een bevel heeft gedaan waarvoor de executoriale grondslag ontbreekt. De kamer is van oordeel dat de gerechtsdeurwaarder een bevel heeft gedaan voor een bedrag waarvoor de executoriale grondslag niet aanwijsbaar is in de overgelegde titel en ook anderszins niet is aangetoond. Het tuchtrechtelijk verwijt is dat de gerechtsdeurwaarder de executie is gestart voor de betaling van een bedrag op basis van een titel waaruit die bevoegdheid niet navolgbaar volgt. Aldus heeft de gerechtsdeurwaarder verzuimd de marginale toets (juist) uit de voeren.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9248
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 05-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:138
Kennelijk ongegronde klacht tegen chirurg. Chirurg heeft klager geïnformeerd over de behandelopties en het te verwachten beloop na de behandeling. Plaatsen drie rubberbandligaties was conform richtlijnen. Controlemoment heeft plaatsgevonden en geen sprake van niet serieus nemen klachten. HIV-status van klager was geen contra indicatie voor plaatsen rubberbandligaties
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:193 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9595
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:193
Kennelijk ongegronde klacht tegen een radioloog. Bij klaagster is een tumor in de hals ontdekt. Klaagster heeft zich bij dit college en bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg op het standpunt gesteld dat de MRI-scans door verschillende radiologen op verschillende momenten niet juist zijn beoordeeld, waardoor er niet is gezien dat de tumor was gegroeid. Het college is met de radioloog van oordeel dat het openen van het dossier in 2018 nog niet betekent dat de toen gemaakte scan daadwerkelijk door hem is beoordeeld. Voor het college is leidend dat uit het medisch dossier blijkt dat de radioloog niet de verslaglegging heeft gedaan van de beoordeling van deze MRI-scan en ook niet als medebeoordelaar wordt genoemd in de verslagen. Zodoende concludeert het college dat de radioloog geen betrokkenheid heeft gehad bij de (uiteindelijke) beoordeling van de scan in 2018.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2026:3 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/85 2024/115
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 12-02-2026
- ECLI:NL:TDIVTC:2026:3
Hond. Dierenartsen wordt verweten met betrekking tot een hond te zijn tekortgeschoten in de diagnosestelling en dat ten onrechte een melding is gedaan bij de politie die heeft geleid tot inbeslagname en euthanasie, naast dat een second opinion is geweigerd. [Klachten ongegrond].
-
ECLI:NL:TDIVBC:2026:7 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2026/07 VBC 2026/08
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TDIVBC:2026:7
Klachten van een diereigenaar tegen twee dierenartsen over de behandeling van een hond. Klaagster kwam met de hond in de praktijk van de dierenartsen, waar geconstateerd werd dat de hond er zeer slecht aan toe was. De dierenartsen hebben in de omstandigheden aanleiding gezien de politie in te schakelen. De hond is vervolgens met toestemming van de officier van justitie in beslag genomen en hierna geëuthanaseerd. Klaagster maakt de dierenartsen verwijten over de diagnosestelling, het inschakelen van de politie en het weigeren van een second opinion. De klachten zijn in eerste aanleg ongegrond verklaard, klaagster heeft beroep ingesteld. Het Veterinair Beroepscollege ziet op basis van het onderzoek in beroep geen aanleiding om tot een andere beoordeling te komen dan het Veterinair Tuchtcollege en neemt de overwegingen van het Veterinair Tuchtcollege die hebben geleid tot de ongegrondverklaring van de klachten over. De beroepen worden verworpen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:252 Hof van Discipline 's Gravenhage 260057
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:252
Beroep bij het hof niet-ontvankelijk. De door appellante aangevoerde redenen leiden er niet toe dat de termijnoverschrijding als verschoonbaar kan worden aangemerkt. Het is de eigen keuze geweest van appellante om correspondentie van de deken en/of de raad niet te openen of niet daarop te reageren.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:194 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9596
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:194
