Zoekresultaten 21001-21050 van de 43618 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2016:265 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 150077
- Datum publicatie: 17-01-2017
- Datum uitspraak: 05-02-2016
- ECLI:NL:TAHVD:2016:265
Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad dat de beklaagde advocaat geen, althans onvoldoende, gehoor heeft gegeven aan het verzoek van de deken om medewerking te verlenen aan het tuchtrechtelijk onderzoek en dat verweerder derhalve in strijd met gedragsregel 37 heeft gehandeld. Klacht gegrond, maatregel voorwaardelijke schorsing van twee weken.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2017:2 Raad van Discipline Amsterdam 16-622/A/A
- Datum publicatie: 17-01-2017
- Datum uitspraak: 09-01-2017
- ECLI:NL:TADRAMS:2017:2
Klacht van failliet over advocaat van de curator. Verweerder heeft gehandeld zoals het een behoorlijk advocaat niet betaamt door zich rechtstreeks met klager in verbinding te stellen terwijl klager door een advocaat werd bijgestaan. Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2017:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2015-259
- Datum publicatie: 17-01-2017
- Datum uitspraak: 17-01-2017
- ECLI:NL:TGZRSGR:2017:11
Gegronde klacht tegen huisarts die klager heeft gezien tijdens detentie. Dat de huisarts het verzoek van klager om dosering methadon te verhogen, gebaseerd op ontwenningsverschijnselen ten gevolge van gelijktijdig gebruik Hepatitis C-medicatie, heeft afgewezen zonder daarover een gesprek aan te gaan met klager is verwijtbaar. De huisarts had niet enkel af moeten gaan op mededelingen van verpleegkundige maar zelf verantwoordelijkheid moeten nemen. Ter zitting neemt huisarts verantwoordelijkheid en heeft werkwijze inmiddels aangepast. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2017:3 Raad van Discipline Amsterdam 16-753/A/A
- Datum publicatie: 17-01-2017
- Datum uitspraak: 09-01-2017
- ECLI:NL:TADRAMS:2017:3
Verweerder heeft gehandeld zoals het een behoorlijk advocaat niet betaamt door op te treden tegen een cliënt van de advocaat met wie verweerder in een samenwerkingsverband werkzaam is geweest. Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:10 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 160223
- Datum publicatie: 17-01-2017
- Datum uitspraak: 16-01-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:10
Nu klaagster haar klacht ter zitting heeft ingetrokken en naar het oordeel van het hof geen omstandigheden aanwezig zijn die voortzetting als bedoeld in artikel 47a Advocatenwet vergen, heeft het hof de beslissing van de raad vernietigd en heeft verstaan dat op de klacht niet behoeft te worden beslist.
-
ECLI:NL:TAHVD:2001:1 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 160266
- Datum publicatie: 16-01-2017
- Datum uitspraak: 16-01-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2001:1
Art. 60ab Aw - Verweerder heeft om hem moverende redenen zich op 16 september 2016 laten uitschrijven als advocaat. De beslissing van de raad van 3 oktober 2016 is een ordemaatregel op grond waarvan verweerder vanaf die dag is geschorst in de uitoefening van de praktijk. Nu verweerder er zelf voor gekozen heeft de uitoefening van de praktijk al te beëindigen per 16 september 2016 heeft verweerder geen rechtens te respecteren belang bij zijn beroep tegen de opgelegde ordemaatregel (vergelijk ECLI:NL:TAHVD:2011:YA2670). Verweerder is niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2017:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1668
- Datum publicatie: 16-01-2017
- Datum uitspraak: 16-01-2017
- ECLI:NL:TGZREIN:2017:13
KNO-arts ziet klager, die korte tijd ernstig gehoorverlies had en bekend was met oorklachten, en vindt geen duidelijke oorzaak. Het maken van een controle-afspraak op een termijn van drie maanden is onder deze omstandigheden onaanvaardbaar lang. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2017:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 16113
- Datum publicatie: 16-01-2017
- Datum uitspraak: 16-01-2017
- ECLI:NL:TGZREIN:2017:14
Klacht van Inspectie. Afwezigheid orthopeed bij Time Out Procedure voor arthroscopische knieoperatie, waarna in plaats van de rechterknie de linkerknie is geopereerd, tuchtrechtelijk verwijtbaar. Beslissing om vervolgens direct zonder patiënt wakker te maken en om toestemming te vragen alsnog de rechterknie te opereren niet verwijtbaar. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2001:1 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 160266
- Datum publicatie: 16-01-2017
- Datum uitspraak: 16-01-2001
- ECLI:NL:TAHVD:2001:1
Art. 60ab Aw - Verweerder heeft om hem moverende redenen zich op 16 september 2016 laten uitschrijven als advocaat. De beslissing van de raad van 3 oktober 2016 is een ordemaatregel op grond waarvan verweerder vanaf die dag is geschorst in de uitoefening van de praktijk. Nu verweerder er zelf voor gekozen heeft de uitoefening van de praktijk al te beëindigen per 16 september 2016 heeft verweerder geen rechtens te respecteren belang bij zijn beroep tegen de opgelegde ordemaatregel (vergelijk ECLI:NL:TAHVD:2011:YA2670). Verweerder is niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
-
ECLI:NL:TACAKN:2017:5 Accountantskamer Zwolle 16/2732 Wtra AK
- Datum publicatie: 16-01-2017
- Datum uitspraak: 16-01-2017
- ECLI:NL:TACAKN:2017:5
Niet betaling eerder opgelegde geldboete van € 1.000,=. Geen recidive. Alsnog ambtshalve tijdelijke doorhaling in het register voor de duur van 1 maand.
