Zoekresultaten 1-50 van de 4092 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:50 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-176/DB/ZWB
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 14-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:50
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in hoedanigheid van kantoor directeur kennelijk ongegrond omdat niet is gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:112 Hof van Discipline 's Gravenhage 250220
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:112
De raad heeft geoordeeld dat verweerster klager onvoldoende heeft geïnformeerd over zijn mogelijkheden om een schadevergoeding te vorderen van de gemeente. Zij heeft hem ook onvoldoende uitgelegd wat het betekent om finale kwijting overeen te komen en heeft niet geprobeerd om de mogelijkheid om schade te vorderen open te houden. De bijstand van verweerster aan klager was op dit punt ontoereikend. De klacht is in zoverre gegrond verklaard en aan verweerster is de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerster is in hoger beroep gekomen. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat er geen grond is voor een tuchtrechtelijk verwijt aan verweerster omdat zij klager beter had moeten informeren. Verweerster heeft klager op ieder punt waarop klager volgens de opdrachtbevestiging om bijstand heeft verzocht, en alle probleemgebieden die hij aankaartte, van een advies voorzien. Ook heeft zij hem voldoende duidelijk gemaakt wat een finale kwijting inhield. Gelet hierop is het hof van oordeel dat de klacht ongegrond is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:113 Hof van Discipline 's Gravenhage 250368
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:113
Beklag tegen afwijzingsbeslissing niet-ontvankelijk omdat het beklag buiten de beklagtermijn is ingediend. Er zijn geen argumenten gesteld of gebleken die deze termijnoverschrijding verschoonbaar zouden kunnen maken.Beklag tegen een tweede afwijzingsbeslissing ongegrond omdat het een herhaald verzoek betreft. Klager heeft tegen dit standpunt van de deken geen beklaggronden geformuleerd. Nu het hof op 19 september 2025 heeft beslist op het beklag van klager dat zag op klagers verzoek om een advocaat om namens zijn vader en zichzelf een procedure te kunnen starten, ECLI:NL:TAHVD:2025:179, mocht de deken dit herhaalde verzoek afwijzen.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:1 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-42
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:1
De kandidaat-notaris heeft bij de afwikkeling van de nalatenschap de scheidslijn tussen hetgeen tot de werkzaamheden van een kandidaat-notaris behoort en hetgeen daarbuiten valt uit het oog verloren. Daardoor is de zakelijkheid van de dienstverlening in het gedrang gekomen. Zij heeft in deze situatie te welwillend gehandeld en onvoldoende afstand bewaard tot cliënte. Juist daarom wordt haar aangerekend dat ze te weinig oog heeft gehad voor de processen en de zorgvuldige vastlegging van wat ze afsprak en deed. De kamer legt de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:82 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2656
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 16-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:82
.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:108 Hof van Discipline 's Gravenhage 260119
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 16-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:108
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. In het geval verweerder in het kader van zijn toezichthoudende taak als deken op grond van artikel 24 lid 2 WWFT een onderzoek doet of heeft gedaan bij mr. P ontvangt klaagster daarover geen bericht. Klaagster kan derhalve niet vaststellen (en het hof evenmin) of er bij verweerder sprake is van plichtsverzuim op dit punt.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:2 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-26
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:2
De kern van de klacht is dat de notaris in het kader van de executieveiling onvoldoende onderzoek heeft verricht, in het bijzonder met betrekking tot het cliëntenonderzoek op grond van de Wwft. De zorgplicht van de notaris brengt in een geval als het onderhavige niet mee dat hij gehouden is zelfstandig onderzoek te verrichten naar eerdere transacties, noch naar de herkomst van gelden die in het verleden bij die transacties zijn betrokken, zolang geen concrete aanwijzingen bestaan die een dergelijk nader onderzoek rechtvaardigen. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:93 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-395/AL/GLD
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:93