Kennelijk ongegronde klacht tegen een radioloog. Bij klaagster is een tumor in de hals ontdekt. Klaagster heeft zich bij dit college en bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg op het standpunt gesteld dat de MRI-scans door verschillende radiologen op verschillende momenten niet juist zijn beoordeeld, waardoor er niet is gezien dat de tumor was gegroeid. Het college is met de radioloog van oordeel dat het openen van het dossier nog niet betekent dat de in 2016 gemaakte scan ook daadwerkelijk door haar is beoordeeld. Voor het college is leidend dat uit het medisch dossier blijkt dat de radioloog niet de verslaglegging heeft gedaan van de beoordeling van deze MRI-scan en ook niet als medebeoordelaar wordt genoemd in de verslagen. Zodoende concludeert het college dat de radioloog geen betrokkenheid heeft gehad bij de (uiteindelijke) beoordeling van de scan in 2016.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2026:5 Kamer voor het notariaat Amsterdam 778573 / NT RK 25/42
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TNORAMS:2026:5
Klagers stellen dat de notaris foutief zo niet frauduleus kosten bij klaagster heeft opgevoerd die niet voor haar rekening komen, namelijk Wwft-kosten, kantoorkosten en transactiekosten. (...) Klagers vermoeden dat de notaris veelvuldig van twee walletjes eet. Dat lijkt volgens hen op fraude. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard en heeft hiertoe als volgt overwogen. Nu de drie kosten(posten), waar de klacht betrekking op heeft, door de notaris van de uiteindelijke nota van afrekening zijn verwijderd, is het directe belang van klaagster weg. Daarbij merkt de kamer op dat de kandidaat-notaris de concept nota van afrekening tijdig aan klaagster heeft verzonden. (...) Bij deze stand van zaken heeft klaagster hooguit nog een indirect belang (waren de kosten terecht opgevoerd). Daarover zijn klaagster en de notaris het niet eens. De kamer volgt hierin de lijn van de notaris. Anders dan klaagster stelt, kan er ook bij een ‘kosten koper’ transactie sprake zijn van kosten die voor rekening van de verkoper komen. Dat is hier aan de orde. De controle van de persoon van verkoper en de overboeking van gelden aan haar zijn kosten die aan de persoon van verkoper zijn verbonden en derhalve voor haar rekening komen. De kantoorkosten kon de notaris, gezien artikel 7 van diens Algemene Voorwaarden, separaat in rekening brengen. De drie kosten(posten) zijn door de notaris dus in eerste instantie terecht in rekening gebracht bij klaagster.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2026:4 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/84
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 12-02-2026
- ECLI:NL:TDIVTC:2026:4
Parkiet.Dierenarts wordt verweten dat hij: 1. niet tijdig heeft gereageerd op de gezondheidsverslechtering van de parkiet van klager; 2. onvoldoende heeft gecommuniceerd over de mogelijke behandelopties; 3. onvoldoende onderzoek heeft verricht, 4. onvoldoende instructies heeft gegeven aan de assistentes over de verzorging; 5. een onjuiste behandeling / onjuiste medicatie heeft ingezet.[Klacht gegrond ten aanzien van de onderdelen 1, 3 en 4, volgt een waarschuwing. Overige klachten ongegrond]
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:177 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-399/DH/RO
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:177
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster mocht het standpunt van haar cliënte, dat klager zich schuldig maakte aan fraude, verdedigen. Uit de processtukken blijkt uit de context dat het een standpunt van haar cliënte betreft. Zij heeft niet onzorgvuldig gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:253 Hof van Discipline 's Gravenhage 260038
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:253
Verzet ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Uit de door klager overgelegde stukken leidt het hof af dat de klacht van klager over de deken nauw samenhangt met diens onvrede over het feit dat de deken heeft geweigerd om opnieuw een advocaat ten behoeve van klager aan te wijzen nadat de eerder bij beslissing van de deken van 23 januari 2026 ten behoeve van klager aangewezen advocaat een negatief procesadvies had verstrekt en de zaak daarom niet heeft aangenomen. Daarvan kan de deken echter geen verwijt worden gemaakt. Een deken is ook niet gehouden opnieuw een advocaat aan te wijzen als hij dat al heeft gedaan en de aangewezen advocaat niet aan al de wensen van een klager tegemoet komt (HvD 21 april 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:68). De voorziening van artikel 13 Advocatenwet is, anders dan klager lijkt te veronderstellen, geen absolute waarborg voor daadwerkelijke toegang tot de rechter.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:195 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8635
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:195
