Zoekresultaten 1-50 van de 131 resultaten
-
ECLI:NL:TNORSHE:2024:20 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2023/57
- Datum publicatie: 24-09-2024
- Datum uitspraak: 16-09-2024
- ECLI:NL:TNORSHE:2024:20
Met het oog op hun leeftijd en de continuïteit van het familiebedrijf wensten klagers het familiebedrijf aan hun zoon over te dragen. Zij hebben daarom een fiscaal en juridisch adviseur benaderd. Deze adviseur heeft klagers geadviseerd.De klacht gaat over de in het kader van de bedrijfsovername door de oud-notaris gepasseerde akte van levering van aandelen. De oud-notaris wordt verweten dat hij klagers niet heeft geïnformeerd over/gewezen op de fiscale gevolgen van de levering van de aandelen om niet ten aanzien van de in de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) neergelegde aanmerkelijk belangregeling en dat hij zich er niet van heeft vergewist dat de adviseur klagers daarover had geïnformeerd. Klagers stellen dat zij na de aandelenoverdracht onaangenaam werden verrast toen zij een heffing inkomstenbelasting ontvingen.De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. De oud-notaris heeft de fiscale advisering namelijk uitdrukkelijk uitgesloten van de door klagers aan de oud-notaris gegeven opdracht en naar het oordeel van de kamer mocht de oud-notaris dat in de gegeven omstandigheden ook doen. Bovendien had de oud-notaris goede grond erop te kunnen vertrouwen dat klagers zichzelf door de adviseur al op de hoogte hadden laten stellen en daarmee vooraf al voldoende inzicht hadden in de fiscale gevolgen van de aandelenoverdracht voor de inkomstenbelasting.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2024:19 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2024/08
- Datum publicatie: 02-09-2024
- Datum uitspraak: 22-08-2024
- ECLI:NL:TNORSHE:2024:19
Klager verwijt de notaris dat hij niet onpartijdig en niet in het belang van de moeder van klager heeft gehandeld bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden voor haar. De kamer is van oordeel dat de klachtonderdelen voor zover deze zien op het opstellen van het levenstestament van moeder en de door de notaris uitgevoerde werkzaamheden in 2023 niet ontvankelijk is. Voor zover de klacht erop ziet dat de notaris er onvoldoende voor gewaakt heeft dat moeder haar wil op onafhankelijke wijze heeft kunnen overbrengen, slaagt dit niet. Evenmin is gebleken dat de notaris moeder niet goed zou hebben ingelicht over haar testament wat betreft de verkoop van haar woning.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2024:18 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2024/06
- Datum publicatie: 02-09-2024
- Datum uitspraak: 22-08-2024
- ECLI:NL:TNORSHE:2024:18
Klager verwijt de door hem ingeschakelde notaris dat hij ten onrechte geen antwoord heeft willen geven op de vraag van klager of de notaris per e-mail aan de advocaat van een derde heeft medegedeeld geen medewerking aan de levering van een perceel aan klager te verlenen. De kamer is van oordeel dat de notaris de vraag van klager niet inhoudelijk onbeantwoord had mogen laten. De notaris heeft onvoldoende rekening gehouden met de belangen van klager en zijn zorgplicht onvoldoende in acht genomen. De klacht wordt gegrond verklaard, maar omdat het gedrag van de notaris onvoldoende ernstig is, wordt geen maatregel opgelegd.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2024:14 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-05, 24-06, 24-07 en 24-08
- Datum publicatie: 24-09-2024
- Datum uitspraak: 18-09-2024
- ECLI:NL:TNORDHA:2024:14
Klager verwijt de (kandidaat-)notarissen en de toegevoegd notaris partijdig handelen. De notarissen hebben aangevoerd dat klager geen belang heeft bij de levering, omdat de erven zich tijdens de procedure niet op het standpunt hebben gesteld dat zij het appartement wilden behouden voor eigen bewoning. Er was alleen discussie over de koopprijs. De Kamer verklaart klager ontvankelijk. De klacht tegen notaris [C] is tijdens de zitting ingetrokken. De klachten tegen de toevoegd-notaris, de notaris en de kandidaat-notaris zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2024:13 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-02
- Datum publicatie: 17-09-2024
- Datum uitspraak: 20-03-2024
- ECLI:NL:TNORDHA:2024:13
Klager handhaaft in het verzetschrift zijn klacht. Klager is het niet eens met de beslissing van de voorzitter dat hij vanaf januari 2017 redelijkerwijze kennis had kunnen nemen van het handelen of nalaten van de notaris.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7381
- Datum publicatie: 19-09-2024
- Datum uitspraak: 12-09-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:103
Klacht tegen een huisarts. Klager en de huisarts hebben elkaar leren kennen via een datingsite en gedurende een periode van ongeveer twee maanden regelmatig contact gehad. De huisarts heeft op enig moment laten weten het contact niet te willen vervolgen. De klacht gaat over het handelen van de huisarts in haar relatie tot klager, het handelen van de huisarts als zorgondernemer en het handelen van de huisarts ten aanzien van een aantal patiënten. Het college oordeelt dat het aangaan of beëindigen van een relatie een privékwestie is en dat niet gebleken is dat de huisarts met haar handelen de grens van het betamelijke ten opzichte van klager heeft overtreden. Het handelen is van de huisarts ten opzichte van klager valt niet onder één van de tuchtnormen. Ten aanzien van het handelen van de huisarts als zorgondernemer en het handelen ten aanzien van patiënten (inclusief schenden beroepsgeheim oordeelt het college dat klager geen rechtstreeks belanghebbende is. Klager is niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7115