De raad heeft geoordeeld dat verweerder als advocaat van een onder curatele gestelde buiten de door de wet en de jurisprudentie geschetste kaders heeft gehandeld en daarmee de belangen van klagers en de relatie tussen klagers en hun onder curatele gestelde moeder heeft geschaad. Ook heeft hij onnodig grievende uitlatingen over klagers gedaan. Verweerder heeft daarmee in strijd met artikel 46 Advocatenwet gehandeld. Gelet op de ernst van dit handelen, de omstandigheid dat verweerder weinig inzicht in het verwijtbare van zijn handelen lijkt te hebben en het feit dat verweerder al eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, is naar het oordeel van de raad de oplegging van een voorwaardelijke schorsing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:109 Hof van Discipline 's Gravenhage 260106
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 16-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:109
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is er niet voor bedoeld om te klagen over de procedurele beslissingen die de deken heeft genomen in het kader van het onderzoek (zoals het hanteren van termijnen en het al dan niet toelaten van stukken). Ook die bezwaren kunnen in de procedure bij de raad van discipline onder de aandacht worden gebracht en bij de raad kunnen ook nog stukken worden ingediend. Klager kan tegenover de raad van discipline toelichten waarom verweerder volgens klager niet juist heeft gehandeld en wat er volgens klager in het klachtonderzoek niet goed is gegaan. Indien beroep openstaat voor klager bij het hof kan klager dat ook (alsnog) bij het hof doen. Gelet hierop is van een zelfstandige klacht over verweerder waarvoor het tuchtklachtrecht is bedoeld geen sprake. Om die reden zal de ingestelde klacht over verweerder niet worden doorverwezen naar een andere deken. Ook overigens heeft het hof geen wettelijke bevoegdheid om zelfstandig klachten over dekens te onderzoeken en daarop te beslissen.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:3 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-63 en 25-64
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:3
De huidige klacht van klager ziet deels op dezelfde feiten en gedragingen van de notarissen als een eerdere klacht. Voor zover is de klacht niet-ontvankelijk. De resterende klachtonderdelen zien – kort gezegd – op onjuiste verklaringen en opmerkingen van de notarissen in stukken en op zittingen van de eerdere tuchtrechtelijke procedure bij kamer en gerechtshof. Voor het overige is de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:110 Hof van Discipline 's Gravenhage 250177
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:110
Verweerder heeft in verschillende civiele procedures opgetreden als advocaat van de wederpartij van klaagster. De raad heeft een deel van de klachten over verweerders handelen in die procedures niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de klachten te laat zijn ingediend, dan wel omdat klaagster daarbij geen belang heeft. De overige klachten zijn door de raad ongegrond verklaard. Klaagster is het met die beslissing niet eens en heeft hoger beroep ingesteld. In hoger beroep gaat het alleen nog om de klachten die klaagster ook aan de raad heeft voorgelegd, en kunnen geen nieuwe klachten worden aangevoerd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:95 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-515/AL/OV
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:95
Verzetbeslissing. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:111 Hof van Discipline 's Gravenhage 250300
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:111
Het betreft een klacht tegen de (voormalig) eigen advocaat over het optreden in een eerdere tuchtklachtzaak van klager tegen verweerder, alsmede het volgens klager door verweerder per post versturen van een voor hem bestemde brief aan de wederpartij. De klacht is door de Raad bij voorzittersbeslissing gedeeltelijk kennelijk ongegrond en gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk verklaard gelet op de vervaltermijn. Het verzet van klager is deels gegrond verklaard, vanwege het door de voorzitter toepassen van een onjuiste maatstaf. De maatstaf die de voorzitter bij de beoordeling had moeten toepassen is niet het ne bis in idem-beginsel, maar de behoorlijke tuchtprocesorde. Dat beginsel brengt met zich mee dat een opvolgende klacht zodanig verweven kan zijn met een eerdere klacht, dat het van de klager redelijkerwijs verlangd had mogen worden dat hij die klacht al in de eerste procedure had ingediend. De klachten in deze opvolgende procedures zien, hoewel anders geformuleerd, beide op de wijze waarop verweerder zich als advocaat van klager heeft onttrokken aan de behandeling van de zaak van klager. De brieven waarover in deze procedure wordt geklaagd dateren ook van vóór het moment waarop de eerdere klacht werd ingediend door klager tegen verweerder. De raad heeft geoordeeld dat de beginselen van een behoorlijk procesorde daarom aan een inhoudelijke beoordeling van deze klachtonderdelen in de weg staan en heeft deze klachtonderdelen daarom niet-ontvankelijk verklaard. Voor het overige heeft de raad het verzet ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:80 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-439/DH/RO
- Datum publicatie: 15-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:80
