Zoekresultaten 51-100 van de 4058 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8217

    Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. Klager ontving via de huisartsenpraktijk van verweerder zijn hiv-medicatie. Het ziekenhuis was verantwoordelijk voor de medische controles en behandeling van de hiv-infectie. Toen uit de informatie van de behandelend specialist bleek dat klager zich aan de ziekenhuiscontroles onttrok, besloot de huisarts de medicatie niet langer voor te schrijven en verwees klager naar de specialist voor controle en hiv-medicatie. Klager verwijt de huisarts dat hij plotseling en onrechte weigerde deze vervolgmedicatie te verstrekken. Het college oordeelt dat de huisarts geen tuchtrechtelijk verwijt gemaakt kan worden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:72 Raad van Discipline Amsterdam 26-056/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Dat verweerster volgens klaagster een te lage inschatting heeft gegeven van de strafmaat of over de toepassing van TBS rechtvaardigt niet de conclusie dat verweerster verwijtbaar heeft gehandeld. Het behoort tot de professionele autonomie van verweerster om de zaak naar eigen inzicht te behandelen en een – naar haar vakinhoudelijk oordeel – realistische inschatting te geven van de zaak. Niet gebleken is dat verweerster daarmee het geweldsmisdrijf heeft gebagatelliseerd of klaagsters zaak niet serieus heeft genomen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:99 Hof van Discipline 's Gravenhage 250151

    Gegronde klacht tegen de eigen advocaat over een ontoereikende dienstverlening en communicatie in een artikel 12 Sv procedure. Bekrachtiging met verbetering van gronden. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:66 Raad van Discipline Amsterdam 26-128/A/A 26-129/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klachten over de eigen advocaten kennelijk ongegrond. Het stond verweerders vrij de opdracht niet aan te nemen. Niet gebleken dat zij het dossier onvoldoende hebben bijgehouden.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8995

    Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De Inspectie verwijt de verpleegkundige seksueel grensoverschrijdend handelen jegens een cliënte die verbleef in een instelling waar hij werkte, door het aanleggen, activeren en vasthouden van een seksspeeltje. De verpleegkundige heeft het handelen erkend, maar voert verweer ten aanzien van het grensoverschrijdende karakter. Het college oordeelt dat sprake is van seksueel grensoverschrijdend gedrag en legt een voorwaardelijke schorsing van twee maanden op met als bijzondere voorwaarde het volgen van een cursus met het thema Afstand en Nabijheid in de werkrelatie. Het college merkt daarbij op dat het belangrijk is dat dit thema op de werkvloer wordt besproken met en tussen medewerkers. In een werksituatie, zeker bij een relatief langdurig verblijf van cliënten waarbij een zekere band kan ontstaan tussen cliënten en de zorgverleners, moet voldoende aandacht zijn voor afstand en nabijheid ook als het gaat om kwetsbare behoeftes zoals de behoefte aan intimiteit en seksualiteit.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:73 Raad van Discipline Amsterdam 25-790/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij gedeeltelijk ongegrond en gedeeltelijk niet-ontvankelijk. Van het bewust onjuist informeren van de rechters is niet gebleken. Geen schending gedragsregel 8. Verder geldt dat het toezicht op de naleving van de Wwft bij de deken berust. Aan klager komt geen klachtrecht toe ter zake van de gestelde schending van die wet- en regelgeving.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:67 Raad van Discipline Amsterdam 25-804/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij is in beide klachtonderdelen ongegrond. Dat er een tijdsverloop van slechts 11 minuten zat tussen eerst de opzegging van de bemiddeling door de heer AK, en het hierna door verweerder zenden van de sommatiebrief aan klagers, wekt (inderdaad) sterk de indruk dat de heer AK al eerder met verweerder had gesproken. Dit kan zo zijn, maar dit maakt naar het oordeel van de raad niet dat verweerder om die reden een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Er bestond voor verweerder geen reden waardoor het hem was verboden om de heer AK als advocaat bij te staan. De door klagers in dit verband aangehaalde mediationovereenkomst is niet overgelegd en het bestaan van deze overeenkomst wordt door verweerder met klem betwist, en klager 1 heeft ter zitting erkend dat deze er niet is, zodat van een schending van deze overeenkomst in ieder geval geen sprake kan zijn. Van het bestaan van een misverstand over de hoedanigheid waarin verweerder optrad, en het daarmee schenden van het bepaalde in gedragsregel 9, is evenmin sprake.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:94 Hof van Discipline 's Gravenhage 250315

