Zoekresultaten 4701-4750 van de 4876 resultaten
-
ECLI:NL:TNORAMS:2026:7 Kamer voor het notariaat Amsterdam 780153 / NT RK 25/51
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TNORAMS:2026:7
De klacht gaat over de afwikkeling van een nalatenschap en bestaat uit zes klachtonderdelen. De kamer heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in de klachtonderdelen één t/m vier vanwege het feit dat de wettelijke driejaarstermijn (artikel 99 lid 21 Wna) ten tijde van het indienen van de klacht (24 november 2025) al verstreken was. Over het vijfde klachtonderdeel heeft de kamer als volgt overwogen. De notaris(klerk) heeft mr. [O] in december 2023 ingeschakeld. De erfgenamen hebben ervoor gekozen ditzelfde te doen op (of rond) 7 maart 2024. Het enkele feit dat mr. [O] gevestigd is in Noord-Brabant, op 150 kilometer afstand van het kantoor van de notaris en in de regio waar de erfgenamen wonen, is onvoldoende om aan te nemen dat er sprake is van partijdig handelen door de notaris(klerk). Dat de erfgenamen er later voor hebben gekozen eveneens mr. [O] in te schakelen, kan de notaris niet worden verweten. De kamer oordeelt dan ook dat de notaris niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en zal dit klachtonderdeel ongegrond verklaren. Over het zesde klachtonderdeel heeft de kamer tot slot het volgende overwogen. De vraag is of de notaris redelijkerwijs tot het passeren van de akte van verdeling mocht overgaan. De kamer beantwoordt deze vraag bevestigend. Voorafgaand aan het passeren van de akte, heeft de notaris zich ervan vergewist alle vragen van klager afdoende te hebben beantwoord en over alle relevante informatie te beschikken. Daarnaast had de notarisklerk op 11 mei 2023, voorafgaand aan het passeren van de akte van verdeling, rekening en verantwoording afgelegd aan de erfgenamen. De kamer is van oordeel dat de notaris op basis van het voorgaande redelijkerwijs tot de conclusie heeft mogen komen dat het geoorloofd was de akte van verdeling te passeren en zal dit klachtonderdeel dan ook ongegrond verklaren.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:185 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-889/DH/RO
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:185
Raadsbeslissing. Klacht van de VvE niet ontvankelijk vanwege een ontbrekende machtiging van de vergadering van eigenaars. Klacht van klaagster, die bestuurder was van de VvE, deels niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en deels ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:71 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/775771 / DW RK 25/354 HE/SM
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 29-07-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:71
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich erover dat de gerechtsdeurwaarder de agenda en notulen van de VvE niet heeft meegestuurd met de brief om de openstaande vordering te voldoen. Met de voorzitter overweegt de kamer dat de gerechtsdeurwaarder daartoe niet was gehouden. Klager heeft die stukken ontvangen die voor de incasso relevant waren. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8872
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 05-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:142
Kennelijk ongegronde klacht tegen oogarts. Er was geen sprake van een weigering van zorg door de oogarts, omdat het ziekenhuis klager steeds een afspraak bij een andere oogarts had aangeboden. Ook is het recht op vrije artsenkeuze niet geschonden, omdat dit geen verplichting voor een individuele arts inhoudt om iedere patiënt te behandelen. Voor zover de klacht betrekking heeft op het handelen van het ziekenhuis of de bestuurder, kan de oogarts daarvoor niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:186 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-022/DH/DH
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:186
Raadsbeslissing. Klacht over het omzeilen van gedragsregel 25 door de advocaat van de wederpartij. De door de cliënt ingeschakelde vertegenwoordiger kan niet worden aangemerkt als een hulppersoon van verweerster. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:72 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/774059 / DW RK 25/295 BB/SM
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 29-07-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:72
Beslissing op verzet. Niet ontvankelijk. Overschrijding verzettermijn.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:66 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/771058 DW RK 25/203 BB/SM
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 29-07-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:66
Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat zij verweer heeft gevoerd tegen de betalingssommaties, zonder dat daarop een reactie van de gerechtsdeurwaarder is gekomen. De gerechtsdeurwaarder heeft gemeend niet (steeds) op klaagsters correspondentie te hoeven reageren omdat klaagster bij het achterlaten van de stukken op het kantoor had moeten weten dat haar verweer in behandeling was genomen. De kamer overweegt daartoe dat de gerechtsdeurwaarder bij ontvangst van de stukken enkel heeft medegedeeld dat de stukken in ontvangst zijn genomen; zij vermeldt niet wat er vervolgens met de zaak zal gebeuren. Dit schiet tekort. Van de gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij klaagster op dat moment in elk geval informeert over de te verwachten vervolgstappen – zoals het voorleggen aan de opdrachtgever – en de daarmee gemoeide termijn.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-9247
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 05-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:137
Kennelijk ongegronde klacht tegen chirurg. Plaatsen drie rubberbandligaties was conform richtlijnen. Chirurg heeft de pijnklachten van klager niet genegeerd en doorverwijzing was passend. Geen sprake van onheuse bejegening en/of niet serieus nemen klachten. HIV-status van klager was geen contra indicatie voor plaatsen rubberbandligaties.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:187 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-008/DH/RO
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:187
Raadsbeslissing. Klacht over het handelen van de broer c.q. executeur in de nalatenschap van de ouders. Klacht ziet op handelen in 2004. Klager was daarmee in ieder geval in 2017 redelijkerwijs bekend. Klacht is daarom niet binnen de termijn ingediend en daarom niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:67 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/777537 / DW RK 25/405 BB/SM
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 29-07-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:67
Klacht gegrond. Maatregel: berisping. Klaagster beklaagt zich er – in essentie – over dat de gerechtsdeurwaarder een bevel heeft gedaan waarvoor de executoriale grondslag ontbreekt. De kamer is van oordeel dat de gerechtsdeurwaarder een bevel heeft gedaan voor een bedrag waarvoor de executoriale grondslag niet aanwijsbaar is in de overgelegde titel en ook anderszins niet is aangetoond. Het tuchtrechtelijk verwijt is dat de gerechtsdeurwaarder de executie is gestart voor de betaling van een bedrag op basis van een titel waaruit die bevoegdheid niet navolgbaar volgt. Aldus heeft de gerechtsdeurwaarder verzuimd de marginale toets (juist) uit de voeren.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9248
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 05-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:138
Kennelijk ongegronde klacht tegen chirurg. Chirurg heeft klager geïnformeerd over de behandelopties en het te verwachten beloop na de behandeling. Plaatsen drie rubberbandligaties was conform richtlijnen. Controlemoment heeft plaatsgevonden en geen sprake van niet serieus nemen klachten. HIV-status van klager was geen contra indicatie voor plaatsen rubberbandligaties
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:160 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3003
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:160
Klacht tegen een huisarts. Klager verbleef met enkele onderbrekingen van 2013 tot 2017 in een verpleeghuis voor mensen met verslavingsproblematiek. Klager is eenmaal bij de arts op consult geweest. Klager verwijt de arts dat hij adviseerde paracetamol te nemen voor de hoofdpijn. Hij had klager verder moeten onderzoeken. Bovendien had hij op de hoogte moeten zijn van de psychofarmaca die klager toegediend kreeg. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:161 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3004
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:161
Klacht tegen een psychiater. Klager verbleef in een verpleeghuis voor mensen met verslavingsproblematiek. De psychiater werkte in die periode voor een instelling die psychiatrische hulp verleende in het verpleeghuis. Volgens klager heeft de psychiater hem: a) vanaf 2014 zonder zijn medeweten medicatie gegeven, als gevolg waarvan klager fysieke klachten kreeg; b) nooit lichamelijk onderzocht; c) hem tijdens een consult niet respectvol behandeld heeft. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:162 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3148
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:162
Klacht tegen een psychiater. Klaagster is tweemaal door de psychiater gezien voor een second opinion in het kader van een euthanasietraject. Klaagster maakt de psychiater verwijten over de inhoud van de verslagen van beide second opinions, de verzending van het verslag van de tweede second opinion en haar communicatie per e-mail. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft de klacht deels gegrond verklaard en de fysiotherapeut de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:163 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3145
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 24-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:163
