Zoekresultaten 1-20 van de 6318 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:207 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-503/DH/DH
- Datum publicatie: 16-09-2026
- Datum uitspraak: 02-09-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:207
Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster met haar handelen niet de grenzen overtreden van de haar toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij van klaagster. Verweerster heeft bij haar partijdig optreden voor haar cliënt voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster. Zo mocht verweerster een selectie foto's overleggen. Het lag op de weg van klaagster om daartegen verweer te voeren. Daarnaast stond het verweerster vrij om tijdens een zitting een bewijsvoorstel te doen zoals gedaan. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:201 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-120/DH/DH
- Datum publicatie: 16-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:201
Raadsbeslissing. Klacht over de mediator. Klacht deels niet-ontvankelijk, omdat die te laat is ingediend. Voor zover ontvankelijk, is de klacht ongegrond. Verweerster was niet gehouden een neutraal beëindigingsbericht aan partijen te sturen. Verweerster heeft toegelicht hij zij de overeenkomst heet opgesteld en wat daarbij een rol heeft gespeeld. Daarmee heeft zij niet partijdig en evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Verweerster hoefde er niet op bedacht te zijn dat het beëindigingsbericht later (door de wederpartij) in de civiele procedure zou worden ingebracht. Het bericht was onderdeel van de mediation, waarvoor geheimhouding gold.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:208 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-559/DH/DH
- Datum publicatie: 16-09-2026
- Datum uitspraak: 02-09-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:208
Voorzittersbeslissing. Klager wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht wegens het ontbreken van een eigen rechtstreeks belang bij de klacht over verweerder.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:202 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-186/DH/DH
- Datum publicatie: 16-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:202
Raadsbeslissing. Dekenbezwaar over onder kwaliteit en kantoororganisatie. Er is sprake van tekort schieten in de schriftelijke vastlegging c.q. dossieropbouw. Ook is de waarneming niet goed op orde. Daarvoor is recent aan verweerster een coachtingstraject opgelegd, maar dat traject was nog niet aangevangen op het moment van indiening van het dekenbezwaar. Niet verwacht kan worden dat verweerster haar praktijk zo snel al weer op orde zou hebben. De raad ziet hierin aanleiding om voor dit deel af te zien van het opleggen van een maatregel. Dat is anders voor de geheimhoudersstukken die onversnipperd in een container zijn weggegooid en daar door de buren zijn aangetroffen. Hoewel verweerster stelt de juiste instructies te hebben gegeven aan haar ondersteunen personeel, is het toch niet goed gegaan. De raad weegt daarbij zwaar mee dat verweerder niet adequaat heeft gereageerd op het moment dat de deken liet weten dat geheimhoudersstukken waren aangetroffen. Verweerster heeft deze (nog steeds) niet ingezien. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:197 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-692/DH/DH
- Datum publicatie: 16-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:197
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familiekwestie. Klacht deels niet-ontvankelijk, omdat de klacht te laat is ingediend. Voor zover ontvankelijk is de klacht over de kwaliteit van de bijstand deels gegrond. Verweerster is op meerdere punten tekortgeschoten in de behartiging van klagers belangen, onder meer door zonder toelichting of berekening een jaaropgave in te dienen, waar de rechtbank vervolgens geen rekening mee heeft gehouden. Verweerster heeft aangifte tegen klager gedaan naar aanleiding van door hem bij de Geschillencommissie ingediende stukken. Verweerster heeft daarmee niet gehandeld als een betamelijk advocaat, omdat er geen noodzaak was om aangifte te doen en verweerster niet vooraf overleg heeft gevoerd met de deken. Zij heeft daarbij ook haar geheimhoudingsplicht geschonden door een e-mail uit haar dossier aan de politie te overleggen. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:203 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-274/DH/DH
- Datum publicatie: 16-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:203
Raadsbeslissing. Klacht over de faillissementscurator. Verweerder kon en mocht opdracht geven voor een taxatie van de woning van klagers. Niet gebleken dat verweerder het taxatieproces heeft beïnvloed. Niet gebleken van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:198 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-723/DH/DH
- Datum publicatie: 16-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:198
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:204 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-731/DH/DH/H
- Datum publicatie: 16-09-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:204
Herzieningsverzoek niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:199 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-020/DH/DH
- Datum publicatie: 16-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:199
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:205 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-493/DH/RO
- Datum publicatie: 16-09-2026
- Datum uitspraak: 02-09-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:205
Voorzittersbeslissing. Klacht over deken. Verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad. Verweerder heeft gehandeld overeenkomstig de Leidraad dekenaal klachtonderzoek 2025. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:163 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9731, 9732, 10106, 10107, 10108 Wraking
- Datum publicatie: 16-09-2026
