Zoekresultaten 1-50 van de 202 resultaten
-
ECLI:NL:TACAKN:2024:67 Accountantskamer Zwolle 24/1988 Wtra AK
- Datum publicatie: 21-10-2024
- Datum uitspraak: 18-10-2024
- ECLI:NL:TACAKN:2024:67
Betrokkene is door de rechtbank benoemd als bindend adviseur. Betrokkene heeft zijn taak niet volbracht. Naar aanleiding van een e-mail van de advocaat van klager heeft betrokkene aan klager en de andere partij meegedeeld dat hij de opdracht opzegt. Klager is van mening dat de opzegging en de toelichting daarop onbegrijpelijk is. Ook verwijt hij betrokkene te liegen in zijn e-mailberichten en onethisch te hebben gehandeld. De klacht is ongegrond. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene bij de opzegging van zijn opdracht alle belangen voldoende heeft afgewogen en tot de opzegging heeft kunnen komen. Die opzegging is afdoende toegelicht in zijn brief aan partijen. De gestelde leugens en het gestelde onethische handelen heeft klager onvoldoende aannemelijk gemaakt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:157 Raad van Discipline Amsterdam 24-534/A/A 24-542/A/A
- Datum publicatie: 04-10-2024
- Datum uitspraak: 23-09-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:157
Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening; Van schending van de geheimhoudingsplicht is ook niet gebleken.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:158 Raad van Discipline Amsterdam 24-614/A/NH
- Datum publicatie: 04-10-2024
- Datum uitspraak: 26-09-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:158
Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder heeft zich niet onnodig grievend over klager uitgelaten.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:159 Raad van Discipline Amsterdam 24-564/A/A
- Datum publicatie: 04-10-2024
- Datum uitspraak: 23-09-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:159
Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk vanwege het overschrijden van de vervaltermijn van drie jaar.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:160 Raad van Discipline Amsterdam 24-543/A/A
- Datum publicatie: 04-10-2024
- Datum uitspraak: 23-09-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:160
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de dienstverlening van de eigen eigen advocaat. Klager heeft zijn klacht onvoldoende onderbouwd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:161 Raad van Discipline Amsterdam 24-535/A/A
- Datum publicatie: 04-10-2024
- Datum uitspraak: 23-09-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:161
Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de dienstverlening door de eigen advocaat. Niet gebleken is dat verweerder klagers belangen ter zitting onvoldoende heeft behartigd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:162 Raad van Discipline Amsterdam 24-255/A/A
- Datum publicatie: 11-10-2024
- Datum uitspraak: 30-09-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:162
Klacht over kwaliteit dienstverlening eigen advocaat. Hoewel de klacht buiten de vervaltermijn van drie jaar is ingediend, is deze gedeeltelijk ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 2 Advocatenwet. Klager heeft toereikend toegelicht dat hij weliswaar vanaf het vonnis van 7 mei 2018 bekend was met de toegewezen boeterente, maar dat hij niet wist dat verweerder door geen verweer hiertegen te voeren klager onnodig heeft blootgesteld aan het risico dat de vorderingen van de verhuurder in reconventie onbetwist zouden worden toegewezen en derhalve met de (mogelijke) gevolgen van verweerders nalaten. Pas door voorlichting door zijn huidige advocaat is klager bekend geraakt met de gevolgen van het nalaten van verweerder. Daarna heeft klager alsnog binnen een jaar - en daarmee tijdig - een klacht over verweerder ingediend. Voor zover de klacht ontvankelijk is, is deze bovendien gegrond. Verweerder is ernstig tekortgeschoten in zijn zorgplicht jegens klager door hem de kans te hebben ontnomen om de schade te beperken door te verzuimen verweer te voeren tegen de door de verhuurder gevorderde boeterente en/of door na te laten te adviseren tegen het vonnis van 7 mei 2018 hoger beroep in te stellen. Wanneer klager verweerder via een aansprakelijkstelling op zijn gedrag aanspreekt, verzuimt verweerder vervolgens hierover helder, adequaat en coöperatief met klager te communiceren. Deze omstandigheden rechtvaardigen het opleggen van een ingrijpende maatregel. Daarbij weegt de raad naast de omstandigheden van deze klachtzaak ook het zeer uitgebreide tuchtrechtelijke verleden van verweerder mee. De maatregel van schorsing voor de duur van twaalf (12) weken, waarvan zes (6) weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee (2) jaar is passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:163 Raad van Discipline Amsterdam 24-391/A/A
- Datum publicatie: 11-10-2024
- Datum uitspraak: 30-09-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:163