-
ECLI:NL:TACAKN:2017:6 Accountantskamer Zwolle 16/2731 Wtra AK
- Datum publicatie: 16-01-2017
- Datum uitspraak: 16-01-2017
- ECLI:NL:TACAKN:2017:6
Niet betaling eerder opgelegde geldboete van € 1.000,=. Geen recidive. Alsnog ambtshalve tijdelijke doorhaling in het register voor de duur van 1 maand.
-
ECLI:NL:TACAKN:2017:7 Accountantskamer Zwolle 16/2722 Wtra AK
- Datum publicatie: 16-01-2017
- Datum uitspraak: 16-01-2017
- ECLI:NL:TACAKN:2017:7
Niet betaling eerder opgelegde geldboete van € 1.000,=. Geen recidive. Alsnog ambtshalve tijdelijke doorhaling in het register voor de duur van 1 maand.
-
ECLI:NL:TACAKN:2017:8 Accountantskamer Zwolle 16/2733 Wtra AK
- Datum publicatie: 16-01-2017
- Datum uitspraak: 16-01-2017
- ECLI:NL:TACAKN:2017:8
Niet betaling eerder opgelegde geldboete van € 1.000,=. Geen recidive. Alsnog ambtshalve tijdelijke doorhaling in het register voor de duur van 1 maand.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2017:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1653
- Datum publicatie: 16-01-2017
- Datum uitspraak: 16-01-2017
- ECLI:NL:TGZREIN:2017:12
(Waarnemend) hoofdbehandelaar dient proactief te zijn, heeft een regiefunctie en dient zijn bevindingen in het dossier te noteren. Optreden van orthopeed op deze punten onvoldoende. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2016:386 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.245
- Datum publicatie: 13-01-2017
- Datum uitspraak: 20-12-2016
- ECLI:NL:TGZCTG:2016:386
Bij klaagster zijn in een academisch (opleidings-)centrum twee implantaten geplaatst. Zij is behandeld door verweerder, tandarts (in opleiding tot implantoloog) en diens supervisor. Enige tijd later zijn de implantaten los komen te zitten en moesten zij worden verwijderd. Klaagster verwijt verweerder dat de hij heeft gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die hij jegens klaagster behoorde te betrachten door: 1. geen behandelplan op te stellen en klaagster niet, althans onvoldoende, te informeren over de uit te voeren behandeling en de risico’s daarvan; 2. een verkeerde behandeling te kiezen en de retainer aan de verse wond vast te zetten; 3. de toedracht van de complicatie voor klaagster te verzwijgen; 4. lasterlijke en onjuiste beweringen over klaagster te doen. RTG Amsterdam: Wijst de klacht als kennelijk ongegrond en zonder verder onderzoek in raadkamer af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2017:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 049/2016
- Datum publicatie: 13-01-2017
- Datum uitspraak: 13-01-2017
- ECLI:NL:TGZRZWO:2017:8
Klacht tegen bedrijfsarts. Klager is niet verschenen op het spreekuur. Verweerder heeft hierover een bericht mogen doen uitgaan naar de werkgever. Gelet op de gegeven samenwerking tussen werkgever en arbodienst ging de verantwoordelijkheid van verweerder niet zover dat hij klager zelf had moeten berichten dan wel opnieuw had moeten oproepen. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2016:387 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.426
- Datum publicatie: 13-01-2017
- Datum uitspraak: 20-12-2016
- ECLI:NL:TGZCTG:2016:387
Klacht: Verweerder, tandarts, was in de periode van november 2011 tot mei 2014 betrokken bij de behandeling van klager. Klager verwijt verweerder dat: 1. hij, afgezien van één keer geen DPSI-scores in het dossier heeft bijgehouden; 2. hij niet regelmatig controle foto’s heeft gemaakt; 3. hij ter zake van een bepaald consult het dossier niet goed heeft bijgehouden; 4. hij toen onvoldoende onderzoek heeft verricht en een onjuiste diagnose heeft gesteld; 5. hij in zijn aan klager gerichte mails niet serieus heeft gereageerd op de (klacht)brief van klager van een bepaalde datum, onder meer waar het gaat om het gebruik van een cofferdam; 6. hij het gebit van klager niet goed heeft gereinigd. RTG Groningen: Verklaart alle klachtonderdelen ongegrond en wijst deze af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TACAKN:2017:4 Accountantskamer Zwolle 16/1833 Wtra AK
