Zoekresultaten 51-100 van de 3334 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8420

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart (GPK). De arts heeft geoordeeld dat er sprake is van zwaarwegende sociaal-medische gronden voor het toekennen van een GPK en zij heeft haar sociaal-medisch advies aan de gemeente gezonden. Ongeveer een week later is het advies van de arts ingetrokken door de organisatie waarvoor de arts werkzaam is. Klager verwijt de arts dat zij a) hem niet de mogelijkheid heeft gegeven om gebruik te maken van het correctie/blokkeringsrecht en b) geen reden en onderbouwing heeft gegeven voor het intrekken van het advies.Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:122 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/756127 / DW RK 24/316 HE/RH

    De gerechtsdeurwaarder heeft meegedeeld dat bij niet betaling het CJIB de politie opdracht kan geven tot gijzeling van klager en/of inbeslagname van klagers auto en rijbewijs. Deze maatregelen kunnen op grond van de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften worden genomen. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door klager te wijzen op bovengenoemde maatregelen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:3 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-599/AL/MN

    Raadsbeslissing. Een advocaat dient zijn cliënt op de hoogte dient te brengen van belangrijke informatie, feiten en afspraken. Ter voorkoming van misverstand, onzekerheid of geschil, dient hij belangrijke informatie en afspraken schriftelijk aan zijn cliënt te bevestigen. Een duidelijk plan van aanpak kan hierin al veel schelen en in deze zaak ontbrak dat. Verweerder heeft klaagster mede daardoor onvoldoende meegenomen in de te volgen strategie en te volgen route. Verder heeft verweerder klaagster eerst achteraf op de hoogte gebracht van belangrijke informatie. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8661

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft geadviseerd tot afwijzing van de aanvraag. Klager verwijt de arts dat hij een onjuist sociaal-medisch advies heeft gegeven en dat hij heeft geweigerd om aan klager medische stukken te sturen. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:123 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/762250 / DW RK 25/4 HE/RH

    Klager heeft gesteld dat hij een maandelijks een specificatie van de openstaande schuld wenst te ontvangen. De gerechtsdeurwaarder is daartoe niet gehouden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:2 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-645/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerder de met klager gemaakte afspraken niet is nagekomen, noch dat hij niet de benodigde stukken met de rechter gedeeld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:4 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-610/AL/MN

    Raadsbeslissing. De raad rekent verweerster aan dat zij niet alleen de voorzieningenrechter van onjuiste informatie heeft voorzien, maar in haar verweer op de klacht ook de raad. Verweerster heeft weliswaar ter zitting verklaard zich teveel te hebben laten leiden door de situatie van haar cliënte en dat ze te gefocust was en het een vergissing is geweest, maar dat overtuigt de raad niet. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8147

    Deels gegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klager is gediagnosticeerd met ME/CVS (myalgische encephalomyelitis/chronisch vermoeidheidssyndroom). Bij een herbeoordeling van zijn gezondheidstoestand door een (andere) verzekeringsarts van het UWV – hierna: de primaire verzekeringsarts – is die arts tot de conclusie gekomen dat klager per week vijf dagen van zeven uur kon werken. Tegen de mede op die conclusie gebaseerde beslissing van het UWV om klager geen WIA-uitkering toe te kennen, heeft klager bezwaar gemaakt. In bezwaar heeft verweerder de gezondheidstoestand van klager opnieuw beoordeeld per de zogenoemde data in geding. Hij heeft de conclusie van de primaire verzekeringsarts bevestigd. Klager is het niet eens met die conclusie en maakt de verzekeringsarts een groot aantal verwijten, die er onder andere op neerkomen dat hij onvoldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en op grond van de beschikbare informatie in redelijkheid niet tot zijn conclusie heeft kunnen komen.Het college komt tot het oordeel dat de klacht gedeeltelijk gegrond is en legt de verzekeringsarts een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:124 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/763908 / DW RK 25/38 HE/RH

