Zoekresultaten 1-10 van de 202 resultaten

  • ECLI:NL:TSCTS:2024:10 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2024-10 (2024.V5-JORIS SENIOR ARM18)

    In de nacht van woensdag 28 op donderdag 29 september 2022 heeft het visserschip Joris Senior, met vismerk ARM 18 (hierna: het schip), een aanvaring gehad met de voor anker liggende tanker Golden Daisy (hierna de tanker). Dit gebeurde in ankergebied 8, ten noorden van de aanloop naar IJmuiden. De ARM 18 was na een week vissen op de Noordzee stomende naar IJmuiden. De tanker liep bij de aanvaring een gat in de sludge tank op. Er is circa 2 m3 sludge uitgestroomd in zee. De ARM 18 zelf liep schade aan de voorsteven op. Alle schades bevonden zich ruim boven de waterlijn. Er deden zich geen persoonlijke ongelukken voor.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2024:17 Kamer voor het notariaat Den Haag 23-36

    Klager verwijt de notaris dat het testament met daarin de tweetrapsmaking niet door moeder kan zijn gewild en dat klager niet serieus wordt genomen. Beide klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2024:16 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-03

    Vast staat dat de notaris zelf geen werkzaamheden heeft verricht in het dossier dat ziet op de afwikkeling van de nalatenschap van erflater. Pas als opvolger van het protocol van de oud-notaris is de notaris bekend geraakt met deze nalatenschapskwestie. In zijn verweerschrift en opnieuw ter zitting heeft de notaris uiteengezet wat zijn rol als protocolopvolger inhoudt en hoe hij hier uitvoering aan heeft gegeven. De klacht is dan ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2024:15 Kamer voor het notariaat Den Haag 23-34 en 24-12

    De notaris wordt verweten dat hij zijn toezeggingen niet nakomt en dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door als notaris de voorwaarde van het intrekken van de tuchtprocedure te stellen aan het betalen van een geldbedrag aan klager ter oplossing van een tussen hen ontstaan geschil. De Kamer volstaat met het opleggen van de maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORARL:2024:31 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/427676 KL RK 23-124

    Klaagster koopt percelen waarvan zowel zij als verkopers in de veronderstelling waren dat deze zijn belast met erfdienstbaarheden in de vorm van het recht van overpad ten laste van een van de percelen van een van de verkopers. Later blijkt in een gerechtelijke procedure dat deze erfdienstbaarheden al voor de verkoop van de percelen door vermenging teniet zijn gegaan. Deze vermenging is nimmer ingeschreven in het Kadaster.De notaris mocht erop vertrouwen dat partijen beiden achter de overdracht van de percelen aan klaagster met bijbehorende erfdienstbaarheid stonden, ondanks dat zij daar vragen over hebben gesteld. De notaris heeft op dit punt aan zijn onderzoeksplicht voldaan.Op de notaris rust een zwaarwegende zorgplicht ter zake van wat nodig is voor het intreden van de rechtsgevolgen die zijn beoogd met de in een akte opgenomen rechtshandelingen. Deze plicht houdt ook in dat de notaris een onderzoek instelt naar de rechtstoestand van het registergoed, de recherche-/onderzoeksplicht. Gelet op de hoge mate van zorgvuldigheid die hierbij van een notaris wordt verwacht, dient hij alle voor hem toegankelijke registers te raadplegen. De notaris heeft in onderhavige zaak alle gebruikelijke kadastrale recherches uitgevoerd. Bij alle recherches waren de gevestigde erfdienstbaarheden zichtbaar. De notaris zag daarin geen aanleiding een erfdienstbaarhedenonderzoek uit te (laten) voeren noch hebben partijen bij de verkoop de notaris hiertoe opdracht gegeven.Het kan de notaris niet tuchtrechtelijk worden verweten dat hij niet bekend was met de mogelijkheid dat hij de erfdienstbaarheid al eerder door vermenging teniet was gegaan en dat hij deze dus niet in de akte van levering had mogen opnemen. De notaris heeft voldaan aan zijn zorg- en onderzoeksplicht. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2024:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/6683

    Klacht tegen een orthopedisch chirurg gegrond. Klager heeft na een ongeval in 2002 klachten aan zijn been waarvan hij veel beperkingen ondervindt. Klager werd door de huisarts verwezen naar de orthopedisch chirurg. De orthopedisch chirurg heeft een poliklinisch consult gehad met klager en de conclusie was dat hij orthopedisch gezien niet zoveel voor klager kon doen. Daarom verwees hij klager terug naar het spreekuur van de huisarts, om te bespreken of verwijzing naar de vaatchirurg nog zinvol was. Klager verwijt de orthopedisch chirurg, samengevat, dat hij onvoldoende heeft gecommuniceerd en onjuiste informatie heeft verstrekt, een onjuiste diagnose heeft gesteld en tijdens de klachtafhandeling niet met klager zelf heeft willen spreken en geen verantwoordelijkheid heeft willen nemen voor de notitie van posttrombotisch syndroom in het dossier. De orthopedisch chirurg stelt zich op het standpunt dat hij niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het college komt tot het oordeel dat de klacht deels gegrond is en legt de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2024:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/6732

    Klacht tegen huisarts. Klager is door de huisarts gezien nadat hij op zijn werk rugklachten had opgelopen. De klacht gaat onder meer over het beleid van de huisarts ten aanzien van de rugklachten, de dossiervoering hiervan en het langdurig voorschrijven van pijnstillers. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2024:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7124

    Voorzittersbeslissing. Het betreft een klacht tegen een psychiater in haar hoedanigheid van geneesheer-directeur. Voor de voorbereiding van een zorgmachtiging voor klager is verweerster door de officier van justitie aangewezen als geneesheer-directeur om de taken uit te voeren zoals omschreven in hoofdstuk 5 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De klacht heeft betrekking op de brief van verweerster waarin zij de officier van justitie schriftelijk heeft geïnformeerd over haar bevindingen. De voorzitter heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2024:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7008

    Klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog heeft op verzoek van Jeugdbescherming een advies gegeven over de minderjarige kinderen van klager. Klager stelt, samengevat, dat de GZ-psycholoog bij de totstandkoming van dit advies onzorgvuldig heeft gehandeld. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gedeeltelijk gegrond is en legt de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2024:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/6887

    Klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog is behandelaar van de stiefmoeder van klagers. Zij heeft informatie verstrekt aan de Raad voor de Kinderbescherming in het kader van een gezagsbeëindigende maatregel. Het gaat hierbij om het stiefbroertje en -zusje van klagers. Klagers stellen dat de GZ-psycholoog met haar uitspraken - die in het rapport van de Raad zijn opgenomen - onzorgvuldig heeft gehandeld. Het college komt tot het oordeel de klacht gedeeltelijk gegrond is en legt aan de GZ-psycholoog de maatregel van een berisping op.