Kennelijk ongegronde klacht tegen een (basis)arts. De moeder van klaagster (patiënte) was opgenomen op de instelling waar de arts destijds als basisarts werkte. Op de dag van het ontslag uit de instelling is patiënte thuis overleden. Klaagster vindt dat de arts patiënte niet adequaat heeft behandeld en onvoldoende heeft gecommuniceerd. Het college oordeelt dat de arts zorgvuldig heeft gehandeld en kan niet vaststellen hoe de communicatie tussen klaagster en haar echtgenoot met de arts is geweest.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:178 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-440/DH/DH
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:178
Voorzittersbeslissing. Klacht over belangenverstrengeling. Klager is in 2015 cliënt geweest bij het kantoor van verweerder in verband met een echtscheiding. Verweerders treden nu op tegen twee vennootschappen waarvan klager bestuurder en aandeelhouder is geweest. Deze vennootschappen zijn nooit cliënt geweest van verweerders c.q. het kantoor, daarom is geen sprake van optreden tegen een (voormalig) cliënt. Zelfs als dat wel zo zou zijn, is voldaan aan de voorwaarden van gedragsregel 13 lid 3. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:254 Hof van Discipline 's Gravenhage 250107W
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:254
Afwijzing verzoek tot wraking. De samenstelling van de kamer wordt vanaf een week voor de zitting gepubliceerd op de website van het hof. Verzoeker had na raadpleging van de curricula vitae van de leden van de kamer zijn verzoek tot wraking behoren in te dienen. Nu verzoeker dit eerst tijdens de zitting heeft gedaan, is zijn wrakingsverzoek tardief. Het hof is niet gebleken dat de nevenfuncties van verweerders een indicatie voor partijdigheid of vooringenomenheid zouden kunnen zijn (Hof van Discipline, 8 december 2023, ECLI:NL:TAHVD:2023:223). De toelichting van verzoeker op de wrakingsgronden 1, 5 en 6 alsook het proces-verbaal van de zitting leveren volgens het hof ook overigens geen aanwijzingen op voor het oordeel dat verweerders ten opzichte van verzoeker vooringenomen waren, althans dat de bij verzoeker bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.Afwijzing verzoek tot wraking. De samenstelling van de kamer wordt vanaf een week voor de zitting gepubliceerd op de website van het hof. Verzoeker had na raadpleging van de curricula vitae van de leden van de kamer zijn verzoek tot wraking behoren in te dienen. Nu verzoeker dit eerst tijdens de zitting heeft gedaan, is zijn wrakingsverzoek tardief. Het hof is niet gebleken dat de nevenfuncties van verweerders een indicatie voor partijdigheid of vooringenomenheid zouden kunnen zijn (Hof van Discipline, 8 december 2023, ECLI:NL:TAHVD:2023:223). De toelichting van verzoeker op de wrakingsgronden 1, 5 en 6 alsook het proces-verbaal van de zitting leveren volgens het hof ook overigens geen aanwijzingen op voor het oordeel dat verweerders ten opzichte van verzoeker vooringenomen waren, althans dat de bij verzoeker bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:196 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9459
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:196
(Gedeeltelijk) kennelijk ongegronde klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klager klaagt namens zijn vader, die op basis van een rechterlijke machtiging (RM) op een gesloten afdeling verblijft. De arts heeft voor de verlening van die RM een medische verklaring afgegeven. Klager vindt dat die verklaring niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en dat de arts alleen heeft geluisterd naar de bewindvoerder van zijn vader, terwijl klager meent dat hijzelf als zoon de primaire gesprekspartner was. Het college oordeelt dat de arts zorgvuldig heeft gehandeld bij het afgeven van de medische verklaring. Ook merkt het college op dat de vader een mentor heeft (geen bewindvoerder) die de officiële gesprekspartner voor persoonlijke zaken rond de vader was.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:179 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-452/DH/RO
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:179
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verwijt is dat verweerder onrechtmatig en onzorgvuldig gebruik heeft gemaakt van klaagsters geheime woonadres. Verweerster mocht de gegevens opvragen bij de gemeente in verband met een te starten procedure. De gemeente had de gegevens niet mogen verstrekken, althans aan verweerster moeten melden dat die geheim waren. Voor verweerster was op geen enkele manier kenbaar dat klaagsters gegevens geheim waren. Verweerster kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:190 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8902
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:190