    De gerechtsdeurwaarder heeft berichten van schuldhulp verkeerd gelezen en daardoor niet beantwoord. In diezelfde periode zijn er ook berichten van klaagster ontvangen. De gerechtsdeurwaarder had met deze berichten de fout kunnen ontdekken, maar dat is niet gebeurd. Vervolgens is er beslag gelegd. Hoewel de gerechtsdeurwaarder verklaart dat dit beslag ook gelegd zou zijn als de berichten zouden zijn gelezen, past dit de gerechtsdeurwaarder niet en doet dit handelen richting klaagster en de schuldhulpverlener afbreuk aan het aanzien van het ambt. Maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2025:22 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/14

    De notaris heeft van een beslaglegger opdracht gekregen om het pand van klager te executeren (veilen). Op de dag dat het pand in eigendom is overgegaan naar de veilingkoper heeft dezelfde beslaglegger executoriaal derdenbeslag gelegd onder (het kantoor van) de notaris op de aan klager toekomende veilingopbrengst van het pand. Klager maakt de notaris in deze tuchtprocedure drie verwijten, namelijk 1. het tegen klagers wil uitbetalen van de veilingopbrengst aan de deurwaarder, 2. de niet adequate en/of niet tijdige informatieverstrekking en het traineren van de afwikkeling van het derdenbeslag en 3. de onheuse wijze waarop hij klager op 19 maart 2025 heeft behandeld. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:3 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-568/DB/ZWB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:5 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-631/AL/OV

    Raadsbeslissing. De raad is van oordeel dat verweerder onvoldoende duidelijk is geweest over de door hem in rekening te brengen kosten en ook niet adequaat heeft gereageerd op de duidelijke signalen van klager dat de oplopende kosten een probleem zouden gaan worden. Nadien heeft verweerder zelfs nog ruim € 11.000 in rekening gebracht, terwijl verweerder eerder zelf had aangegeven dat normaal gesproken de meeste kosten wel gemaakt zouden zijn. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:125 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/763581 / DW RK 25/31 HE/RH

    Gebleken is dat klaagster de vordering via Klarna zou voldoen. Klarna heeft niet betaald aan de schuldeiser. Het is en blijft echter de verantwoordelijkheid van klaagster dat de vordering van de schuldeiser wordt voldaan. De gerechtsdeurwaarder heeft op verzoek van de schuldeiser klaagster een aanmaning verstuurd om de vordering te voldoen. De gerechtsdeurwaarder mocht dit doen, want de vordering was immers niet betaald. Het geschil dat klaagster heeft is derhalve met Klarna. Niet gebleken is dus dat de gerechtsdeurwaarder tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld door de klaagster een aanmaning te versturen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:4 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-541/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over handelen in strijd met gedragsregel 15. Tegen verweerders optreden heeft klager bezwaren geuit en klagers bezwaren zijn ook redelijk. Vast staat dat er sprake is van een familierelatie tussen verweerder en de accountant, dat het advocatenkantoor en het accountantskantoor in hetzelfde pand zijn gevestigd en dat er sprake is van een doorlopende opdracht op grond waarvan verweerders kantoor juridisch advies en / of juridische bijstand verleend aan (klanten van) het accountantskantoor. Tevens staat als onweersproken vast dat verweerders broer heeft bemiddeld in het geschil tussen klager en de heer H, in welk verband zowel klager als de heer H gesprekken hebben gevoerd met verweerders broer, waarbij klager zijn standpunten over het geschil heeft kenbaar gemaakt aan verweerders broer. Vervolgens heeft inschakeling van verweerders kantoorgenoot mr. L plaatsgevonden in het kader van het geschil tussen klager en de heer H. Daarna is verweerder tegen klager geen optreden. De hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, maken naar het oordeel van de raad dat aan de zijde van klager redelijke bezwaren bestaan tegen het optreden van verweerder voor de heer H tegen de aan klager gelieerde vennootschap. Er is daarom niet voldaan aan de in gedragsregel 15 lid 3 genoemde voorwaarde (c) terwijl ook niet is gebleken dat aan voorwaarde (b) is voldaan, zodat het verweerder niet vrij stond om op te treden tegen klager. Gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:1 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2762 Herstelbeslissing