Klacht tegen een psychiater. In opdracht van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: CBR) verrichtte de psychiater medisch en psychiatrisch onderzoek naar de rijgeschiktheid van klager. In zijn rapportage overwoog de psychiater dat er aanwijzingen waren gevonden tot het stellen van de diagnose alcoholmisbruik. Om die reden adviseerde hij het CBR om klager ongeschikt te verklaren. Het rijbewijs van klager werd door het CBR vervolgens niet verlengd. Klager verwijt de psychiater onzorgvuldig en ondeskundig onderzoek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:255 Hof van Discipline 's Gravenhage 260295
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 06-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:255
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens het klachtonderzoek neemt (zoals het doorgeven van reactiemogelijkheden en termijnen aan partijen). Klager kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, zijn klacht over mr. S laten toetsen door de raad van discipline. Binnen de kaders van die procedure kan klager al zijn bezwaren over het klachtonderzoek door de deken en de daarin door de deken genomen procedurele beslissingen onder de aandacht van de raad van discipline brengen. Daarom zal de voorzitter de klacht over de deken niet verwijzen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:164 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3298
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 31-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:164
Voorzittersbeslissing. Klaagster verwijt de huisarts dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden door medische informatie van andere patiënten met haar te delen en dat hij daarnaast de eed van Hippocrates heeft geschonden door de met klaagster gemaakte afspraak voor na zijn pensioen te ontkennen en door na zijn pensioen niet meer de moeite te nemen om met klaagster in gesprek te gaan.Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard voor wat betreft de klacht over het delen van medische informatie van andere patiënten, en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is het daarmee eens. Zij is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en zal het beroep afwijzen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:256 Hof van Discipline 's Gravenhage 260300
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 06-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:256
Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht tegen een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe. De klacht van klager over verweerder heeft betrekking op het dekenaal onderzoek dat verweerder heeft uitgevoerd naar aanleiding van de tuchtklacht die klager over mr. W heeft ingediend. Een klacht over een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie op een tuchtklacht over een andere advocaat ter discussie te stellen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:165 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3017
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:165
Klacht tegen een huisarts. Klaagster is met een crisismaatregel gedwongen opgenomen nadat de huisarts de crisisdienst had ingeschakeld. Klaagster verwijt de huisarts dat zij lichtvaardig aan de crisisdienst opdracht heeft gegeven om klaagster te laten opnemen, waarbij klaagster in strijd met de uitgangspunten van de Nationale Hoorservice niet haar zienswijze heeft kunnen geven. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:257 Hof van Discipline 's Gravenhage 260318
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 06-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:257
Klacht over deken niet verwezen. Uit de mail waarin klager zijn klacht over de deken heeft ingediend, kan worden opgemaakt dat klager vindt dat de deken op basis van de door hem aangereikte informatie onderzoek moet doen. Het opvragen van een inventarislijst in reactie op de klacht van klager over mr. van D, is naar het oordeel van de voorzitter geen klachtwaardige reactie van de deken maar een -geoorloofd- verzoek om aanvulling/ verduidelijking van de klacht. Als klager opmerkingen heeft over het dekenonderzoek, dan kan hij deze, na afronding van het dekenale onderzoek en na betaling van het verschuldigde griffierecht, desgewenst voorleggen aan de tuchtrechter. Gelet hierop zal de klacht niet worden doorverwezen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9543
- Datum publicatie: 07-08-2026
- Datum uitspraak: 07-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:127
Kennelijk ongegronde klacht van een patiënt tegen een huisarts. Klacht over verslaglegging van een specifiek consult
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9170
- Datum publicatie: 07-08-2026
- Datum uitspraak: 07-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:128
Kennelijk ongegronde klacht van een patiënt tegen zijn (voormalige) huisarts. Klager verwijt de huisarts onder meer dat hij zonder toestemming werd uitgeschreven bij de praktijk, dat monitoring door bloedonderzoek zonder overleg werd gestopt, dat een rapport niet met klager werd besproken en dat de huisarts heeft nagelaten de inhoud daarvan te laten corrigeren, dat medicatie en monitoring daarvan werden gemanipuleerd en dat er onjuistheden in het dossier staan.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9125