- Datum publicatie: 19-09-2024
- Datum uitspraak: 13-09-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:102
Klacht tegen psychiater kennelijk ongegrond. De psychiater heeft onderzoek gedaan naar de rijgeschiktheid van klager. De psychiater rapporteerde vervolgens dat sprake is van een vermoeden van borderline persoonlijkheidstrekken. Klager stelt dat de psychiater deze conclusie ten onrechte heeft getrokken.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/6729
- Datum publicatie: 19-09-2024
- Datum uitspraak: 13-09-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:101
Klacht tegen neuroloog. In verband met rugklachten is klager door de huisarts voor een consult doorverwezen naar de neuroloog. Op basis van onderzoek heeft de neuroloog geconcludeerd dat sprake was van een lumbago zonder radiculaire component. Zij heeft klager terugverwezen naar de huisarts en daarbij in overweging gegeven om klager te laten beoordelen door de orthopeed. Klager maakt de neuroloog verschillende verwijten over haar onderzoek. Ook verwijt hij haar dat zij haar bevindingen naar het huisadres van de huisarts heeft gestuurd en dat zij een brief naar een verkeerd adres van klager heeft gestuurd. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2024:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7602
- Datum publicatie: 25-09-2024
- Datum uitspraak: 25-09-2024
- ECLI:NL:TGZRSHE:2024:102
Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen een lid-beroepsgenoot van een Regionaal Tuchtcollege. De klacht gaat over de behandeling van een klacht door het tuchtcollege en de inhoud van de beslissing van het college. De verweten gedraging heeft geen weerslag op de individuele gezondheidszorg.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2024:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7601
- Datum publicatie: 25-09-2024
- Datum uitspraak: 25-09-2024
- ECLI:NL:TGZRSHE:2024:101
Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen een lid-beroepsgenoot van een Regionaal Tuchtcollege. De klacht gaat over de behandeling van een klacht door het tuchtcollege en de inhoud van de beslissing van het college. De verweten gedraging heeft geen weerslag op de individuele gezondheidszorg.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2024:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7600
- Datum publicatie: 25-09-2024
- Datum uitspraak: 25-09-2024
- ECLI:NL:TGZRSHE:2024:100
Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen een lid-beroepsgenoot van een Regionaal Tuchtcollege. De klacht gaat over de behandeling van een klacht door het tuchtcollege en de inhoud van de beslissing van het college. De verweten gedraging heeft geen weerslag op de individuele gezondheidszorg.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2024:191 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/6945
- Datum publicatie: 27-09-2024
- Datum uitspraak: 27-09-2024
- ECLI:NL:TGZRAMS:2024:191
Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster heeft zich ziekgemeld bij haar werkgever. Daarop heeft de bedrijfsarts klaagster gezien in het kader van een spoedconsult en een ‘Bijstelling Probleemanalyse & Advies opgesteld. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij haar tijdens het consult onbeschoft heeft behandeld, haar voet en knie niet deugdelijk heeft onderzocht, geen gehoor heeft gegeven aan haar klachten en dat hij ten onrechte aan haar werkgever geen urenbeperking per dag heeft geadviseerd. De bedrijfsarts heeft deze verwijten weersproken. Het college is van oordeel dat de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2024:190 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/6071
- Datum publicatie: 03-09-2024
- Datum uitspraak: 09-08-2024
- ECLI:NL:TGZRAMS:2024:190
Deels gegronde klacht tegen een oogarts. De oogarts was supervisor tijdens een ooglaserbehandeling. Klager klaagt erover dat hij van tevoren niet erover is geïnformeerd dat de behandeling werd uitgevoerd door een in het buitenland opgeleide en in Nederland niet BIG-geregistreerde oogarts en dat noch de oogarts, noch de zorgverlener die de behandeling heeft uitgevoerd voor de operatie kennis met hem heeft gemaakt. Verder vindt hij dat het vooronderzoek niet juist is uitgevoerd, is hij ontevreden over de informatie die hij voor de operatie heeft ontvangen, waardoor hij geen weloverwogen keuze heeft kunnen maken, en klaagt hij over inadequate verslaglegging. Het college oordeelt dat niet kan worden gezegd dat klager in een risicogroep viel. Het college realiseert zich dat het uitermate hinderlijk is geweest voor klager dat hij zo lang last heeft gehad van droge en pijnlijke ogen en dat zijn kwaliteit van leven en werk daardoor is aangetast, maar is van oordeel dat in de brochure en het informed consent-formulier