    Klager klaagt over de informatievoorziening door zijn eigen advocaat. De raad van discipline heeft geoordeeld dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klager niet schriftelijk te informeren over de termijn voor het instellen van hoger beroep. Ook heeft hij niet aan klager bevestigd dat hij geen hoger beroep zou instellen. Verweerder heeft klager daarmee de mogelijkheid ontnomen om eventueel een andere advocaat te zoeken voor het instellen van hoger beroep. De raad heeft verweerder de maatregel van een berisping opgelegd. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad voor zover het de opgelegde maatregel betreft en legt verweerder de maatregel van een waarschuwing op.Klager klaagt over de informatievoorziening door zijn eigen advocaat. De raad van discipline heeft geoordeeld dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klager niet schriftelijk te informeren over de termijn voor het instellen van hoger beroep. Ook heeft hij niet aan klager bevestigd dat hij geen hoger beroep zou instellen. Verweerder heeft klager daarmee de mogelijkheid ontnomen om eventueel een andere advocaat te zoeken voor het instellen van hoger beroep. De raad heeft verweerder de maatregel van een berisping opgelegd. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad voor zover het de opgelegde maatregel betreft en legt verweerder de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8971

    Klaagster is niet-ontvankelijk in haar klacht. Verweerster is directeur van de instelling waar klaagster gedeeltelijk verblijft. Klaagster verwijt verweerster onder andere dat zij klaagster heeft verplaatst naar een andere locatie van de instelling. Het college stelt vast dat de beslissing van de instelling om klaagster over te plaatsen is genomen na vele gesprekken en dat daarbij naast de belangen van klaagster ook de belangen van de andere cliënten van de instelling en de belangen van de instelling zelf zijn meegewogen. Daarmee gaat het om een beslissing met een organisatorisch en bedrijfsmatig karakter. Weliswaar is de beslissing genomen door verweerster, maar dat heeft zij gedaan in haar rol van directeur van de instelling en niet in haar rol van verpleegkundige. Het college oordeelt dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar klacht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:74 Raad van Discipline Amsterdam 25-783/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerster heeft een ernstige beroepsfout gemaakt door het laten verstrijken van de termijnen voor het indienen van een conclusie van antwoord in twee procedures van klaagster. Verweerster was bovendien onbereikbaar voor klaagster en heeft noch de termijnen voor het indienen van de conclusies van antwoord en het feit dat deze termijnen waren verstreken, noch de door de rechtbank bepaalde data van mondelinge behandelingen, aan klaagster gecommuniceerd. De raad rekent verweerster dit alles zwaar aan, maar heeft bij het bepalen van de hoogte van de maatregel wel rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden in het leven van verweerster en het feit dat zij niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld. Ook is in aanmerking genomen dat verweerster zelf heeft ingezien dat zij niet langer als advocaat kon functioneren en haar verantwoordelijkheid heeft genomen door zich begin 2025 uit te schrijven als advocaat. Alles in aanmerking genomen is een berisping in dit geval passend.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:68 Raad van Discipline Amsterdam 25-742/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht is deels gegrond voor wat betreft het verwijt dat verweerder onbevoegd en zonder toestemming of instructie van klager heeft gesproken met een journalist. De raad ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel. Hierin weegt de raad de -op zichzelf begrijpelijke- belangenafweging van verweerder mee waarin hij heeft geprobeerd om in het belang van zijn cliënt te handelen en de schade te proberen te beperken. Daarnaast weegt de raad mee dat niet is gebleken dat verweerder op enige wijze vertrouwelijke informatie met de journalist zou hebben gedeeld, als ook dat verweerder verder geen tuchtrechtelijk verleden kent.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:95 Hof van Discipline 's Gravenhage 250214

    Klacht tegen eigen advocaat over dienstverlening en ontijdige onttrekking ongegrond. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:75 Raad van Discipline Amsterdam 25-530/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:69 Raad van Discipline Amsterdam 25-537/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijk geschil is ongegrond. Door verweerder is gemotiveerd aangevoerd dat hij met het instellen van het hoger beroep slechts gebruik heeft gemaakt van de bestaande processuele mogelijkheden. Het instellen van hoger beroep was in het voordeel van zijn cliënt nu hiermee de door de rechtbank vastgestelde alimentatieverplichting kon worden uitgesteld. Daarbij zag het hoger beroep op meerdere onderdelen en bestonden er ook voor klaagster afdoende mogelijkheden om in de tussentijd een onderhoudsbijdrage aan te vragen. Er bestond gelet op het voorgaande een gerechtvaardigd belang voor de cliënt van verweerder om hoger beroep in te stellen. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder is geen sprake.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:96 Hof van Discipline 's Gravenhage 250207