- Datum publicatie: 07-08-2026
- Datum uitspraak: 07-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:129
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater dat zij een brief naar de huisarts heeft gestuurd met een onjuiste inhoud en een bemoeizorgtraject heeft ingezet als dekmantel voor declaratiefraude.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:69 Accountantskamer Zwolle 25/3205 Wtra AK
- Datum publicatie: 07-08-2026
- Datum uitspraak: 07-08-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:69
Tussen klager en zijn ex-vrouw is een geschil ontstaan over de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen. Klager is hierover een procedure begonnen bij de rechtbank Gelderland. Betrokkene heeft van de ex-vrouw van klager de opdracht gekregen om in verband hiermee een prognose van de winst en de kasstroom van haar huisartsenpraktijk over de jaren 2025 tot en met 2027 op te stellen. De klacht gaat over de uitgangspunten van en de berekeningen in de prognose. De Accountantskamer verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:191 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-667/DH/DH/D
- Datum publicatie: 07-08-2026
- Datum uitspraak: 07-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:191
Verzoek op grond van artikel 60b Advocatenwet toegewezen. Onmiddellijke schorsing in de uitoefening van de praktijk voor onbepaalde tijd. Als voorziening wordt getroffen dat verweerder verplicht is een coachingstraject te doorlopen. Ook mag de deken een waarnemer aanwijzen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9469
- Datum publicatie: 07-08-2026
- Datum uitspraak: 07-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:124
Klacht tegen psychiater kennelijk ongegrond. Bij klager is sprake van psychiatrische problematiek. In verband hiermee gebruikt hij onder meer antipsychotische medicatie. Klager verblijft in een beschermde woonvorm, waar hij ambulant wordt behandeld. Verweerster is als regiebehandelaar betrokken bij de behandeling van klager. De klacht gaat onder meer over de wijze van bejegening door de psychiater en over door haar gemaakte verwijzingen.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2026:8 Kamer voor het notariaat Amsterdam 778959 / NT RK 25/43 778965 / NT 25/44
- Datum publicatie: 07-08-2026
- Datum uitspraak: 07-07-2026
- ECLI:NL:TNORAMS:2026:8
Klacht tegen notaris en kandidaat-notaris: (gedeeltelijk) gegrond. Maatregel voor de betrokken notaris: schorsing (één week). De notaris heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de hypotheekakte te passeren zonder hierbij te voldoen aan de op hem rustende verplichtingen die volgen uit art. 17 lid 1 jo. art. 43 lid 1 Wna. De kamer neemt in aanmerking dat (i) er in zekere mate sprake is geweest van zelfstandige dossiervoering door de kandidaat-notaris (de notaris was niet, dan wel zeer beperkt, betrokken in het voortraject van de transactie en stond in geen van de e-mails tussen partijen in de cc) en (ii) het haar ambtshalve bekend is dat de kandidaat-notaris ten tijde van deze transactie negen jaar ervaring had en de notaris daarom ook enigszins mocht vertrouwen op juiste dossiervoering door de kandidaat-notaris. Het voorgaande ontslaat de notaris echter niet van zijn eigen verplichtingen op grond van art. 17 lid 1 jo. art. 43 lid 1 Wna. Dat geldt nog meer omdat het de notaris duidelijk moet zijn geweest dat de ouders zich in een moeilijke positie bevonden, omdat hun zoon in een financieel penibele situatie zat. Dat had tot extra zorgvuldigheid bij de notaris moeten leiden. De kamer rekent het de notaris bijzonder aan dat hij de ouders onjuist heeft voorgelicht over het executierecht en de voor de transactie vereiste toestemming van de eerste hypotheekhouder en dat een bankhypotheek is gevestigd, terwijl dit niet (logisch) volgt uit de geldleningsovereenkomst. Daarmee heeft de notaris het vertrouwen dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen ernstig geschaad. De notaris heeft in zijn verweer noch ter zitting inzicht getoond in het bijzonder onzorgvuldige van zijn handelen. De kamer acht de maatregel van schorsing voor de duur van één week daarom passend en geboden. Maatregel voor de betrokken kandidaat-notaris: berisping. De kandidaat-notaris heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door tegenover klagers onvoldoende invulling te geven aan de op hem rustende verplichtingen uit art. 17 lid 1 jo. art. 43 lid 1 Wna. De kandidaat-notaris heeft weliswaar de hypotheekakte niet gepasseerd, maar heeft wel directe, zelfstandige, betrokkenheid bij de afhandeling van het dossier gehad, waarbij hij verantwoordelijk is geweest voor het gebrek aan zorgvuldige, juiste, berichtgeving richting klagers. Aangezien de kandidaat-notaris niet de eindverantwoordelijkheid draagt, acht de kamer voor hem de maatregel van berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9526
- Datum publicatie: 07-08-2026