die klager kreeg, voldoende en duidelijk uiteen is gezet wat klager kon en moest verwachten van de behandeling en de eventuele effecten daarvan. Zo wordt er voldoende gewaarschuwd voor complicaties en neveneffecten, zoals de mogelijkheid van (chronisch) droge ogen en pijnlijke ogen. Op basis van de anamnese en de door de optometrist uitgevoerde onderzoeken mocht de oogarts aannemen dat klager geen contactlensintolerantie of significant droge ogen had. De verslaglegging in het dossier is inadequaat, dit klachtonderdeel is gegrond. De supervisieregeling is niet gevolgd door klager niet te informeren dat de zorgverlener die de behandeling zou uitvoeren niet BIG-geregistreerd is. Dit is in strijd met het recht van klager op informatie. Hier had de oogarts op moeten toezien en hier is zij verantwoordelijk voor. Overige klachtonderdelen ongegrond. Klacht deels gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2024:189 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5939
- Datum publicatie: 03-09-2024
- Datum uitspraak: 09-08-2024
- ECLI:NL:TGZRAMS:2024:189
Ongegronde klacht tegen een oogarts en medisch directeur. Klager is deels niet-ontvankelijk verklaard voor zover de oogarts in zijn hoedanigheid van medisch directeur wordt aangesproken op het handelen van andere artsen. Klager is evenmin ontvankelijk voor zover hij klaagt over de zorg voor andere patiënten. Klager klaagt voorts erover dat hij niet is geïnformeerd dat de ooglaserbehandeling werd verricht door een in het buitenland opgeleide en in Nederland niet BIG-geregistreerde arts. Volgens klager had de superviserende oogarts (niet zijnde verweerder) de ingreep niet aan deze arts mogen overlaten en had de oogarts, als medisch directeur, geen onbevoegde en onbekwame zorgverleners in de kliniek mogen laten werken. Er wordt volgens de oogarts gewerkt onder een supervisieregeling, die is goedgekeurd door de IGJ. Het college heeft geen redenen om te twijfelen aan de bekwaamheid. Dat klager er niet over is geïnformeerd kan niet aan de oogarts worden verweten. Verder klaagt klager erover dat de oogarts en zijn instelling onjuiste, onvolledige en te positieve informatie heeft verstrekt met betrekking tot complicatiekansen en de mogelijkheid deze te verhelpen. Het college realiseert zich dat het uitermate hinderlijk is geweest voor klager dat hij zo lang last heeft gehad van droge en pijnlijke ogen en dat zijn kwaliteit van leven en werk daardoor is aangetast, maar is van oordeel dat in de brochure en de informed consent die klager kreeg, voldoende en duidelijk uiteen is gezet wat klager kon en moest verwachten van de behandeling en de eventuele effecten daarvan. Zo wordt er voldoende gewaarschuwd voor complicaties en neveneffecten, zoals de mogelijkheid van (chronisch) droge ogen. De situatie van klager was niet aan te merken als calamiteit zodat de oogarts, als medisch directeur, niet gehouden was een melding bij de IGJ te doen. Overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Klager deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:151 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2381
- Datum publicatie: 26-09-2024
- Datum uitspraak: 18-09-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:151
Klacht tegen een huisarts in opleiding (haio). Klaagster is de dochter van patiënte. Patiënte is medio 2020 vanuit een ziekenhuis opgenomen op de revalidatie-afdeling van een verpleeghuis. Doel van de opname was overplaatsing naar huis. Patiënte is enkele weken later op de revalidatie-afdeling van het verpleeghuis overleden. De haio werkte in het kader van haar opleiding tot huisarts enkele maanden onder meer op de revalidatie-afdeling van het verpleeghuis. Daar is zij bij de behandeling van patiënte betrokken geweest. Klaagster is ontevreden over de manier waarop de haio haar moeder heeft behandeld en voert daarover acht klachtonderdelen aan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:150 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2358
- Datum publicatie: 11-09-2024
- Datum uitspraak: 11-09-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:150
Klacht tegen een psychiater in hoedanigheid van geneesheer-directeur. De minderjarige dochter van klaagster was vrijwillig opgenomen in de kliniek waar de psychiater als geneesheer-directeur werkzaam is. Tijdens haar opname heeft de dochter meermalen (ernstig) geweld gepleegd dan wel daarmee gedreigd. Na een ernstig incident waarbij een medewerker van de kliniek door toedoen van de dochter ernstige brandwonden opliep, is hiervan aangifte gedaan bij de politie en besloten dat de opname moest worden beëindigd. Klaagster verwijt de psychiater, samengevat, dat zij heeft nagelaten haar dochter door te verwijzen naar een andere therapeutische setting, haar dochter zonder enige nazorg op straat heeft gezet, ervoor heeft gezorgd dat haar dochter een trauma heeft opgelopen, omdat zij zonder goede reden aan Justitie werd overgedragen, en dat zij zich onprofessioneel heeft gedragen. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klachtonderdelen a), b) en d) gegrond en legt aan de psychiater de maatregel van berisping op. De psychiater komt in beroep tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de psychiater geen tuchtrechtelijk verwijt te maken valt en verklaart de klacht alsnog ongegrond. De maatregel van bersping komt daarmee te vervallen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:149 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2357