    Verwijt aan advocaat van de wederpartij dat hij zich onnodig grievend over klager heeft uitgelaten. De raad heeft de klacht gegrond verklaard met waarschuwing opgelegd. Het hof volstaat met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel. Verweerder heeft de onjuistheid gecorrigeerd (het ging om belaging en niet om mishandeling) en de vermelding had een functioneel karakter.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:63 Raad van Discipline Amsterdam 25-767/A/A 25-769/A/A

    Raadsbeslissing; over en weer ingediende klachten met betrekking tot handelen van verweerders als oud-collega's in een geschil over beëindigingsafspraken en de financiële afwikkeling van een aansluitingsovereenkomst. Het gaat om een geschil van civielrechtelijke aard dat zo nodig ter beoordeling aan de civiele rechter dient te worden voorgelegd. De tuchtrechter gaat niet over dergelijke geschillen, tenzij kan worden vastgesteld dat verweerders met hun handelen het vertrouwen in de advocatuur hebben geschaad. Daarvan is de raad niet gebleken. De klachten zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:76 Raad van Discipline Amsterdam 26-112/A/A

    Voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klaagster. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder als partijdig advocaat in opdracht van zijn cliënte de procedure starten zoals hij heeft gedaan. Dat sprake is van een schijnprocedure is niet vast te stellen. Verweerder mocht afgaan op de van zijn cliënt verkregen informatie zonder nader onderzoek. Deels kennelijk ongegrond, deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens ontbreken van een eigen belang.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:70 Raad van Discipline Amsterdam 26-104/A/DH

    Voorzittersbeslissing; klacht is kennelijk niet-ontvankelijk. De klacht heeft net als de vorige klacht betrekking op hetzelfde feitencomplex: de door klager gewenste bijstand van verweerster. Niet gebleken is dat klager zijn verwijten niet eerder al in de vorige klachtprocedure naar voren had kunnen brengen. Gelet hierop staan de beginselen van een behoorlijk tuchtprocesrecht aan een inhoudelijke beoordeling van deze klacht in de weg.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:97 Hof van Discipline 's Gravenhage 250191

    Klager heeft een klacht ingediend tegen zijn eigen advocaat in een familiekwestie over de kwaliteit van de geleverde bijstand. De raad van discipline heeft deze klacht ongegrond verklaard en nieuwe klachten buiten beschouwing gelaten. Het Hof van Discipline bekrachtigt de beslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:64 Raad van Discipline Amsterdam 26-113/A/A

    Voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klager in een familierechtelijk geschil. Klacht is deels niet-ontvankelijk wegens te laat klagen, deels kennelijk niet-ontvankelijk omdat klager daarbij geen belang heeft, voor het overige kennelijk ongegrond. Naar het oordeel van de voorzitter is niet vast te stellen dat verweerder nodeloos en niet doelmatig heeft geprocedeerd. Verweerder mocht afgaan op de door zijn cliënte verstrekte informatie zonder nader onderzoek. Geen (wets)regel verplichtte verweerder om aan de gemachtigde van klager de contactgegevens van zijn cliënte te verstrekken.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:9 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/38

    De notaris heeft op 18 september 2018 een akte van levering gepasseerd. Bij die akte heeft de vader van de klager zijn woning aan zijn echtgenote overgedragen. De vader is in 2024 overleden en heeft de klager als zijn enige erfgenaam achtergelaten. De klager verwijt de notaris dat hij bij de totstandkoming van de akte van levering onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de onafhankelijke wilsvorming van de vader en de rechtmatigheid van de transactie. De notaris zou de belangen van de vader en de klager (als toekomstig erfgenaam van de vader) onvoldoende hebben behartigd (klachtonderdeel 1). De klager heeft de notaris daarom verzocht om inzage te verlenen in alle relevante stukken van het dossier. De notaris heeft dat met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht geweigerd. Volgens de klager is het beroep op de geheimhoudingplicht onterecht (klachtonderdeel 2).De kamer oordeelt dat klachtonderdeel 1 te laat is ingediend en dus niet-ontvankelijk is. Klachtonderdeel 2 is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:71 Raad van Discipline Amsterdam 26-095/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening in een strafzaak. Niet gebleken is dat verweerder onvoldoende moeite of tijd in de zaak van klager heeft willen steken of anderszins tekortgeschoten is in zijn dienstverlening aan klager. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:98 Hof van Discipline 's Gravenhage 250188