Raadsbeslissing. Klacht over de communicatie in een zaak tegen het UWV. Verweerder is op meerdere momenten tekortgeschoten in zijn communicatie met klaagster. Hij heeft haar pas twee dagen voor de zitting op de hoogte gesteld van de zitting en heeft onfatsoenlijk gereageerd op haar terechte vragen naar de uitspraak. Verweerder heeft zijn excuses aangeboden. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:74 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-500/DH/DH
- Datum publicatie: 15-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:74
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerder heeft escalerend gehandeld door in zijn eerste brief aan klager direct te dreigen met het openbaren van klagers ‘dubbelleven’ en het betrekken van zijn nieuwe partner in een procedure. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:81 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3182
- Datum publicatie: 15-04-2026
- Datum uitspraak: 15-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:81
.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:81 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-483/DH/RO
- Datum publicatie: 15-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:81
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:75 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-570/DH/RO
- Datum publicatie: 15-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:75
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:107 Hof van Discipline 's Gravenhage 250310
- Datum publicatie: 15-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:107
Klager heeft een klacht ingediend tegen verweerster als advocaat van zijn wederpartij in een familierechtelijke procedure. De klacht ziet erop dat verweerster als advocaat werkzaamheden heeft verricht terwijl zij geschorst was. In deze procedure is ten eerste de vraag aan de orde of klager ontvankelijk is in zijn klacht, meer in het bijzonder of hij daarbij een eigen belang heeft. Het hof beantwoordt die vraag bevestigend. Het hof bekrachtigt vervolgens het oordeel van de raad, waarbij de klacht van klager gegrond is verklaard en aan verweerster, gelet op de aard en ernst van het tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen en op haar omvangrijke tuchtrechtelijk verleden, de maatregel van schrapping van het tableau is opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:82 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-576/DH/DH 25-577/DH/DH
- Datum publicatie: 15-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:82
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:76 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-697/DH/DH
- Datum publicatie: 15-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:76
Raadsbeslissing. Klacht van een curator over een advocaat. De aankondiging van verweerder dat hij een tegenklacht zou indienen wordt in de voorliggende situatie niet klachtwaardig beschouwd. De curatoren hebben zonder (nadere) onderbouwing opnieuw dezelfde ernstige beschuldigingen geuit jegens klager als die kort daarvoor door de tuchtrechter ongegrond zijn verklaard. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8451
- Datum publicatie: 15-04-2026
- Datum uitspraak: 15-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:69
Klacht tegen een bedrijfsarts. In deze zaak is sprake van een bijzondere situatie, nu de bedrijfsarts ten tijde van de procedure als wilsonbekwaam moet worden aangemerkt. Dit gegeven heeft het college voor de vraag gesteld welke betekenis en gevolgen daaraan in het kader van het Medisch tuchtrecht dienen te worden toegekend. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:83 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-711/DH/DH
- Datum publicatie: 15-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:83
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:77 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-108/DH/DH
- Datum publicatie: 15-04-2026
- Datum uitspraak: 08-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:77
Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een familierechtelijke kwestie. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond, omdat de verwijten nauwelijks zijn onderbouwd en uit de overgelegde stukken niet blijkt dat verweerster tekort is geschoten in haar bijstand.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:71 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-184/DH/DH/D
- Datum publicatie: 15-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:71
Verzoek om onmiddellijke schorsing via artikel 60ab en/of 60b van de Advocatenwet afgewezen. Deken is ontvankelijk in haar verzoeken. Aanhoudingsverzoek van artikel 60b-verzoek afgewezen. De door de deken aangevoerde omstandigheden zich thans op zichzelf maar ook tezamen genomen van onvoldoende gewicht voor het oordeel dat verweerster per direct haar praktijk zou moeten neerleggen op grond van artikel 60ab. Artikel 60b-verzoek onvoldoende gemotiveerd.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:84 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-733/DH/RO
- Datum publicatie: 15-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:84