- Datum uitspraak: 07-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:125
Bejegeningsklacht tegen een fysiotherapeut in zijn hoedanigheid van praktijkhouder kennelijk ongegrond. De lezingen van partijen over wat gebeurd is lopen uiteen. De voorzitter kan niet vaststellen dat de fysiotherapeut tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9690
- Datum publicatie: 07-08-2026
- Datum uitspraak: 07-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:126
Klacht tegen KNO-arts na plaatsing trommelvliesbuisjes. Nadien ervoer klaagster meerdere gezondheidsklachten, waaronder doofheid, dichte oren en duizeligheid. Klaagster verwijt de KNO-arts onvoldoende zorgvuldig handelen. Het college acht de klacht kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:166 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3025
- Datum publicatie: 10-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:166
Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster werd in het kader van de verzuimbegeleiding begeleid door de bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat zij haar niet goed heeft begeleid door onder andere een foutieve inschatting van de klachten en het weigeren van een second-opinion. Het Regionaal Tuchtcollege heeft het klachtonderdeel over het weigeren van een second opinion gegrond verklaard zonder oplegging van een maatregel en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:258 Hof van Discipline 's Gravenhage 260132
- Datum publicatie: 10-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:258
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klager was de gedaagde partij in een kort geding en in deze procedure is vertegenwoordiging door een advocaat niet verplicht. Bovendien heeft het kort geding inmiddels plaatsgevonden, zodat klager ook geen belang meer heeft bij zijn verzoek tot aanwijzing van een advocaat.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:259 Hof van Discipline 's Gravenhage 260138
- Datum publicatie: 10-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:259
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De door klaagster gewenste procedure heeft geen redelijke kans van slagen. Bovendien kan die procedure bij de kantonrechter worden gevoerd en daarbij is geen bijstand door een advocaat voorgeschreven.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2026:8 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2026/09 VBC 2026/10
- Datum publicatie: 10-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TDIVBC:2026:8
Klachten van een diereigenaar tegen twee dierenartsen over de behandeling van een hond. Bij de hond was een aantal maanden eerder een kwaadaardige tumor geconstateerd, waarvoor behandeling was ingezet. Klager heeft zich tot een dierenziekenhuis gewend toen de hond niet wilde lopen en eten, had gebraakt en koorts had. Omdat de toestand van de hond verslechterde en klager aanvullend onderzoek wilde, is de hond doorverwezen naar de kliniek van de dierenartsen, waar de hond is opgenomen. Hier verslechterde de toestand van de hond verder, waarna de hond uiteindelijk met toestemming van klager is geëuthanaseerd. Klager maakt de dierenartsen verwijten over hun onderzoek, diagnosestelling en behandeling. De klachten zijn in eerste aanleg ongegrond verklaard, klager heeft beroep ingesteld. Het Veterinair Beroepscollege concludeert dat de dierenartsen aan hun zorgplicht hebben voldaan en dat van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen niet is gebleken. De beroepen worden verworpen.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:70 Accountantskamer Zwolle 24/3896 Wtra AK 25/1199 Wtra AK
- Datum publicatie: 10-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:70
Deels gegronde klacht; berisping. Derde en vierde tuchtklacht van klager tegen betrokkene, waarbij de kern van het verwijt is dat betrokkene de Accountantskamer in de vorige tuchtzaak onjuist en onvolledig heeft geïnformeerd. De klacht is deels gegrond. De verwijten van klager berusten grotendeels op (interpretaties van) documenten uit een digitaal systeem van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, maar daarmee heeft klager onvoldoende aangetoond dat betrokkene de Accountantskamer onjuist heeft voorgelicht. Enkel het verwijt dat betrokkene niet heeft verklaard dat hij wél toegang had tot een digitaal systeem brengt mee dat de Accountantskamer van oordeel is dat betrokkene tijdens de tweede klachtprocedure niet volledig is geweest in zijn verklaringen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9455
- Datum publicatie: 10-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:131
Voorzittersbeslissing. Kennelijk ongegronde klacht van een klager tegen een huisarts over het delen van informatie met een derde, het afwijzen van klager als patiënt en het onterecht aanpassen van het dossier. Klager stelt dat de huisarts medische informatie over hem heeft gedeeld met een derde, dat zij hem heeft afgewezen als patiënt en dat zij onterecht dossieraanpassingen heeft gedaan. De huisarts voert aan dat zij geen betrokkenheid heeft gehad bij de handelingen waarover wordt geklaagd, maar dat een praktijkmedewerker deze heeft verricht.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:71 Accountantskamer Zwolle 25/2700 Wtra AK
