Zoekresultaten 4751-4800 van de 5146 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:266 Hof van Discipline 's Gravenhage 260321
- Datum publicatie: 18-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:266
Beklag artikel 13 ongegrond. Klaagster wenst aanwijzing van een advocaat om alsnog correct cassatieberoep in te stellen tegen een beslissing van het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden van 31 maart 2026. Uit de stukken blijkt dat klaagster een advocaat heeft benaderd om haar bij te staan bij het instellen van cassatie, maar dat deze advocaat op 25 juni 2026 een negatief cassatie-advies heeft uitgebracht. Vervolgens heeft klaagster zelf een procesinleiding opgesteld en die op 1 juli 2026 bij de Hoge Raad aangebracht. Klaagster is er op 24 juli 2026 door de Hoge Raad op gewezen dat zij uiterlijk op 21 augustus 2026 moet laten weten of zij haar cassatieberoep wil intrekken, of dat zij het eventueel wil doorzetten. Ook is zij er daarbij op gewezen dat haar procesinleiding op 30 juni 2026 zonder tussenkomst van een cassatieadvocaat en te laat is ingediend en dat zij er rekening mee moet houden dat zij niet-ontvankelijk zal worden verklaard (als zij het beroep doorzet). Het hof overweegt dat de deken zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat klaagster haar verzoek om aanwijzing te laat heeft ingediend. Van uitzonderlijke omstandigheden die tot de conclusie zouden moeten leiden dat klaagster alsnog ontvankelijk zou zijn bij het doorzetten van het cassatieberoep door een cassatieadvocaat is niet gebleken. Een cassatieadvocaat kan het gebrek aan het door klaagster zelf buiten de termijn ingediende cassatieberoep niet herstellen. Het aanwijzen van een cassatieadvocaat dient dan ook geen redelijk doel meer.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:260 Hof van Discipline 's Gravenhage 260269
- Datum publicatie: 18-08-2026
- Datum uitspraak: 13-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:260
Klacht over de deken wordt niet verwezen. Klager heeft naast de klacht over de deken ook een nagenoeg gelijkluidend beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet ingediend tegen de beslissing van de deken van 24 juni 2026, waarin de deken het verzoek van klager om de beslissing waarbij een advocaat is aangewezen, te heroverwegen heeft afgewezen. Het hof heeft dit beklag geregistreerd onder nummer 260312. Klager kan (en heeft) zijn bezwaren naar voren brengen (gebracht) in de beklagprocedure die bij het hof loopt.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:261 Hof van Discipline 's Gravenhage 260301
- Datum publicatie: 18-08-2026
- Datum uitspraak: 13-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:261
Klacht over deken niet verwezen. De voorzitter overweegt dat een klacht tegen een deken geen middel is om een in een tuchtprocedure door die deken ingenomen standpunt ter discussie te stellen. Evenmin is het de bedoeling om vooruitlopend op de beslissing van de Raad van Discipline alvast een nieuwe klacht in te dienen. Klager kan zijn klacht tegen de deken, na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de raad van discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Klager heeft, zo begrijpt het hof, van die mogelijkheid ook gebruik gemaakt.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:262 Hof van Discipline 's Gravenhage 260311
- Datum publicatie: 18-08-2026
- Datum uitspraak: 13-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:262
Klacht over de deken niet verwezen. Op basis van het dossier heeft het hof vastgesteld dat klager zijn klacht tegen mr. B in 2019, na kennisneming van het dekenstandpunt, heeft ingetrokken. Klager heeft op 8 april 2020 opnieuw/ een nieuwe klacht ingediend. De deken heeft die klacht toen onderzocht en aan de raad van discipline aangeboden. De raad heeft de klacht op 23 augustus 2021 niet-ontvankelijk verklaard (ECLI:NL:TADRARL:2021:184). Het door klager daartegen ingestelde beroep is door het hof van discipline behandeld, waarbij de uitspraak van de raad van discipline is bekrachtigd (uitspraak 30 mei 2022, ECLI:NL:TAHVD:2022:117). De voorzitter overweegt dat een klacht tegen een deken geen middel is om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen. Evenmin is het de bedoeling om, nadat de tuchtrechter op een klacht tegen een advocaat definitief heeft beslist, met een klacht tegen de betrokken deken(s) de discussie opnieuw te openen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:263 Hof van Discipline 's Gravenhage 260060H
- Datum publicatie: 18-08-2026
- Datum uitspraak: 13-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:263
Tweede verzoek om herziening afgewezen. De voorzitter stelt voorop dat het gestelde bedrog geen grond oplevert voor herziening. Ook overigens is er naar het oordeel van de voorzitter geen sprake van een nieuw feit of omstandigheid dat verzoeker niet eerder redelijkerwijs naar voren had kunnen brengen. De uitspraak waar verzoeker op doelt is van 16 oktober 2024 en wordt genoemd in de uitspraak van 19 maart 2025, die weer wordt genoemd in de op 26 maart 2026 gepubliceerde uitspraak van 18 maart 2026, en dateert dus van vóór de zitting van 20 april 2026. Dat verzoeker pas na de zitting bij het hof op 20 april 2026 op onderzoek is uitgegaan komt voor zijn rekening en risico.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9148
