Zoekresultaten 1791-1800 van de 4099 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:294 Hof van Discipline 's Gravenhage 240063

    Klacht over advocaat als onderzoeker. Het hof oordeelt niet over de vraag of verweerster voldoende duidelijk is geweest over haar hoedanigheid, omdat dat oorspronkelijk niet voorlag als klacht. Het hof oordeelt dat niet is komen vast te staan dat verweerster in haar optreden onzorgvuldig heeft gehandeld en niet is gebleken dat verweerster klagers werkelijk op het verkeerde been heeft gezet. Wat betreft het verwijt dat onvoldoende deskundig zou zijn geweest geldt dat verweerster terecht andere strafrechtadvocaten heeft ingeschakeld voor zover zij op dat onderwerp over onvoldoende expertise beschikte. Beroep faalt, klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:295 Hof van Discipline 's Gravenhage 240116

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerster heeft aan de hand van een medische verklaring uitstel gevraagd voor een zitting bij het gerechtshof, terwijl klager dat niet wilde. Ook duurde het lang voordat verweerster de stukken van klager aan hem teruggaf, waarbij zij onzorgvuldig met die stukken is omgegaan door ze niet aangetekend per post te versturen. De raad heeft verweerster hiervoor een voorwaardelijke schorsing van twee weken opgelegd. Het hoger beroep ziet op de hoogte van de maatregel. Het hof stelt vast dat verweerster tegen de wens in van haar cliënt een aanhoudingsverzoek heeft gedaan en bovendien daarvoor een oneigenlijke reden heeft gebruikt. Hierdoor heeft zij de (voor de advocatuur essentiële) kernwaarde integriteit geschonden. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:296 Hof van Discipline 's Gravenhage 240300

    Verzoek tot verwijzing van een klacht tegen de deken afgewezen. Klager heeft geklaagd over de deken naar aanleiding van een afwijzende beslissing van die deken op het verzoek om op grond van artikel 13 Advw een advocaat aan te wijzen. De voorzitter overweegt dat een klacht tegen een deken geen middel is om de inhoud van andere zaak, waarin een rechtsmiddel openstaat, ter discussie te stellen. Klager kan het onderzoek naar en de afwijzende beslissing op zijn verzoek aan verweerster om een advocaat aan te wijzen ter discussie stellen binnen de kaders van een beklagprocedure op grond van artikel 13 Advw. Klager heeft het beschikbare rechtsmiddel ook ingesteld. Binnen de kaders van de beklagprocedure op grond van artikel 13 Advw kan de klager naar voren brengen op welke punten het onderzoek en de beslissing van de deken niet deugen en dat het hof tot een andere conclusie zou moeten komen dan de deken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:1 Hof van Discipline 's Gravenhage 240234

    Beklag ex artikel 13 (beklag tegen beslissing deken om geen advocaat aan te wijzen). Klaagster heeft in deze zaak al een advocaat aangewezen gekregen en zij heeft daarin het vertrouwen in de aangewezen (en voor haar tweede) advocaat opgezegd. Het hof ziet onvoldoende grond voor het door klaagster opzeggen van het vertrouwen in haar aangewezen advocaat. Daarmee heeft klaagster niet voldaan aan een door de deken gestelde voorwaarde. Van de deken kan dan ook niet verlangd worden een tweede advocaat aan te wijzen in dezelfde kwestie. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:1 Hof van Discipline 's Gravenhage 240234

    Beklag ex artikel 13 (beklag tegen beslissing deken om geen advocaat aan te wijzen). Klaagster heeft in deze zaak al een advocaat aangewezen gekregen en zij heeft daarin het vertrouwen in de aangewezen (en voor haar tweede) advocaat opgezegd. Het hof ziet onvoldoende grond voor het door klaagster opzeggen van het vertrouwen in haar aangewezen advocaat. Daarmee heeft klaagster niet voldaan aan een door de deken gestelde voorwaarde. Van de deken kan dan ook niet verlangd worden een tweede advocaat aan te wijzen in dezelfde kwestie. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:10 Hof van Discipline 's Gravenhage 240143H

    Verzoeker is niet-ontvankelijk in zijn herzieningsverzoek. Op grond van artikel 2.3 van het herzieningsprotocol moet een herzieningsverzoek binnen een redelijke termijn worden ingediend. Op grond van artikel 1.2a van het herzieningsprotocol (vóór de uitspraak niet bekende feiten die het ernstige vermoeden rechtvaardigen dat het hof tot een andere beslissing zou zijn gekomen) moet het herzieningsverzoek worden ingediend binnen een jaar nadat de verzoeker bekend is geworden met die feiten of omstandigheden. Op grond van artikel 1.2b van het herzieningsprotocol (schending fundamenteel rechtsbeginsel) moet het verzoek worden ingediend binnen een jaar nadat de griffie een afschrift van de uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd aan de verzoeker heeft gezonden. Zowel in het geval de toelichting op het herzieningsverzoek van verzoeker moet worden begrepen als een beroep op schending van een fundamenteel rechtsbeginsel, als in het geval verzoeker zich heeft beroepen op nieuwe feiten en omstandigheden, is de desbetreffende termijn (uit artikel 1.2a en 1.2b) reeds verstreken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:100 Hof van Discipline 's Gravenhage 250132

    Verzoeker heeft een verzoek ingediend dat strekt tot wraking van de voorzitter van de raad die zijn klacht met toepassing van artikel 46j van de Advocatenwet kennelijk ongegrond heeft verklaard. Het wrakingsverzoek is niet in behandeling genomen, omdat in de klachtzaak van verzoeker reeds uitspraak was gedaan. Verzoeker komt in hoger beroep van deze beslissing op zijn wrakingsverzoek. Het hof oordeelt dat tegen een beslissing op een wrakingsverzoek geen rechtsmiddel meer kan worden ingesteld met een beroep op een doorbrekingsgrond. Het arrest van de Hoge Raad van 21 juni 2024 (ECLI:NL:HR:2024:918) is ook van toepassing als er nog een rechtsmiddel open staat, in dit geval verzet tegen een voorzittersbeslissing. Het beroep van verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:101 Hof van Discipline 's Gravenhage 250118

    Beroep ingesteld tegen een beslissing van de raad waarbij het verzet tegen een voorzittersbeslissing ongegrond is verklaard. Geen doorbreking van het appelverbod. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:102 Hof van Discipline 's Gravenhage 250111

    Artikel 13 beklag. De deken heeft zich terecht op het standpunt kunnen stellen dat de procedures die klaagster wenst te voeren geen redelijke kans van slagen hebben. Het beklag is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:103 Hof van Discipline 's Gravenhage 250057

    Artikel 13 lid 1 Advocatenwet. Afwijzing door de deken een advocaat aan te wijzen. Het hof verklaart het beklag tegen deze beslissing ongegrond. Klager heeft onvoldoende onderbouwd dat de door hem te voeren procedure een redelijke kans van slagen heeft.