    De gz-psycholoog was de regiebehandelaar van klager bij een GGZ-praktijk. Klagers eigen behandelaar kreeg een andere functie en stopte haar werkzaamheden bij de praktijk. Klager bleef contact met haar zoeken, ook nadat de voormalig behandelaar zei dat ze dat niet wilde en ook de gz-psycholoog hem daarop had gewezen. Om die reden ging de praktijk over tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst en verwees klager terug naar de huisarts. Klager is van mening dat de gz-psycholoog geen dringende reden had voor de opzegging en dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de voortgang van de behandeling. Verder klaagt hij over schending van de geheimhoudingsplicht doordat de gz-psycholoog zonder goede grond informatie over klager met collega’s en met de office-manager heeft gedeeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:126 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/763932 / DW RK 25/40

    De gerechtsdeurwaarder heeft het dictum van het vonnis waarin duidelijk is opgenomen dat klager eerst aangeschreven moest worden ter zake van de betaling van de proceskosten, miskend. Nu klager tijdig na de aanschrijving daartoe de hoofdsom heeft voldaan, heeft klager voldaan aan het vonnis. Gelet op die tijdige betaling betekent dit dat het gelegde beslag ten onrechte is gelegd. Maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:5 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-433/DB/OB

    Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat het verzet slaagt. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht weliswaar de juiste maatstaf toegepast, maar gezien de motivering van de beslissing heeft de voorzitter naar het oordeel van de raad onvoldoende rekening gehouden met de door klager naar voren gebrachte feiten, die slechts in zeer beperkte mate door verweerder zijn weersproken. Verzet gegrond. De raad vernietigt de beslissing van de voorzitter van 29 augustus 2025, bepaalt dat partijen worden opgeroepen voor de mondelinge behandeling van de klacht en houdt iedere verdere beslissing aan.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8699

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in zijn sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts dat zijn sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een medische rapportage. Ook verwijt zij de arts dat hij haar tijdens het spreekuur onheus heeft bejegend.Het college komt tot het oordeel dat klaagster voor een deel van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:2 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2763 Herstelbeslissing

    De psychotherapeut was de regiebehandelaar van klager bij een GGZ-praktijk. Klagers eigen behandelaar kreeg een andere functie en stopte haar werkzaamheden bij de praktijk. Klager bleef contact met haar zoeken, ook nadat de voormalig behandelaar zei dat ze dat niet wilde en ook de psychotherapeut hem daarop had gewezen. Om die reden ging de praktijk over tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst en verwees klager terug naar de huisarts. Klager is van mening dat de psychotherapeut geen dringende reden had voor de opzegging en dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de voortgang van de behandeling. Verder klaagt hij over schending van de geheimhoudingsplicht doordat de psychotherapeut zonder goede grond informatie over klager met collega’s en met de office-manager heeft gedeeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:1 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-038/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Niet is komen vast te staan dan verweerster niet (tijdig) communiceerde, de opdracht onzorgvuldig zou hebben uitgevoerd, de belangen van klaagster onvoldoende zou hebben behartigd of zich onnodig grievend zou hebben uitgelaten jegens klaagster. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8700

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in haar sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts haar sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een rapportage.Het college komt tot het oordeel dat klaagster voor een deel van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:121 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/755596 / DW RK 24/299