- Datum publicatie: 13-01-2017
- Datum uitspraak: 13-01-2017
- ECLI:NL:TACAKN:2017:4
Betrokkene heeft stukken bij klaagsters opgevraagd ten behoeve van het uitvoeren van haar werkzaamheden. Klaagsters hebben niet aannemelijk gemaakt dat betrokkene deze stukken ten onrechte heeft opgevraagd en ook niet dat zij tijdig alle gevraagde stukken aan haar hebben overgelegd. Betrokkene heeft zich er daarom terecht op beroepen dat zij vanwege het ontbreken van de benodigde stukken haar werkzaamheden niet tijdig heeft kunnen afronden. Klacht dat werkzaamheden niet tijdig zijn verricht is dan ook ongegrond. Ook de klacht dat ten onrechte meerwerk in rekening is gebracht is ongegrond. Er is wel een afspraak gemaakt over de verschuldigde bedragen maar van het niet nakomen daarvan kan betrokkene gezien het oordeel over de eerste klacht geen verwijt worden gemaakt.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2017:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 258/2014
- Datum publicatie: 13-01-2017
- Datum uitspraak: 13-01-2017
- ECLI:NL:TGZRZWO:2017:9
Klacht tegen gynaecoloog gegrond. Niet gebleken dat verweerder heeft als derdelijns gynaecoloog en perinatoloog de risico’s behorende bij de complexe medische situatie van klaagster heeft geïnventariseerd. Verweerder had multidisciplinair overleg moeten initiëren en er was voldoende aanleiding voor GBS-diagnostiek. Het college pleit voor helderheid in de NVOG richtlijn GBS-ziekte die thans herzien wordt. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2016:388 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.427
- Datum publicatie: 13-01-2017
- Datum uitspraak: 20-12-2016
- ECLI:NL:TGZCTG:2016:388
Klacht: Verweerder, tandarts, heeft klager behandeld als waarnemer en praktijkgenoot van de vaste tandarts (C2016.426) van klager. Klager verwijt verweerder: 1. Ten aanzien van een specifiek consult: a. dat hij geen cofferdam heeft gebruikt maar dat wel in het dossier heeft genoteerd; b. dat hij geen dieptemeting heeft gedaan; c. dat hij hem daarna niet naar een endodontoloog heeft doorgestuurd; 2. Met betrekking tot een ander specifiek consult: a. dat hij geen cofferdam heeft gebruikt; b. dat hij een antibioticumkuur heeft voorgeschreven terwijl de tandarts niet de juiste hygiënische maatregelen had genomen; c. dat hij geen dieptemeting heeft gedaan; 3. Ten aanzien van twee andere specifieke consulten: a. dat hij de DPSI-scores niet heeft besproken terwijl deze afweken van een eerdere meting; b. dat hij het gebit opzettelijk niet goed heeft gereinigd en dat de slechte reiniging de oorzaak is van de op een andere datum door een andere tandarts geconstateerde blootliggende tandhalzen; c. dat hij klager direct naar een kaakchirurg heeft doorverwezen in plaats van naar een endodontoloog; d. dat hij klager heeft geprobeerd over te halen om de herbehandeling zelf te verrichten. RTG Groningen: Verklaart alle klachtonderdelen ongegrond en wijst deze af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2017:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 279/2015
- Datum publicatie: 13-01-2017
- Datum uitspraak: 13-01-2017
- ECLI:NL:TGZRZWO:2017:10
Klacht tegen gynaecoloog ongegrond. Verweerder kon en mocht vertrouwen op eerder ingezet beleid met betrekking tot bevalling door derdelijns gynaecoloog en perinatoloog. Geen aanleiding tot GBS-diagnostiek aanwezig voor verweerder. Het college pleit voor helderheid in de NVOG richtlijn GBS-ziekte die thans herzien wordt.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2017:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 280/2015
- Datum publicatie: 13-01-2017
- Datum uitspraak: 13-01-2017
- ECLI:NL:TGZRZWO:2017:11
Klacht tegen assitent-gynaecoloog. Ongegrond. Verweerder kon en mocht vertrouwen op eerder ingezet beleid met betrekking tot bevalling door derdelijns gynaecoloog en perinatoloog. Geen aanleiding tot GBS-diagnostiek aanwezig voor verweerder. Het college pleit voor helderheid in de NVOG richtlijn GBS-ziekte die thans herzien wordt.