- Datum publicatie: 11-09-2024
- Datum uitspraak: 11-09-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:149
Klacht tegen een psychiater. De minderjarige dochter van klaagster (hierna: patiënte) was vrijwillig opgenomen. Tijdens haar opname heeft patiënte meermalen (ernstig) geweld gepleegd dan wel daarmee gedreigd. Op enig moment is door het behandelteam besloten dat de opname moest worden beëindigd en heeft de psychiater op verzoek van de geneesheer-directeur beoordeeld of sprake was van een psychose of ander psychiatrisch beeld bij patiënte, op grond waarvan het voorgenomen ontslagbeleid niet kon worden doorgezet. Klaagster verwijt de psychiater dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld en in zijn rapportage een onvoldoende gefundeerde en foutieve diagnose heeft gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht gegrond en legt aan de psychiater de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de psychiater geen tuchtrechtelijk verwijt te maken valt en verklaart de klacht alsnog ongegrond. De maatregel van berisping komt daarmee te vervallen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2321
- Datum publicatie: 11-09-2024
- Datum uitspraak: 11-09-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:148
Klacht tegen een verpleegkundige. De moeder van klaagster verbleef vanaf het voorjaar van 2022 tot aan het voorjaar van 2023 op een locatie van een zorginstelling waar verpleeghuiszorg wordt verleend aan ouderen met somatische problematiek. Klaagster was mentor van haar moeder. De verpleegkundige was directeur wonen, zorg en welzijn bij de instelling en in deze rol als leidinggevende van de locatiemanagers verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van de verschillende locaties van de zorginstelling. In het vroege voorjaar van 2023 heeft op de locatie waar de moeder van klaagster verbleef een incident plaatsgevonden tussen klaagster en haar echtgenoot enerzijds en twee familieleden anderzijds, waarbij de politie is ingeschakeld. Naar aanleiding van dit incident hebben meerdere gesprekken plaatsgevonden tussen klaagster en de medewerkers van de zorginstelling. De verpleegkundige was aanwezig bij één van die gesprekken. Tijdens dat gesprek zijn afspraken gemaakt over het familiecontact en –bezoek en de communicatie tussen klaagster en het zorgpersoneel. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat er geen onderzoek is gedaan naar de wilsbekwaamheid, ouderdomsdementie en Alzheimer van haar moeder, dat er een onjuiste diagnose is gesteld, de behandeling onjuist was en dat haar moeder ten onrechte niet is doorverwezen naar een andere beroepsbeoefenaar, dat het beroepsgeheim is geschonden en dat het mentorschap van klaagster niet is gerespecteerd. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/2298
- Datum publicatie: 11-09-2024
- Datum uitspraak: 11-09-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:147
Klacht van een cosmetisch arts tegen een openbaar apotheker. Klager heeft voor zichzelf een handgeschreven recept uitgeschreven voor een antibioticum. De apotheker heeft geweigerd de medicatie af te leveren omdat het recept handgeschreven was. Volgens klager heeft de apotheker op oneigenlijke gronden geweigerd de medicatie af te leveren waardoor hij is blootgesteld aan een onaanvaardbaar risico. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond en legt aan de openbaar apotheker de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de apotheker tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:146 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/2261
- Datum publicatie: 11-09-2024
- Datum uitspraak: 11-09-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:146
2261 Klacht tegen een psychiater. Klagers hebben over de verdachte in een strafzaak waarvoor veel maatschappelijke belangstelling bestaat, gezamenlijk een Pro Justitia-rapport opgemaakt. De psychiater heeft zich in een artikel in een landelijk dagblad kritisch over dit rapport van klagers uitgelaten. Volgens klagers heeft hij zich daarbij onprofessioneel, onjuist, onzorgvuldig en oncollegiaal over hen en hun werk uitgelaten. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht gegrond en legt aan de psychiater de maatregel van berisping op. De psychiater is het niet eens met deze beslissing en komt in beroep. Het beroep van de psychiater slaagt alleen ten aanzien van de opgelegde maatregel. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat kan worden volstaan met het opleggen van een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGDKG:2024:99 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/742963 / DW RK 23/437 LvB/WdJ
- Datum publicatie: 25-09-2024
- Datum uitspraak: 03-09-2024
- ECLI:NL:TGDKG:2024:99
Beslissing op verzet ongegrond. Uit het vonnis van de kantonrechter blijkt dat er een betalingsregeling is gesloten, welke klager niet is nagekomen. Indien klager van mening is dat er geen sprake was van een betalingsregeling, had hij dit in die procedure kunnen weerspreken.