- Datum publicatie: 10-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:71
Deels gegronde klacht. Betrokkene was de accountant van klaagsters. Een vennootschap waarvan betrokkene de enig aandeelhouder en bestuurder was, heeft een toezichthouderstructuur voor klaagsters opgezet. De vrouw van betrokkene was daarbij betrokken en werd voorzitter van de Raad van Toezicht. In het voorjaar van 2025 ontstonden bij betrokkene zorgen over de continuïteit van klaagster. Deze zorgen heeft hij bij de bespreking van de conceptjaarrekening 2024 gedeeld met klaagsters en de Raad van Toezicht. Klaagsters verwijten betrokkene onder andere dat sprake hij onvoldoende maatregelen heeft getroffen tegen belangenverstrengeling, dat de toezichthouderstructuur ondeugdelijk was en dat hij richting de Raad van Toezicht een onjuist en onvolledig financieel beeld heeft geschetst. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene onvoldoende maatregelen heeft genomen tegen de belangenverstrengeling die met name ontstond toen zijn echtgenote voorzitter van de Raad van Toezicht van [X3] werd. In zoverre is de klacht gegrond. De Accountantskamer legt de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9456
- Datum publicatie: 10-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:132
Voorzittersbeslissing. Kennelijk ongegronde klacht van een klager tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat deze zijn dossier heeft vervalst. Geen bewijs voor de stelling dat de huisarts valse informatie aan het dossier heeft toegevoegd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:169 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-486/AL/MN
- Datum publicatie: 11-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:169
Voorzittersbeslissing. Verweerster heeft klager bijgestaan in een letselschadezaak. Naar het oordeel van de voorzitter heeft zij klager daarin op zorgvuldige wijze bijgestaan. Hij heeft vooraf ingestemd met de door verweerster voorgestelde persoon van de medisch adviseur als met de uiteindelijke vraagstelling. Zij is daarna op uitgebreide en zorgvuldige wijze telkens opnieuw schriftelijk ingegaan op zijn afwijkende visie op het rapport van de medisch adviseur. Ook heeft verweerster klager op zorgvuldige wijze geadviseerd over de door hem mogelijk te nemen vervolgstappen, waarbij zij zelf verder niet meer betrokken zou zijn. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9559
- Datum publicatie: 11-08-2026
- Datum uitspraak: 11-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:130
Kennelijk ongegrond klacht van een klager tegen een GZ-psycholoog. Klager verwijt de GZ-psycholoog dat is besloten klager niet in behandeling te nemen, zonder goede reden en zonder uitleg. De GZ-psycholoog voert aan dat de hulpvraag van klager niet paste bij het hulpaanbod van de instelling en dat niet werd voldaan aan de voorwaarde dat de instelling relevante informatie mocht opvragen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:98 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-552/DB/OB
- Datum publicatie: 11-08-2026
- Datum uitspraak: 11-08-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:98
Voorzittersbeslissing. Klaagsters verwijten over de wijze waarop verweerder op klaagsters aansprakelijkstelling heeft gereageerd zijn kennelijk ongegrond. Verweerder heeft met bekwame spoed op de aansprakelijkstelling gereageerd en heeft daarbij een toereikende inhoudelijke reactie gegeven op klaagsters vragen en verzoeken. Het stond verweerder vrij om aan klaagster mede te delen dat aansprakelijkheid werd afgewezen en om, mede gelet op de samenhang tussen de tuchtklacht tegen mr. Y en de aansprakelijkstelling, ter onderbouwing van dat standpunt te verwijzen naar het dekenstandpunt van 20 maart 2025. Dat verweerder aan klaagster geen voorstel tot betaling van schadevergoeding of schadebeperking heeft gedaan is in lijn met de afwijzing van de afwijzing van aansprakelijkheid en vormt geenszins aanleiding om aan verweerder een tuchtrechtelijk verwijt te maken. De voorzitter is voorts van oordeel dat verweerder door de weigering om de gegevens van zijn verzekeraar aan klager te verstrekken niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het verwijt dat verweerder onjuiste informatie heeft verstrekt aan de deken, nu de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar aanvankelijk niet kon bevestigen dat zij een melding van verweerder had ontvangen, is eveneens onterecht. Vast staat dat (de assurantietussenpersoon van) verweerder de aansprakelijkstelling heeft doorgeleid aan de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar. Indien en voor zover de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar aanvankelijk (al dan niet abusievelijk) andersluidende informatie aan klaagster heeft verstrekt kan dit verweerder niet tuchtrechtelijk worden aangerekend. Van het onjuist informeren van de deken is geen sprake. In alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:167 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-902/AL/NN