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:6 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 160197
- Datum publicatie: 13-01-2017
- Datum uitspraak: 13-01-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:6
Verweerder was niet gehouden te voldoen aan het verzoek van klager om onmiddellijk een bespreking in persoon te houden. Bovendien heeft verweerder klager ongeveer een week na de overname van de zaak al uitgenodigd voor een bespreking. Het hof is voorts van oordeel dat verweerder in de onderhavige omstandigheden - in het bijzonder in aanmerking nemende de korte tijdspanne en om zich voor te bereiden op het gesprek door kennis te nemen van het bestaande dossier - niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door na het eerste telefonische gesprek de desbetreffende handelingen te verrichten alvorens klager voor een persoonlijk gesprek uit te nodigen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2016:385 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.244
- Datum publicatie: 13-01-2017
- Datum uitspraak: 20-12-2016
- ECLI:NL:TGZCTG:2016:385
Bij klaagster zijn in een academisch (opleidings)centrum twee implantaten geplaatst. Zij is behandeld door een tandarts in opleiding tot implantoloog en diens supervisor (aangeklaagd in zaak C2016.245). Enige tijd later zijn de implantaten los komen te zitten en moesten zij worden verwijderd. Voor verdere behandeling heeft klaagster om een andere behandelaar gevraagd. Om uiteenlopende redenen had klaagster problemen met dan wel bezwaar tegen de beschikbare behandelaars. Verweerder, tandarts, heeft toen in zijn hoedanigheid van decaan namens het opleidingscentrum de behandelovereenkomst beëindigd. Klaagster verwijt verweerder dat hij heeft gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die hij jegens klaagster behoorde te betrachten door zonder dat sprake was van gewichtige redenen de behandelovereenkomst te beëindigen. RTG Amsterdam: Wijst de klacht als kennelijk ongegrond en zonder verder onderzoek in raadkamer af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:7 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 160072
- Datum publicatie: 13-01-2017
- Datum uitspraak: 13-01-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:7
De raad heeft vastgesteld dat van schending van een gedragsregel of van een tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen in de zin van artikel 46 Advocatenwet door verweerder geen sprake is geweest. Bekrachtiging uitspraak raad.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:33 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.172
- Datum publicatie: 12-01-2017
- Datum uitspraak: 12-01-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:33
De klacht is gericht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts kort gezegd dat zij niet adequaat heeft gereageerd op de aanwezigheid van een pijnlijk bultje in zijn rug, dat zij pas na aandringen een beperkte dosering slaapmiddel heeft voorgeschreven en heeft geweigerd diazepam en tamiflu voor te schrijven en dat zij mogelijk een onjuiste verklaring heeft afgelegd over hetgeen de doktersassistent zou mogen zeggen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Hoger beroep verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:27 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2015.456
- Datum publicatie: 12-01-2017
- Datum uitspraak: 12-01-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:27
Klacht tegen verpleegkundige. Klaagster is de dochter van een inmiddels overleden patiënt. Patiënt woonde in een verpleeghuis, waar de verpleegkundige werkzaam is. De behandelend arts van patiënt is eveneens aangeklaagd (C2015.453). Patiënt droeg een verblijfskatheter. Op 30 oktober 2014 heeft een verzorgende bij het weghalen van de deken de katheter meegetrokken. Nadat patiënt op 30 oktober 2014 onwel was geworden heeft een andere arts (eveneens aangeklaagd: C2015.455) patiënt op 31 oktober 2014 beoordeeld en patiënt vervolgens ingestuurd naar het ziekenhuis. Met bloedingen en pijn is patiënt via de afdeling spoedeisende hulp (SEH) op de afdeling urologie van het ziekenhuis opgenomen. Op 31 oktober 2014 heeft deze arts gezorgd voor een mondelinge overdracht aan de behandelend arts. Op 4 november 2014 is patiënt met veel pijn teruggekeerd naar het verpleeghuis. Op 10 november 2014 heeft de verpleegkundige de behandelend arts gemeld dat klaagster nog niet was geïnformeerd over voornoemd incident met de katheter. Later die dag is patiënt overleden. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij klaagster niet tijdig heeft geïnformeerd over het op 30 oktober 2014 bij de patiënt voorgedane incident met de katheter. Door bewust informatie achter te houden, is ook de uroloog in het ziekenhuis niet volledig geïnformeerd en is er mogelijk onvoldoende onderzoek naar de oorzaak van de verslechterende toestand van patiënt verricht. Daardoor heeft patiënt onnodig risico en pijn geleden, aldus nog steeds klaagster. RTG Amsterdam: Klacht in al haar onderdelen ongegrond. Klacht afgewezen. Het was niet de taak van de verpleegkundige om het ziekenhuis of klaagster te informeren. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:34 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.177