-
ECLI:NL:TGDKG:2024:98 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/734978 / DW RK 23/201 LvB/WdJ
- Datum publicatie: 25-09-2024
- Datum uitspraak: 03-09-2024
- ECLI:NL:TGDKG:2024:98
Loonbeslag niet overbetekend. Niet met klager in overleg getreden voordat opnieuw beslag is gelegd. Bij het betekenen van het arrest is geen rekening gehouden met de door klager overgelegde (betaal)bewijzen en verklaringen. Klacht gegrond, maatregel van berisping opgelegd en veroordeling in de proceskosten.
-
ECLI:NL:TGDKG:2024:97 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/735181 / DW RK 23/207 LvB/WdJ
- Datum publicatie: 25-09-2024
- Datum uitspraak: 03-09-2024
- ECLI:NL:TGDKG:2024:97
Klacht ongegrond. De kantonrechter heeft de juistheid van de vordering beoordeeld. Het is niet aan de gerechtsdeurwaarder om een vonnis waarvan nakoming wordt bevolen inhoudelijk te beoordelen. Niet gebleken dan wel aannemelijk gemaakt is dat de gerechtsdeurwaarder zich bij het betekenen van het vonnis grensoverschrijdend heeft gedragen. Het is niet tuchtrechtelijk laakbaar dat er geen datum van het voorgenomen beslag in de brieven is genoemd, nu klaagster in de brieven eerst nog in de gelegenheid is gesteld het voorgenomen beslag met betaling te voorkomen. De gerechtsdeurwaarder heeft in dit geval niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door niet aan het WOO-verzoek van de gemachtigde van klaagster te voldoen. De gerechtsdeurwaarder heeft steeds (correct) op e-mailberichten gereageerd.
-
ECLI:NL:TGDKG:2024:96 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/740223 / DW RK 23/357 LV/SM
- Datum publicatie: 16-09-2024
- Datum uitspraak: 02-09-2024
- ECLI:NL:TGDKG:2024:96
Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. De gerechtsdeurwaarder heeft ver buiten een redelijk termijn gereageerd op klager. Zelfs nadat klager de gerechtsdeurwaarder heeft gerappelleerd.
-
ECLI:NL:TGDKG:2024:95 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/739329 / DW RK 23/323 LV/SM
- Datum publicatie: 16-09-2024
- Datum uitspraak: 02-09-2024
- ECLI:NL:TGDKG:2024:95
Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Geen maatregel. Wel vergoeding van het griffierecht. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tijdig op het e-mailbericht van klager gereageerd. Ook niet na een rappel.
-
ECLI:NL:TGDKG:2024:94 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/736104 DW RK 23/241 LV/SM
- Datum publicatie: 16-09-2024
- Datum uitspraak: 02-09-2024
- ECLI:NL:TGDKG:2024:94
Klacht. (gedeeltelijk) gegrond. Geen maatregel. Wel griffierecht vergoeden. Vanwege administratieve slordigheid én buiten redelijk termijn reageren op klager.
-
ECLI:NL:TGDKG:2024:93 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/750001 / DW RK 24/178 LV/SM
- Datum publicatie: 16-09-2024
- Datum uitspraak: 02-09-2024
- ECLI:NL:TGDKG:2024:93
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich, onder meer, over het bestaan van de vordering, de rechtskracht van een dwangbevel en de (ambtelijke) bevoegdheid van de gerechtsdeurwaarder. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens. Het verzet dient ongegrond te worden verklaard.
-
ECLI:NL:TGDKG:2024:92 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/ 747775 / DW RK 24/110 LV/SM
- Datum publicatie: 16-09-2024
- Datum uitspraak: 02-09-2024
- ECLI:NL:TGDKG:2024:92
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er over dat de gerechtsdeurwaarder inbreuk heeft gemaakt op zijn rechten en een onwettig beslag heeft gelegd. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet tegen die beslissing ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2024:91 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/747174 / DW RK 24/93 LV/SM
- Datum publicatie: 16-09-2024
- Datum uitspraak: 02-09-2024
- ECLI:NL:TGDKG:2024:91
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er samengevat over dat beslag op zijn auto en de in rekening gebrachte kosten onterecht zijn. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet tegen die beslissing ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2024:90 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/752500 / DW RK 24/229 MdV/SM
- Datum publicatie: 09-09-2024
- Datum uitspraak: 04-09-2024
- ECLI:NL:TGDKG:2024:90
Klacht gegrond. Geen maatregel en proceskostenveroordeling. Door zijn salaris uit te betalen van de kwaliteitsrekening met betalingstekort heeft de waarnemer in strijd met de wet en aldus tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld. Nu het een proefprocedure betreft, zal de kamer echter geen maatregel opleggen en de waarnemer evenmin in de proceskosten veroordelen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2024:102 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/744594 / DW RK 24/10 LvB/WdJ
- Datum publicatie: 25-09-2024
- Datum uitspraak: 03-09-2024
- ECLI:NL:TGDKG:2024:102
Beslissing op verzet ongegrond. Klachtonderdelen over een periode van langer dan drie jaar geleden. Het kan de gerechtsdeurwaarder niet worden verweten dat er zoveel onduidelijkheid in het dossier van klaagster is.