    Wederzijds appel. Klager verwijt zijn advocaat dat hij de belangen van klager in meerdere opzichten niet correct heeft behartigd, waarmee hij alle kernwaarden van artikel 10a Advocatenwet heeft geschonden. De raad heeft één klachtonderdeel deels gegrond verklaard (met berisping), namelijk voor zover verweerder klager niet heeft geïnformeerd dat het budget van de rechtsbijstandsverzekeraar was overschreden. Het hof vernietigt dit deel van de beslissing, omdat de raad bij de beoordeling buiten de klacht is getreden. Voor het overige volgt bekrachtiging, waarmee de klacht in alle onderdelen ongegrond is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:65 Raad van Discipline Amsterdam 26-134/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. De voorzitter is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerster feiten heeft gesteld waarvan zij de onjuistheid kende of behoorde te kennen, noch dat verweerster zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:21 Accountantskamer Zwolle 26/719 Wtra AK 26/720 Wtra AK

    Voorzittersbeslissing. De klacht is kennelijk ongegrond. Klager heeft onvoldoende duidelijk gemaakt welk handelen of nalaten ieder van de betrokkenen persoonlijk wordt verweten. Het is duidelijk dat klager een diepgaand geschil heeft met de middelbare school en meent dat hem en/of zijn dochter onrecht is aangedaan. Het is echter naar het oordeel van de voorzitter een brug te ver om accountants, die mogelijk zitting hebben in de Raad van Toezicht van de middelbare school, daarvan een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Hersteluitspraak van 3 april 2026 is niet gepubliceerd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:92 Hof van Discipline 's Gravenhage 260068

    Afwijzing van verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De klacht van klaagster heeft betrekking op het dekenaal onderzoek dat verweerster heeft uitgevoerd in een nieuwe (derde) klacht die klaagster over mr. V heeft ingediend. Een klacht over een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie op een klacht over een andere advocaat ter discussie te stellen. Klaagster kan de klacht over mr. V, na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de raad van discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Binnen de kaders van die procedure kan klaagster naar voren brengen op welke punten de visie van verweerster (in haar hoedanigheid van deken) volgens klaagster niet deugt en dat de tuchtrechter tot een andere conclusie zou moeten komen dan verweerster. Daarom zal de voorzitter de klacht over verweerster niet verwijzen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:74 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2865

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is in oktober 2014 twee keer door de huisarts op de huisartsenpost gezien. De eerste keer heeft de huisarts een keelontsteking bij klaagster vastgesteld en een antibioticumkuur voorgeschreven. Bij het tweede consult, vier dagen later, bleek de gezondheidstoestand van klaagster verslechterd en heeft de huisarts klaagster ingestuurd naar de spoedeisende hulp. Nadien heeft klaagster verschillende herseninfarcten gehad. Klaagster verwijt de huisarts dat zij het ziektebeeld van klaagster bij het eerste consult niet heeft onderkend en dat zij heeft geweigerd om klaagster te verwijzen naar de spoedeisende hulp. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:68 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2977

    Klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, patiënte, had diverse klachten en problemen die de huisarts moeilijk kon duiden. Hij vermoedde een maligniteit. Dit werd na onderzoek door de internist uitgesloten, maar hij concludeerde tot een anemie van chronische origine. Na enkele maanden werd patiënte plotseling in het ziekenhuis opgenomen. Daar werd hartfalen en darmischemie vastgesteld, als gevolg waarvan zij is overleden. Klager verwijt de huisarts onvoldoende onderzoek te hebben gedaan, de diagnose hartfalen te hebben gemist, een kokervisie te hebben gehad op een maligniteit en geen regie te hebben gevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:93 Hof van Discipline 's Gravenhage 260072

    Verzet na afwijzende verwijzing ongegrond. Een klacht tegen een deken is geen middel om de wijze waarop die deken - een nog lopend - onderzoek verricht naar een klacht over een advocaat ter discussie te stellen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:62 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2661

    Klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog heeft onderzoek gedaan naar de geestvermogens van klager en een Pro Justitia rapportage over klager opgesteld. Volgens klager heeft de GZ-psycholoog in strijd met de geldende wettelijke bepalingen en beroepsnormen gehandeld, door op foutieve en nalatige wijze de Pro Justitia rapportage op te stellen en tot een onjuiste conclusie te komen. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat uit de rapportage blijkt dat de GZ-psycholoog zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en dat de rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Niet is gebleken dat de GZ-psycholoog stukken tot haar beschikking had die zij ten onrechte niet of onvoldoende heeft meegewogen in haar overwegingen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek heeft de GZ-psycholoog naar het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege in redelijkheid tot haar conclusies kunnen komen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:69 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3020

    Klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is door de instelling waar hij verbleef ten behoeve van psychodiagnostiek en mogelijke behandeling/advisering verwezen naar de organisatie waar degz-psycholoog werkt. De gz-psycholoog werd regiebehandelaar. Klager is onderzocht en er is een onderzoeksverslag gemaakt (medeondertekend door de gz-psycholoog als supervisor). Klager verwijt de gz-psycholoog dat (1) er onwaarheden en beledigingen in het onderzoeksverslag staan, (2) niks is overgenomen van wat klager heeft gezegd, maar dat alleen is geluisterd naar medewerkers van de instelling, (3) geen rekening is gehouden met de situatie waarin klager zat (zoals ernstige jeuk, waarin klager niet serieus werd genomen) en (4) er diverse stoornissen in het onderzoeksverslag staan die er niet zijn. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:63 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2662

    Klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft onderzoek gedaan naar de geestvermogens van klager en een Pro Justitia rapportage over klager opgesteld. Volgens klager heeft de psychiater in strijd met de geldende wettelijke bepalingen en beroepsnormen gehandeld, door op foutieve en nalatige wijze de Pro Justitia rapportage op te stellen en tot een onjuiste conclusie te komen. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat uit de rapportage blijkt dat de psychiater zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en dat de rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Niet is gebleken dat de psychiater stukken tot haar beschikking had die zij ten onrechte niet of onvoldoende heeft meegewogen in haar overwegingen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek heeft de psychiater naar het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege in redelijkheid tot haar conclusies kunnen komen. Dat de onderzoeksresultaten door de psychiater niet meer met klager zijn besproken omdat klager dit weigerde, doet daar niet aan af. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:70 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3021

    Klacht tegen een psychiater. Klager woonde in een woonvoorziening. Klager was daarnaast onder behandeling bij een instelling voor forensische en intensieve zorg en begeleiding De psychiater was als psychiater/regiebehandelaar betrokken bij klager. In de periode dat de psychiater bij klager betrokken was is er een zorgmachtiging aangevraagd en verkregen. Klager verwijt de psychiater dat zij er bij haar handelen ten onrechte van uitging dat het gedrag van klager het gevolg is van de diagnoses die in de stukken worden genoemd. Dit is volgens klager niet terecht omdat zijn handelen wordt veroorzaakt door het onrecht dat hem door de woonvoorziening en instelling is aangedaan. Dit wordt ten onrechte terzijde geschoven en klager wordt ten onrechte beschouwd als een gevaar voor de maatschappij zodat ten onrechte een zorgmachtiging is aangevraagd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:64 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2868

    Klager heeft zich in 2014 ziekgemeld bij zijn werkgever. Hij was op dat moment opgenomen op een gesloten psychiatrische afdeling. Klager heeft twee weken doorgebracht op de gesloten afdeling en daarna bijna vier maanden op de open afdeling. De bedrijfsarts was werkzaam bij de arbodienst van de werkgever en werd verantwoordelijk voor de begeleiding van klager. Klager verwijt hem dat hij niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij de verzuimbegeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard, maar geen maatregel opgelegd. Klager heeft tegen die beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt dat beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:71 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2643

