Zoekresultaten 1-20 van de 147 resultaten
-
ECLI:NL:TACAKN:2024:15 Accountantskamer Zwolle 23/2277 Wtra AK
- Datum publicatie: 10-06-2024
- Datum uitspraak: 07-06-2024
- ECLI:NL:TACAKN:2024:15
De klacht is gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk ongegrond. Betrokkene is werkzaam als medebestuurder van een STAK. Klaagster is ook medebestuurder van de STAK en enig certificaathoudster. Klaagster heeft eerder een tuchtklacht ingediend tegen betrokkene en haar dochter heeft dat ook gedaan. Klaagster verwijt betrokkene in deze klacht dat hij vanaf 2021 geen administratie voor de STAK heeft gevoerd en dat hij heeft geweigerd om informatie aan klaagster te verstrekken. Daarnaast verwijt klaagster hem dat hij de kosten van eerdere juridische procedures, waaronder de twee tuchtprocedures, bij de STAK heeft gedeclareerd en dat hij geen maatregelen heeft genomen om de problemen met betrekking tot deze en andere declaraties op te lossen. Naar het oordeel van de Accountantskamer heeft betrokkene wel een administratie voor de STAK gevoerd en kan niet worden geconcludeerd dat hij klaagster onvoldoende van informatie heeft voorzien. Dat betrokkene de kosten van de tweede tuchtprocedure heeft gedeclareerd is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Hetzelfde geldt voor het niet nemen van maatregelen met betrekking tot andere declaraties, omdat daarvoor geen aanleiding bestond. De klacht is in zoverre ongegrond. De klacht is voor het overige niet-ontvankelijk, omdat in de eerste en tweede klachtprocedure al is geklaagd over de kosten van de andere juridische procedures, waaronder de eerste tuchtprocedure.
-
ECLI:NL:TACAKN:2024:16 Accountantskamer Zwolle 23/2298 Wtra AK
- Datum publicatie: 14-06-2024
- Datum uitspraak: 14-06-2024
- ECLI:NL:TACAKN:2024:16
De klacht is gedeeltelijk gegrond. Betrokkene krijgt de maatregel van waarschuwing opgelegd. Betrokkene heeft een goedkeurende verklaring afgegeven bij de jaarrekening [jaartal1] van een leasemaatschappij. Het bestuur van de leasemaatschappij is bij het opstellen van deze jaarrekening ervan uitgegaan dat de onderneming haar bedrijfsactiviteiten zal voortzetten. Volgens klager heeft betrokkene onvoldoende onderzoek gedaan naar deze continuïteitsveronderstelling. Daarnaast verwijt klager betrokkene dat er een rubriceringsfout staat in de gepubliceerde jaarrekening [jaartal1] van de leasemaatschappij, omdat een deel van de obligatieleningen staat vermeld onder schulden aan de bank. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene wel voldoende onderzoek heeft gedaan naar de continuïteitsveronderstelling. Maar betrokkene heeft zijn zorgplicht met betrekking tot de door de onderneming gepubliceerde jaarrekening, die een fout bevat en waarbij zijn controleverklaring is gevoegd, niet nageleefd.
