Zoekresultaten 5041-5050 van de 5267 resultaten
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:66 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/771058 DW RK 25/203 BB/SM
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 29-07-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:66
Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat zij verweer heeft gevoerd tegen de betalingssommaties, zonder dat daarop een reactie van de gerechtsdeurwaarder is gekomen. De gerechtsdeurwaarder heeft gemeend niet (steeds) op klaagsters correspondentie te hoeven reageren omdat klaagster bij het achterlaten van de stukken op het kantoor had moeten weten dat haar verweer in behandeling was genomen. De kamer overweegt daartoe dat de gerechtsdeurwaarder bij ontvangst van de stukken enkel heeft medegedeeld dat de stukken in ontvangst zijn genomen; zij vermeldt niet wat er vervolgens met de zaak zal gebeuren. Dit schiet tekort. Van de gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij klaagster op dat moment in elk geval informeert over de te verwachten vervolgstappen – zoals het voorleggen aan de opdrachtgever – en de daarmee gemoeide termijn.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-9247
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 05-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:137
Kennelijk ongegronde klacht tegen chirurg. Plaatsen drie rubberbandligaties was conform richtlijnen. Chirurg heeft de pijnklachten van klager niet genegeerd en doorverwijzing was passend. Geen sprake van onheuse bejegening en/of niet serieus nemen klachten. HIV-status van klager was geen contra indicatie voor plaatsen rubberbandligaties.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:187 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-008/DH/RO
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:187
Raadsbeslissing. Klacht over het handelen van de broer c.q. executeur in de nalatenschap van de ouders. Klacht ziet op handelen in 2004. Klager was daarmee in ieder geval in 2017 redelijkerwijs bekend. Klacht is daarom niet binnen de termijn ingediend en daarom niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:67 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/777537 / DW RK 25/405 BB/SM
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 29-07-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:67
Klacht gegrond. Maatregel: berisping. Klaagster beklaagt zich er – in essentie – over dat de gerechtsdeurwaarder een bevel heeft gedaan waarvoor de executoriale grondslag ontbreekt. De kamer is van oordeel dat de gerechtsdeurwaarder een bevel heeft gedaan voor een bedrag waarvoor de executoriale grondslag niet aanwijsbaar is in de overgelegde titel en ook anderszins niet is aangetoond. Het tuchtrechtelijk verwijt is dat de gerechtsdeurwaarder de executie is gestart voor de betaling van een bedrag op basis van een titel waaruit die bevoegdheid niet navolgbaar volgt. Aldus heeft de gerechtsdeurwaarder verzuimd de marginale toets (juist) uit de voeren.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9248
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 05-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:138
Kennelijk ongegronde klacht tegen chirurg. Chirurg heeft klager geïnformeerd over de behandelopties en het te verwachten beloop na de behandeling. Plaatsen drie rubberbandligaties was conform richtlijnen. Controlemoment heeft plaatsgevonden en geen sprake van niet serieus nemen klachten. HIV-status van klager was geen contra indicatie voor plaatsen rubberbandligaties
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:160 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3003
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:160
Klacht tegen een huisarts. Klager verbleef met enkele onderbrekingen van 2013 tot 2017 in een verpleeghuis voor mensen met verslavingsproblematiek. Klager is eenmaal bij de arts op consult geweest. Klager verwijt de arts dat hij adviseerde paracetamol te nemen voor de hoofdpijn. Hij had klager verder moeten onderzoeken. Bovendien had hij op de hoogte moeten zijn van de psychofarmaca die klager toegediend kreeg. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:161 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3004
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:161
Klacht tegen een psychiater. Klager verbleef in een verpleeghuis voor mensen met verslavingsproblematiek. De psychiater werkte in die periode voor een instelling die psychiatrische hulp verleende in het verpleeghuis. Volgens klager heeft de psychiater hem: a) vanaf 2014 zonder zijn medeweten medicatie gegeven, als gevolg waarvan klager fysieke klachten kreeg; b) nooit lichamelijk onderzocht; c) hem tijdens een consult niet respectvol behandeld heeft. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:162 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3148
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:162
Klacht tegen een psychiater. Klaagster is tweemaal door de psychiater gezien voor een second opinion in het kader van een euthanasietraject. Klaagster maakt de psychiater verwijten over de inhoud van de verslagen van beide second opinions, de verzending van het verslag van de tweede second opinion en haar communicatie per e-mail. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft de klacht deels gegrond verklaard en de fysiotherapeut de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:163 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3145
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 24-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:163
Klacht tegen een psychiater. In opdracht van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: CBR) verrichtte de psychiater medisch en psychiatrisch onderzoek naar de rijgeschiktheid van klager. In zijn rapportage overwoog de psychiater dat er aanwijzingen waren gevonden tot het stellen van de diagnose alcoholmisbruik. Om die reden adviseerde hij het CBR om klager ongeschikt te verklaren. Het rijbewijs van klager werd door het CBR vervolgens niet verlengd. Klager verwijt de psychiater onzorgvuldig en ondeskundig onderzoek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:255 Hof van Discipline 's Gravenhage 260295
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 06-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:255
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens het klachtonderzoek neemt (zoals het doorgeven van reactiemogelijkheden en termijnen aan partijen). Klager kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, zijn klacht over mr. S laten toetsen door de raad van discipline. Binnen de kaders van die procedure kan klager al zijn bezwaren over het klachtonderzoek door de deken en de daarin door de deken genomen procedurele beslissingen onder de aandacht van de raad van discipline brengen. Daarom zal de voorzitter de klacht over de deken niet verwijzen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 504
- Pagina: 505
- Pagina: 506
- ...
- Pagina: 527
- Volgende pagina zoekresultaten