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:151
Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Klacht betreft met name onvoldoende hulp- en zorgverlening rondom incestproblematiek. Beperkte rol van psychiater. Omdat de verpleegkundig specialist GGZ de regiebehandelaar was, was de psychiater niet verantwoordelijkheid voor het volledige proces van klager. Geen zorg aan klager onthouden als gevolg van het bereiken van een zorgplafond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:270 Hof van Discipline 's Gravenhage 250437 250438
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:270
Het betreft een klacht over de curator (verweerster) en over de advocaat van de curator (verweerder). De raad van discipline heeft geoordeeld dat verweerders niet actief bij de toenmalige advocaten van klagers of bij klagers om toestemming hadden hoeven vragen om een factuur met een specificatie van de toenmalige advocaten van klagers te mogen gebruiken in de procedure tegen klagers. De raad heeft de klacht daarom ongegrond verklaard. Klagers zijn in beroep gekomen. Het hof is -anders dan de raad- van oordeel dat verweerders in strijd met de kernwaarde vertrouwelijkheid hebben gehandeld door de declaratie met specificatie die onder het beroepsgeheim valt in een procedure tegen klagers te gebruiken. Het hof is daarom van oordeel dat de klacht gegrond is en legt aan verweerders de maatregel van een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-9203
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:146
Gedeeltelijke gegronde klacht tegen huisarts. Maatregel berisping. De dochter van patiënte verwijt verweerder dat hij geen gesprek heeft gevoerd met patiënte en klaagster over het proces van palliatieve sedatie en de morfinepomp niet tegelijk met de sedatie heeft gestart waardoor patiënte ontwenningsverschijnselen kreeg. Daarnaast heeft verweerder geen overdracht geregeld voor wanneer verweerder niet bereikbaar was. Ook wordt verweerder verweten dat hij zijn app-berichten onprofessioneel heeft afgesloten.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:170 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-864/AL/MN
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:170
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8896
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:147
Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Klaagster, dochter van patiënt, is kennelijk niet ontvankelijk in haar klacht over de medische behandeling van wijlen patiënt vanwege de bijzondere omstandigheid. Klaagster verwijt de huisarts geen ambulance te hebben opgeroepen bij het consult met patiënt. Patiënt is de volgende dag overleden. Ook wordt de huisarts verweten de kinderen van patiënt niet te hebben gewaarschuwd. Patiënt kwam nooit met klaagster op consult bij de huisarts. College: huisarts heeft eerste contactpersoon en patiënt adequaat geïnformeerd. Verweerster kende klaagster niet ten tijde van het genoemde consult en had geen contactgegevens van klaagster.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:171 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-245/AL/NN/D
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:171
Dekenbezwaar. De deken heeft een signaal van de rechtbank ontvangen en daarna onderzoek naar verweerder gedaan. Op grond van de stukken en de verklaring van verweerder tijdens de zitting is de raad gebleken dat sprake is geweest van een vooraf bedacht plan dat zijn cliënte met een videobril naar de zitting van de rechtbank zou gaan. Ook staat voor de raad vast dat verweerder tijdens de voorbespreking met zijn cliënte haar heeft voorgesteld om die dag in de rechtbank met een videobril het mogelijke ‘nare gedrag’ van de ex-partner richting zijn cliënte in de publieke ruimte van de rechtbank vast te kunnen leggen om daarna als objectief bewijs te dienen. Voor de raad zijn geen omstandigheden te bedenken dat stiekeme opnames tijdens een zitting door een partij met de wetenschap van een advocaat zijn te rechtvaardigen. De raad acht de rol die verweerder hierin heeft gehad zeer kwalijk en dat handelen betaamt een behoorlijk advocaat niet. In zoverre is het bezwaar gegrond en wordt aan verweerder een voorwaardelijke schorsing van 2 weken opgelegd. De verdere bezwaren, dat sprake is van een patroon waaruit zou volgen dat verweerder zich onafhankelijk opstelt ten opzichte van zijn cliënten en tekortschiet in de zorg voor zijn cliënten en in zijn wijze van praktijkvoering, zijn, tegenover de betwisting daarvan door verweerder, niet vast te stellen. Stukken die die bezwaren nader zouden kunnen onderbouwen, ontbreken. In zoverre ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-9329
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:148
Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. De dochter van klagers had KNO-klachten. Klagers verwijten de huisarts onvoldoende dossier te hebben uitgevoerd door de klachten van de dochter en de gevolgen daarvan voor de dochter onvoldoende te noteren en door niet in het medisch dossier van dochter te noteren op welke wijze de huisarts de AIOS superviseerde. Ook verwijten klagers de huisarts een delay in de diagnostiek en in de verwijdering van de keelamandelen door de diagnose tonsillitis te missen. Tenslotte wordt de huisarts verweten de afwikkeling van de aansprakelijkstelling te hebben vertraagd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:267 Hof van Discipline 's Gravenhage 260051
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:267
Deze zaak gaat over een klacht over een advocaat in een strafzaak. De Raad van Discipline heeft op grond van de overgelegde stukken en de ter zitting door en namens klaagster afgelegde verklaring niet kunnen vaststellen dat sprake is van een evident en voorzienbaar (potentieel) tegenstrijdig belang of van de overdracht van vertrouwelijke informatie over klaagster door de kantoorgenoot van verweerder aan verweerder. De klacht is ongegrond verklaard. Klaagster is in beroep gekomen. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) bekrachtigt de beslissing van de raad. Het enkele feit dat beide verdachten een eigen aandeel ontkennen is in dit geval onvoldoende om een (potentieel) tegenstrijdig belang te kunnen of moeten aan te nemen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8547
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:149
Kennelijk ongegronde klacht tegen kno-arts in verband met uitgebrachte expertise. Rapportage voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld. De kno-arts heeft de voor het onderzoek bepaalde normaalwaarde niet genegeerd en geen gebruik gemaakt van verkeerde cijfers. De kno-arts heeft op concrete, inzichtelijke en wetenschappelijk onderbouwde wijze beschreven hoe hij tot zijn conclusies is gekomen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:268 Hof van Discipline 's Gravenhage 250428
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:268
Klagers hebben een klacht ingediend over verweerder. Verweerder heeft namens zijn cliënten eerder klachten over klagers ingediend, bij het hof bekend onder de nummers 250437 en 250438. Naar het oordeel van de Raad van Discipline kunnen de in die laatstgenoemde klachten door verweerder gebruikte bewoordingen niet anders worden uitgelegd dan dat hij klagers voor leugenaar uitmaakt. Het had verweerder gesierd als hij zijn fouten meteen na ontdekking en zonder voorbehouden had rechtgezet. Verweerder heeft dat naar het oordeel van de raad onvoldoende oprecht gedaan en heeft een waarschuwing opgelegd. Verweerder is in beroep gekomen. Het Hof van Discipline duidt het gedrag van verweerder anders en vernietigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9149
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:150
Kennelijk ongegronde klacht tegen verpleegkundig specialist GGZ. De klacht betreft met name onvoldoende hulp- en zorgverlening rondom incestproblematiek regiebehandelaar. Klager heeft de behandelingen gehad die de instelling hem kon bieden. Geen zorg aan klager onthouden als gevolg van het bereiken van een zorgplafond. Vertrek van verweerster en opvolgend regiebehandelaar is besproken.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2991
- Datum publicatie: 20-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:168
Klager is na verwijzing in psychiatrische behandeling geweest van 2000 tot 2018. Klager heeft op 21 mei 2025 een klacht tegen de huisarts ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege. Klager verwijt de huisarts dat hij naar een psychiater is verwezen zonder daarbij een concrete hulpvraag in de verwijsbrief te formuleren, dat de huisarts in de jaren daarna verlengingen van de verwijzing heeft afgegeven en dat de huisarts niet heeft gereageerd of gehandeld op verslagen van de psychiater. Deze klachten gaan over de periode 2000 tot en met 2013. Daarnaast verwijt klager de huisarts meer in het algemeen een nalatigheid gedurende de 18-jarige psychiatrische behandeling van klager, door gedurende deze behandeling zich niet op de hoogte te laten stellen van het verloop van de behandeling en deze te beoordelen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht, deels vanwege verjaring en deels omdat de klacht onvoldoende duidelijk is. Het Centraal Tuchtcollege volgt het Regionaal Tuchtcollege in het oordeel over de verjaring. Voor het overige verklaart het Centraal Tuchtcollege klager wél ontvankelijk in de klacht, omdat de klacht naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege voldoende duidelijk is. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht in zoverre ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:169 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3051
- Datum publicatie: 20-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:169