Gegronde klacht tegen gz-psycholoog. Klager en de gz-psycholoog kennen elkaar in privésetting. Klager is bij de gz-psycholoog in behandeling gekomen. Na vijf maanden heeft de gz-psycholoog de behandelovereenkomst eenzijdig verbroken. Klager vindt dat de gz-psycholoog hem nooit had mogen behandelen. Verder verwijt klager de gz-psycholoog dat zij haar medisch beroepsgeheim heeft geschonden tegenover gezamenlijke vrienden en het medisch dossier veel te laat aan hem heeft verstrekt. Het college acht alle klachtonderdelen gegrond. Voorwaardelijke schorsing van drie maanden, met een proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:197 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9116
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:197
Gegronde klacht van IGJ tegen een (voorheen BIG-geregistreerd) gz-psycholoog. De gz-psycholoog heeft grensoverschrijdend gehandeld door met een cliënte een vriendschappelijke relatie aan te gaan en vervolgens seksueel contact met haar te hebben. Daarnaast is hij tekort geschoten in de zorgverlening door de cliënte niet in overeenstemming met de professionele standaard en richtlijnen te behandelen, en onvoldoende dossier te voeren. De gz-psycholoog heeft zijn tuchtrechtelijk verwijtbare handelen erkend. Verbod op wederinschrijving. Het college verbiedt de gz-psycholoog om als zorgverlener supervisie-, mentoring- en coachingstrajecten aan andere zorgverleners aan te bieden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:191 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9621 A2026/9622
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:191
Deels gegronde klacht tegen psychotherapeut / gz-psycholoog, die een schriftelijke verklaring heeft opgesteld waarin zij over haar cliënte schrijft en gebeurtenissen beschrijft waarbij klager betrokken was. Klager verwijt verweerster onder meer dat zij valse kwalificaties en beschrijvingen over hem de verklaring heeft opgenomen. Het college oordeelt dat de psychotherapeut / gz-psycholoog de verklaring niet had mogen schrijven op de manier waarop zij dit heeft gedaan. Verwijtbaar handelen door op verzoek van cliënte een ongeadresseerde verklaring op te stellen waarin strafrechtelijke gedragingen van klager als feiten zijn opgenomen. Waarschuwing. Inzicht in onjuistheid van handelen en daar adequaat op gereflecteerd.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2026:1 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/117
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 12-02-2026
- ECLI:NL:TDIVTC:2026:1
Paard. Dierenarts wordt verweten met betrekking tot een paard in zijn onderzoek, diagnosestelling en behandeling te zijn tekortgeschoten. [Klacht op een onderdeel gegrond, volgt een waarschuwing. Overige klachtonderdelen ongegrond].
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:180 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-473/DH/DH
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 29-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:180
Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ne bis in idem-beginsel en de beginselen van een behoorlijke tuchtprocesorde. Misbruik van recht-bepaling.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:192 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9163
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:192
Kennelijk ongegronde klacht tegen een radioloog. Klager verwijt de radioloog dat hij hem onjuist advies heeft gegeven over de rustperiode na de injectie in de slijmbeurs van de rechterenkel en dat hierdoor zijn achillespees is afgescheurd. Het college oordeelt dat het advies van de radioloog om een paar dagen rust te houden na de injectie, met de folder die patiënten ontvangen - en ook met de wetenschappelijke literatuur - in lijn is, mede gelet op het feit dat er (nog) geen wetenschappelijk bewijs is dat een langere rustperiode van meerwaarde zou zijn.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2026:2 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/93
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 12-02-2026
- ECLI:NL:TDIVTC:2026:2
Kat. Dierenarts wordt verweten met betrekking tot een kat in haar onderzoek, diagnosestelling en behandeling te zijn tekortgeschoten. [Klacht ongegrond]
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:181 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-523/DH/RO
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 29-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:181
Klacht over het niet tijdig terugbellen door een advocaat naar wie klager was verwezen door het Juridisch Loket. Verweerster heeft klager teruggebeld op het moment dat zij daartoe in de gelegenheid was na terugkeer van haar vakantie. Klacht kennelijk ongegrond, voor zover deze niet al van kennelijk onvoldoende gewicht is.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:169 Raad van Discipline Amsterdam 26-578/A/A