Raadsbeslissing. Klacht over uitlatingen van de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft klager, in een complexe en gevoelige familiezaak over de omgang met zijn dochter, beschuldigd van het met de dood bedreigen van een hulpverleenster. Deze stellingname van verweerster is alleen gebaseerd op de uitlatingen van haar cliënte en is niet verder onderbouwd. Verweerster had klager niet op deze stellige wijze, en zonder onderbouwing, mogen beschuldigen van het met de dood bedreigen van een hulpverlener. Verweerster heeft zich daarvan geen rekenschap gegeven en zich met deze uitlating onnodig grievend over klager uitgelaten. Daarmee heeft verweerster de betrekkingen tussen partijen onnodig geëscaleerd en onvoldoende rekening gehouden met de gerechtvaardigde belangen van klager. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8641
- Datum publicatie: 15-04-2026
- Datum uitspraak: 15-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:70
Kennelijk ongegronde klacht van klager tegen een anios bedrijfsgeneeskunde. Klager verwijt de arts onder meer dat zij niet bevoegd was om te oordelen over zijn ziekte in relatie tot het werk, niet onpartijdig en oppervlakkig heeft gehandeld, onvoldoende over haar titel heeft geïnformeerd en de gezondheid van klager niet vooropgesteld heeft. Het college stelt vast dat verweerster als anios bedrijfsgeneeskunde onder een voldoende geborgde supervisieconstructie werkzaam was met een geregistreerd bedrijfsarts als eindverantwoordelijke. Verder blijkt uit het medisch dossier dat verweerster uitvoerig onderzoek heeft verricht en zorgvuldig opbouwende adviezen heeft gegeven met aandacht voor de beperkingen van klager. Daarnaast heeft verweerster zich steeds als arts voorgesteld en ondertekend.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:78 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-122/DH/DH
- Datum publicatie: 15-04-2026
- Datum uitspraak: 08-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:78
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een civielrechtelijk geschil. Klager 1 is kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. De klacht van klagers 2 en 3 is kennelijk ongegrond. Geen sprake van een pressiemiddel of het bewust verschaffen van onjuiste informatie.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:77 Raad van Discipline Amsterdam 26-233/A/RO/W 26-248/A/DH/W 26-249/A/RO/W
- Datum publicatie: 15-04-2026
- Datum uitspraak: 09-04-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:77
Wrakingsbeslissing in drie zaken kennelijk niet-ontvankelijk en kennelijk ongegrond met misbruikbepaling.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:72 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-078/DH/RO
- Datum publicatie: 15-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:72
Voorzittersbeslissing. Klacht grotendeels kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Klacht over het versturen van brieven door verweerders kantoorgenoot kan hem niet worden aangerekend. Klacht in zoverre kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:79 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-123/DH/DH
- Datum publicatie: 15-04-2026
- Datum uitspraak: 08-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:79
Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens strijd met de beginselen van een behoorlijke tuchtprocesorde.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:73 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-084/DH/RO
- Datum publicatie: 15-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:73
Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:105 Hof van Discipline 's Gravenhage 250376
- Datum publicatie: 14-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:105
Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan de voorzitter. Het is vaste jurisprudentie van het hof dat bezwaren over (de uitvoering van) het dekenonderzoek en/of de dekenvisie door een klager dienen te worden ingebracht in de procedure bij de raad van discipline die de klacht behandelt waarop het dekenonderzoek en het dekenstandpunt betrekking hebben. Dat is de geëigende route en niet, zoals klaagster heeft gedaan, een klacht indienen over verweerster. Daarvoor is het klachtrecht niet bedoeld.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:106 Hof van Discipline 's Gravenhage 250311D
- Datum publicatie: 14-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:106
De deken heeft een dekenbezwaar ingediend tegen verweerster. De raad heeft bij tussenbeslissing een vooronderzoek gelast. De raad verklaart het dekenbezwaar gegrond en legt aan verweerster de maatregel van schrapping op. In hoger beroep oordeelt het hof dat de resultaten van het vooronderzoek deels niet als juist kunnen worden aanvaard, omdat deze niet berusten op een deugdelijke grondslag. Een deel van bevindingen van het vooronderzoek zijn slechts summier vastgelegd en een deel in het geheel niet. Van verweerster kan niet worden verlangd bevindingen die summier zijn onderbouwd met bewijs en bevindingen die in het geheel niet zijn vastgelegd te weerleggen. Het hof komt tot het oordeel dat het dossierbeheer en de dossieradministratie van verweerster tekortschieten en dat er tekortkomingen zijn ten aanzien van de waarneming, de naamgeving, de klachtenregeling en de privacyverklaring. Mede gelet op het tuchtrechtelijke verleden acht het hof een onvoorwaardelijke schorsing van 26 weken passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:92 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-396/AL/GLD