Klacht over de werkzaamheden van verweerder als waarnemer. De klacht is gedeeltelijk niet-ontvankelijk in verband met het ne bis in idem beginsel. klaagster heeft eerder al een klacht over verweerders waarneming ingediend, die bij beslissing van 26 september 2022, ECLI:NL:TADRAMS:2022:192 gegrond is verklaard en waarbij aan verweerder een berisping is opgelegd. Deze beslissing is onherroepelijk geworden. Klaagster kan niet een tweede maal klagen over hetzelfde feitencomplex. Voor het overige is de klacht ongegrond. Klaagster heeft niet aannemelijk gemaakt dat verweerder in de vorige klachtprocedure leugenachtige verklaringen heeft afgelegd tegenover de raad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:164 Raad van Discipline Amsterdam 24-509/A/A
- Datum publicatie: 11-10-2024
- Datum uitspraak: 30-09-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:164
Ongegronde klacht over kwaliteit van dienstverlening eigen advocaat. De werkzaamheden die verweerder voor klaagster heeft verricht in de drie zaken voldeden op alle vlakken aan de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:165 Raad van Discipline Amsterdam 24-578/A/A
- Datum publicatie: 14-10-2024
- Datum uitspraak: 07-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:165
Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Verweerster heeft onderbouwd aangevoerd dat zij heeft geprobeerd om klaagster duidelijk te maken dat het aanwezig zijn van een onzeker causaal verband tussen de medische fout en haar huidige toestand aan de volledige schadevergoeding in de weg staat. Het is begrijpelijk dat klaagster teleurgesteld kan zijn in het gedane schikkingsaanbod en dat zij het jammer vindt dat verweerster geen hoger schikkingsbedrag voor haar heeft kunnen regelen en de gang naar de rechter niet heeft ingezet, maar dat betekent niet dat de bijstand van verweerster aan klaagster daarmee ondermaats is geweest.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:166 Raad van Discipline Amsterdam 24-560/A/NH
- Datum publicatie: 14-10-2024
- Datum uitspraak: 07-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:166
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster niet onevenredig nadeel aan klaagster toegebracht of onnodig polariserend opgetreden. Verweerster heeft gehandeld binnen de vrijheid die zij als advocaat van de wederpartij heeft.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:167 Raad van Discipline Amsterdam 24-616/A/A
- Datum publicatie: 21-10-2024
- Datum uitspraak: 14-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:167
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over het optreden van verweerder ten opzichte van een derde.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:168 Raad van Discipline Amsterdam 24-622/A/A
- Datum publicatie: 21-10-2024
- Datum uitspraak: 14-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:168
Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over een advocatenkantoor. In lijn met de beslissing van de Raad van Discipline Amsterdam van 30 januari 2023, ECLI:NL:TADRAMS:2023:24 oordeelt de voorzitter dat het starten van een incassoprocedure vanwege het onbetaald laten van declaraties betrekking heeft op de organisatie van verweerster. Gelet hierop is de klacht ontvankelijk. De klacht is inhoudelijk kennelijk ongegrond. Het stond verweerster vrij om in rechte voldoening te vorderen van openstaande declaraties. Daarmee handelt verweerster niet in strijd met het tuchtrecht.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:169 Raad van Discipline Amsterdam 24-637/A/A
- Datum publicatie: 21-10-2024
- Datum uitspraak: 14-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:169
Voorzittersbeslissing. Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij omdat de feitelijke grondslag ontbreekt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:170 Raad van Discipline Amsterdam 24-634/A/A
- Datum publicatie: 21-10-2024
- Datum uitspraak: 14-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:170
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder heeft onderbouwd aangevoerd dat hij als partijdige belangenbehartiger namens zijn cliënte de sommatiebrief aan klager mocht versturen. Verweerder heeft niet de grenzen overschreden van de vrijheid die hij als advocaat van de wederpartij heeft.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:171 Raad van Discipline Amsterdam 24-642/A/A
- Datum publicatie: 21-10-2024
- Datum uitspraak: 14-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:171
Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij; Verweerder heeft als partijdige belangenbehartiger het standpunt van zijn cliënte verwoord aan de hand van het feitenmateriaal dat hij van zijn cliënte heeft ontvangen. Verweerder mocht van de juistheid van dat feitenmateriaal uitgaan en het is de voorzitter niet gebleken van een uitzonderlijke situatie waarin verweerder het feitenmateriaal moest verifiëren.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:172 Raad van Discipline Amsterdam 24-187/A/A
- Datum publicatie: 25-10-2024
- Datum uitspraak: 21-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:172