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager had pijn- en zwellingsklachten aan zijn rechterscheenbeen, hij vermoedde dat dit kwam door een breuk in zijn scheenbeen en hij wilde dat de huisarts hem naar een orthopeed zou verwijzen. Klager is ontevreden over de behandeling van zijn klachten door de huisarts en de beslissing om hem zonder lichamelijk onderzoek te verrichten te verwijzen naar een fysiotherapeut in plaats van naar een orthopeed. Klager zegt dat de huisarts de breuk in zijn scheenbeen niet heeft opgemerkt en dat later bij een MRI-scan in een ziekenhuis in Litouwen alsnog een breek in zijn scheenbeen is vastgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klager verwerpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:170 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3072
- Datum publicatie: 20-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:170
De moeder van klager was ongeneeslijk ziek. Volgens klager heeft de arts, destijds huisarts, een blaasontsteking van zijn moeder niet herkend en niet behandeld waardoor zij sepsis heeft gekregen. Voor klager is ook onduidelijk waarom de arts bepaalde medicatie heeft voorgeschreven. Tot slot verwijt klager de arts dat zij moeder niet heeft bezocht in het weekend voor het overlijden van moeder. Het Regionaal Tuchtcollege heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen die beslissing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:99 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-555/DB/ZWB
- Datum publicatie: 20-08-2026
- Datum uitspraak: 18-08-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:99
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klaagster verwijt verweerster dat zij in rechte in strijd met de waarheid heeft gesteld dat er geen afspraak was gemaakt over de kinderalimentatie en zich ten onrechte heeft verzet tegen het (door klaagsters advocaat) overleggen van correspondentie tussen haar en klaagsters advocaat en haar en haar cliënt. Dat verweerster haar cliënt heeft geadviseerd om in te stemmen met het door klaagsters advocaat voorgestelde alimentatiebedrag van € 337,00 per maand, betekent naar het oordeel van de voorzitter niet dat het verweerster niet vrij stond om te stellen dat er geen bindende alimentatieregeling tot stand was gekomen. Naar het oordeel van de voorzitter kan evenmin tuchtrechtelijk worden verweten dat zij zich heeft verzet tegen het overleggen van correspondentie tussen haar en klaagsters advocaat en haar en haar cliënt. Verweerster heeft genoegzaam gemotiveerd toegelicht dat en waarom zij namens haar cliënt tegen het in het geding brengen van de correspondentie bezwaar heeft gemaakt. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:100 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-562/DB/ZWB
- Datum publicatie: 20-08-2026
- Datum uitspraak: 18-08-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:100
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De voorzitter stelt vast dat de klacht ziet op – vermeend - nalaten van verweerster op of rond 18 oktober 2016. Klager heeft zich op 26 januari 2026, derhalve ruimschoots na het verstrijken van de in artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet bedoelde termijn, met een klacht over verweerster tot de deken gewend. Niet is gebleken dat klager niet eerder dan op 26 januari 2026 heeft kunnen klagen. Dat klager naar eigen zeggen pas in januari 2026 nadere informatie heeft verkregen over het medicijngebruik van zijn moeder en dat notaris G in 2014 uit zijn ambt is gezet, maakt dit niet anders. De voorzitter oordeelt daarom dat van een verschoonbare termijnoverschrijding geen sprake is. Dat sprake zou zijn van de in artikel 46g lid 2 Advocatenwet bedoelde situatie is voorts evenmin gebleken. Klacht niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:175 Raad van Discipline Amsterdam 26-528/A/A 26-533/A/A 26-534/A/A 26-535/A/A 26-536/A/A 26-537/A/A 26-538/A/A 26-539/A/A 26-540/A/A 26-541/A/A 26-542/A/A
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 13-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:175
Voorzittersbeslissing; klacht over het optreden van verweerders in andere hoedanigheid. De klacht heeft betrekking op een geschil tussen klager en verweerders over hun opvattingen (en uitlatingen hierover in de sociale media) ten aanzien van het Israëlisch-Palestijns conflict en de oorlog in Gaza. De tuchtrechter gaat niet over dergelijke geschillen, tenzij kan worden vastgesteld dat verweerders in dit onderliggende geschil met hun handelen het vertrouwen in de advocatuur hebben geschaad. Dat is de voorzitter niet gebleken. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:176 Raad van Discipline Amsterdam 26-620/A/NH
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:176
Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde over een advocaat. Geen opdrachtrelatie. Verwachtingspatroon van klaagster is niet reëel. Van verweerster kon, mede gelet op haar andere werkzaamheden, in redelijkheid niet worden verlangd dat zij direct en buiten haar kantoortijden verder op de berichten van klaagster zou reageren. In plaats van de volgende dag af te wachten om met verweerster te overleggen, heeft klaagster ervoor gekozen om meteen een klacht over verweerster in te dienen. Hierdoor was de basis voor een eventuele samenwerking tussen verweerster en klaagster verdwenen. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:200 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9174
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:200