- Datum uitspraak: 16-09-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:163
Wrakingsverzoek. Volgens verzoekster is de onpartijdigheid van het college ernstig in het geding, blijkend uit objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid en actieve procedurele bewijsverijdeling. Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:206 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-497/DH/RO
- Datum publicatie: 16-09-2026
- Datum uitspraak: 02-09-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:206
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de ex-partner deels niet-ontvankelijk omdat de klacht te laat is ingediend. Klachten voor het overige kennelijk ongegrond, omdat van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen niet is gebleken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:200 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-064/DH/DH
- Datum publicatie: 16-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:200
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijke kwestie in alle onderdelen ongegrond. De civiele vordering was geen onderdeel van de opdracht en verweerster heeft de documenten in het licht van de gegevens opdracht beoordeeld. Duidelijk was hoe een en ander zou verlopen en verweerster heeft ook steeds regie gevoerd. De communicatiefout is slordig, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het ingediende verzoekschrift voldoet aan de professionele standaard. Het is niet ongebruikelijk dat klaagster en haar gemachtigde daarvoor zelf veel informatie moesten aanleveren.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:218 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9129
- Datum publicatie: 15-09-2026
- Datum uitspraak: 15-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:218
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht en de arts medeverantwoordelijk was voor dit beleid. Het college stelt vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het lichaam. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:219 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9130
- Datum publicatie: 15-09-2026
- Datum uitspraak: 15-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:219
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht. Het college overweegt dat verweerster, hoewel slechts eenmalig betrokken bij de zorg voor klaagster en niet aanwezig bij het lichamelijk onderzoek, wel als beleid voor de nacht de optie van inwendig onderzoek heeft overwogen en met de instelling heeft besproken. De behandelaren van klaagster hebben de dag erna kennisgenomen van deze optie en besloten tot het verrichten van het lichamelijk onderzoek. Dat verweerster deze optie heeft onderzocht en besproken is echter gelet op de omstandigheden navolgbaar en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:181 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2849
- Datum publicatie: 15-09-2026
- Datum uitspraak: 14-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:181
Klager verwijt de arts dat hij bij een knieoperatie zijn rechterbeen heeft rechtgezet zonder onderzoek te hebben gedaan naar de stand van zijn rechtervoet. Daarbij verwijt klager het ziekenhuis dat dit heeft kunnen gebeuren en dat de scholing en intercollegiale toetsing van orthopedisch chirurgen niet op orde is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk voor wat betreft het klachtonderdeel over het ziekenhuis en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:215 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9126
- Datum publicatie: 15-09-2026
- Datum uitspraak: 15-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:215
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat zij bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek heeft verricht. Het college stelt vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het lichaam. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:182 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3186
- Datum publicatie: 15-09-2026
- Datum uitspraak: 14-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:182
Klaagster heeft zich in 2014 in verband met knieklachten tot de arts gewend. Aanvankelijk werd een conservatieve behandeling ingezet. In oktober 2014 werd zij in verband met een ontwrichting van de linkerknieschijf en een bloeding in het kniegewricht op de wachtlijst geplaatst voor een operatie die in januari 2015 plaatsvond. Klaagster verwijt de arts dat hij haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de voorgenomen operatie, de operatie niet lege artis heeft verricht en niet heeft gezorgd voor een zorgvuldige overdracht aan zijn collega-artsen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:216 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9127
- Datum publicatie: 15-09-2026
- Datum uitspraak: 15-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:216
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerder dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht en de arts medeverantwoordelijk was voor dit beleid. Het college stelt vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het lichaam. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:217 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9128
- Datum publicatie: 15-09-2026
- Datum uitspraak: 15-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:217
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht. Het college overweegt dat verweerster, hoewel slechts eenmalig betrokken bij de zorg voor klaagster en niet aanwezig bij het lichamelijk onderzoek, zij wel als beleid voor de nacht de optie van inwendig onderzoek heeft overwogen en dit ook met de instelling is besproken. De behandelaren van klaagster hebben de dag erna kennisgenomen van deze optie en besloten tot het verrichten van het lichamelijk onderzoek. Dat verweerster deze optie heeft onderzocht en besproken is echter gelet op de omstandigheden navolgbaar en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 316
- Volgende pagina zoekresultaten