Raadsbeslissing; Klacht van een advocaat over een advocaat. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zich in zijn processtukken herhaaldelijk onnodig grievend uit te laten over de praktijkvoering van klaagster en haar intenties. De aard en ernst van deze gegronde klacht rechtvaardigt de oplegging van een maatregel. Daarbij heeft de raad naast de omstandigheden van deze klachtzaak ook rekening gehouden met het feit dat aan verweerder niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Een waarschuwing met kostenveroordeling is passend geacht.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:173 Raad van Discipline Amsterdam 24-434/A/A
- Datum publicatie: 25-10-2024
- Datum uitspraak: 21-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:173
Raadsbeslissing; De klacht betreft gedragsregel 15 in een VvE kwestie. Uit gedragsregel 15 volgt de regel dat een advocaat in het algemeen niet mag optreden tegen een (voormalige) cliënt, omdat een advocaat zich - kort gezegd - niet in de situatie mag begeven waarin hij de kans loopt ten koste van zijn cliënt in een belangenconflict te geraken. Uit de beslissing van het Hof van Discipline 31 januari 2022; ECLI:NL:TAHVD:2022:16 volgt bovendien dat zodra zich een (potentieel) strijdig belang voordoet, de advocaat dient te overwegen of hij zijn belangenbehartiging nog kan voortzetten. Naar het oordeel van de raad deed een dergelijke situatie zich voor toen verweerster bijstand verleende aan de huurder in de procedure tegen klager als verhuurder, die tevens lid was van de VvE die verweerster in een andere kwestie bijstond. Verweerster had zich eerder moeten afvragen of zij de belangenbehartiging aan zowel de huurder als de VVE nog kon voortzetten. Dat heeft verweerster niet gedaan. Door verweersters optreden voor de huurder enerzijds en de VvE, waaronder klager, anderzijds heeft verweerster zichzelf in een situatie gebracht van potentieel conflicterende belangen en hiermee in strijd gehandeld met de kernwaarden onafhankelijkheid en partijdigheid, alsmede met de betamelijkheidsnorm van artikel 46 Advocatenwet. Het schenden van kernwaarden rechtvaardigt in beginsel de maatregel van (ten minste) een berisping. Aangezien het de raad echter voldoende duidelijk is geworden dat verweerster zich niet (volledig) bewust was van haar klachtwaardig handelen en zij een schoon tuchtrechtelijk verleden heeft, volstaat de raad in dit geval met de oplegging van een waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:174 Raad van Discipline Amsterdam 24-370/A/A
- Datum publicatie: 25-10-2024
- Datum uitspraak: 21-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:174
Raadsbeslissing; Van een situatie waarin toepassing moet worden gegeven aan gedragsregel 15 is geen sprake is. Daarvoor dient klaagster op enig moment de cliënte van verweerster te zijn geweest. Dat is niet gebleken. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:175 Raad van Discipline Amsterdam 24-519/A/A
- Datum publicatie: 25-10-2024
- Datum uitspraak: 21-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:175
Raadsbeslissing; Klacht over de advocaat van de wederpartij. Door eerst bij de advocaat van klaagster en daarna bij ARAG rechtstreeks de rechtmatigheid van klaagsters rechtsbijstandsverzekering aan de orde te stellen en in twijfel te trekken, heeft verweerder de grenzen van het betamelijke overschreden. De raad kan deze handelingen niet anders kwalificeren dan een poging om de rechtsbijstand(-verzekering) aan klaagster te doen eindigen en klaagster hiermee inschikkelijker te maken naar verweerders cliënten. Klaagster heeft dit terecht als intimiderend ervaren. Verweerder heeft zich hiermee bovendien bemoeid met zaken waar hij en zijn cliënten (als wederpartij) volledig buiten staan. De raad acht in de gegeven omstandigheden een waarschuwing met kostenveroordeling passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:176 Raad van Discipline Amsterdam 24-148/A/A
- Datum publicatie: 25-10-2024
- Datum uitspraak: 21-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:176
Raadsbeslissing; Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:177 Raad van Discipline Amsterdam 24-675/A/A
- Datum publicatie: 25-10-2024
- Datum uitspraak: 21-10-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:177
Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. De door verweerster verzonden sommatiebrief betreft een in de advocatuur gebruikelijke sommatiebrief en bevat geen bewoordingen die tuchtrechtelijk niet door de beugel kunnen of als juridisch agressief taalgebruik kunnen worden aangemerkt.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:236 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-208/AL/GLD
- Datum publicatie: 07-10-2024
- Datum uitspraak: 30-09-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:236