Kennelijk ongegronde klacht tegen bedrijfsarts. De bedrijfsarts was de superviserend arts van de arbo-arts die betrokken was bij de verzuimbegeleiding. De klacht ziet onder meer op de verzuimbegeleiding, schending beroepsgeheim en bejegening. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8137
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:135
Klacht tegen SEH-arts kennelijk ongegrond. Patiënt (echtgenoot van klaagster 1 en vader van klaagster 2) is met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd op verdenking van een acuut gescheurd aneurysma aorta abdominalis (AAAA). Bij aankomst in het ziekenhuis is patiënt via de spoedeisende hulp (SEH) naar de afdeling radiologie gebracht voor een CT-scan en vervolgens naar de operatiekamer (OK) voor het uitvoeren van een EVAR (Endo Vasculaire Aneurysma Reparatie). Voordat patiënt geopereerd kon worden, is hij overleden. Verweerster is als SEH-arts bij de opname van patiënt betrokken geweest en heeft de overlijdensakte opgesteld. Klaagsters maken haar meerdere verwijten over haar handelen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:177 Raad van Discipline Amsterdam 26-466/A/A
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:177
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Het is aan verweerster als advocaat om in het belang van klager af te wegen welke stappen er moeten worden gezet en wat het risico is van een eventuele te starten procedure. Het zou kunnen dat klager bepaalde wensen had ten aanzien van de verdeling van de schulden en de wijziging van het hoofdverblijf van de dochter van partijen en de alimentatie, maar verweerster is niet gehouden om deze wensen klakkeloos uit te voeren, zeker niet als zij dit niet in het belang vindt (van de procespositie) van klager. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:201 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9497
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:201
Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De klager was uitgenodigd voor een fysiek consult met de bedrijfsarts voor een claimbeoordeling na ziekmelding. De klacht van klager ziet kort gezegd op de communicatie daarover. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:171 Raad van Discipline Amsterdam 26-607/A/A 26-614/A/A
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:171
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft zich in de conclusie van antwoord niet onnodig kwetsend over klager dan wel over de moeder van klager uitgelaten. Verweerder mocht die tekst gebruiken om het standpunt van zijn cliënte naar voren te brengen in reactie op de namens klager uitgebrachte dagvaarding. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8546
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:136
Klacht tegen ambulanceverpleegkundige kennelijk ongegrond. Patiënt (echtgenoot van klaagster 1 en vader van klaagster 2) is met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd op verdenking van een acuut gescheurd aneurysma aorta abdominalis (AAAA). Niet lang na aankomst in het ziekenhuis is patiënt overleden. Verweerder is als ambulanceverpleegkundige betrokken geweest bij het vervoer van patiënt naar het ziekenhuis. Klaagsters maken hem een tweetal verwijten over zijn handelen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:202 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9215
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:202
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een arbo-arts. Klager is tijdens zijn arbeidsongeschiktheid begeleid door de arbo-arts, die als basisarts onder supervisie van een bedrijfsarts werkzaam was. De klachtonderdelen over beëindiging van de begeleidingsrelatie, informatieverstrekking aan de werkgever, de beoordeling van de belastbaarheid, de omgang met een verzoek om second opinion en werken onder supervisie zijn gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond. Berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:172 Raad van Discipline Amsterdam 26-556/A/A
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:172
Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat. Verweerder is op geen enkele wijze inhoudelijk betrokken geweest bij de procedure van de religieuze ontbinding van het huwelijk van klager en diens ex-echtgenote. Verweerder kan tuchtrechtelijk niets worden verweten ten aanzien van de bevoegdheid van de joodse rechtbank, de zittingsdatum of de verstrekking van het dossier. Klacht is in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8544
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 27-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:137
Klacht tegen anesthesioloog kennelijk ongegrond. Patiënt (echtgenoot vanklaagster 1 en vader van klaagster 2) is met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd op verdenking van een acuut gescheurd aneurysma aorta abdominalis (AAAA). Bij aankomst in het ziekenhuis is patiënt via de spoedeisende hulp (SEH) naar de afdeling radiologie gebracht voor een CT-scan en vervolgens naar de operatiekamer (OK) voor het uitvoeren van een EVAR (Endo Vasculaire Aneurysma Reparatie). Voordat patiënt geopereerd kon worden, is hij overleden. Verweerster is als anesthesioloog bij de opname van patiënt betrokken geweest. Klaagsters maken haar meerdere verwijten over haar handelen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:203 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9216