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:169
Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocatenkantoor. Gebrek aan belang. Geen van de advocaten die bij verweerder werkzaam zijn treedt namens de werkgever van klager op in het geschil over de door klager gestelde werkgeversaansprakelijkheid. Verder staat vast dat klager de medische informatie zelf heeft verstrekt om zijn verzet in de klachtprocedure tegen mr. Z. te onderbouwen. Voor zover verweerder deze informatie intern heeft verwerkt, bewaard en gedeeld staat vast dat dit nodig was voor het voeren van verweer tegen de over mr. Z. ingediende klacht. Ook staat vast dat verweerder de medische informatie van klager na afloop van de verzetprocedure tegen mr. Z. heeft vernietigd. Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:251 Hof van Discipline 's Gravenhage 260106V
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 31-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:251
Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Hetgeen klager in zijn klacht, in zijn toelichting daarop, alsook in zijn verzetschrift, naar voren heeft gebracht, houdt verband met het onderzoek van de deken van de klachten die klager over mrs. B en B heeft ingediend. Het hof sluit zich om die reden aan bij de beoordeling van de voorzitter en neemt die over. De door klager aangehaalde uitspraak van het hof van discipline van 30 maart 2026 (ECLI:NL:TAHVD:2026:91) ziet op een geheel andere kwestie en mist toepassing in deze zaak. De overige verzoeken van klager blijven buiten behandeling omdat het hof daartoe geen wettelijke bevoegdheid heeft. Wat in verzet verder nog naar voren is gebracht, leidt niet tot een ander oordeel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:246 Hof van Discipline 's Gravenhage 240355
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:246
Klacht over eigen advocaat. Klager is ontevreden over de wijze waarop verweerder hem heeft bijgestaan in een geschil tussen klager en zijn zus over de nalatenschap van hun moeder. De raad heeft de klachtonderdelen ongegrond verklaard. Klager heeft in hoger beroep met name bezwaren gericht tegen de klachtomschrijving door de deken en heeft verzocht om een nieuw klachtschrift te mogen indienen, dan wel om terugverwijzing naar de deken. Het hof ziet geen aanleiding om de zaak terug te verwijzen naar de deken en beslist op de klacht zoals die bij de raad is voorgelegd. Het hof oordeelt in hoger beroep dat verweerder klager zorgvuldig en deskundig heeft bijgestaan, voldoende heeft geïnformeerd en geen onnodige kosten in rekening heeft gebracht. De klacht is in alle klachtonderdelen ongegrond. Bekrachtiging raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:170 Raad van Discipline Amsterdam 26-579/A/A
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:170
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Vanwege deze vertrouwensbreuk was verweerder gehouden om zijn werkzaamheden voor klager te beëindigen. Niet gebleken dat verweerder dit ontijdig of anderszins op onzorgvuldige wijze heeft gedaan. Verder is niet gebleken dat verweerder klager heeft laten betalen voor werkzaamheden die niet zijn verricht. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:247 Hof van Discipline 's Gravenhage 260170
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:247
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Nu duidelijk is dat klaagster het griffierecht voor een te voeren procedure en de eigen bijdrage van een toevoeging niet kan betalen, heeft de deken het verzoek op goede gronden afgewezen. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat zij van een advocaat niet kan verlangen dat hij/zij voor klaagster het griffierecht betaalt en afziet van de eigen bijdrage.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:248 Hof van Discipline 's Gravenhage 260156
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:248
Beklag artikel 13 ongegrond. Het hof is met de deken van oordeel dat klager onvoldoende bewijzen heeft overgelegd waaruit is gebleken dat hij recent advocaten heeft benaderd. Verder maakt het hof uit het dossier op dat klager in de loop der tijd door verschillende advocaten is bijgestaan maar dat die hun werkzaamheden kennelijk hebben neergelegd omdat klager het door de WAM-verzekeraar gedane bod ondanks het advies van de advocaten, niet heeft geaccepteerd. Ook andere benaderde advocaten geven na bestudering van het dossier en het aanwezige bewijs aan dat zij geen redelijke kans zien om een ander percentage aansprakelijkheid dan reeds erkend te bewerkstelligen dan wel om een hogere schadevergoeding voor klager te realiseren. Het hof is dan ook met de deken van oordeel dat de procedure waarvoor klager een advocaat wil (een hoger percentage aansprakelijkheid en een hogere schadevergoeding) geen redelijke kans van slagen heeft. Ook op die grond die de deken weliswaar ten overvloede aan zijn beslissing ten grondslag heeft gelegd, is terecht het verzoek afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:166 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-759/AL/MN