    Vanwege het gezag dat een gerechtsdeurwaarder uitstraalt is het belangrijk dat als de gerechtsdeurwaarder een sommatie exploot stuurt in een fase waarin nog geen executoriale titel voorhanden is, hij duidelijk maakt dat de vordering betwist kan worden. Dit om te voorkomen dat de schuldenaar uit het optreden van de gerechtsdeurwaarder afleidt dat het niet een enkele aanspraak van een schuldeiser is, maar dat hij verplicht is de vordering te betalen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:276 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-723/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk omdat deze klachten al in eerdere procedures naar voren gebracht konden worden. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Misbruik van recht-bepaling.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:282 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-405/AL/GLD

    De raad heeft geoordeeld dat verweerder zijn cliënte over zijn kosten en over een aspect van processtrategie onvoldoende heeft geïnformeerd. Dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Gelet op de ernst en aard van dit handelen en gezien de omstandigheid dat verweerder niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, is de oplegging van een waarschuwing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:257 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-302/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht van vereffenaars van de nalatenschap over de advocaat van vader. Klagers hebben geen rechtstreeks belang bij de klacht die ziet op gedragsregel 15. De klacht is voor dat deel niet-ontvankelijk. De klachten zijn voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:1 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-589/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in de e-mailberichten van 16 februari en 29 maart 2025 aan klaagsters advocaat mede te delen dat, als klaagsters advocaat niet binnen één dag zou reageren, verweerder rechtstreeks contact zou opnemen met klaagster. Vast staat dat verweerder klaagster tweemaal rechtstreeks heeft aangeschreven, terwijl hij wist dat klaagster werd bijgestaan door een advocaat. Verweerder had kunnen volstaan met verzending van een e-mail aan mr. VdW. Naar het oordeel van de raad valt, bij gebreke van een nadere onderbouwing, die niet is gegeven, namelijk niet in te zien dat het beoogde rechtsgevolg niet zou kunnen worden bereikt door de e-mail alleen aan mr. VdW te zenden. Aan de in gedragsregel 25 lid 2 genoemde voorwaarden is kortom niet voldaan, zodat het verweerder niet vrijstond om klaagster rechtstreeks aan te schrijven. Door dit wel te doen heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:41 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/445564 / KL RK 24-181

    klacht over afwikkeling van een nalatenschap door de notaris. Erfgenamen (waaronder klaagster) hebben de notaris een volledige en onherroepelijke boedelvolmacht gegeven. Daarmee mocht de notaris naar eigen inzicht afwikkelen. Niettemin heeft de notaris klaagster wel hierbij betrokken. De notaris heeft niet de uitbetaling van het erfdeel afhankelijk gesteld van de goedkeuring van klaagster op de rekening en verantwoording van de notaris. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:270 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-652/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een geschil over de hoogte van kinderalimentatie. Dat verweerder niet heeft gereageerd op een bericht van de zijde van klaagster, is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar omdat hij als advocaat in beginsel niet gehouden is om inhoudelijk te reageren op brieven van de wederpartij. Bovendien was zijn opdracht op dat moment al beëindigd. Niet gebleken is dat verweerder onjuist heeft geadviseerd over de te betalen kinderalimentatie. Verweerder mocht zijn cliënt om informatie vragen, zodat hij zich kon verdedigen tegen de tuchtklacht. Voor zover hierdoor al sprake zou zijn van een schending van klaagsters privacy, geldt dat er in dit geval zwaarder getild kan worden aan verweerder recht om zich te verdedigen tegen een tuchtklacht. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:264 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-703/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klacht is gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk vanwege een gebrek aan rechtstreeks eigen belang. De door verweerder namens zijn cliënte opgestelde conceptdagvaarding is niet aan klagers betekend en dus ook niet uitgebracht. Van (oneigenlijk) procederen is geen sprake. Het stond verweerder vrij om klagers te benaderen over de vordering van zijn cliënte. De omstandigheid dat klagers het niet met die vordering eens zijn en de vordering kansloos vinden, betekent niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Een inhoudelijke beoordeling van de vordering is voorbehouden aan de civiele rechter. De klacht is in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:277 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-746/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een letselschadekwestie in alle onderdelen ongegrond. Verweerder kan niet worden verweten dat hij niet eerder een voorschot heeft gevraagd, omdat klager geen inzicht heeft gegeven in zijn schadeposten. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen op het gebied van bereikbaarheid, communicatie en overdracht van het dossier is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:258 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-690/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft gezien de overeengekomen hoofdelijke aansprakelijkheid zowel klaagster als haar cliënt mogen aanspreken voor de betaling van het volledige bedrag. Klaagster is geen advocaat/advocatenkantoor zodat verweerder de cliënt rechtstreeks mocht aanschrijven. Niet gebleken dat verweerder de belangen van klaagster onevenredig heeft geschaad. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2025:21 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/66

