Zoekresultaten 21-40 van de 236 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:187 Hof van Discipline 's Gravenhage 230201
- Datum publicatie: 03-11-2023
- Datum uitspraak: 30-10-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:187
Appelverbod ex art. 46h lid 7 niet doorbroken. Klaagster heeft geen feiten of omstandigheden aangedragen waaruit volgt dat zij bij de raad geen eerlijk proces heeft gehad.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:244 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5453
- Datum publicatie: 03-11-2023
- Datum uitspraak: 03-11-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:244
Gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft toestemming gegeven aan de huisarts om bepaalde informatie te delen met een verzekeraar. Klaagster verwijt de huisarts dat hij ook niet relevante informatie, waarvoor zij geen toestemming heeft gegeven, heeft gedeeld. De huisarts erkent dat bepaalde informatie niet verstrekt had mogen worden. Hoewel hij zelf niet actief deze informatie heeft verstrekt (maar een ondersteunend medewerker van de praktijk) begrijpt hij wel dat hij hiervoor de verantwoordelijkheid draagt.Het college overweegt dat de klacht gegrond is, er is immers informatie verstrekt zonder toestemming van klaagster. Het college ziet desondanks geen aanleiding om de huisarts een maatregel op te leggen. De huisarts heeft op het moment dat hij ontdekte dat er in de praktijk niet conform de werkwijze en werkafspraken medische informatie was verstrekt, direct zijn verantwoordelijkheid genomen en alle benodigde stappen gezet om herhaling van deze situatie te voorkomen. Hij heeft daarbij niet alleen interne maatregelen genomen en een expert ingeschakeld, maar ook een melding bij de Autoriteit Persoonsgegevens gedaan. De huisarts heeft zich toetsbaar opgesteld en hij betreurt ten zeerste wat er is gebeurd en heeft aan klaagster zijn welgemeende excuses aangeboden. Gelet op dit alles is het college van oordeel dat het opleggen van een maatregel geen redelijk tuchtrechtelijk doel meer dient.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:201 Raad van Discipline Amsterdam 23-614/A/NH
- Datum publicatie: 03-11-2023
- Datum uitspraak: 30-10-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:201
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de dienstverlening door de eigen advocaat.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:188 Hof van Discipline 's Gravenhage 230213
- Datum publicatie: 03-11-2023
- Datum uitspraak: 30-10-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:188
Appelverbod ex art. 46h lid 7 niet doorbroken. Klaagster heeft geen feiten of omstandigheden aangedragen waaruit volgt dat zij bij de raad geen eerlijk proces heeft gehad.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:245 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5381
- Datum publicatie: 03-11-2023
- Datum uitspraak: 03-11-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:245
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. In het kader van een medische expertise voor een aanspraak op een verzekering was de huisarts gevraagd om het huisartsenjournaal te overleggen. Dit heeft de huisarts gedaan, maar later bleek dat een deel van de consultverslagen ontbraken.Klager verwijt de huisarts dat zij niet alle aanwezige informatie aan de medisch adviseur heeft overgelegd. De huisarts erkent dat zij per abuis een aantal consulten niet heeft meegenomen in haar brief aan de medisch adviseur, maar zij heeft de fout hersteld en klager heeft een nieuwe expertise gekregen waarvan de kosten door de verzekeraar van de huisarts zijn betaald.Het college is van oordeel dat er sprake is geweest van een administratieve fout die van onvoldoende gewicht is om tot een tuchtrechtelijk verwijt te kunnen leiden. Dit geldt te meer daar de fout meteen is hersteld door de huisarts zodra zij hiervan op de hoogte was gesteld door klager. De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:202 Raad van Discipline Amsterdam 23-250/A/NH
- Datum publicatie: 03-11-2023
- Datum uitspraak: 30-10-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:202
Raadsbeslissing; Ongegronde klacht over gedragsregel 15 (belangenconflict). De raad is van oordeel dat aan alle voorwaarden voor de uitzondering van gedragsregel 15 lid 3 is voldaan en verweerder met zijn optreden voor klagers ex-partner niet klachtwaardig jegens klager heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:203 Raad van Discipline Amsterdam 23-318/A/A/D