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:166
De raad heeft geoordeeld dat verweerder klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd over – onder meer – de kosten van zijn diensten. Ook heeft verweerder een termijn voor het indienen van een verweerschrift gemist en klaagster daarover niet geïnformeerd. Verweerder heeft hiermee gehandeld in strijd met de gedragsregels en de kernwaarde deskundigheid. De raad rekent dit verweerder aan. Bij het bepalen van de maatregel weegt de raad het tuchtrechtelijk verleden van verweerder zwaar mee. Verweer is meermalen door de tuchtrechter veroordeeld, ook voor soortgelijke feiten. Het hof van discipline heeft recent een beslissing van de raad van discipline bekrachtigd, waarin hem een voorwaardelijke schorsing was opgelegd ter zake van (onder meer) het niet helder communiceren in de richting van zijn cliënt over de door hem in rekening te brengen werkzaamheden. Vanwege de ernst van het handelen en nalaten van verweerder en het tuchtrechtelijk verleden van verweerder, kan niet worden volstaan met een andere maatregel dan een onvoorwaardelijke schorsing. De raad legt aan verweerder de maatregel van schorsing in de praktijkoefening op voor de duur van vier weken op.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:166 Raad van Discipline Amsterdam 26-013/A/A
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:166
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:249 Hof van Discipline 's Gravenhage 260153
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:249
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft zijn beslissing om geen advocaat toe te wijzen gebaseerd op een drietal gronden. Het hof is van oordeel dat de deken zich terecht op twee van die gronden (“verplichte procesvertegenwoordiging” en “redelijke kans van slagen”) heeft mogen baseren.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:167 Raad van Discipline Amsterdam 26-457/A/A
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:167
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in zijn hoedanigheid van bindend adviseur. Voldoende aanknopingspunten met het beroep van advocaat. Het advocatentuchtrecht is volledig van toepassing. Niet gebleken dat verweerder voor de adviesaanvraag relevante informatie heeft genegeerd. Het advies is op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld in zijn rol van bindend adviseur. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:168 Raad van Discipline Amsterdam 26-557/A/NH
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:168
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Vertrouwensbreuk. Uit de toon en inhoud van de overgelegde e-mails van klager van februari en september 2025 blijkt duidelijk dat klager al langere tijd niet tevreden was over de dienstverlening van verweerster. De voorzitter is het met verweerster eens dat daaruit blijkt dat klager geen vertrouwen meer had in de bijstand van verweerster. Vanwege deze vertrouwensbreuk was verweerster gehouden om haar werkzaamheden voor klager te beëindigen. Niet gebleken dat verweerster dat ontijdig of onzorgvuldig heeft gedaan. Vertrouwensbreuk is aan klager te wijten. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:250 Hof van Discipline 's Gravenhage 260155
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:250
Beklag artikel 13 advocatenwet ongegrond. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat er geen grond was voor aanwijzing van een advocaat omdat klaagster op het moment van het verzoek de bijstand van een advocaat had. Het feit dat de advocaat van klaagster zich heeft onttrokken, heeft de deken terecht geen reden gegeven om zijn standpunt te herzien. De deken heeft er met juistheid op gewezen dat de advocaat ‘dominus litis’ is. Het hof onderschrijft de toelichting van de deken dat de advocaat bij de behandeling van de zaak de leiding heeft en dat het -mede- aan de opstelling van klaagster te danken is dat de advocaat zich heeft onttrokken. De deken heeft in dit verband er terecht op gewezen dat artikel 13 Advocatenwet een aanvullende voorziening betreft en niet een remedie is voor een verschil van inzicht over de professionele beoordeling van de zaak. (zie bijvoorbeeld HvD 30 oktober 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:202).