    De kamer heeft de uitoefening door de kandidaat-notaris van haar drie nevenbetrekkingen, die allemaal samenhangen met haar belegging in de 13 bedrijfspanden, ongewenst verklaard (artikel 11 lid 2 Wna).

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:42 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/449370 / KL RK 25-45

    Klager is belanghebbende, ondanks dat niet uit stukken blijkt dat hij erfgenaam is twijfelt de kamer daar niet aan en gaat zij hier vanuit.Klachtonderdeel I is feitelijk onjuist en dus ongegrond.Klachtonderdeel II notaris had geen reden te twijfelen aan handelingsbevoegdheid vader van klager, immers is hij in zijn hoedanigheid van (indirect) bestuurder altijd bevoegd gebleven om de verkopende vennootschap te vertegenwoordigen. Ook dit klachtonderdeel is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:271 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-225/DH/DH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:265 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-706/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een procedure over de vaststelling van het vaderschap. Niet gebleken dat verweerster onvoldoende heeft gecommuniceerd of onjuist heeft geadviseerd. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:278 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-750/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat wederpartij. Klacht over misbruik van toevoeging kennelijk niet-ontvankelijk vanwege een gebrek aan rechtstreeks belang. Klacht over misbruik van procesrecht kennelijk ongegrond. Er is geen sprake van rauwelijks dagvaarden. Niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een evident kansloze processtrategie of dat onjuistheden zijn opgenomen in de dagvaarding.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:259 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-696/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over het neerleggen van de opdracht door de eigen advocaat. Duidelijk is dat klager en verweerder een andere visie hadden over de aanpak en het vervolg van klagers zaak. Klager heeft vervolgens een klacht ingediend bij het kantoor. Verschil van inzicht dat uiteindelijk onoverbrugbaar is gebleken. Verweerder kon zich dan ook terugtrekken. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:272 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-239/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:266 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-708/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over het handelen c.q. nalaten van verweerder als bewindvoerder in een schuldsaneringstraject. Het traject is in december 2024 beëindigd. Klacht is buiten de termijn van drie jaar ingediend. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. Klacht niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:279 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-780/DH/RO 25-781/DH/RO