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:203
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager is in het kader van zijn arbeidsongeschiktheid begeleid door een arbo-arts die onder supervisie van de bedrijfsarts werkte. Klager verwijt de bedrijfsarts dat zij onvoldoende invulling heeft gegeven aan haar verantwoordelijkheid als supervisor. De klachtonderdelen over de beëindiging begeleidingsrelatie, afhandeling van verzoek second opinion, invulling van de supervisie, en de klachtafhandeling zijn gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond. Berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:173 Raad van Discipline Amsterdam 26-622/A/NH
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:173
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Het stond verweerder vrij om in het kader van de door klager gestarte civiele procedure tegen zijn cliënt bij de gemeente een BRP-uittreksel op te vragen vanwege het gerichte vermoeden dat klager niet meer stond ingeschreven bij een Nederlandse gemeente. De omstandigheid dat klager het met deze gang van zaken niet eens is en dat verweerder ook via andere routes aan deze informatie had kunnen komen, zoals klager heeft gesteld, betekent niet dat verweerder klachtwaardig heeft gehandeld door ervoor te kiezen navraag te doen bij de gemeente. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8916
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:138
Klacht tegen radioloog kennelijk ongegrond. Patiënt (echtgenoot van klaagster 1 en vader van klaagster 2) is met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd op verdenking van een acuut gescheurd aneurysma aorta abdominalis (AAAA). Bij aankomst in het ziekenhuis is patiënt via de spoedeisende hulp (SEH) naar de afdeling radiologie gebracht voor een CT-scan en vervolgens naar de operatiekamer (OK) voor het uitvoeren van een EVAR (Endo Vasculaire Aneurysma Reparatie). Voordat patiënt geopereerd kon worden, is hij overleden. Verweerder is als radioloog bij de opname van patiënt betrokken geweest. Klaagsters maken hem meerdere verwijten over zijn handelen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:174 Raad van Discipline Amsterdam 26-582/A/A
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:174
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in familierechtkwestie. Het stond verweerster in het belang van haar cliënte en op grond van de beschikbare informatie vrij om het OTS-verzoek en het verzoek van een RvdK-onderzoek in te dienen. De omstandigheid dat de rechtbank deze verzoeken heeft afgewezen, betekent niet dat verweerster door de indiening van deze verzoeken klachtwaardig heeft gehandeld. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:139 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8917
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:139
Klacht tegen vaatchirurg kennelijk ongegrond. Patiënt (echtgenoot van klaagster 1 en vader van klaagster 2) is met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd op verdenking van een acuut gescheurd aneurysma aorta abdominalis (AAAA). Bij aankomst in het ziekenhuis is patiënt via de spoedeisende hulp (SEH) naar de afdeling radiologie gebracht voor een CT-scan en vervolgens naar de operatiekamer (OK) voor het uitvoeren van een EVAR (Endo Vasculaire Aneurysma Reparatie). Voordat patiënt geopereerd kon worden, is hij overleden. Verweerder is als dienstdoende vaatchirurg bij de opname van patiënt betrokken geweest. Klaagsters maken hem meerdere verwijten over zijn handelen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:172 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2981
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:172
Klacht tegen een internist-nefroloog. Klaagster klaagt over de behandeling van haar moeder, die vanaf 2017 bij de internist-nefroloog in behandeling is geweest en in 2024 is overleden. Klaagster verwijt de internist-nefroloog onder meer dat zij zonder medeweten van de patiënte na haar ontslag uit het ziekenhuis afspraken heeft gemaakt over haar medische behandeling en heeft geweigerd de patiënte naar een andere internist-nefroloog te verwijzen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Dat college overweegt dat sprake is van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven om te twijfelen dat klaagster met de indiening van de klacht de wil van haar overleden moeder vertegenwoordigt. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:102 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-351/DB/ZWB 26-356/DB/ZWB
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:102
Raadsbeslissing. Klachten over de advocaat van de wederpartij. Klachten deels niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Niet gebleken dat verweerder bewust onjuiste informatie heeft verstrekt of informatie heeft achtergehouden of tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld bij het verrichten van een heroverweging. Klachten in zoverre ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:173 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3001