-
ECLI:NL:TACAKN:2024:17 Accountantskamer Zwolle 23/1522 Wtra AK
- Datum publicatie: 21-06-2024
- Datum uitspraak: 21-06-2024
- ECLI:NL:TACAKN:2024:17
Ongegronde klacht. Betrokkene heeft een goedkeurende verklaring afgegeven bij de jaarrekening 2022 van een stichting. Volgens klager heeft betrokkene bij haar controlewerkzaamheden ten onrechte geen toepassing gegeven aan de Wet normering topinkomens (WNT) en heeft zij ten onrechte het ANBI-formulier van de stichting niet gecontroleerd. De Accountantskamer is van oordeel dat de WNT in 2022 nog niet van toepassing was op de stichting. De stichting is namelijk in 2020 opgericht, waardoor deze in 2022 nog geen drie jaar achtereen subsidies had ontvangen. Er is niet gebleken dat sprake is van een (voor de WNT relevante) rechtsvoorganger. Ook was betrokkene niet verplicht om het ANBI-formulier te controleren.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:100 Raad van Discipline Amsterdam 24-279/A/NH
- Datum publicatie: 13-06-2024
- Datum uitspraak: 03-06-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:100
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk niet-ontvankelijk en kennelijk ongegrond. Ten aanzien van klachtonderdeel a) heeft klager deels geen rechtstreeks belang. Voor het overige valt niet in te zien op welke wijze de uitlatingen onnodig grievend zouden kunnen zijn voor klager. Klachtonderdeel a) is daarom deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Daarnaast is niet gebleken dat verweerster onwaarheden zou hebben verkondigd. Klachtonderdeel b) is daarom kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:101 Raad van Discipline Amsterdam 24-283/A/A
- Datum publicatie: 13-06-2024
- Datum uitspraak: 10-06-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:101
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak; klacht is kennelijk ongegrond. Verweerster heeft de zaak behandeld op grond van het feitenmateriaal dat haar cliënte haar had verstrekt. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is geen sprake.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:102 Raad van Discipline Amsterdam 24-307/A/NH 24-308/A/NH
- Datum publicatie: 13-06-2024
- Datum uitspraak: 10-06-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:102
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in beide klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Verweerder mocht afgaan op de door zijn cliënt aan hem verstrekte informatie, er bestond geen aanleiding om aan de juistheid hiervan te twijfelen. Verweerder mocht daarnaast een verzoek tot faillietverklaring aankondigen, gelet op de hem als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:103 Raad van Discipline Amsterdam 24-309/A/A 24-311/A/A
- Datum publicatie: 13-06-2024
- Datum uitspraak: 10-06-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:103
Voorzittersbeslissing. Verweerders hebben met hun handelen het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad, noch is er gebleken van het door hen handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamd. De klacht is daarom in beide klachtonderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:98 Raad van Discipline Amsterdam 24-015/A/A
- Datum publicatie: 06-06-2024
- Datum uitspraak: 27-05-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:98
Verzet. De raad verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:99 Raad van Discipline Amsterdam 24-133/A/A
- Datum publicatie: 06-06-2024
- Datum uitspraak: 27-05-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:99
Raadsbeslissing. Verweerder heeft in strijd met gedragsregel 15 gehandeld door op te treden tegen een voormalig cliënte. Van de in gedragsregel 15 lid 3 genoemde uitzonderingsvoorwaarden wordt niet voldaan. De klacht is daarom gegrond. Aan verweerder wordt de maatregel van een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:148 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-246/AL/MN
- Datum publicatie: 03-06-2024
- Datum uitspraak: 03-06-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:148
Voorzittersbeslissing. De klacht over de advocaat van de wederpartij wordt kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:149 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-748/AL/MN
- Datum publicatie: 04-06-2024
- Datum uitspraak: 03-06-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:149
klacht over de advocaat van de wederpartij. Dat verweerder de dagvaarding van klager aan de krant heeft gelekt (nog voordat deze aan klager was betekend) is tegenover de betwisting daarvan door verweerder niet komen vast te staan. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder met de gewraakte uitlatingen in de krant de belangen van klager nodeloos en onevenredig geschaad. Juist omdat klager een publiek ambt bekleedt, had verweerder meer terughoudendheid moeten betrachten. De raad kan niet vaststellen dat verweerder feitelijke onwaarheden aan de krant heeft verteld. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad echter welbewust tijdens een zitting onjuiste informatie aan het gerechtshof verstrekt met de intentie om klager in een kwaad daglicht te plaatsen en het gerechtshof te misleiden. Daarmee heeft verweerder in strijd met de kernwaarde integriteit gehandeld. De raad legt aan verweerder de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:150 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-775/AL/MN
- Datum publicatie: 04-06-2024
- Datum uitspraak: 03-06-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:150