    Gegronde klacht tegen een arts, destijds in opleiding tot specialist (aios chirurg heelkunde). De klacht gaat over de behandeling van klaagster aan haar galblaas. Zij is op 15 november 2022 door de arts geopereerd. Het betrof een kijkoperatie, waarbij de galblaas zou worden verwijderd. Daarbij heeft de arts, in plaats van de afvoergang van de galblaas, de centrale galgang en de rechter leverslagader doorgenomen hoewel meerdere leden van het operatieteam aangaven dat zij twijfelden of de CVS was bereikt. Toen de arts de indruk kreeg dat het niet goed ging, heeft hij zijn supervisor erbij gehaald. Deze heeft de galweg rechtstreeks aangesloten op de dunne darm. Twee dagen later is klaagster opnieuw geopereerd. Klaagster is niet volledig hersteld. Zij ondervindt nog steeds beperkingen in haar dagelijks leven en zal die naar verwachting ook blijven ondervinden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep, verklaart de klacht alsnog gegrond en legt aan de arts de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:65 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2875

    Klacht tegen een huisarts. Patiënte heeft een psychiatrische aandoening en verblijft sinds 2000 in een instelling voor beschermd en begeleid wonen. De huisarts is de vaste huisarts voor bewoners van de instelling. Zij bezoekt de instelling eens per twee weken en daarnaast indien nodig. De huisarts wordt verweten dat zij bij patiënte een heupfractuur over het hoofd heeft gezien, zij ten onrechte uitging van een psychische oorzaak van de klachten van patiënte en dat zij patiënte en haar mentor dagenlang niet serieus heeft genomen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog deels gegrond, verwerpt het beroep voor het overige en legt op de maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:72 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2791

    Klacht tegen een arts. Klaagster heeft een klacht ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend tijdens haar opname in een woonzorgcentrum. Zij is kort gezegd niet tevreden over de zorg die haar moeder kreeg, de monitoring van de medicatie en de medische behandeling wat betreft de benauwdheid van haar moeder. De arts was de behandelend arts van de moeder van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met die beslissing en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:66 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2975

    Klager verwijt de dermatoloog dat hij niet tijdig de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld toen klager zich via doorverwijzing van de huisarts bij de dermatoloog meldde met klachten waarvan klager zei dat die dezelfde waren als twintig jaar terug, toen bij klager lepra was vastgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de dermatoloog de maatregel van berisping opgelegd. Klager is het niet eens met die beslissing en heeft beroep ingesteld. Hij is van mening dat aan de dermatoloog een zwaardere maatregel dan een berisping moet worden opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in het beroep, gelet op het bepaalde in artikel 73, eerste lid onder a, van de Wet BIG.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:73 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2792

    Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klaagster heeft een klacht ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend tijdens haar opname in een woonzorgcentrum. Zij is kort gezegd niet tevreden over de zorg die haar moeder kreeg, de monitoring van de medicatie die werd ingesteld en de medische behandeling wat betreft de benauwdheid van haar moeder. De specialist ouderengeneeskundige was op twee momenten betrokken bij de zorg aan de moeder van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met die beslissing en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:67 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2976

    Klager verwijt de arts dat zij niet de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld en zich bovendien neerbuigend en discriminerend heeft uitgelaten onder meer in de brief aan de huisarts van klager.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt ook dat de klacht ongegrond is, en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7841

    Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Ouders van patiënte die tijdens haar opname op de crisisafdeling van een medisch centrum suïcide pleegde, verwijten de psychiater onzorgvuldig handelen en het stellen van een ongefundeerde foutieve diagnose op basis waarvan patiënte het medisch centrum moest verlaten, zonder adequate opvang elders. Indiening van klacht door nabestaanden. De te veronderstellen wil van de overleden patiënt. Multidisciplinaire richtlijn Diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag. Geen aanknopingspunten voor onzorgvuldig handelen noch voor het stellen van een ongefundeerde foutieve diagnose.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8047

    Deels gegronde klacht tegen psychiater werkzaam in de PI. Geen maatregel. Moeder en zus van overleden patiënte verwijten de psychiater een gebrek aan communicatie met de andere artsen en het off-label voorschrijven van doxazosine en tamsulosine. Voldoende overleg met de andere artsen. Regelmatige bespreking van patiënte in het PMO. Inzicht in de medicatie die aan patiënte was voorgeschreven. Art. 68 lid 1 Geneesmiddelenwet. Voorschrijven van medicatie voor indicaties waarvoor de middelen niet zijn geregistreerd. Permissieve richtlijn wel voor doxazosine maar niet voor tamsulosine. Geen overleg met apotheker over wenselijkheid en dosering van tamsulosine is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Zoektocht naar onconventionele medicatie vanwege complexe casus en prangende hulpvraag van patiënte.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8616