- Datum publicatie: 12-01-2017
- Datum uitspraak: 12-01-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:34
De klacht is gericht tegen een arts. Klaagster verwijt de arts kort gezegd (1) dat hij zich heeft voorgedaan als bedrijfsarts, (2) dat hij zijn bevoegdheden heeft overschreden, (3) dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door onder onderbouwing aan te geven dat klaagster zonder partner op het spreekuur diende te verschijnen en (4) dat het oordeel van de arts dat klaagster weer arbeidsongeschikt was op onzorgvuldige wijze is totstandgekomen. Het Regionaal College heeft de klacht geheel gegrond verklaard en de arts de maatregel van voorwaardelijke schorsing voor de duur van zes maanden opgelegd. Beroep arts slaagt voor over het de gegrondverklaring van klachtonderdeel (4) en de opgelegde maatregel betreft. Het Centraal Tuchtcollege legt de maatregel van voorwaardelijke schorsing voor de duur van een maand op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:28 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2015.358
- Datum publicatie: 12-01-2017
- Datum uitspraak: 12-01-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:28
Klacht tegen gz-psycholoog. Tbs-gestelde klaagt erover dat hij in tbs-kliniek behandeld is, zonder dat strafdossier in die kliniek aanwezig was. Centraal Tuchtcollege oordeelt, evenals het Regionaal Tuchtcollege, dat van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen geen sprake is en verwerpt het beroep. Op basis van de in de kliniek beschikbare informatie kon een juiste behandeling worden ingezet.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:35 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.196
- Datum publicatie: 12-01-2017
- Datum uitspraak: 12-01-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:35
De klacht is gericht tegen een verzekeringsarts. Klager verwijt de arts kort gezegd dat hij in zijn rapport een onjuiste melding heeft gedaan en dat hij ondanks door klager geuite bezwaren een verzekeringstechnisch onderzoek is gestart. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Beroep klager verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:29 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2015.359
- Datum publicatie: 12-01-2017
- Datum uitspraak: 12-01-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:29
Klacht tegen psychotherapeut. Tbs-gestelde klaagt erover dat hij in tbs-kliniek behandeld is, zonder dat strafdossier in die kliniek aanwezig was. Centraal Tuchtcollege oordeelt dat van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen geen sprake is. Op basis van de in de kliniek beschikbare informatie kon een juiste behandeling worden ingezet. Klacht over PCL-R onderzoek ook ongegrond. Niet gebleken dat dit onderzoek niet op de juiste wijze is verlopen. Voorts is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar geoordeeld dat de longstay-aanvraag van klager niet de afwijkende mening over klager van twee sociotherapeuten vermeldt, omdat in de longstay-aanvraag het standpunt van het multidisciplinaire behandelteam staat. Tot slot is ook de klacht over onjuiste mededeling die de psychotherapeut aan een derde over klager zou hebben gedaan niet gegrond, omdat niet kan worden vastgesteld dat de betreffende mededeling is gedaan.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:23 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2015.352
- Datum publicatie: 12-01-2017
- Datum uitspraak: 12-01-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:23
Klacht tegen een verpleegkundige, ingediend door de echtgenoot van een patiënt die door een Fact-team behandeld wordt. Klager klaagt erover dat hij niet betrokken is bij de behandeling van zijn echtgenote en dat aan hem geen informatie is verschaft. Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard, omdat patiënte geen toestemming had gegeven informatie aan klager te verstrekken en de verpleegkundige daarom vanwege haar beroepsgeheim geen informatie kon verstrekken. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond. Gezien de werkwijze van een Fact-team en de richtlijn bipolaire stoornissen, moeten naasten bij de behandeling van een patiënt worden betrokken. Dat kon ook zonder het verstrekken van informatie die onder het medisch beroepsgeheim valt. Aan de verpleegkundige wordt geen maatregel opgelegd, omdat zij inzicht heeft getoond in haar handelen en omdat zij het onderwerp in haar team heeft besproken en het team het probleem vervolgens niet op de juiste wijze heeft opgepakt. Dit laatste is de verpleegkundige niet aan te rekenen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2017:2 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-575
- Datum publicatie: 12-01-2017
- Datum uitspraak: 09-01-2017
- ECLI:NL:TADRARL:2017:2
Motivering maatregel. Kennelijke verschrijving. Herstelbeslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:30 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2015.360
- Datum publicatie: 12-01-2017
- Datum uitspraak: 12-01-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:30