- Datum publicatie: 03-11-2023
- Datum uitspraak: 30-10-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:203
Raadbeslissing; gegrond dekenbezwaar; betreft een proefprocedure over de vraag in hoeverre het een advocaat - of advocaten die aan hetzelfde kantoor verbonden zijn - vrijstaat meerdere verdachten of spelers, zoals getuigen, in dezelfde strafzaak bij te staan. Er is geen regel die voorschrijft dat advocaten niet meerdere verdachten of andere spelers in hetzelfde strafproces mogen bijstaan. Een dergelijke regel zou in strijd zijn met de vrije advocaatkeuze. Wanneer meerdere verdachten of spelers in hetzelfde strafproces volstrekt parallelle belangen hebben en zich derhalve geen tegenstrijdig belang kan voordoen staat het een advocaat vrij om deze verdachten of spelers in die strafzaak als advocaat bij te staan. Dit is anders wanneer de belangen van deze verdachten of andere spelers tegenstrijdig zijn of dreigen te worden. Verweerder heeft in een fraudestrafzaak zowel de verdachte als de werknemers van die verdachte, die als getuigen in dezelfde zaak werden gehoord, als advocaat bijgestaan. De getuigen stonden als werknemers in een afhankelijke relatie tot de verdachte die hun werkgever is en die ook de kosten van rechtsbijstand betaalde, die verweerder aan de getuigen verleende. De raad is van oordeel dat als er tussen de partijen een afhankelijkheidsrelatie bestaat, er geen sprake kan zijn van volledig parallelle belangen. Verweerder had dan ook moeten concluderen dat het in deze situatie, met name gelet op de afhankelijkheidsrelatie tussen de partijen en de financiële kant daarvan, niet mogelijk was de belangen van zowel de verdachte als van de getuigen in volle vrijheid te bedienen. In het geval van een opsporingsonderzoek in een strafzaak heeft de raadsman, zeker in de beginfase, bovendien slechts een flauwe notie van de omvang en de reikwijdte van dat onderzoek en zal nog niet goed kunnen inschatten of getuigen mogelijk van kleur zullen verschieten en verdachten worden. Het onder deze omstandigheden inschatten van potentieel tegenstrijdige belangen is naar het oordeel van de raad een schier onmogelijke aangelegenheid. Dat verweerders bijstand een tegenstrijdig belang behelsde kwam nog verder tot uiting met de beslissing van de rechter-commissaris, waardoor aan verweerder en de verdachte de processtukken mochten worden onthouden nu verweerder ook optrad voor de getuigen. Door toch én de verdachte werkgever én de getuigen/werknemers bij te staan, heeft verweerder in strijd met Gedragsregel 15 lid 1 gehandeld en bovendien zijn kerntaak van partijdige belangenbehartiger geschonden. Daarnaast is de kernwaarde onafhankelijkheid in het gedrang gekomen. Verder geldt dat juist in een situatie als deze waarin het voor de cliënten (zowel de verdachte als de getuigen) volstrekt duidelijk moet zijn waarmee zij akkoord gaan, een (op een heldere en voor de cliënten begrijpelijke) schriftelijke vastlegging noodzakelijk is. Verweerder heeft door zijn verzuim dit te doen ook Gedragsregel 16 lid 1 geschonden. Nu sprake is van een proefprocedure is geen maatregel opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:204 Raad van Discipline Amsterdam 23-398/A/A
- Datum publicatie: 03-11-2023
- Datum uitspraak: 30-10-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:204
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:81 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/715342 DW RK 22/114 EV/SM
- Datum publicatie: 06-11-2023
- Datum uitspraak: 03-11-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:81
Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. Van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij brieven (lees: correspondentie) met betrekking tot een bij hem in behandeling zijnde incasso of executie binnen een redelijke termijn (van veertien dagen) beantwoordt. Nu beantwoording van correspondentie is uitgebleven, terwijl daar geen valide reden voor was, is dit onderdeel van de klacht terecht voorgesteld.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:82 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/715556/ DW RK 22/123 EV/SM
- Datum publicatie: 06-11-2023
- Datum uitspraak: 03-11-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:82
Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Maatregel: berisping. De gerechtsdeurwaarder heeft onzorgvuldig gehandeld bij het in bewaarnemen van een paspoort, wat ertoe geleid heeft dat het paspoort – zonder daar erg in te hebben gehad – is vernietigd.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:77 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/728062 / DW RK 23/14 EV/SM
- Datum publicatie: 06-11-2023
- Datum uitspraak: 03-11-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:77
Beslissing op verzet. Klaagster beklaagt zich er onder meer over dat de gerechtsdeurwaarder buiten het arrondissement waarin zijn vestigingsplaats is gelegen geen ministerieplicht op grond van artikel 11 van de Gerechtsdeurwaarderswet heeft en de executietitel dan ook intensief moet toetsen. De bevoegdheid om ambtshandelingen te verrichten in de rest van Nederland brengt niet mee dat bij het accepteren en uitvoeren van de opdracht buiten het arrondissement waarin de vestigingsplaats van de gerechtsdeurwaarders is gelegen, niet meer kan worden volstaan met een marginale toets. Het verzet tegen de beslissing van de voorzitter wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:78 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/728069 / DW 23/15 EV/SM
- Datum publicatie: 06-11-2023
- Datum uitspraak: 03-11-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:78
Beslissing op verzet. Klaagster beklaagt zich erover dat de gerechtsdeurwaarder conservatoir beslag zou hebben gelegd op een perceel zonder het beslagexploot aan klaagster te betekenen. De gerechtsdeurwaarder heeft betwist ooit conservatoir beslag te hebben gelegd ten laste van klaagster. Het onderzoek in verzet heeft niet geleid tot vaststelling van andere feiten dan wel tot andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de voorzitter waarmee de kamer zich verenigt. De kamer acht de beslissing van de voorzitter (daarom) juist. De door klaagster aangevoerde gronden geven geen aanleiding de motivering van de beslissing aan te passen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:79 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/732289 / DW RK 23/122 EV/SM
- Datum publicatie: 06-11-2023
- Datum uitspraak: 03-11-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:79
Klager beklaagt zich er onder meer over dat zijn belangen bij de executie niet goed worden behartigd. Klager is echter niet de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder, slechts een belanghebbende. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet tegen die beslissing dient ongegrond te worden verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:124 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-184/DB/ZWB/D
- Datum publicatie: 06-11-2023
- Datum uitspraak: 06-11-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:124
Dekenbezwaar. Onttrekken aan toezicht deken. Financiële administratie. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet en in strijd met gedragsregel 29 gehandeld, doordat hij de kengetallen over het boekjaar 2021 en de vergelijkbare cijfers over het jaar 2020 ondanks herhaalde verzoeken niet heeft aangeleverd. Ook heeft verweerder de jaarstukken waarom is verzocht in verband met het kantoorbezoek, ondanks herhaalde verzoeken, niet aangeleverd. Verweerder heeft de overige afspraken als verwoord in het verslag van het kantoorbezoek d.d. 6 oktober 2022 evenmin heeft nageleefd en heeft bovendien niet binnen de daartoe gestelde termijn CCV-opgave gedaan. Tot slot heeft verweerder in algemene zin niet op door of namens de deken gedane redelijke verzoeken om informatie gereageerd, waarmee hij zich aan het toezicht van de deken heeft onttrokken. Verweerder is reeds eerder tuchtrechtelijk veroordeeld wegens het niet aanleveren van gevraagde bescheiden en het belemmeren van de deken in diens toezichthoudende taak. Ter zitting heeft verweerder er geen blijk van gegeven inzicht te hebben in het kwalijke van zijn handelen. Uit de houding van verweerder, ook in deze procedure, is op te maken dat hij de ernst van de situatie blijkbaar niet inziet. De behandeling van het onderhavige dekenbezwaar is ter zitting van 22 mei 2023 aangehouden teneinde verweerder in de gelegenheid te stellen om de gevraagde stukken alsnog voor of uiterlijk op 1 juli 2023 aan de deken aan te leveren. Verweerder had dit moeten opvatten als een allerlaatste kans. Verweerder heeft de met de deken afgesproken en in het proces-verbaal van de zitting vastgelegde termijn echter ongebruikt laten verstrijken. Op grond van het voorgaande oordeelt de raad een schorsing van 36 weken, waarvan 24 weken voorwaardelijk, passend en geboden. Daarbij zal de raad als bijzondere voorwaarde stellen dat verweerder uiterlijk op 1 januari 2024 de definitieve jaarstukken 2018 tot en met 2022 bij de deken zal aanleveren en op de voorgeschreven wijze zal deponeren.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:80 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/712909 DW RK 22/36 EV/SM