-
ECLI:NL:TGDKG:2024:101 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/738614 / DW RK 23/302 LvB/WdJ
- Datum publicatie: 25-09-2024
- Datum uitspraak: 03-09-2024
- ECLI:NL:TGDKG:2024:101
Eerste aanmaning verzonden naar oude adres klager is niet tuchtrechtelijk laakbaar. Aanmaning na dagvaarding is tevens per e-mail verzonden aan klager. De gerechtsdeurwaarders kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt door, na het vervallen van de betalingsregeling, executiemaatregelen aan te kondigen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2024:100 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/744734 / DW RK 24/24 LvB/WdJ
- Datum publicatie: 25-09-2024
- Datum uitspraak: 03-09-2024
- ECLI:NL:TGDKG:2024:100
Beslissing op verzet ongegrond. Niet gebleken en onvoldoende aannemelijk gemaakt is dat de gerechtsdeurwaarder de kantonrechter opzettelijk heeft misleid.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2024:17 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/4
- Datum publicatie: 09-09-2024
- Datum uitspraak: 31-05-2024
- ECLI:NL:TDIVTC:2024:17
Hond. Dierenarts wordt onder meer verweten de ernst van de gezondheidsklachten van een chihuahua verkeerd te hebben ingeschat waardoor de hond onnodig heeft geleden. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2024:16 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/88 2022/89 2022/90
- Datum publicatie: 09-09-2024
- Datum uitspraak: 14-05-2024
- ECLI:NL:TDIVTC:2024:16
Paard. Drie dierenartsen wordt verweten dat zij nalatig hebben gehandeld met betrekking tot een operatieve ingreep aan het linker voorbeen van een paard en ten aanzien van het recovery- en nazorgtraject. Klachten ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2024:15 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/45
- Datum publicatie: 09-09-2024
- Datum uitspraak: 23-05-2024
- ECLI:NL:TDIVTC:2024:15
Hond. Klacht tegen een paraveterinair met betrekking tot een bij een hond uitgevoerde gebitsbehandeling. De paraveterinair heeft haar bevoegdheden overschreden door zonder overleg met de dierenarts te beslissen dat de hond niet op controle hoefde te komen. Daarnaast had zij aan de dierenarts moeten doorgeven dat de hond eerder niet goed op een narcose had gereageerd. Volgt waarschuwing.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2024:14 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/44
- Datum publicatie: 09-09-2024
- Datum uitspraak: 23-05-2024
- ECLI:NL:TDIVTC:2024:14
Hond. Diverse verwijten met betrekking tot een door een dierenarts bij een hond uitgevoerde gebitsbehandeling. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2024:13 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/93
- Datum publicatie: 09-09-2024
- Datum uitspraak: 29-05-2024
- ECLI:NL:TDIVTC:2024:13
Hond. Klacht over het vermeend nalatig handelen van een dierenarts met betrekking tot de euthanasie van een hond. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2024:12 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/91
- Datum publicatie: 09-09-2024
- Datum uitspraak: 29-05-2024
- ECLI:NL:TDIVTC:2024:12
Paard. Dierenarts wordt verweten de urgentie van de klachten van een paard niet te hebben onderkend, waardoor het te lang heeft geduurd voordat het paard is onderzocht. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2024:11 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/83 2022/94 2022/95
- Datum publicatie: 09-09-2024
- Datum uitspraak: 14-05-2024
- ECLI:NL:TDIVTC:2024:11
Hond. Klacht tegen drie dierenartsen, die er op neerkomt dat zij met betrekking tot een hond qua onderzoek, diagnosestelling en (medicamenteuze) behandeling onjuist hebben gehandeld, met name waar het betreft het langdurig gebruik van Carprodyl. Klacht tegen twee dierenartsen gegrond met waarschuwing. Klacht tegen de derde dierenarts ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2024:10 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/84
- Datum publicatie: 09-09-2024
- Datum uitspraak: 23-05-2024
- ECLI:NL:TDIVTC:2024:10
Kat. Dierenarts treft het verwijt dat zij zelf, zonder overleg met klaagster, de keuze heeft gemaakt om de zieke kat van klaagster niet te verwijzen naar een kliniek waar 24 uurs zorg kon worden geboden. Volgt waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:248 Hof van Discipline 's Gravenhage 230390
- Datum publicatie: 30-09-2024
- Datum uitspraak: 02-09-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:248
