Zoekresultaten 11-20 van de 202 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:166 Raad van Discipline Amsterdam 24-560/A/NH
- Datum publicatie: 14-10-2024
- Datum uitspraak: 07-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:166
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster niet onevenredig nadeel aan klaagster toegebracht of onnodig polariserend opgetreden. Verweerster heeft gehandeld binnen de vrijheid die zij als advocaat van de wederpartij heeft.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:167 Raad van Discipline Amsterdam 24-616/A/A
- Datum publicatie: 21-10-2024
- Datum uitspraak: 14-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:167
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over het optreden van verweerder ten opzichte van een derde.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:168 Raad van Discipline Amsterdam 24-622/A/A
- Datum publicatie: 21-10-2024
- Datum uitspraak: 14-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:168
Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over een advocatenkantoor. In lijn met de beslissing van de Raad van Discipline Amsterdam van 30 januari 2023, ECLI:NL:TADRAMS:2023:24 oordeelt de voorzitter dat het starten van een incassoprocedure vanwege het onbetaald laten van declaraties betrekking heeft op de organisatie van verweerster. Gelet hierop is de klacht ontvankelijk. De klacht is inhoudelijk kennelijk ongegrond. Het stond verweerster vrij om in rechte voldoening te vorderen van openstaande declaraties. Daarmee handelt verweerster niet in strijd met het tuchtrecht.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:169 Raad van Discipline Amsterdam 24-637/A/A
- Datum publicatie: 21-10-2024
- Datum uitspraak: 14-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:169
Voorzittersbeslissing. Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij omdat de feitelijke grondslag ontbreekt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:170 Raad van Discipline Amsterdam 24-634/A/A
- Datum publicatie: 21-10-2024
- Datum uitspraak: 14-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:170
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder heeft onderbouwd aangevoerd dat hij als partijdige belangenbehartiger namens zijn cliënte de sommatiebrief aan klager mocht versturen. Verweerder heeft niet de grenzen overschreden van de vrijheid die hij als advocaat van de wederpartij heeft.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:171 Raad van Discipline Amsterdam 24-642/A/A
- Datum publicatie: 21-10-2024
- Datum uitspraak: 14-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:171
Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij; Verweerder heeft als partijdige belangenbehartiger het standpunt van zijn cliënte verwoord aan de hand van het feitenmateriaal dat hij van zijn cliënte heeft ontvangen. Verweerder mocht van de juistheid van dat feitenmateriaal uitgaan en het is de voorzitter niet gebleken van een uitzonderlijke situatie waarin verweerder het feitenmateriaal moest verifiëren.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:172 Raad van Discipline Amsterdam 24-187/A/A
- Datum publicatie: 25-10-2024
- Datum uitspraak: 21-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:172
Raadsbeslissing; Klacht van een advocaat over een advocaat. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zich in zijn processtukken herhaaldelijk onnodig grievend uit te laten over de praktijkvoering van klaagster en haar intenties. De aard en ernst van deze gegronde klacht rechtvaardigt de oplegging van een maatregel. Daarbij heeft de raad naast de omstandigheden van deze klachtzaak ook rekening gehouden met het feit dat aan verweerder niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Een waarschuwing met kostenveroordeling is passend geacht.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:173 Raad van Discipline Amsterdam 24-434/A/A
- Datum publicatie: 25-10-2024
- Datum uitspraak: 21-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:173
Raadsbeslissing; De klacht betreft gedragsregel 15 in een VvE kwestie. Uit gedragsregel 15 volgt de regel dat een advocaat in het algemeen niet mag optreden tegen een (voormalige) cliënt, omdat een advocaat zich - kort gezegd - niet in de situatie mag begeven waarin hij de kans loopt ten koste van zijn cliënt in een belangenconflict te geraken. Uit de beslissing van het Hof van Discipline 31 januari 2022; ECLI:NL:TAHVD:2022:16 volgt bovendien dat zodra zich een (potentieel) strijdig belang voordoet, de advocaat dient te overwegen of hij zijn belangenbehartiging nog kan voortzetten. Naar het oordeel van de raad deed een dergelijke situatie zich voor toen verweerster bijstand verleende aan de huurder in de procedure tegen klager als verhuurder, die tevens lid was van de VvE die verweerster in een andere kwestie bijstond. Verweerster had zich eerder moeten afvragen of zij de belangenbehartiging aan zowel de huurder als de VVE nog kon voortzetten. Dat heeft verweerster niet gedaan. Door verweersters optreden voor de huurder enerzijds en de VvE, waaronder klager, anderzijds heeft verweerster zichzelf in een situatie gebracht van potentieel conflicterende belangen en hiermee in strijd gehandeld met de kernwaarden onafhankelijkheid en partijdigheid, alsmede met de betamelijkheidsnorm van artikel 46 Advocatenwet. Het schenden van kernwaarden rechtvaardigt in beginsel de maatregel van (ten minste) een berisping. Aangezien het de raad echter voldoende duidelijk is geworden dat verweerster zich niet (volledig) bewust was van haar klachtwaardig handelen en zij een schoon tuchtrechtelijk verleden heeft, volstaat de raad in dit geval met de oplegging van een waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:174 Raad van Discipline Amsterdam 24-370/A/A
- Datum publicatie: 25-10-2024
- Datum uitspraak: 21-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:174
Raadsbeslissing; Van een situatie waarin toepassing moet worden gegeven aan gedragsregel 15 is geen sprake is. Daarvoor dient klaagster op enig moment de cliënte van verweerster te zijn geweest. Dat is niet gebleken. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:175 Raad van Discipline Amsterdam 24-519/A/A
- Datum publicatie: 25-10-2024
- Datum uitspraak: 21-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:175
Raadsbeslissing; Klacht over de advocaat van de wederpartij. Door eerst bij de advocaat van klaagster en daarna bij ARAG rechtstreeks de rechtmatigheid van klaagsters rechtsbijstandsverzekering aan de orde te stellen en in twijfel te trekken, heeft verweerder de grenzen van het betamelijke overschreden. De raad kan deze handelingen niet anders kwalificeren dan een poging om de rechtsbijstand(-verzekering) aan klaagster te doen eindigen en klaagster hiermee inschikkelijker te maken naar verweerders cliënten. Klaagster heeft dit terecht als intimiderend ervaren. Verweerder heeft zich hiermee bovendien bemoeid met zaken waar hij en zijn cliënten (als wederpartij) volledig buiten staan. De raad acht in de gegeven omstandigheden een waarschuwing met kostenveroordeling passend en geboden.