Zoekresultaten 181-190 van de 4686 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:66 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-020/DH/DH
- Datum publicatie: 27-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:66
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Niet gebleken dat verweerder onjuiste feiten heeft gesteld. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TSCTS:2026:1 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2026-01 (2025.V6-AMADEUS GOLD)
- Datum publicatie: 27-03-2026
- Datum uitspraak: 27-03-2026
- ECLI:NL:TSCTS:2026:1
Deze zaak gaat over de gronding die eind 2024 heeft plaatsgevonden met het schip, de Amadeus Gold. Volgens de inspecteur is sprake van slecht zeemanschap. De inspecteur verwijt betrokkene dat hij er niet voor heeft gezorgd dat de bemanning en hijzelf voldoende gefamiliariseerd waren, dat niet alle benodigde detailkaarten aan boord waren, dat hij alleen heeft genavigeerd op een kustkaart, dat hij de koers alleen heeft bepaald op de lichtenlijnen en geen loods heeft besteld. Het tuchtcollege oordeelt op basis van de bewezen elementen van het bezwaar, dat de klacht van de inspecteur gegrond is. Het tuchtcollege legt betrokkene de maatregel op van een gedeeltelijk voorwaardelijke schorsing van de vaarbevoegdheid.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:60 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-458/DH/RO
- Datum publicatie: 27-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:60
Raadsbeslissing. Klacht over echtscheiding waarin verweerster als gezamenlijk echtscheidingsadvocaat heeft opgetreden. Verweerster heeft niet voldaan aan de op haar rustende zware zorgplicht. Zij heeft klaagster en de man nooit gesproken. Na een mediationtraject hebben klaagster en de man contact gehad met diverse paralegels en heeft er een videogesprek met een paralegal plaatsgevonden. Verweerster heeft kennelijk alleen een aantal vragen van de paralegal beantwoord en het verzoekschrift ingediend bij de rechtbank. Niet blijkt dat verweerster zich ervan heeft vergewist dat het convenant en ouderschapsplan ook daadwerkelijk was wat partijen wensten af te spreken. Dat wringt des te meer, nu het convenant op een aantal punten financieel (zeer) nadelig voor klaagster was. Ook heeft verweerster het in haar brief – ten onrechte doen voorkomen alsof zij wel met klaagster en de man heeft gesproken. Schending kernwaarde deskundigheid. De raad weegt mee dat dit geen incident is, maar het bedrijfsmodel van verweerster. Onvoorwaardelijke schorsing van vier weken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:67 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-045/DH/RO
- Datum publicatie: 27-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:67
Voorzittersbeslissing. Klacht over het door verweerster incasseren van dwangsommen in verband met het door klager niet nakomen van een in 2021 vastgestelde bezoekregeling. Het stond verweerder vrij om dat te doen. Als zij dat niet had gedaan, had haar cliënte haar daarvan tuchtrechtelijk en civielrechtelijk een verwijt kunnen maken. Zij was niet gehouden klager daar vooraf over te informeren. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:70 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-540/AL/GLD
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:70
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:36 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/766527 / DW RK 25/96 HE/WdJ
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:36
Alvorens het betekenen van de dagvaarding heeft de gerechtsdeurwaarder de naam en adresgegevens van klaagster in het handelsregister van de Kamer van Koophandel gecontroleerd. Nu deze gegevens overeenkwamen met de te vorderen facturen, was er voor de gerechtsdeurwaarder geen reden om te twijfelen aan de juistheid van betreffende B.V. Het lag op de weg van klaagster om zich bij de kantonrechter te verweren indien zij het niet eens was met de dagvaarding, dan wel verzet in te stellen tegen het verstekvonnis. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door het verstekvonnis te executeren. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:61 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2949
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:61
Herzieningsverzoek. Het Centraal Tuchtcollege heeft de tandarts bij beslissing van 26 mei 2025 met nummer C2024/2411 een voorwaardelijke schorsing opgelegd voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar. De tandarts heeft bij het Centraal Tuchtcollege op de voet van artikel 52 Wet BIG een verzoek ingediend tot herziening van die beslissing. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat geen naderhand gebleken omstandigheden zijn aangevoerd die naar ernstig vermoeden tot een afwijkende beslissing zouden hebben geleid indien zij tijdig bekend waren geworden en wijst het verzoek tot herziening af.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:77 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-076/AL/GLD
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:77
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:55 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2872
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:55
Klager is sinds juli 2022 werkzaam als accountmanager. Per 21 juni 2023 heeft klager zich ziekgemeld. De bedrijfsarts is de supervisor van de arts in opleiding tot specialist bedrijfsgeneeskunde (hierna: bedrijfsarts i.o.), die klager in zijn ziekteverzuimperiode heeft begeleid. Klager stelt dat de bedrijfsarts heeft toegelaten dat de bedrijfsarts i.o. niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij de verzuimbegeleiding. Meer in het bijzonder verwijt klager de bedrijfsarts dat hij als supervisor zijn verantwoordelijkheden niet heeft genomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:49 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3132 VZ
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 26-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:49
Voorzittersbeslissing. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard omdat de klacht zich richt tegen een zorgverlener die niet staat ingeschreven in het BIG-register. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.