Klacht tegen gz-psycholoog. Tbs-gestelde klaagt erover dat hij in tbs-kliniek behandeld is, zonder dat strafdossier in die kliniek aanwezig was. Centraal Tuchtcollege oordeelt, evenals het Regionaal Tuchtcollege, dat van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen geen sprake is en verwerpt het beroep. Op basis van de in de kliniek beschikbare informatie kon een juiste behandeling worden ingezet.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:24 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2015.353
- Datum publicatie: 12-01-2017
- Datum uitspraak: 12-01-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:24
Klacht tegen een psycholoog, ingediend door de echtgenoot van een patiënt die door een Fact-team behandeld wordt. Klager klaagt erover dat hij niet betrokken is bij de behandeling van zijn echtgenote en dat aan hem geen informatie is verschaft. Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard, omdat patiënte geen toestemming had gegeven informatie aan klager te verstrekken en de psycholoog daarom vanwege haar beroepsgeheim geen informatie kon verstrekken. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond. Gezien de werkwijze van een Fact-team en de richtlijn bipolaire stoornissen, moeten naasten bij de behandeling van een patiënt worden betrokken. Dat kon ook zonder het verstrekken van informatie die onder het medisch beroepsgeheim valt. Aan de psycholoog wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:31 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.051
- Datum publicatie: 12-01-2017
- Datum uitspraak: 12-01-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:31
Op 2 maart 2012 heeft de huisarts de patiënt, de inmiddels overleden echtgenoot van klaagster, thuis bezocht en hem onder vermelding van mogelijke maag-, darm- en leverproblemen naar de afdeling spoedeisende hulp van het ziekenhuis doorverwezen, waar later die dag een myocardinfarct bij de patiënt is vastgesteld. Klager verwijt de huisarts onzorgvuldig handelen dat bestaat uit niet adequaat optreden, het te laat ondernemen van actie en het stellen van een verkeerde diagnose. Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan de huisarts de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat op het moment van het huisbezoek de klachten van de patiënt, in samenhang met zijn voorgeschiedenis bezien, voor de huisarts aanleiding hadden moeten vormen een cardiovasculair risico in de differentiaal diagnose op te nemen en daar naar te handelen. De huisarts heeft door dit na te laten onnodig veel tijd verloren laten gegaan. De maatregel van een waarschuwing is daarom passend en geboden. Het beroep van de huisarts wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:25 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2015.453
- Datum publicatie: 12-01-2017
- Datum uitspraak: 12-01-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:25
Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Klaagster is de dochter van een inmiddels overleden patiënt. Patiënt woonde in een verpleeghuis, waar de arts werkzaam is als specialist ouderengeneeskunde. De arts was de behandelend arts van patiënt. Patiënt droeg een verblijfskatheter. Op 30 oktober 2014 heeft een verzorgende bij het weghalen van de deken de katheter meegetrokken. Nadat patiënt op 30 oktober 2014 onwel was geworden heeft een andere arts (eveneens aangeklaagd: C2015.455) patiënt op 31 oktober 2014 beoordeeld en patiënt vervolgens ingestuurd naar het ziekenhuis. Met bloedingen en pijn is patiënt via de afdeling spoedeisende hulp (SEH) op de afdeling urologie van het ziekenhuis opgenomen. Op 31 oktober 2014 heeft deze arts gezorgd voor een mondelinge overdracht aan de arts. Op 4 november 2014 is patiënt met veel pijn teruggekeerd naar het verpleeghuis. Op 10 november 2014 heeft de verpleegkundige (eveneens aangeklaagd: C2015.456) de arts gemeld dat klaagster nog niet was geïnformeerd over voornoemd incident met de katheter. De arts heeft klaagster die dag verteld over het incident. Later die dag is patiënt overleden. Klaagster verwijt de arts dat zij: 1) heeft nagelaten informatie over het incident met de katheter aan het ziekenhuis te verstrekken; 2) heeft nagelaten informatie over het incident met de katheter te verstrekken aan klaagster in haar hoedanigheid van dochter en mentor van de patiënt. RTG Amsterdam: Ad 1) ongegrond. De mededeling was medisch niet relevant voor het handelen van de behandelend uroloog. Ad 2) gegrond. De arts had klaagster eerder kunnen en moeten inlichten over het katheter-incident. Waarschuwing. Zowel het principaal beroep, door klaagster ingesteld, als het incidenteel beroep, door verweerster ingesteld, wordt verworpen. De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege blijft in stand.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:32 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.097
- Datum publicatie: 12-01-2017
- Datum uitspraak: 12-01-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:32