Klagers beklagen zich over een (voormalig) kantoorgenoot van de (voormalige) eigen advocaat. In de door klagers over de eigen advocaat ingediende klacht doet de raad gelijktijdig uitspraak (24-209/AL/GLD). Klagers zijn door de kantoorgenoot van verweerder jarenlang bijgestaan in een fiscaal-strafrechtelijke procedure. Verweerder is bij deze kwestie betrokken geraakt in zijn hoedanigheid van bestuurder van het advocatenkantoor en tevens collega-advocaat. Verweerder heeft aan de voortzetting van de rechtsbijstand aan klagers de voorwaarde verbonden dat klagers eerst de achterstallige declaraties moesten betalen. Verweerder heeft zekerheden van klagers geëist ter dekking van de openstaande declaraties. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder in de specifieke omstandigheden van het geval ontoelaatbare druk op klagers uitgeoefend om tot betaling van de declaraties over te gaan of daarvoor zekerheid te stellen. Verweerder heeft de kwestie als een doorsnee incasso aangemerkt en heeft daarbij alle middelen die hij had ingezet, voorbijgaand aan het feit dat het om een cliënte ging, die bovendien reeds veel had betaald, die nog een lopende zaak had en voor wie de beslagleggingen bij het bedrijf en in privé tot veel schade leidde, en eens te meer voor wie de faillissementsaanvraag van de vennootschap desastreuze gevolgen had. Verweerder heeft zich van dit alles geen rekenschap gegeven, althans dat blijkt nergens uit en dat had wel van hem mogen worden verwacht. Hierbij verdient vermelding dat deze raad de declaraties van zijn collega-advocaat in de parallelle zaak als excessief heeft aangemerkt, hetgeen des te navranter maakt dat verweerder alle mogelijke middelen heeft ingezet om deze te innen. Klacht in zoverre gegrond. Voorwaardelijke schorsing van 6 weken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:237 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-210/AL/GLD
- Datum publicatie: 07-10-2024
- Datum uitspraak: 30-09-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:237
In een fiscaal-strafrechtelijke kwestie heeft een toenmalige kantoorgenoot van verweerder (mr. W) jarenlang werkzaamheden voor de echtgenoot van klaagster en zijn (inmiddels gefailleerde) bedrijf verricht. Klaagster heeft zich ook over die advocaat beklaagd. De raad doet gelijktijdig uitspraak in die samenhangende zaak (24-211/AL/GLD). Verweerder is op enig moment bij genoemde kwestie betrokken geraakt als bestuurder en als advocaat van het toenmalige kantoor van mr. W. Verweerder heeft wegens het uitblijven van betaling van achterstallige declaraties door de cliënten van mr. W rechtsmaatregelen getroffen, waaronder het leggen van beslagen, ook onder klaagster, het starten van een procedure, ook tegen klaagster, en het indienen van een verzoekschrift tot faillietverklaring van het bedrijf van haar echtgenoot. De raad oordeelt klaagster niet-ontvankelijk in een deel van haar klachten omdat zij daarbij geen eigen rechtstreeks belang heeft. Of klaagster terecht door verweerder als advocaat van het advocatenkantoor van mr. W is aangesproken is niet ter beoordeling van de tuchtrechter. Een dergelijk oordeel is voorbehouden aan de civiele rechter. Die kan oordelen over de juridische vraag of sprake was van onrechtmatige beslaglegging door verweerder onder klaagster en van gebruik van onrechtmatige rechtsmiddelen door verweerder richting klaagster. De tuchtrechter beoordeelt (alleen) of de advocaat met zijn verweten handelen de hierboven genoemde maatstaf heeft overtreden. Daarvan is de raad echter niet gebleken. De raad begrijpt dat klaagster alle door verweerder richting haar getroffen acties als belastend en intimiderend heeft ervaren en dat zij voor haar gevoel is ‘meegezogen’ in het geschil tussen haar echtgenoot en zijn toenmalige bedrijf enerzijds met verweerder en mr. W anderzijds. Dat klaagster daarbij betrokken is geraakt, is naar het oordeel van de raad deels het gevolg van haar eigen handelen. Zij heeft immers meegewerkt aan omzetting van vermogensbestanddelen van haar echtgenoot op haar eigen naam. Het stond verweerder vrij om daarom ook maatregelen richting klaagster te treffen. Of die maatregelen juridisch juist waren, daarover oordeelt niet de tuchtrechter maar de civiele rechter, zoals hiervoor overwogen. Klacht voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:238 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-209/AL/GLD
- Datum publicatie: 07-10-2024
- Datum uitspraak: 30-09-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:238
Klagers (een inmiddels gefailleerd bedrijf en eigenaar daarvan) beklagen verweerder die jarenlang bijstand heeft verleend in een fiscaal-strafrechtelijke procedure. Een deel van de klachten is niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Daarnaast zijn een aantal klachten ongegrond. Het is de raad gebleken dat verweerder zich voldoende heeft ingespannen in het belang van zijn cliënt en op deskundige wijze de belangen heeft behartigd. Naar het oordeel van de raad is verweerder wel tekortgeschoten in zijn zorgplicht doordat uit de stukken niet is gebleken dat verweerder voor klagers in de strafzaak een ureninschatting heeft gemaakt en duidelijkheid heeft gegeven over de taakverdeling met de ingehuurde strafrechtadvocaat. Verder is voor de raad een beeld naar voren gekomen dat verweerder over langere tijd vooral reactief heeft gehandeld. Bij verweerder lijkt de regie te hebben ontbroken, evenals een plan van aanpak dat telkens aan nieuwe situaties werd aangepast. Daardoor heeft verweerder, ondanks herhaalde verzoeken van klagers over de kosten in verhouding tot de omvang van de fiscale zaak, niet telkens opnieuw gewaarschuwd voor de snel oplopende omvang van de kosten en het risico van te hoge kosten. Naar het oordeel van de raad is verweerder onvoldoende transparant