- Datum publicatie: 11-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:167
In de kern gaan de vele klachten van klaagster over de communicatie. Daarin is verweerder op meerdere momenten tekortgeschoten. Hij heeft een fysieke afspraak tijdens de duur van de rechtsbijstand niet actief mogelijk gemaakt, waardoor zijn contact beperkt is geweest tot mailcontact met zakelijke toonzetting. Dat heeft over en weer tot irritatie geleid, wat verweerder had kunnen voorkomen. Verweerder heeft ook onvoldoende regie genomen door klaagster niet genoeg bij de hand te nemen tijdens de behandeling van zaak 1. Hij heeft onvoldoende duidelijk gemaakt welke stukken hij wanneer uiterlijk van haar wilde ontvangen. De raad rekent het verweerder aan dat hij klaagster heeft geadviseerd om, toen de zaak voor beraad partijen op de rol stond, een akte te nemen zonder eerst gedegen te onderzoeken of bij het gerechtshof in de stand van de procedure van zaak 1 bij een akte nog belangrijke producties mochten worden gevoegd. Verweerder is naar het oordeel van de raad tuchtrechtelijk bezien tekortgeschoten in zijn zorgplicht voor klaagster omdat van verweerder als zorgvuldig en behoorlijk advocaat mocht worden verwacht op de hoogte te zijn van de geldende procesregels van een gerecht en niet af te gaan op eigen aannames. Van verweerder had verwacht mogen worden dat hij alles op alles zou zetten om de relevante stukken van klaagster overgelegd te krijgen. Dat meteen bij de start zou zijn afgesproken dat verweerder zaak 2 zou laten liggen, is door klaagster betwist en door verweerder niet schriftelijk vastgelegd. Ook hierover heeft verweerder onvoldoende met klaagster gecommuniceerd. Door de later ontstane vertrouwensbreuk mocht verweerder zich aan beide zaken onttrekken. Hij heeft daarbij niet onzorgvuldig gehandeld omdat voor verweerder niet te verwachten was dat klaagster van zijn onttrekking zodanig nadeel zou ondervinden dat hij dat niet had mogen doen. Voor de gegronde klachten: berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:198 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9500
- Datum publicatie: 11-08-2026
- Datum uitspraak: 11-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:198
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Het college overweegt onder meer dat klager vanaf het moment van erkenning van zijn zoon recht heeft op informatie van de huisarts. Dit is echter een recht op informatie op verzoek. Het is niet aan de huisarts om actief beide ouders op de hoogte te houden van de bezoeken aan de praktijk en de medische situatie van hun zoon. Klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:168 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-149/AL/GLD
- Datum publicatie: 11-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:168
Vast staat dat verweerder klager als (mede)cliënt heeft bijgestaan in beroep in een bestemmingsplanprocedure tegen een gemeente. Verweerder is diezelfde gemeente jaren later gaan bijstaan in beroep in een bestemmingsplanprocedure tegen een aantal omwonenden, waaronder ook klager. Naar het oordeel van de raad is door verweerder aan de drie cumulatieve eisen van lid 3 van gedragsregel 15 voldaan, zodat hem tuchtrechtelijk geen verwijt treft. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7693
- Datum publicatie: 12-08-2026
- Datum uitspraak: 12-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:145
Klager is door de arts in opleiding tot neurochirurg (aios) aan zijn rug geopereerd. Na de operatie bleek klager een dwarslaesie te hebben. Klager klaagt erover dat er zonder zijn instemming op de verkeerde positie is geopereerd. Het college oordeelt dat de aios de operatie heeft uitgevoerd volgens het operatieadvies van de behandelend neurochirurg en het multidisciplinair overleg. De aios mocht ervan uitgaan dat sprake was van informed consent en zijn supervisor achtte hem bekwaam om de operatie uit te voeren. Ondanks de zeer ernstige complicatie, is de ingreep uitgevoerd op de voorgeschreven wijze. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9242
- Datum publicatie: 12-08-2026
- Datum uitspraak: 12-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:143
Een kleinzoon van een overleden patiënt klaagt erover dat de cardioloog een medische verklaring over de geestelijke gesteldheid van zijn grootvader heeft afgegeven, welke verklaring door familieleden in een erfrechtprocedure is gebruikt. Het tuchtcollege oordeelt dat de cardioloog, als voormalig behandelend arts, geen geneeskundige verklaring had mogen afgeven, het beroepsgeheim heeft geschonden en buiten zijn deskundigheid is getreden. Als maatregel wordt een voorwaardelijke schorsing van drie maanden met een proeftijd van twee jaar opgelegd met als bijzondere voorwaarde dat de cardioloog een cursus over omgaan met medische gegevens moet volgen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7924
- Datum publicatie: 12-08-2026