De huisarts heeft in 2013 een aanmeldformulier voor een behandeling van klager bij Altrecht ingediend. Klager verwijt de huisarts dat hij in dit formulier onterecht negatieve uitlatingen over klager heeft gedaan, gedateerde en onjuiste informatie over klager heeft vermeld en dat hij klager niet vooraf heeft geïnformeerd over het feit dat hij de informatie in het aanmeldformulier aan Altrecht zou doorsturen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht op al haar onderdelen ongegrond en wijst deze af. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de huisarts in het aanmeldformulier voor Altrecht geen onterechte negatieve uitlatingen of gedateerde en onjuiste informatie over klager heeft vermeld en dat de huisarts klager niet vooraf over het verstrekken van de informatie had behoeven te informeren. Dat de huisarts de inhoud van het aanmeldformulier op verzoek van klager heeft gecorrigeerd, terwijl hij wist dat hij daarmee onjuiste informatie over klager zou verstrekken, kan de tuchtrechtelijke toets niet met vrucht kan doorstaan. Nu de klacht van klager op dat handelen van de huisarts geen betrekking heeft, zal het Centraal Tuchtcollege desondanks daarvoor geen maatregel aan de huisarts opleggen. Het beroep van klager wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:26 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2015.455
- Datum publicatie: 12-01-2017
- Datum uitspraak: 12-01-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:26
Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Klaagster is de dochter van een inmiddels overleden patiënt. Patiënt woonde in een verpleeghuis, waar de arts werkzaam is als specialist ouderengeneeskunde. Een collega-arts van de arts (eveneens aangeklaagd: C2015.453) was behandelend arts. Patiënt droeg een verblijfskatheter. Op 30 oktober 2014 heeft een verzorgende bij het weghalen van de deken de katheter meegetrokken. Nadat patiënt op 30 oktober 2014 onwel was geworden heeft de arts de patiënt beoordeeld en vervolgens ingestuurd naar het ziekenhuis. Met bloedingen en pijn is patiënt via de afdeling spoedeisende hulp (SEH) op de afdeling urologie van het ziekenhuis opgenomen. Op 31 oktober 2014 heeft de arts gezorgd voor een mondelinge overdracht aan de behandelend arts. Op 4 november 2014 is patiënt met veel pijn teruggekeerd naar het verpleeghuis. Op 10 november 2014 heeft de verpleegkundige (eveneens aangeklaagd: C2015.455) de behandelend arts gemeld dat klaagster nog niet was geïnformeerd over voornoemd incident met de katheter. Op die dag heeft de behandelend arts klaagster over het katheter-incident verteld. Later die dag is patiënt overleden. Klaagster verwijt de arts dat zij: 1) heeft nagelaten informatie over het incident met de katheter aan het ziekenhuis te verstrekken; 2) heeft nagelaten informatie over het incident met de katheter te verstrekken aan klaagster in haar hoedanigheid van dochter en mentor van de patiënt. Het RTG Amsterdam heeft de klacht afgewezen. De mededeling was medisch niet relevant voor het handelen van de behandelend uroloog. Gelet op de tussen betrokkenen afgesproken taakverdeling, was het voorts niet de taak van de arts om klaagster in te lichten over het katheter-incident. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2016:260 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 15-285
- Datum publicatie: 11-01-2017
- Datum uitspraak: 21-11-2016
- ECLI:NL:TADRARL:2016:260
Klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit dienstverlening, het weigeren een urenspecificatie te verstrekken en excessief declareren. De raad oordeelt dat, ook al is klaagster verzekerd voor de kosten van rechtsbijstand, zij toch belang kan hebben bij het ontvangen van een urenspecificatie. In de tussenbeslissing wordt verweerder bevolen zijn urenspecificatie in het geding te brengen. De klachten over de kwaliteit van dienstverlening worden gegrond verklaard. De raad oordeelt dat verweerder, gezien de omstandigheden, niet zijn geheimhoudingsplicht jegens klaagster heeft geschonden door de rechtsbijstandsverzekeraar stukken uit het dossier toe te sturen. Nadat verweerder zijn urenspecificaties heeft overgelegd heeft klaagster haar klacht dat verweerder excessief heeft gedeclareerd niet nader onderbouwd. Aldus is de raad niet gebleken van excessief declareren. Voor de gegrond verklaarde klachtonderdelen wordt verweerder een berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2017:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1627
- Datum publicatie: 11-01-2017
- Datum uitspraak: 11-01-2017
- ECLI:NL:TGZREIN:2017:8
Huisarts wordt verweten dat zij klaagster zonder enige vorm van onderzoek en zonder hulp te bieden na een visite doodziek heeft achtergelaten, waardoor de gezondheidssituatie van klaagster verslechterde en een ziekenhuisopname volgde. Gelet op de omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerster geen onderzoek bij klaagster heeft gedaan naar hart en longen. Dat klaagster in de nacht na de visite kort van adem is geworden en deze toestand steeds erger werd, heeft verweerster tijdens haar bezoek niet kunnen en behoeven voorzien. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2016:229 Raad van Discipline 's-Gravenhage 16-676/DH/RO
- Datum publicatie: 11-01-2017
- Datum uitspraak: 28-11-2016
- ECLI:NL:TADRSGR:2016:229