geweest richting klagers over de aard en noodzaak van de werkzaamheden, de gevolgen daarvan en de (snel oplopende) kosten daarvoor. Het besteden van de door verweerder gedeclareerde uren acht de raad dan niet in een redelijke verhouding staan tot de opgedragen werkzaamheden. Gelet daarop is de raad van oordeel dat de declaraties als excessief zijn te beschouwen in die zin dat een gelet op alle omstandigheden onredelijk honorarium aan klagers in rekening is gebracht. Klagers hebben betwist dat verweerder uitleg heeft gegeven over het effect van het notarieel laten verlijden van een een schuldbekentenis ten gunste van het kantoor en de executiemogelijkheden. Stukken die dat onderbouwen, ontbreken. Naar het oordeel van de raad heeft het optreden van verweerder op dat punt geleid tot een ontoelaatbare druk op klager, hetgeen een advocaat niet betaamt. Alle omstandigheden samen resulteren daarin dat naar het oordeel van de raad aan verweerder een voorwaardelijke schorsing in de praktijkuitoefening voor acht weken moet worden opgelegd met een proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:239 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-211/AL/GLD
- Datum publicatie: 07-10-2024
- Datum uitspraak: 30-09-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:239
Klaagster beklaagt zich over de gevolgen voor haar van het optreden van verweerder als (toenmalige) advocaat van het (toenmalige) bedrijf van haar echtgenoot in een fiscaal-strafrechtelijke kwestie. Haar echtgenoot en diens bedrijf hebben daarover ook over verweerder geklaagd. In die zaak (24-209/AL/Gld) doet de raad gelijktijdig uitspraak. Klaagster is niet-ontvankelijk in een deel van de klachten omdat zij daarbij geen eigen rechtstreeks belang heeft. Of klaagster terecht door verweerder is aangesproken tot betaling van openstaande declaraties van haar echtgenoot en diens toenmalige bedrijf is niet ter beoordeling van de tuchtrechter. Een dergelijk oordeel is voorbehouden aan de civiele rechter. Die kan oordelen over de juridische vraag of sprake was van onrechtmatige beslaglegging door verweerder onder klaagster en van gebruik van onrechtmatige rechtsmiddelen door verweerder richting klaagster. De raad kan zich voorstellen dat klaagster de rechtsmaatregelen tegen haar als zeer heftig heeft ervaren en het gevoel heeft gehad dat zij in andermans geschil is getrokken. Dat neemt echter niet weg dat verweerder, gegeven zijn toelichting en daarin genoemde redenen om ook beslag onder klaagster te leggen en haar tot afgifte van de auto te dwingen, naar het oordeel van de raad niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door te handelen zoals hij heeft gedaan. Dat hij de grenzen van het betamelijke heeft overschreden, is de raad niet gebleken. De overige verwijten worden dan ook ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:240 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-556/AL/GLD
- Datum publicatie: 07-10-2024
- Datum uitspraak: 30-09-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:240
Herzieningsverzoek. De herzieningskamer verklaart verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:241 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-568/AL/MN
- Datum publicatie: 08-10-2024
- Datum uitspraak: 07-10-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:241
Voorzittersbeslissing. En klacht over het handelen van een advocaat in de hoedanigheid van werkgever is deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:242 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-609/AL/MN
- Datum publicatie: 08-10-2024
- Datum uitspraak: 07-10-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:242
Voorzittersbeslissing. Klacht over voormalig eigen advocaat. Het verlenen van rechtsbijstand is een inspanningsverplichting en verweerster heeft op grond van de haar beschikbare informatie voor klager gedaan wat van haar verwacht had mogen worden gelet op de opdracht die zij van klager had gekregen. Geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:243 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-610/AL/MN
- Datum publicatie: 08-10-2024
- Datum uitspraak: 07-10-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:243
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over het handelen van een advocaat in de hoedanigheid van executeur kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:244 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-627/AL/OV
- Datum publicatie: 08-10-2024
- Datum uitspraak: 07-10-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:244
Verweerder heeft klaagster namens haar rechtsbijstandsverzekeraar bijgestaan na ontdekte problemen na in de woning na levering daarvan. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder haar voldoende voortvarend bijgestaan en daarbij met medeweten van klaagster is bijgestaan door zijn kantoorgenoot. Nadat over de wijze van aanpak van de kwestie een onoverbrugbaar verschil van inzicht is ontstaan, heeft verweerder zich onttrokken. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:246 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-700/AL/MN
- Datum publicatie: 14-10-2024