- Datum publicatie: 14-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:92
Raadsbeslissing. Klacht van een onder curatele gestelde. Klacht ingediend door curatoren. De raad verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8997
- Datum publicatie: 14-04-2026
- Datum uitspraak: 14-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:80
Gegronde klacht tegen een verpleegkundige, die onrechtmatig – zonder behandelrelatie met patiënten - meerdere keren en gedurende een langere periode patiëntendossiers heeft ingezien. Verpleegkundige erkent onbevoegde inzage. Dat doet niet af aan de ernst van de normschending. Tweede tuchtnorm. Berisping en publicatie.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:94 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-513/AL/OV
- Datum publicatie: 14-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:94
Verzetbeslissing. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8894
- Datum publicatie: 14-04-2026
- Datum uitspraak: 14-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:81
Gegronde klacht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd tegen een verpleegkundige, werkzaam in de GGZ, die een intiem en seksueel grensoverschrijdend contact is aangegaan met een patiënte – met verhoogde kwetsbaarheid. Tijdens de opname van de patiënte en de ambulante behandeling. Verpleegkundige erkent het contact, stelt dat sprake was van een vriendschapsrelatie. Ernstige en langdurige overschrijding van de professionele beroepsuitoefening. Verpleegkundige heeft bewust een grens overschreden. Schorsing voor één jaar, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Tevens gedeeltelijke ontzegging bevoegdheid om als verpleegkundige in de GGZ te werken. Publicatie.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:80 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3134
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:80
Voorzittersbeslissing. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in de klacht omdat klaagster het griffierecht niet (op tijd) had betaald. Het Centraal Tuchtcollege heeft vastgesteld dat het griffierecht wel tijdig is voldaan. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst de zaak terug.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:91 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-131/AL/OV
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:91
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:76 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2924
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:76
Klacht tegen een tandarts. Klaagster heeft in de praktijk van de tandarts een brug laten plaatsen. Zij is ontevreden over de brug. Klaagster verwijt de tandarts o.a. dat hij haar niet heeft ingelicht over het feit dat de brug niet zonder verdikking kon worden gemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat klaagster door de tandarts beter geïnformeerd had moeten worden over de mogelijkheden, maar vooral de onmogelijkheden ten aanzien van de door klaagster gewenste brug. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de tandarts een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond waarmee de maatregel van waarschuwing komt te vervallen. Gelet op de beperkte rol van de tandarts was het niet zijn verantwoordelijkheid om klaagster te informeren.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:77 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2983
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:77
Klacht tegen een psychiater. De klacht gaat over een door de psychiater opgesteld keuringsrapport rijgeschiktheid van klager, waarin werd geconcludeerd dat klager niet rijgeschikt was. Klager was het daar niet mee eens en liet een onafhankelijke herkeuring doen, daaruit kwam naar voren dat er geen beperkingen waren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de psychiater in het rapport op onvoldoende inzichtelijke en consistente wijze uiteen heeft gezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen. De psychiater heeft in dit geval op meerdere onderdelen onvoldoende blijk gegeven van de vereiste vakkundigheid en zorgvuldigheid, niet alleen bij het afnemen van het onderzoek maar ook bij het opstellen van de rapportage. Gelet op de opstelling van de psychiater in de aan de tuchtprocedure voorafgaande correspondentie tussen hem en klager en ook in de procedure voor het Regionaal Tuchtcollege heeft de psychiater weinig zelfinzicht en -reflectie getoond. Het Regionaal Tuchtcollege acht een berisping daarom passend en geboden. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de psychiater.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8343
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:79