Verweerder heeft klagers, terwijl hij wist dat zij werden bijgestaan door een advocaat, rechtstreeks twee brieven gezonden. De raad is van oordeel dat de brieven niet kunnen worden aangemerkt als een aanzegging met rechtsgevolg in de zin van gedragsregel 18 lid 2. Beide brieven dienen te worden aangemerkt als sommatiebrieven. Gelet op gedragsregel 18 lid 1 had verweerder de brieven rechtstreeks dienen te richten aan de advocaat van klagers en niet aan klagers zelf. Indien en voor zover de brieven al waren gericht op enig rechtsgevolg, is de raad in de onderhavige situatie niet is gebleken van enige noodzaak om de brieven rechtstreeks aan klagers te zenden. Ook van een andere rechtens aanvaardbare reden om klagers direct te benaderen is niet gebleken. Klacht gegrond. Waarschuwing, terugbetaling griffierecht en proceskostenveroordeling t.g.v. klagers en de NOvA.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2017:4 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 16-751/DB/OB
- Datum publicatie: 11-01-2017
- Datum uitspraak: 09-01-2017
- ECLI:NL:TADRSHE:2017:4
Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in de processtukken niet transparant te zijn over het resultaat van tussen partijen gevoerde schikkingsonderhandelingen. Klager niet-ontvankelijk in klacht over schending van gedragsregel 4 wegens ontbreken van eigen belang. Zinsnede: “U kunt de kosten voor uw cliënt gaan verhogen” niet grievend. Deels gegrond, deels ongegrond/niet-ontvankelijk. Geen oplegging van bijzondere voorwaarde tot betaling van schadevergoeding ex artikel 48b. Geen afwijking van Richtlijn Kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRARL:2016:261 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 15-544
- Datum publicatie: 11-01-2017
- Datum uitspraak: 08-08-2016
- ECLI:NL:TADRARL:2016:261
Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2017:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 16130
- Datum publicatie: 11-01-2017
- Datum uitspraak: 11-01-2017
- ECLI:NL:TGZREIN:2017:9
Verwijt aan huisarts dat hij op basis van de uitlatingen van de ex-partner van klaagster, haar zonder haar medeweten en toestemming heeft doorverwezen naar een psychiater en later naar een GGZ-instelling voor een psychiatrisch onderzoek. Daarnaast heeft hij zich in het kader van een onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming bevooroordeeld en niet naar waarheid uitgelaten over klaagster. Verweerder heeft, gelet op de gang van zaken in het verleden, ten onrechte gemeend te kunnen vertrouwen op de ex-partner en aldus te kunnen handelen op basis van de veronderstelde toestemming van klaagster, aangezien hij wist dat de relatie tussen klaagster en haar ex-partner verslechterd was. Verweerder heeft zich in zijn informatie aan de raad niet tot de feiten beperkt en daarnaast ook uitlatingen over klaagster gedaan die hem niet uit eigen wetenschap bekend zijn. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2016:255 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 15-475
- Datum publicatie: 11-01-2017
- Datum uitspraak: 08-08-2016
- ECLI:NL:TADRARL:2016:255
Verzet tegen voorzittersbeslissing op een klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit dienstverlening en het niet direct afgeven van het dossier na beëindiging opdracht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2017:5 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 16-581/DB/OB
- Datum publicatie: 11-01-2017
- Datum uitspraak: 09-01-2017
- ECLI:NL:TADRSHE:2017:5
Verweerder mocht in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij faillissement van klagers aanvragen. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2016:230 Raad van Discipline 's-Gravenhage 15-500/DH/RO
- Datum publicatie: 11-01-2017
- Datum uitspraak: 28-11-2016
- ECLI:NL:TADRSGR:2016:230
Beslissing op verzet. De raad is van oordeel dat de voorzitter bij de beoordeling de juiste maatstaf heeft toegepast en voorts acht heeft geslagen op alle relevante omstandigheden van het geval. Naar het oordeel van de raad heeft de voorzitter de klacht terecht en op juiste gronden deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond bevonden. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2016:262 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-311
- Datum publicatie: 11-01-2017
- Datum uitspraak: 05-09-2016
- ECLI:NL:TADRARL:2016:262
Het verwijt aan verweerder is dat hij niet de juiste informatie heeft gegeven aan klager toen hem daarom gevraagd werd. Het ging om betalingen aan verweerders cliënte. Klager heeft echter niet kunnen aantonen dat verweerder over die informatie beschikte toen hij er naar vroeg. De klacht is daarom ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2016:256 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-077
- Datum publicatie: 11-01-2017
- Datum uitspraak: 05-12-2016
- ECLI:NL:TADRARL:2016:256
Verzet tegen een voorzittersbeslissing in een klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een bestuursrechtzaak ongegrond verklaard.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 420
- Pagina: 421
- Pagina: 422
- ...
- Pagina: 873
- Volgende pagina zoekresultaten