- Datum uitspraak: 14-10-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:246
Raadbeslissing. Verzoek ex artikel 60ab lid 1 Advocatenwet. De raad is van oordeel dan sprake is van een ernstig vermoeden van een handelen of nalaten door verweerder waardoor enig door artikel 46 Advocatenwet beschermd belang ernstig is geschaad of dreigt te worden geschaad en wel zodanig dat het doorlopen van een reguliere tuchtrechtprocedure niet kan worden afgewacht. De raad schorst verweerder met onmiddellijke ingang in de uitoefening van zijn praktijk als advocaat en gunt de deken een termijn van zes weken voor het indienen van een dekenbezwaar.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:247 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-071/AL/GLD
- Datum publicatie: 16-10-2024
- Datum uitspraak: 14-10-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:247
Verzetbeslissing. De voorzitter heeft de juiste maatstaf is toegepast en met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval rekening gehouden. De raad herhaalt nog eens dat er geen (tuchtrechtelijke) regel bestaat die het een advocaat verplicht om zijn cliënt op de hoogte te stellen dat er een tuchtrechtelijke maatregel tegen hem of haar loopt. De overige verwijten die verweerster worden gemaakt zijn nog steeds vaag en zijn verwoord in algemeenheden. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:248 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-240/AL/MN
- Datum publicatie: 16-10-2024
- Datum uitspraak: 14-10-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:248
Klager heeft als jurist (legal) opgetreden namens een woningstichting in een geschil, waarbij verweerder voor een aantal huurders optrad. Verweerder heeft zich na ontvangst door de huurders van een sommatie van klager rechtstreeks tot de woningstichting gewend. In die e-mail heeft hij zich afgevraagd of bekend was dat klager geschrapt is als advocaat en de pensioengerechtigde al langer heeft bereikt. De stichting heeft excuses van verweerder geëist. Daarop heeft verweerder een deel van zijn woorden teruggenomen. Ook al is gedragsregel 25 in deze niet van toepassing, dat laat onverlet dat een advocaat gehouden is tot een betamelijke beroepsuitoefening. Verweerder heeft daarin verzaakt, onder meer door niet even bij klager zelf te informeren naar zijn positie. Daarnaast heeft verweerder in de gewraakte e-mail diverse feitelijke onjuistheden geschreven over klager met de kennelijke bedoeling om bij de cliënte van klager de reputatie van klager te schaden. Daarnaast oordeelt de raad een aantal uitlatingen in die e-mail van verweerder over klager als lasterlijk en onnodig. Van verweerder mag de nodige professionele distantie verwacht worden en ook dat hij zijn eigen opvattingen over klager voor zich had gehouden. Dat heeft hij niet gedaan. Alhoewel de raad een voorwaardelijke schorsing heeft overwogen, mede gelet op de ernst van het optreden van verweerder en het ontbreken van enig zelfinzicht, wordt volstaan met een berisping, waarbij het blanco tuchtrechtelijk verleden van verweerder een rol heeft gespeeldklager heeft als jurist (legal) opgetreden namens een woningstichting in een geschil, waarbij verweerder voor een aantal huurders optrad. Verweerder heeft zich na ontvangst door de huurders van een sommatie van klager rechtstreeks tot de woningstichting gewend. In die e-mail heeft hij zich afgevraagd of bekend was dat klager geschrapt is als advocaat en de pensioengerechtigde al langer heeft bereikt. De stichting heeft excuses van verweerder geëist. Daarop heeft verweerder een deel van zijn woorden teruggenomen. Ook al is gedragsregel 25 in deze niet van toepassing, dat laat onverlet dat een advocaat gehouden is tot een betamelijke beroepsuitoefening. Verweerder heeft daarin verzaakt, onder meer door niet even bij klager zelf te informeren naar zijn positie. Daarnaast heeft verweerder in de gewraakte e-mail diverse feitelijke onjuistheden geschreven over klager met de kennelijke bedoeling om bij de cliënte van klager de reputatie van klager te schaden. Daarnaast oordeelt de raad een aantal uitlatingen in die e-mail van verweerder over klager als lasterlijk en onnodig. Van verweerder mag de nodige professionele distantie verwacht worden en ook dat hij zijn eigen opvattingen over klager voor zich had gehouden. Dat heeft hij niet gedaan. Alhoewel de raad een voorwaardelijke schorsing heeft overwogen, mede gelet op de ernst van het optreden van verweerder en het ontbreken van enig zelfinzicht, wordt volstaan met een berisping, waarbij het blanco tuchtrechtelijk verleden van verweerder een rol heeft gespeeld.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:249 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-246/AL/MN
- Datum publicatie: 16-10-2024
- Datum uitspraak: 14-10-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:249
