Zoekresultaten 11-20 van de 6573 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:259 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-270/AL/GLD
- Datum publicatie: 02-11-2023
- Datum uitspraak: 21-08-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:259
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:173 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5274
- Datum publicatie: 02-11-2023
- Datum uitspraak: 30-10-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:173
Klacht tegen bedrijfsarts. Klaagster is ziek uitgevallen voor haar werk als wijkziekenverzorgende. De bedrijfsarts heeft haar vervolgens gedurende ongeveer anderhalf jaar begeleid in de re-integratie. Klaagster maakt de bedrijfsarts meerdere verwijten over de begeleiding en de door haar gegeven adviezen. Het college komt tot het oordeel dat de bedrijfsartsniet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:266 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-532/AL/GLD
- Datum publicatie: 02-11-2023
- Datum uitspraak: 18-09-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:266
Voorzittersbeslissing. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de rechtbank te verzoeken om het kind te horen. Verweerster mocht dit doen ter behartiging van de belangen van de moeder. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:260 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-358/AL/MN
- Datum publicatie: 02-11-2023
- Datum uitspraak: 21-08-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:260
De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:267 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-444/AL/GLD
- Datum publicatie: 02-11-2023
- Datum uitspraak: 18-09-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:267
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:261 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-421/AL/MN
- Datum publicatie: 02-11-2023
- Datum uitspraak: 21-08-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:261
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht van een juridisch adviseur over een advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:268 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-857/AL/MN
- Datum publicatie: 02-11-2023
- Datum uitspraak: 02-10-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:268
Klacht over eigen advocaat. Klager heeft verweerder opdracht gegeven tijdig pro forma beroep in te stellen tegen 2 vonnissen. Na ontvangst van de stukken heeft een kantoorgenoot van verweerder – die op dat moment afwezig was - aan klager geadviseerd het hoger beroep niet door te zetten en hem gewezen op de mogelijkheid de zaak voor de eerst dienende dag in te trekken en op de mogelijkheid van de wederpartij om de zaak te vervroegen. De dagvaardingen zijn op verzoek van klager toch uitgebracht. Klager heeft verweerder verzocht hem de originele exploten toe te zenden. Dezelfde kantoorgenoot van verweerder heeft dat geweigerd en aan klager gevraagd wie de opvolgend advocaat was zodat hij ze aan hem/haar kon zenden. Voor de eerst dienende dag heeft de wederpartij in beide zaken een exploot van anticipatie uitgebracht en de zaak vervolgens aangebracht. Klager had daardoor geen belang meer bij afgifte van de originele exploten. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:242 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5551
- Datum publicatie: 03-11-2023
- Datum uitspraak: 03-11-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:242
Gegronde klacht tegen een arts. Klager verwijt de arts dat hij geen vervangend cholesterolverlagend medicijn heeft voorgeschreven en dat hij hem te laat heeft doorverwezen naar de neuroloog. Daarnaast verwijt klager de arts dat hij de aansprakelijkheidstelling van klager niet heeft doorgestuurd naar zijn (beroepsaansprakelijkheid)verzekering. Het college is van oordeel dat de arts eerder en verder (neurologisch) onderzoek had moeten doen naar de aanhoudende klachten van klager. Nu hij dit niet heeft gedaan wordt de aanwezigheid van een indicatie om eerder door te verwijzen naar de neuroloog niet door de arts weerlegd. Dit klachtonderdeel is daarom gegrond. Ook het derde klachtonderdeel is gegrond. Het college overweegt dat van een arts mag worden verwacht dat hij correct en zorgvuldig omgaat met (schade)claims en klachten die naar aanleiding van zijn handelen worden ingediend door patiënten. Daaronder valt ook dat hij een aansprakelijkheidstelling tijdig meldt aan en doorgeleidt naar zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar. Het college is verder van oordeel dat de arts ten aanzien van het staken van de statine zorgvuldig heeft gehandeld en volgens de “Praktische handleiding bij de NHG-Standaard CVRM”. Het college vindt het gezien de klachten van klager begrijpelijk dat de arts geen andere statine heeft voorgeschreven en dat hij heeft gewacht met het voorschrijven van een andere statine tot na het onderzoek bij de neuroloog. Dit klachtonderdeel is ongegrond. De arts is niet op de zitting verschenen en heeft geen verweer gevoerd. Het college heeft dan ook niet kunnen vaststellen of de arts de ernst van de hem gemaakte verwijten en de gegrond verklaarde klachtonderdelen inziet. Het college acht zijn gebrek aan reflectie en toetsbaar opstellen tijdens de gehele (tuchtklacht)procedure zorgelijk. Gelet hierop is het college van oordeel dat niet met een lichtere maatregel dan een berisping kan worden volstaan.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:243 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5514
- Datum publicatie: 03-11-2023
- Datum uitspraak: 03-11-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:243
Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft klager via zorgdomein verwezen. Deze verwijzing is nog dezelfde dag afgewezen. Klager verwijt de huisarts dat hij hem niet over de afwijzing op de hoogte heeft gesteld en hem niet verder heeft geholpen om een behandelaar te vinden voor zijn psychische klachten. Het college is van oordeel dat de huisarts klager had moeten informeren toen hij vernam dat zijn verwijzing niet werd geaccepteerd. De huisarts wist dat klager psychische hulp nodig had en dat klager voor die hulp dus niet bij deze behandelaar terecht kon. Daar komt bij dat de huisarts vond dat de behandelaar klager ten onrechte had afgewezen. De huisarts had direct contact met de behandelaar kunnen opnemen om te bespreken dat de afwijzing in zijn ogen onterecht was. De huisarts had dit ook nog kunnen doen toen klager contact opnam met zijn praktijk. Ook toen heeft de huisarts klager niet verder geholpen. De huisarts heeft later, nadat klager een klacht had ingediend, alsnog contact opgenomen met de behandelaar, waarna een intakegesprek met klager is ingepland. De behandeling van klager heeft door dit alles vertraging opgelopen, hetgeen mogelijk voorkomen had kunnen worden. De huisarts heeft ingezien dat hij anders had moeten handelen. De huisarts heeft tijdens het mondeling vooronderzoek zijn excuses aan klager aangeboden. Ook ter zitting heeft de huisarts zelfinzicht getoond. Gelet daarop acht het college een waarschuwing een passende maatregel.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:200 Raad van Discipline Amsterdam 23-501/A/A
- Datum publicatie: 03-11-2023
- Datum uitspraak: 30-10-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:200
Voorzittersbeslissing; klacht over advocaat van de wederpartij in beide onderdelen kennelijk ongegrond. Verweerster heeft gehandeld in het belang van haar cliënte en uit niets blijkt dat verweerster geen of onvoldoende bereidheid zou hebben getoond om bij de mediationgesprekken aanwezig te zijn.