- Datum publicatie: 06-11-2023
- Datum uitspraak: 03-11-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:80
Niet (uit de stukken) is gebleken dat de door de gemachtigde van klagers geclaimde betalingsafspraak is gemaakt. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:189 Hof van Discipline 's Gravenhage 220298
- Datum publicatie: 07-11-2023
- Datum uitspraak: 06-11-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:189
Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van dienstverlening en de omvang van de opgedragen werkzaamheden ongegrond. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:246 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5407
- Datum publicatie: 07-11-2023
- Datum uitspraak: 07-11-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:246
Deels gegronde klacht tegen een chirurg. Klaagster is over de informatie en de gemaakte afspraken voorafgaand aan en na de operatie (laporoscopie) niet tevreden. Ook over de nazorg en het resultaat van de operatie is zij niet tevreden. De chirurg heeft niet aannemelijk kunnen maken dat hij klaagster voorafgaand aan de operatie adequaat heeft geïnformeerd over het operatieplan respectievelijk dat hij direct na de operatie klaagster adequaat heeft geïnformeerd over het operatiebeloop. Voor zover uit de door hem gemaakte summiere aantekeningen iets is af te leiden over de door hem gegeven informatie, steunen deze zijn stelling dat hij klaagster heeft geïnformeerd over de (voorgenomen) gefaseerde aanpak niet. De klacht is in zoverre gegrond verklaard. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Het college is voor wat betreft de op te leggen maatregel van oordeel dat in dit geval mede gelet op de omstandigheden als maatregel passend is een waarschuwing als zakelijke terechtwijzing dat het qua informatieverstrekking niet goed is gegaan en dat de chirurg bij een volgende gelegenheid anders moet handelen. Klacht deels gegrond verklaard. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:174 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5013
- Datum publicatie: 07-11-2023
- Datum uitspraak: 03-11-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:174
Klacht tegen een gz-psycholoog. Een journalist heeft een podcast gemaakt over klaagster. Zij heeft de gz-psycholoog gevraagd om in de uitzending gedragingen die aan klaagster worden toegeschreven, te duiden. Dit heeft de gz-psycholoog gedaan, zonder dat hij klaagster ooit gezien of gesproken heeft. Klaagster verwijt de gz-psycholoog zijn medewerking aan en uitlatingen tijdens de podcast. Het tuchtcollege verklaart de klacht gegrond en legt – mede vanwege het tuchtrechtelijk verleden van de gz-psycholoog – een voorwaardelijke schorsing van drie maanden op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:190 Hof van Discipline 's Gravenhage 230041 230042
- Datum publicatie: 07-11-2023
- Datum uitspraak: 06-11-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:190
Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad dat klagers niet belanghebbend zijn bij hun klacht. Klagers zijn minderheidsaandeelhouders in een moedermaatschappij en de klacht is gericht tegen de advocaten van een dochtermaatschappij.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:224 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-233/DH/DH
- Datum publicatie: 08-11-2023
- Datum uitspraak: 06-11-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:224
Verweerder heeft volhard in zijn weigering het dossier aan klager te verstrekken, waarbij hij zich ten onrechte heeft beroepen op zijn retentierecht. Ook heeft verweerder daarbij de voorwaarde gesteld dat klager zijn tuchtklacht tegen verweerder moest intrekken. Toen klager verweerder aansprakelijk stelde, heeft verweerder geweigerd de aansprakelijkstelling door te sturen aan zijn verzekeraar. Verweerder heeft daarmee onzorgvuldig en onprofessioneel gehandeld, de belangen van klager geschaad en het vertrouwen in de advocatuur beschaamd. Tuchtrechtelijk verleden. Vier weken schorsing onvoorwaardelijk.