    Klager klaagt over een tandarts omdat zij tijdens een gebitsreiniging in 2015 zijn tanden en tandvlees opzettelijk zou hebben beschadigd, hem heeft misleid over haar functie en het medisch dossier heeft aangepast. Het tuchtcollege oordeelt dat niet kan worden vastgesteld dat de schade door de behandeling is veroorzaakt, omdat deze meerdere oorzaken kan hebben. Ook de over klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7807

    Klager klaagt tegen een tandarts over declaraties die de tandarts heeft gestuurd terwijl een all-in prijs was afgesproken, de behandeling zelf en de communicatie. Het college oordeelt dat de tandarts onvoldoende duidelijk heeft gecommuniceerd over extra kosten buiten de afgesproken all-in prijs, waardoor één factuur onterecht was. Daarnaast zijn de implantaten niet correct (te ondiep) geplaatst, wat in dit geval medisch onzorgvuldig is. De overige klachten zijn ongegrond. De tandarts krijgt mede omdat hij er geen blijk van heeft gegeven dat hij anders had moeten handelen, een berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8867

    Klager dient een klacht in tegen de door de tandarts in 2016 geplaatst implantaat. Klager heeft in 2025 last gekregen van een loszittende kroon en dat is volgens hem het gevolg van het feit dat er al sinds 2016 sprake is van een breuk in het tussenstuk. Het college stelt vast dat er op röntgenfoto’s geen breuk te zien is en oordeelt dat het ook zeer onwaarschijnlijk is dat hiervan pas negen jaar na de plaatsing blijkt. De tandarts heeft ook voor het overige niet onzorgvuldig gehandeld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:83 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-745/AL/OV

    Raadbeslissing. Klacht van een toegevoegd notaris, de notaris onder wiens verantwoordelijkheid zij viel en het notariskantoor waarvoor zij werkte. Een advocaat mag de geheimhoudingsplicht van een notaris niet doorbreken in een civiele procedure door een stuk in te brengen waarin is vermeld wat ten overstaan van een notaris is besproken. In een civiele procedure geldt niet als algemene regel dat de rechter op onrechtmatig verkregen bewijs geen acht mag slaan. Dit betekent niet dat deze regel een advocaat de absolute vrijheid geeft om alle informatie waarover zijn cliënt kan beschikking in een procedure over te leggen. Het algemene maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk tot een professioneel verschoningsgerechtigde, zoals de notaris, moet kunnen wenden zonder de vrees dat de informatie die in deze bijzondere vertrouwensrelatie wordt uitgewisseld, bij anderen terechtkomt dient te prevaleren boven het belang van de waarheidsvinding in het civiele recht en de kernwaarde partijdigheid. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8772

    Gegronde klacht tegen een arbo-arts. De arts heeft onvoldoende zorgvuldig gehandeld, zowel in zijn medische beoordeling als in zijn professionele opstelling. De arts heeft vastgehouden aan een vooraf ingenomen standpunt, zonder voldoende ruimte te laten voor alternatieve medische verklaringen van de klachten. Diagnostische benadering was beperkt. Onvoldoende gebleken van een open en luisterende houding. Klacht gegrond. Geen blijk van reflectie. Berisping opgelegd met bekendmaking in het register.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:84 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-798/AL/MN

    Raadbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Er is sprake van een optelsom van verwijten die raken aan de kernwaarde kwaliteit. Verweerder heeft zijn cliënte op meerdere momenten niet naar behoren bijgestaan door wisselende standpunten in te nemen, stelselmatig niet te reageren, geen actie te ondernemen en te proberen de schuld op anderen af te schuiven. Klacht in beide onderdelen gegrond. Voorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8563

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arbo-arts. Klager verwijt de arts dat zij rapportages heeft opgesteld op basis van een ander ziektebeeld en dat zij niet heeft meegewerkt aan de aanvraag van een second opinion. Niet is gebleken dat de arts zonder aanleiding een medische klacht heeft betrokken bij de beoordeling. Aannemelijk dat klager niet eerder een second opinion had aangevraagd. Overige klachtonderdelen ook kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8455

    Klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is voor een deel van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk omdat hij geen rechtstreeks belanghebbende is. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond. Klacht niet feitelijk onderbouwd en door de gz-psycholoog gemotiveerd bestreden.