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:173
Klacht tegen een apotheker. Klager gebruikte al enige tijd een opiaat van een bepaald merk. Op enig moment heeft de online-apotheek dit medicijn vervangen door een medicijn van een ander merk. Klager verwijt de apotheker dat dit is gebeurd zonder uitleg aan hem en zonder overleg met een arts. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:103 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-488/DB/ZWB/D
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:103
Dekenbezwaar. Verweerder heeft stelselmatig en in een groot aantal zaken niet voldaan aan de zware zorgplicht die geldt bij het behandelen van gezamenlijke echtscheidingsverzoeken. Voor de hoogte van de maatregel weegt de raad mee dat de vaste rechtspraak over de zware zorgplicht voor ‘afhechtingsadvocaten’ al lange tijd helder was en verweerder ook wist dat de dekens extra toezicht zouden houden op ‘afhechtingsadvocaten’. De raad is er niet van overtuigd dat verweerder met de inmiddels doorgevoerde wijzigingen in zijn praktijkvoering wel zal voldoen aan de zware zorgplicht. Schorsing van 22 weken, waarvan 18 weken voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:174 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3318 VZ
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:174
Voorzittersbeslissing. Misbruik van recht. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij onbekwaam was om klaagsters verzoek om aanvulling in haar dossier te effectueren, maar dit desondanks wel heeft gedaan. Dit zou volgens klaagster verstrekkende gevolgen hebben gehad voor de medische behandelingen van klaagster binnen en buiten het ziekenhuis. Daarnaast zou het ook invloed hebben op andere procedures die klaagster is gestart om het volgens haar gedane onrecht recht te zetten en de aanvullingen te laten rectificeren zodat de zorgverlening aan haar wel goed en veilig kan zijn. Volgens klaagster was de orthopedisch chirurg onbekwaam omdat hij als orthopeed weinig kennis had. Ook al had de Raad van Bestuur toestemming aan hem gevraagd; hij had moeten aangeven dat hij niet de behandelend arts was die kon besluiten over het effectueren van de aanvullingen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht wegens misbruik van recht. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is het daarmee eens. Hij is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en zal het beroep afwijzen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:104 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-342/DB/OB
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:104
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een erfrechtelijke kwestie. Geen sprake van onnodig grievende uitlatingen. Klacht gegrond over aankopen die verweerder als particulier bij klaagster heeft gedaan. Voldoende aanknopingspunten met de uitoefening van het beroep van advocaat. Verweerder heeft een miniatuurklok van klaagster gekocht op het moment dat hij haar dochter bijstond in een geschil tegen klaagster. Verweerder heeft niet gemeld dat hij de advocaat van klaagsters dochter was, terwijl hij de aankoop mede deed ter voorbereiding van de erfrechtkwestie. Strijd met de kernwaarde integriteit en gedragsregel 9. Mede gelet op het tuchtrechtelijk verleden van verweerder en omdat hij zich tijdens de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan tuchtrechtelijk laakbaar handelen, legt de raad een langdurige schorsing op als laatste kans. Schorsing van 25 weken, waarvan 13 weken voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:175 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3103
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:175
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De dochter van klaagster klaagde over oorpijn en hoofdpijn. De huisarts heeft haar halverwege februari 2022 op het spreekuur gezien. De huisarts concludeerde tot een oorontsteking met koorts. Drie dagen later zag de huisarts haar weer op het spreekuur en na onderzoek en overleg met een kinderarts schreef de huisarts antibiotica voor. Hij zag verder geen aanleiding om de dochter naar het ziekenhuis te verwijzen. Op dezelfde dag heeft de huisarts klaagster nog gebeld waarna hij nogmaals heeft overlegd met de kinderarts. Ook toen zag de huisarts geen aanleiding de dochter naar het ziekenhuis te verwijzen. Diezelfde avond is zij via de HAP alsnog naar het ziekenhuis verwezen en bleek dat sprake was van een hersenvliesontsteking. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:105 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-073/DB/LI 26-243/DB/LI
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:105