    Voorzittersbeslissing; klachten over de advocaten van de wederpartij in een incassozaak. Niet gebleken is dat klager onder druk is gezet om documenten te ondertekenen. Evenmin is gebleken dat het leggen van beslag en het entameren van een juridische procedure (dagvaarden) niet proportioneel en onzorgvuldig was gelet op de omstandigheden waarin klager verkeerde. De klachten hierover zijn kennelijk ongegrond. Voor zover klager heeft gesteld dat verweerders met hun handelen zijn ex-partner hebben benadeeld, zijn de klachten kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:260 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-702/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een echtscheiding. Niet gebleken van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerster bij de overdracht van de tas of anderszins. Zij mocht de kwestie van de echtelijke woning aankaarten, in het belang van haar cliënte.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:273 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-289/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de advocaat van de wederpartij in een geschil tussen ex-partners. Klager is de broer van de vrouw en heeft als haar gemachtigde opgetreden. Hij heeft om die reden geen rechtstreeks belang bij de klacht over het door verweerder opwerpen van een exceptie van onbevoegdheid. Klacht voor dat deel niet-ontvankelijk. Klager is wel ontvankelijk waar het gaat om verweerders stelling dat klager is veroordeeld voor (zware) mishandeling. Verweerder heeft dat mogen omschrijven zoals hij gedaan heeft. Klacht voor dat deel ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:267 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-711/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk omdat klager daarbij geen belang heeft of daarover al eerder heeft geklaagd. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Het innemen van een andersluidend juridisch standpunt is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerder heeft geen onpleitbaar standpunt ingenomen. Niet gebleken dat verweerder de tuchtrechter onjuist heeft voorgelicht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:261 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-121/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:274 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-349/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft klaagster op betalende basis bijgestaan, terwijl er al een toevoeging was verstrekt. De toevoeging betreft uitsluitend adviserende werkzaamheden. Op het moment dat er een procedure gestart zou worden, en te voorzien viel dat er financieel resultaat zou zijn, heeft verweerder dit met klaagster besproken en vastgesteld dat vervolgwerkzaamheden niet meer onder de toevoeging vallen en dat verweerder verder op betalende basis zou optreden. Klaagster is hierdoor niet benadeeld. Verweerster heeft juist voorkomen dat klaagster ook de advieswerkzaamheden zelf moest betalen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:268 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-714/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Klager heeft geen eigen rechtstreeks belang. De klacht voor zover mede ingediend namens klager is kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster had redelijkerwijs op de hoogte kunnen zijn van de beëindiging van het geschil door de gemaakte afspraken in plaats van door een vonnis. Van het toesturen van een vonnis aan klaagster door verweerder kon dan ook geen sprake zijn. Van enig klachtwaardig handelen van verweerder is niet gebleken. De klacht is in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:3 Hof van Discipline 's Gravenhage 250444

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Met de deken is het hof van oordeel dat uit het cassatieadvies – dat voldoet aan de daaraan te stellen (zorgvuldigheids)eisen – volgt dat een cassatieprocedure geen redelijke kans van slagen heeft. Op deze grond mocht de deken het aanwijzingsverzoek van klager afwijzen (ECLI:NL:TAHVD:2018:44). Artikel 13 Advocatenwet is niet bedoeld voor de situatie dat klager reeds beschikt over een (negatief) cassatieadvies. Een aanwijzingsverzoek op grond van artikel 13 Advocatenwet leidt er ook niet automatisch toe dat een aangewezen advocaat zijn werkzaamheden verricht op basis van een toevoeging, zoals klager lijkt te veronderstellen. Als klager dat wil, kan hij op eigen kosten een advocaat zoeken die een second opinion wil geven.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:262 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-389/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerder is ingeschakeld voor het hoger beroep in de alimentatiezaak. Ook een andere advocaat heeft in deze zaak bijstand aan klaagster verleend. Hoewel de gemaakte afspraak bijzonder te nomen is, is het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klaagster was hiermee bekend en heeft bovendien zelf met verweerder gecorrespondeerd en hem verzoeken gedaan. Geen sprake van dat verweerder zonder overleg met klaagster is ingeschakeld. Verweerder heeft de opdrachtbevestiging per abuis niet aan klaagster gestuurd. Daarvan kan hem in de gegeven omstandigheden geen verwijt worden gemaakt. Ook andere verwijten zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:275 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-705/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat-gemachtigde van een advocaat in een tuchtprocedure. De eerdere klacht is ongegrond bevonden door het hof van discipline. Daarom bestaat geen aanleiding om in het geval van verweerder tot een andere uitkomst te komen over materieel gezien dezelfde kwestie. Klacht kennelijk ongegrond. Misbruik van recht-bepaling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:269 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-717/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk omdat deze te laat is ingediend en deels kennelijk niet-ontvankelijk omdat klager daarbij geen eigen, rechtstreeks betrokken belang heeft.