Klacht over eigen advocaat. Klagers zijn als groep één van de deelnemers geweest aan het gebiedsontwikkelingsproject “Oosterwold” van de gemeente Almere. De gemeente heeft op 4 januari 2019 de grondprijs van het project verhoogd. De gemeente heeft daarbij voor deelnemers die al vóór 4 januari 2019 met de gemeente een intentieovereenkomst hadden getekend een coulanceregeling gehanteerd op basis waarvan die deelnemers aanspraak konden maken op de oude grondprijs. Klagers stellen dat zij door vertraging van de kant van de gemeente pas ná januari 2019 hun intentieovereenkomst hebben kunnen tekenen waardoor zij geen aanspraak konden maken op de lagere grondprijs. Volgens klagers is verweerder tekortgeschoten in zijn zorgplicht jegens klagers en in zijn advisering. Klagers verwijten verweerder – voor zover in hoger beroep bij het hof nog van belang - dat hij klagers niet heeft afgeraden om op 30 januari 2020 de koopovereenkomst met de gemeente met daarin de hogere grondprijs – zonder enig voorbehoud – te ondertekenen en hen te adviseren een kort gedingprocedure tegen de gemeente te voeren terwijl dit kansloos was. Daarnaast verwijten klagers verweerder dat hij meerwerk heeft gefactureerd terwijl er een fixed-fee was afgesproken en dat hij in zijn communicatie hierover een indringende toonzetting heeft gebezigd. Het hof is anders dan de raad van oordeel dat verweerder niet is tekortgeschoten in zijn advisering. Het oordeel van de raad dat verweerder wel financieel onzorgvuldig heeft gehandeld en onzorgvuldig hierover heeft gecommuniceerd blijft wel in stand. Gelet op de bijzondere omstandigheden in dit geval, ziet het hof aanleiding om te volstaan met de maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:247 Hof van Discipline 's Gravenhage 230274
- Datum publicatie: 30-09-2024
- Datum uitspraak: 02-08-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:247
Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad verkort.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:246 Hof van Discipline 's Gravenhage 240031
- Datum publicatie: 30-09-2024
- Datum uitspraak: 02-09-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:246
In deze zaak is aan de orde of verweerder klager voldoende heeft geïnformeerd over zijn recht op gefinancierde rechtsbijstand. Daarnaast verwijt klager verweerder dat hij bij aanvang van de opdracht geen inschatting heeft gegeven van de te verwachten kosten en hem ondanks zijn verzoek daartoe het dossier niet heeft toegezonden. Het beroep tegen de beslissing van de raad inzake de laatste twee klachtonderdelen wordt ongegrond verklaard. Het beroep tegen de beslissing van de raad inzake de eerste klacht slaagt. Aan verweerder wordt (alsnog) de maatregel van een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:245 Hof van Discipline 's Gravenhage 240061D
- Datum publicatie: 20-09-2024
- Datum uitspraak: 20-09-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:245
De raad heeft het dekenbezwaar tegen verweerder gegrond verklaard en hem de maatregel van schrapping opgelegd, omdat verweerder (onder meer) onbereikbaar was voor de deken en voor cliënten, met de deken gemaakte afspraken niet nakwam en zich aan het toezicht van de deken onttrok. Verweerder is in hoger beroep gekomen met het verzoek aan het hof om hem niet de meest ingrijpende maatregel op te leggen. Het hof is van mening dat voortzetting van de praktijk van verweerder niet verantwoord is en bekrachtigt de uitspraak van de raad bij vervroeging.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:244 Hof van Discipline 's Gravenhage 230374
- Datum publicatie: 19-09-2024
- Datum uitspraak: 02-09-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:244
Het gaat in deze zaak om een klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Klager legt nieuwe verwijten aan zijn klacht ten grondslag. Het hof verklaart klager in zoverre niet-ontvankelijk in zijn beroep tegen de beslissing van de raad. Ten aanzien van de overige klachtonderdelen waartegen beroep is ingesteld, te weten het rechtsreeks benaderen van klager en het rauwelijks starten van gerechtelijke procedures, bekrachtigt het hof het oordeel van de raad, inhoudende ongegrond verklaring.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:243 Hof van Discipline 's Gravenhage 230339
- Datum publicatie: 19-09-2024
- Datum uitspraak: 02-09-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:243
Klacht over eigen advocaat. Klager verwijt verweerster onder meer dat zij haar werkzaamheden voor klager te laat (te kort voor de termijn om cassatiemiddelen in te dienen) heeft afgerond, dat zij een onjuist en ondeugdelijk cassatieadvies heeft afgegeven, dat zij na het afgeven van het negatieve advies geen, dan wel onvoldoende overleg met klager heeft gehad en dat zij heeft geweigerd een uitstelverzoek voor het indienen van de cassatiemiddelen bij de Hoge Raad in te dienen. De raad heeft de klachtonderdelen van klager ongegrond verklaard. Uit het beroepschrift van klager kan weliswaar worden afgeleid dat hij tijdig een beroepsgrond tegen het feitencomplex van de beslissing van de raad heeft ingediend, maar hij heeft deze beroepsgrond niet onderbouwd in het beroepschrift. Als onvoldoende onderbouwd slaagt het beroep niet. Het hof is het voor het overige eens met de beslissing van de raad. Bekrachtiging raadbeslissing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:242 Hof van Discipline 's Gravenhage 240043