Voorzittersbeslissing. Klager kennelijk niet-ontvankelijk in klacht. Klager klaagt over een onbekend gebleven zorgverlener die feedback gaf op het pro Justitia rapport. Instelling heeft geweigerd om de naam van de zorgverlener te verstrekken, ondanks formele verzoeken van klager en zijn daartegen ingestelde beroep. Processuele verantwoordelijkheid klager de naam van de zorgverlener te verstekken. Aannemelijke onmogelijkheid voor klager. Klager heeft concrete en bruikbare aanknopingspunten klager aangedragen. Dan beperkte inspanningsverplichting (secretaris) tuchtcollege om te proberen de naam te achterhalen. Belangenafweging als instelling de naam alleen wil verstrekken als die naam niet met klager wordt gedeeld. Zeer uitzonderlijke gevallen besluit voorzitter dat de naam alleen voor tuchtcollege bekend wordt. Mogelijkheid om klacht – zonder bekendheid met en vermelding van naam zorgverlener – in behandeling nemen en uitspraak te doen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:102 Hof van Discipline 's Gravenhage 250429
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:102
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft volgens het hof terecht overwogen dat het verzoek van klager onvoldoende is onderbouwd en geen redelijke kans van slagen heeft.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:78 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2937
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:78
Klacht tegen arts in opleiding tot psychiater. Klaagster werd in januari 2024 gezien door de arts voor een intake op de polikliniek Psychiatrie. In het kader van de opleiding heeft de arts, werkzaam onder supervisie, zelfstandig de intake gedaan. De bevindingen van de intake werden, na overleg met de supervisor en collega’s, met klaagster besproken. Klaagster verwijt de arts het stellen van een onjuiste diagnose, schending van de informatieplicht, een onzorgvuldige dossiervorming, het schenden van het beroepsgeheim en een gebrekkige voorlichting over verdere behandelmogelijkheden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:103 Hof van Discipline 's Gravenhage 250423
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:103
Beklag artikel 13 ongegrond. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat voor de procedure die klaagster wil voeren bijstand van een advocaat niet noodzakelijk is. Dit omdat het een bestuursrechtelijke procedure betreft, waarvoor geen verplichte procesvertegenwoordiging geldt. De verplichting voor de deken om op grond van artikel 13 Advocatenwet een advocaat aan te wijzen geldt alleen voor personen die een advocaat zoeken voor een procedure waarbij een advocaat verplicht is of voor een procedure waarin zij uitsluitend door een advocaat kunnen worden bijgestaan.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:79 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3074
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:79
Klaagster is eind 2024 tweemaal op consult geweest bij de tandarts. Over beide consulten is klaagster ontevreden. Zij vindt dat ze beide keren lang in de wachtkamer heeft moeten wachten, dat zij onvoldoende uitleg heeft gekregen over voedingssupplementen en dat de behandeling tijdens het tweede consult (behandeling van cariës) niet zorgvuldig is uitgevoerd. Ook heeft klaagster geen reactie gekregen op de klacht die zij bij de tandartspraktijk heeft ingediend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. In beroep gaat het alleen over het verwijt dat de behandeling van cariës niet zorgvuldig is uitgevoerd. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:104 Hof van Discipline 's Gravenhage 250413
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:104
Klaagster heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) waarbij het verzet van klaagster tegen een voorzittersbeslissing ongegrond is verklaard. Tegen een dergelijke beslissing staat geen hoger beroep open. Hetgeen klaagster bij het hof heeft aangevoerd levert naar vaste jurisprudentie van het hof geen grond op voor doorbreking van het appelverbod. Klaagster kan dan ook niet in hoger beroep worden ontvangen. Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2025/8671
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:76
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts in opleiding tot huisarts. Klager heeft twee weken na een bezoek aan de spoedpoli van een GGZ-aanbieder zijn echtgenote gedood. Klager verwijt de arts dat hij en een collega hebben nagelaten de noodzakelijke medische zorg te verlenen, dan wel niet hebben ingegrepen bij een mogelijk levensbedreigende situatie. Het college is van oordeel dat er voor de arts geen aanleiding was om acuut gevaar te vermoeden. Er was dan ook geen reden om klager op te nemen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9111
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:77
Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster verwijt de gz-psycholoog dat niet duidelijk was wie de regiebehandelaar was. Het was beter geweest als de wijziging van het regiebehandelaarschap niet alleen telefonisch maar ook schriftelijk aan klaagster was medegedeeld. Achterwege blijven van de schriftelijke mededeling is echter niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 82
- Volgende pagina zoekresultaten