Verzetbeslissing. De voorzitter had naar het oordeel van de raad niet de beschikking over alle terzake doende feiten en is dus uitgegaan van onvolledige feiten. Verzet gegrond. De raad heeft de klacht ook inhoudelijk behandeld en oordeelt ook daarover. De raad is van oordeel dat verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt treft door de echtscheidingsbeschikking te doen inschrijven in de registers van de burgerlijke stand nadat zij zich al had onttrokken. Zij deed dit omdat klaagster, de het verzoek tot echtscheiding had ingediend, de beschikking niet had ingeschreven en de termijn waarbinnen dit diende te gebeuren ten einde liep. Verweerster kon toen ook redelijkerwijs niet weten dat er ten aanzien van haar voormalige cliënt in Frankrijk een beschermingsmaatregel zou worden uitgesproken. Daarvan raakte zij pas na de inschrijving op de hoogte. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:250 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-259/AL/MN
- Datum publicatie: 16-10-2024
- Datum uitspraak: 14-10-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:250
Verzetbeslissing. De voorzitter heeft de juiste maatstaf toegepast en met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval is rekening gehouden. Verder heeft het verzet ook geen nieuwe gezichtspunten opgeleverd. Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:251 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-297/AL/MN
- Datum publicatie: 16-10-2024
- Datum uitspraak: 14-10-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:251
Raadbeslissing. Verweerder heeft zich niet onnodig grievend uitgelaten. Verweerder heeft genoegzaam toegelicht waarom hij de informatie over het seksueel misbruik, informatie die hij van zijn cliënte had ontvangen en welk seksueel misbruik ook haar betrof, heeft vermeld in de stukken. Daarbij heeft verweerder die informatie enkel zakelijk weergegeven, waarmee verweerder er juist op heeft toegezien de belangen van klaagster niet onevenredig te schaden. De procedure is ook niet nodeloos gevoerd, zoals door klaagster is gesteld. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:252 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-376/AL/GLD
- Datum publicatie: 16-10-2024
- Datum uitspraak: 14-10-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:252
Raadbeslissing. Klacht van advocaat over advocaat wederpartij. Verweerder zou zich grievend hebben uitgelaten over klager door ter onderbouwing van zijn standpunt in een letselschadezaak te verwijzen naar specifieke jurisprudentie. Daarmee zou verweerder de suggestie hebben gewekt, althans zo begrijpt de raad dit klachtonderdeel, dat verweerder van mening is dat klager onvoldoende kwalificaties als letselschadeadvocaat zou hebben. De raad ziet dat niet zo en is van oordeel dat klager spijkers op laag water aan het zoeken is. Ook is de raad van oordeel dat verweerder in de deelgeschilprocedure geen schikkingsonderhandelingen heeft gedeeld, zoals klager in het tweede klachtonderdeel stelt. De betreffende stukken betreffen het verloop van de onderhandelingen en een weergave van de standpunten en dienden op grond van de wettelijke bepaling inzake deelgeschillen juist te worden overgelegd. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:253 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-608/AL/GLD
- Datum publicatie: 22-10-2024
- Datum uitspraak: 21-10-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:253
Voorzittersbeslissing. Omdat de inhoud van de klacht onvoldoende duidelijk is - wat ook betekent dat het voor verweerster lastig is om tegen de klacht verweer te voeren - is het niet mogelijk om een inhoudelijk oordeel over de klacht te geven. Dat betekent dat de voorzitter de klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaart.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:254 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-640/AL/GLD
- Datum publicatie: 22-10-2024
- Datum uitspraak: 21-10-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:254
Voorzittersbeslissing. Klager heeft zich erover beklaagd dat verweerder tijdens een zitting bij de raad in een eerdere klachtzaak (opnieuw) niet naar waarheid heeft verklaard. Het door verweerder genoemde ne bis in idem-beginsel is niet van toepassing omdat in die andere klachtzaak nog geen onherroepelijke beslissing is gedaan. Dat verweerder tijdens de eerdere zitting bij de raad in strijd met de waarheid heeft verklaard kan de voorzitter op basis van de stukken en gelet op de betwisting daarvan door verweerder, niet vaststellen. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:255 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-262/AL/MN
- Datum publicatie: 22-10-2024
- Datum uitspraak: 21-10-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:255
Verweerder heeft niet op eerste verzoek van klaagster het volledige dossier aan haar, dan wel aan haar nieuwe belangenbehartiger, afgegeven. Dat klaagster volgens verweerder zelf al over het dossier beschikte, doet aan die verplichting tot afgifte niet af. De raad volgt verweerder verder niet in zijn standpunt dat de opvolgend belangenbehartiger impliciet heeft ingestemd met het voorstel van verweerder om af te wachten of Nationale Nederland tot betaling van zijn kosten zou overgaan om pas daarna de overdracht van het dossier te bespreken. Van verweerder had, overeenkomstig de strekking van gedragsregel 28 tussen advocaten onderling, ook in dit geval verwacht mogen worden dat hij actief contact met die gemachtigde had gezocht voor nader overleg over de financiële afwikkeling en het moment van afgifte van het dossier. Dat heeft verweerder naar zijn zeggen niet gedaan maar het dossier zes maanden na het eerste verzoek aan de gemachtigde van klaagster gestuurd. Daarmee heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar richting klaagster gehandeld. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:256 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-653/AL/GLD