- Datum uitspraak: 12-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:144
Verweerder, neurochirurg, was supervisor van een arts in opleiding tot neurochirurg (aios). De aios heeft klager aan zijn rug geopereerd. Na de operatie bleek klager een dwarslaesie te hebben. Klager klaagt erover dat er zonder zijn instemming op de verkeerde positie is geopereerd. Het college oordeelt dat de supervisor geen verwijt treft. De aios heeft de operatie uitgevoerd volgens het operatieadvies van de behandelend neurochirurg en het multidisciplinair overleg. De aios mocht ervan uitgaan dat sprake was van informed consent en de supervisor heeft onderbouwd dat de aios bekwaamt de operatie uit te voeren. Ondanks de zeer ernstige complicatie, is de ingreep uitgevoerd op de voorgeschreven wijze. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:167 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3351
- Datum publicatie: 17-08-2026
- Datum uitspraak: 14-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:167
Voorzittersbeslissing. Verjaring. Klacht tegen een klinisch psycholoog tevens psychotherapeut. Klager is eind 2013 door zijn huisarts verwezen naar de instelling voor geestelijke gezondheidszorg waar verweerster werkzaam was. Verweerster was de hoofdbehandelaar van klager. Klager verwijt verweerster dat zij de diagnose narcisme op hem heeft geplakt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in de klacht vanwege overschrijding van de tienjaarstermijn. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:199 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9118
- Datum publicatie: 17-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:199
Kennelijk ongegronde klacht tegen een oogarts. Klager kampt al lange tijd met glaucoom. Klager vindt dat de oogarts een te lange termijn voor de controle heeft aangehouden toen zij hem doorverwees, waardoor een tijdige behandeling uitbleef. Klager is tijdens zijn vakantie blind geworden. Het college is van oordeel dat de oogarts in de situatie van klager in redelijkheid heeft kunnen besluiten aan de doorverwijzing een termijn van drie maanden te verbinden. Het college beoordeelt niet of er een causaal verband bestaat tussen de door de oogarts bepaalde termijn en de bij klager plotseling opgetreden blindheid.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:264 Hof van Discipline 's Gravenhage 260031
- Datum publicatie: 18-08-2026
- Datum uitspraak: 14-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:264
Klacht tegen eigen advocaat in letselschadezaak. Bekrachtiging beslissing raad. Gedeeltelijk niet-ontvankelijk, voor zover klager te laat heeft geklaagd. Voor het overige is de klacht gegrond. Verweerder heeft onvoldoende regie genomen, hij heeft klager onvoldoende deskundig geadviseerd en bijgestaan in zijn geschil met de letselschadeverzekeraar en hij is gemaakte afspraken niet nagekomen. Onvoorwaardelijke schorsing van vier weken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:265 Hof van Discipline 's Gravenhage 250045
- Datum publicatie: 18-08-2026
- Datum uitspraak: 14-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:265
Deze zaak betreft een klacht van klaagster over het handelen van de eigen advocaat. Klaagster verwijt verweerder a) geen duidelijke afspraken te maken over de aanpak van haar zaak, b) gemaakte afspraken niet schriftelijk te bevestigen, c) opdrachten en/of opmerkingen van haar kant niet uit te voeren of na te komen en vragen niet te beantwoorden, d) zijn werkzaamheden op onzorgvuldige wijze uit te voeren, e) zijn declaraties onjuist of ondeugdelijk te specifiëren, en f) haar angstaanjagend te hebben behandeld. De klachtonderdelen a), b), c) en d) zijn gegrond verklaard en klachtonderdelen e) en f) zijn ongegrond verklaard. Aan verweerder is de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klaagster en verweerder zijn beiden in hoger beroep gekomen. Beide partijen klagen in hoger beroep over het proces-verbaal van de zitting bij de Raad van Discipline. Het Hof van Discipline oordeelt dat het proces-verbaal van de raad onvolledig is en dat de uiterst korte weergave van de zitting in het proces-verbaal afbreuk heeft gedaan aan een representatieve weergave van hetgeen op zitting is gezegd en voorgevallen. Het hof verbindt hieraan geen andere consequentie dan de constatering hiervan. Het hof acht de klachtonderdelen a), b), c) en d) deels gegrond en klachtonderdeel e) ongegrond. Uit de deels gegrond verklaarde klachtonderdelen a), b), c) en d) volgt dat verweerder niet heeft gehandeld overeenkomstig het doel en de strekking van gedragsregels 16 en 17 en bovendien de kernwaarde (financiële) integriteit heeft geschonden door niet duidelijk te zijn over wat zijn werkzaamheden zouden gaan kosten. Het handelen van verweerder is in strijd met de in artikel 10a Advocatenwet vastgelegde kernwaarden en met de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen en verweerder heeft daarmee het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Het hof bekrachtigt de door de raad opgelegde maatregel van waarschuwing.