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:169 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-319/DH/RO
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 15-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:169
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerster heeft antwoord gegeven op klagers vragen en bij het verkrijgen van een schade-uitkering gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:245 Hof van Discipline 's Gravenhage 260151
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 31-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:245
Beroep niet-ontvankelijk. Het hof ziet in hetgeen klager heeft aangevoerd geen bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Klager had, zoals hij zelf ook aangeeft, het beroepschrift tijdig per e-mail kunnen indienen. In de beslissing van de raad staat ook expliciet het e-mailadres van de griffie van het hof van discipline vermeld waar het beroepschrift naar toe kan worden gestuurd. Dat klager in plaats daarvan ervoor heeft gekozen om het beroepschrift uitsluitend per post in te dienen en degene die dit voor hem heeft verzorgd het beroepschrift niet aangetekend heeft verzonden, ligt in de risicosfeer van klager. Dit betekent dat het beroepschrift te laat is ingediend en het hof klager in zijn beroep niet-ontvankelijk zal verklaren.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:187 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8637
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 31-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:187
Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Het is voor klaagster buitengewoon ingrijpend dat achteraf blijkt dat wel sprake was een kwaadaardige uitzaaiing. Dit maakt echter de afwegingen en beoordeling gedurende het behandeltraject van klaagster, met de gegevens die toen bekend waren, niet verkeerd. Het college komt daarom tot de conclusie dat de longarts heeft gehandeld conform de professionele standaard en dat de behandeling en controle van klaagster niet onzorgvuldig is geweest.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:163 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-601/DH/DH 25-602/DH/DH
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:163
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaten. Kwaliteit dienstverlening. Uit de overgelegde stukken leidt de raad af dat verweersters de juiste stappen hebben gezet om het echtscheidingsverzoek van klager aan zijn ex-echtgenote in India te laten betekenen en dat zij klager van het verloop van de procedure op de hoogte hebben gehouden. Verweersters mochten vertrouwen op de juistheid van het bericht van de deurwaarder dat hij het deurwaardersexploot met het echtscheidingsverzoek bij het parket van het OM had achtergelaten. Het kan verweersters niet worden aangerekend dat zij geen verzendbewijs van het OM aan de rechtbank konden overleggen, omdat zij dit niet hadden ontvangen. Door niet eerder bij de deurwaarder te informeren, hebben verweersters de grenzen van het tuchtrechtelijk betamelijke niet overschreden. Klachten ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:176 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-010/DH/RO
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:176
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verwijt is dat verweerder aanwezig was terwijl zijn cliënt een vrachtwagen onttrok aan het retentierecht van klager. Het is in een dergelijke situatie aan de advocaat om, gelet op de kernwaarde onafhankelijkheid, voldoende afstand te bewaren en zich niet te laten meeslepen in de escalatie van het geschil. Het vergezellen van de cliënt ter plaatse om de situatie op te nemen, is op zichzelf niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dat wordt anders op het moment dat verweerder zijn cliënt informeert dat de politie niet zal ingrijpen zijn cliënt daarmee in feite een vrijbrief geeft om de vrachtwagen mee te nemen. Verweerder had zijn cliënt erop moeten wijzen dat sprake was van een door klager gesteld retentierecht. Hij had in een situatie als deze zijn cliënt moeten weerhouden van het plegen van eigenrichting of afstand moeten nemen van het gedrag van de cliënt. Klacht gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:170 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-430/DH/RO
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 15-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:170
Voorzittersbeslissing. Klacht over een klachtenfunctionaris. Verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur niet geschonden bij de klachtbehandeling. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en deels kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:188 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8638
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 31-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:188
Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Het is voor klaagster buitengewoon ingrijpend dat achteraf blijkt dat wel sprake was een kwaadaardige uitzaaiing. Dit maakt echter de afwegingen en beoordeling op het moment dat deze werd gedaan en met de gegevens die toen bekend waren, niet verkeerd. De longarts heeft op basis van wat er toen bekend was en met de CT-uitslagen van dat moment op goede gronden kunnen overwegen dat de situatie van klaagster stabiel was. Volgens de geldende behandelprotocollen was het daarom op dat moment standaard beleid om klaagster met een interval van zes maanden weer terug te zien.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:164 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-656/DH/DH
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:164
Verzet ongegrond.