- Datum publicatie: 19-09-2024
- Datum uitspraak: 06-09-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:242
Klacht tegen advocaat wederpartij. Het hof ziet op basis van het onderzoek in hoger beroep geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht van klager te komen dan de raad. Het hof sluit zich aan bij de beslissing van de raad en neemt die over. Daaraan voegt het hof toe dat er geen aanleiding is tot het gelasten van een getuigenverhoor, zoals door klager verzocht. Dit draagt niet bij aan een beter begrip van de voor de beoordeling van deze zaak relevante feiten. Ten aanzien van de overige verzoeken van klager (rechtsoverweging 5.8) overweegt het hof dat het tuchtrecht daar geen ruimte voor biedt. Beroep ongegrond. Bekrachtiging raadbeslissing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:241 Hof van Discipline 's Gravenhage 240014
- Datum publicatie: 19-09-2024
- Datum uitspraak: 06-09-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:241
Klacht tegen advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerster obstructie te hebben gepleegd in de voortgang van het opstellen van een ouderschapsplan. De raad heeft de klacht gegrond verklaard en kort gezegd overwogen dat verweerster zich te star heeft opgesteld en onvoldoende inspanningen heeft verricht om uit de ontstane impasse te geraken, hetgeen haar tuchtrechtelijk valt te verwijten. Het hof volgt de raad niet en is van oordeel dat verweerster met inachtneming van de voor de advocatuur essentiële kernwaarde partijdigheid, de grenzen van de aan haar als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid niet heeft overschreden. In het kader van de partijdigheid van verweerster was het niet haar taak om, zoals de raad dat formuleert, als “buffer” op te treden tussen haar cliënte en klager. Ook kan niet worden verwacht van verweerster dat zij zelf – zonder toestemming van haar eigen cliënte, welke toestemming haar cliënte expliciet niet gaf – met klager zou bellen, dan wel een gesprek zonder aanwezigheid van haar cliënte met hem zou voeren. Het hof merkt daarbij op dat zelfs als daar wel toestemming van de cliënt voor zou zijn, het een eigen afweging van de advocaat is om hier al dan niet toe over te gaan. Het hof onderkent dat de advocaat de verplichting heeft om zoveel mogelijk op zoek te gaan naar een buitengerechtelijke oplossing, omdat een regeling in der minne veelal de voorkeur verdient boven een proces. Dit neemt echter niet weg dat de advocaat partijdig is en blijft. Het zoeken naar een buitengerechtelijke oplossing gaat niet zo ver dat de advocaat moet functioneren als buffer tussen partijen. De partijdigheid van de advocaat komt op de eerste plaats. Beroep van verweerster is gegrond. Vernietiging raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:240 Hof van Discipline 's Gravenhage 230186
- Datum publicatie: 19-09-2024
- Datum uitspraak: 06-09-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:240
Klacht tegen advocaat wederpartij. Het betreft hier een wederzijds appel. De beroepsgronden van klaagster falen. Het hof sluit zich aan bij de beslissing van de raad dat verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt treft ten aanzien van de handelingen waarover klaagster heeft geklaagd en neemt die beslissing over. Het hof overweegt in aanvulling daarop dat de beroepsgronden van klaagster betrekking hebben op de onderliggende civiele procedure. Het is niet aan de tuchtrechter, maar aan de civiele rechter om over deze stellingen te oordelen. Het beroep van verweerster slaagt. Verweerster heeft zich zorgvuldig en betamelijk gedragen met de door haar (en haar cliënte) gekozen wijze van procederen. Verweerster had een gerechtvaardigd belang om, in opdracht van haar cliënte, niet mee te werken aan het verzoek van klaagster om de sloop van de woning van cliënte te melden aan de rechtbank. Het hof oordeelt in tegenstelling tot de raad dat het hier niet gaat om een feit dat verweerster niet voor de rechter had kunnen en mogen verzwijgen, ook al zou dat tegen het belang van haar cliënte ingaan. Klacht in zijn geheel ongegrond. Gedeeltelijke vernietiging van de beslissing van de raad. Bekrachtiging beslissing raad voor het overige.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- Pagina: 3
- Volgende pagina zoekresultaten