klacht over beroepsgenoot. Verweerder heeft zich feitelijk onjuist en onnodig grievend over klager uitgelaten in de krant hetgeen hem tuchtrechtelijk door de raad wordt verweten. Een advocaat kan persaandacht voor een zaak zoeken. Dat verweerder daarbij de betamelijkheidsgrenzen heeft overschreden, is de raad niet gebleken. De in de uitspraak genoemde specifieke omstandigheden rechtvaardigen de keuze van verweerder om de gewraakte uitlatingen in de krant niet te rectificeren. De raad legt aan verweerder een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:151 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-838/AL/OV
- Datum publicatie: 04-06-2024
- Datum uitspraak: 03-06-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:151
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:152 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-851/AL/NN
- Datum publicatie: 04-06-2024
- Datum uitspraak: 03-06-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:152
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:153 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-852/AL/NN
- Datum publicatie: 04-06-2024
- Datum uitspraak: 03-06-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:153
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:154 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-042/AL/MN
- Datum publicatie: 04-06-2024
- Datum uitspraak: 03-06-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:154
Verweerder heeft ervoor gekozen om geen enkel stuk uit het strafdossier aan klager te verstrekken maar daarvan in briefvorm een samenvatting te geven. De raad is gebleken dat verweerder bij het maken van deze keuze het belang van klager heeft vooropgesteld door klager gezien zijn persoonlijke problematiek daarmee tegen zichzelf in bescherming te (willen) nemen. Dat sprake was van een risico op herhaling door klager van op de persoon gerichte bedreigende acties is gezien de eerdere gelijksoortige veroordelingen van klager voor de raad aannemelijk. Verweerder heeft daarnaast met zijn keuze ook de belangen van de in het strafdossier genoemde personen tegen acties van klager beschermd en aldus een zorgvuldige afweging gemaakt. Klager heeft zich tegen deze werkwijze van verweerder ook niet verzet. Pas na het verstrijken van de hoger beroep termijn heeft klager bij verweerder zijn strafdossier opgevraagd. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder toen weigeren, mede gelet op de omstandigheden zoals hiervoor vermeld, om het strafdossier alsnog aan klager af te geven. Verweerder heeft de belangen van klager op zorgvuldige wijze behartigd. Daarmee oordeelt de raad alle klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:155 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-299/AL/OV
- Datum publicatie: 04-06-2024
- Datum uitspraak: 03-06-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:155
Voorzittersbeslissing. Klacht over voormalig eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Het is niet gebleken dat verweerder onvoldoende kennis van zaken heeft om klager in hoger beroep te kunnen bijstaan. Er kan op grond van het klachtdossier ook niet worden vastgesteld dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het feit dat klager geld aan zijn wederpartij verschuldigd is, vloeit voort uit de rechtsverhouding die bestaat tussen klager en zijn wederpartij en de afspraken die daaraan ten grondslag liggen. Dat klager negatieve gevolgen ervaart van die afspraken is niet het gevolg van de bijstand van verweerder in het hoger beroep. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:156 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-323/AL/MN
- Datum publicatie: 05-06-2024
- Datum uitspraak: 03-06-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:156
Voorzittersbeslissing over een klacht over de advocaat van de wederpartij. Het stond verweerster naar het oordeel van de voorzitter vrij om af te gaan op hetgeen haar cliënt haar had verteld over de vermeende incidenten tijdens de uitvoering van de zorgregeling en over de aangifte van stalking door zijn toenmalige partner tegen klaagster en partner en dit in haar processtukken op te nemen. Dat er toen meteen al een aanleiding voor verweerster was om naar de door haar cliënt geschetste feitelijke gang van zaken zelf onderzoek te doen, zoals klaagster stelt, is de voorzitter niet gebleken. Concrete feiten die dat onderbouwen, zijn niet door klaagster gesteld. 4.4 Dat verweerster met haar woordgebruik in de processtukken zich onnodig grievend heeft uitgelaten over klaagster of de belangen van klaagster anderszins onnodig of onevenredig heeft geschaad, is de voorzitter uit de stukken verder niet gebleken. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:157 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-263/AL/NN
- Datum publicatie: 11-06-2024
- Datum uitspraak: 10-06-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:157
De voorzitter verklaart een klacht over het handelen van de deken kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:158 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-160/AL/NN/D
- Datum publicatie: 11-06-2024
- Datum uitspraak: 10-06-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:158
Gegrond dekenbezwaar. Schending kernwaarde integriteit. De Raad voor Rechtsbijstand heeft geld voor toevoegingen die verweerder inmiddels in loondienst aanvroeg ten onrechte betaald op een bankrekeningnummer van de eenmanszaak van verweerder. Verweerder heeft geld bestemd voor zijn werkgever naar een eigen spaarrekening gestort en heeft over deze gang van zaken onjuiste verklaringen bij zijn werkgever afgelegd. Voor het handelen van verweerder bestaat op geen enkele wijze een rechtvaardiging. Onvoorwaardelijke schorsing van 52 weken.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 8
- Volgende pagina zoekresultaten