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door en financiële afspraken met de eigen advocaat. Klachten deels niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Verweerder heeft herhaaldelijk nagelaten belangrijke informatie schriftelijk vast te leggen. Zo is niet gebleken welke werkzaamheden hij heeft verricht en heeft hij in (nieuwe) zaken geen opdrachtbevestigingen verstuurd. Verweerder heeft onvoldoende zorgvuldig onderzocht of klaagster in aanmerking kwam voor een toevoeging, heeft geen deugdelijke tijd- en kosteninschattingen gegeven en heeft een financiële afspraak gemaakt waardoor zijn onafhankelijkheid in het gedrang is gekomen. Verweerder heeft vervolgens diverse facturen gestuurd die (ver) boven het afgesproken vaste bedrag van € 5.000,- reikten. Eén factuur die is verstuurd was niet bedoeld om daadwerkelijk te incasseren. Dat heeft verweerder niet als zodanig kenbaar gemaakt aan klaagster, maar ook is gepoogd om de rechtsbijstandsverzekeraar daarmee te misleiden. Schorsing van 8 weken, waarvan 6 weken voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:172 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-825/AL/OV
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:172
Klager is ontvankelijk omdat hij binnen drie jaar na kennisname van het verweerder verweten handelen daarover bij de deken heeft geklaagd. Verweerder heeft met zijn optreden in strijd gehandeld met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt in de zin van artikel 46 Advocatenwet en de kernwaarden integriteit en partijdigheid. Dit optreden van verweerder en de daarbij door hemzelf gecreëerde mist rondom de rol waarin hij voor klager optrad heeft zich bovendien over een lange periode uitgestrekt. Verweerder heeft daarbij onvoldoende professionele distantie betracht en had zich als advocaat beter niet kunnen inlaten met investeerders in grondtransacties in Turkije, waarbij klager en ook hijzelf een (al dan niet indirect) financieel belang hadden. Verweerder heeft tijdens de zitting van de raad duidelijk gemaakt dat hij hiervan achteraf ook spijt heeft en dat nooit had moeten doen. Verweerder heeft een blanco tuchtrechtelijk verleden en is in oktober 2025 als advocaat gestopt. Gelet op alle omstandigheden als hiervoor omschreven acht de raad een maatregel van berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:176 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3122
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:176
Klacht tegen een huisarts. Klaagster had na een val drie maanden eerder veel last van aanhoudende hoofdpijnklachten. De huisarts, die waarnam voor de vaste huisarts van klaagster, schreef tramadol voor, ter overbrugging van de periode totdat klaagster een afspraak had bij de neuroloog. Een paar dagen later kwam klaagster in huis ten val. Klaagster verwijt de huisarts dat zij ten onrechte tramadol heeft voorgeschreven en dat zij – klaagster – onvoldoende is voorgelicht over de bijwerkingen en niet is gemonitord. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:106 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-385/DB/OB
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:106
Raadsbeslissing. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door haar stelbrief met verhinderdata niet zo spoedig mogelijk aan de advocaat van de wederpartij toe te zenden toen zij wel bekend raakte met zijn naam. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:173 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-067/AL/OV
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:173
Klacht over de eigen advocaat. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder niet gehandeld zoals van een zorgvuldig en bekwaam advocaat verwacht mag worden door zijn cliënten onvoldoende schriftelijk te informeren over zijn gewijzigde aanpak, over zijn ureninschatting voor de buitengerechtelijke werkzaamheden en over de risico’s en (proces)kosten. De raad ziet dat verweerder zich met goede intenties voor klaagster c.s. heeft ingezet maar ziet tegelijkertijd ook welke ernstige (financiële) gevolgen de negatieve uitspraak voor klaagster c.s. heeft gehad en nog heeft. De raad is uit de stukken echter niet gebleken dat verweerder daarvan tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt door het ontbreken van voldoende dossierkennis of deskundigheid. Gelet op deze omstandigheden, in combinatie met het blanco tuchtrechtelijk verleden van verweerder, is de raad van oordeel dat oplegging van een maatregel van waarschuwing passend en geboden is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:177 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3152
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:177
De huisarts is medisch directeur van een huisartsenorganisatie. Klaagster stond als patiënt ingeschreven bij een huisartsenpraktijk die is aangesloten bij deze organisatie. Per 6 november 2023 heeft de huisarts de behandelingsovereenkomst tussen klaagster en de huisartsenpraktijk beëindigd. Klaagster klaagt over het beëindigen van de behandelingsovereenkomst en over de (opvolging van) zorg daarna. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klaagster ontvankelijk verklaard in de klacht en de klacht vervolgens ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft klaagster beroep ingesteld en de huisarts vervolgens incidenteel beroep. Het Centraal Tuchtcollege komt tot dezelfde conclusies als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt de beroepen.