- Datum publicatie: 22-10-2024
- Datum uitspraak: 21-10-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:256
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een procedure bij de kantonrechter. Klacht is kennelijk ongegrond, omdat verweerder mocht afgaan op de juistheid van het feitenmateriaal van zijn cliënt.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:257 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-233/AL/GLD
- Datum publicatie: 23-10-2024
- Datum uitspraak: 21-10-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:257
De raad is van oordeel dat klagers als voormalige cliënten van het kantoor van verweerder moeten worden beschouwd. Nu echter aan de drie voorwaarden van de uitzonderingsmogelijkheid van gedragsregel 15 lid 3 door verweerder is voldaan, mocht verweerder naar het oordeel van de raad optreden in de kwestie tussen zijn cliënt tegen een van de klagers. Daarnaast is de raad van oordeel dat verweerder niet onduidelijk is geweest over zijn hoedanigheid waarin hij optrad. Dat zijn cliënt daarover onduidelijkheid bij klagers heeft laten bestaan, kan verweerder niet worden aangerekend. Deels niet-ontvankelijk, voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:258 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-196/AL/MN
- Datum publicatie: 23-10-2024
- Datum uitspraak: 21-10-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:258
Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. De juiste maatstaf is toegepast en er is rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval zoals die uit het klachtdossier blijken. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:259 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-197/AL/MN
- Datum publicatie: 23-10-2024
- Datum uitspraak: 21-10-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:259
Verzetbeslissing. Geen twijfel aan de juistheid van de voorzittersbeslissing. Verzetgronden slagen niet. De juiste maatstaf is toegepast en er is rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval zoals die uit het klachtdossier blijken. Niet gebleken dat de voorzitter een van de klachtonderdelen niet heeft behandeld. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:260 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-552/AL/NN
- Datum publicatie: 28-10-2024
- Datum uitspraak: 28-10-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:260
Raadsbeslissing. Schrapping van het tableau terwijl verweerder niet meer als advocaat op het tableau is ingeschreven.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:261 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-512/AL/NN
- Datum publicatie: 29-10-2024
- Datum uitspraak: 28-10-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:261
Raadsbeslissing. Klager is een voormalige cliënt van een kantoorgenoot. Verweerder heeft de verhuurder bijgestaan in een huurgeschil met klager. Klacht over belangenverstrengeling slaagt niet. Aan de in gedragsregel 15 lid 3 cumulatief opgesomde voorwaarden a, b en c is voldaan.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:262 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-639/AL/GLD
- Datum publicatie: 29-10-2024
- Datum uitspraak: 28-10-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:262
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart diverse klachten over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:163 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-690/DH/RO/D
- Datum publicatie: 07-10-2024
- Datum uitspraak: 01-10-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:163
Verzoek artikel 60ab Advocatenwet. Verweerder is (nog niet onherroepelijk) veroordeeld wegens schending van het beroepsgeheim. De verweten gedraging is dermate ernstig dat onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk is. Anders dan door de deken is verzocht, gaat de raad niet over tot het opleggen van een onmiddellijke, algehele schorsing in de uitoefening van de praktijk. Het individuele belang van verweerder wordt daarmee disproportioneel en onevenredig geraakt. De raad acht het treffen van een voorlopige voorziening, als bedoeld in artikel 60ab Advocatenwet, passend, in dier voege dat verweerder zijn werkzaamheden dient te verrichten onder het toezicht van een door de deken goed te keuren advocaat die erop toeziet dat verweerder geen cliënten in voorlopige hechtenis bijstaat.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:164 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-793/DH/DH
- Datum publicatie: 08-10-2024
- Datum uitspraak: 16-09-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:164
Verzet ongegrond.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 5
- Volgende pagina zoekresultaten