Zoekresultaten 1-20 van de 42611 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:161 Hof van Discipline 's Gravenhage 220262

    Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van de bijstand in een huurkwestie en over het voor de werkzaamheden gedeclareerde bedrag. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard omdat verweerder – samengevat – prima werk heeft geleverd en daarvoor redelijke heeft gedeclareerd. Het hof bekrachtigt dat oordeel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:162 Hof van Discipline 's Gravenhage 230289

    Klacht van oa een mensenrechtenorganisatie, waarvan in 2016 een voorvrouw is vermoord.De Organisatie strijdt tegen de aanleg van een stuwdam, die (mede) werd gefinancierd door een Nederlandse financiële instelling. Beklaagde treedt op voor deze instelling in een in Nederland aangespannen procedure. Klagers verwijten verweerder dat hij zich in de procedure grievend en onjuist heeft uitgelaten. Raad en hof gaan daar niet in mee. Zij oordelen dat verweerder informatie die mede afkomstig was van zijn cliënte heeft mogen gebruiken in de procedure, en daarbij dat hij er ook vanuit mocht gaan dat deze informatie juist was. Hoewel voorstelbaar dat het uitermate pijnlijk is voor klagers dat zij in de procedure zijn geconfronteerd met beschuldigingen over de wijze waarop zij, althans sommige van hun medestanders, hun verzet tegen de stuwdam zouden hebben vormgegeven, van verweerder kan niet worden verwacht dat hij met één hand op de rug gebonden verweer voert. Er staan voor zijn cliënte, de financier, immers (ook) grote belangen op het spel in de civiele procedure. De tragische achtergrond van de kwestie ten spijt, de beklaagde advocaat kan in deze geen verwijt worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:163 Hof van Discipline 's Gravenhage 240117

    Beklag ex artikel 13 Aw ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:164 Hof van Discipline 's Gravenhage 230332

    Het hof bepaalt na intrekking van het hoger beroep de ingangsdatum van de in eerste aanleg opgelegde schorsing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:165 Hof van Discipline 's Gravenhage 230310 en 230311

    Ontvankelijkheid hoger beroep. Hoger beroep kon worden ingesteld tot en met 1 november 2023. De beroepschriften zijn door de griffie ontvangen op 2 november 2023 om 00.00 uur en dat is te laat. Er is niet gebleken van een verschoonbare termijnoverschrijding.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2024:13 Kamer voor het notariaat Amsterdam 745840/NT 24-3

    Klacht over uitvoeren werkzaamheden van de notaris in een nalatenschap ondanks door klaagster aangekondigd hoger beroep tegen een beschikking van de kantonrechter. Ook wordt de notaris partijdigheid en excessief declareren verweten en heeft hij zich volgens klaagster onbehoorlijk uitgelaten tegen haar gemachtigde. De kamer acht de klacht deels ongegrond, deels niet-ontvankelijk (voor wat betreft het gedrag tegen de gemachtigde van klaagster).

  • ECLI:NL:TDIVTC:2024:6 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/96

    Dierenarts wordt verweten dat hij nalatig heeft gehandeld met betrekking tot een TTA Rapid-operatie bij een hond. Klacht deels gegrond, waarschuwing volgt.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2024:14 Kamer voor het notariaat Amsterdam 744066/NT 23-46

    De klacht betreft het niet-geven van uitvoering door de notaris aan een door klaagster beweerde opdracht in 2019. Een afspraak met klaagster en haar ex-partner op het notariskantoor op 20 juni 2019, ter bespreking van een wijziging van de huwelijkse voorwaarden, is, nadat de ex-partner de notaris had bericht dat zijn relatie met klaagster was verslechterd, niet doorgegaan. De kamer verklaart de klacht niet-ontvankelijk op grond van de vervaltermijn van artikel 99 lid 21 Wna.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2024:7 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/52

    Dierenarts wordt verweten dat zij nalatig heeft gehandeld met betrekking tot een sterilisatie bij een hond. Klacht deels gegrond, waarschuwing volgt.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2024:8 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/60, 2022/61, 2022/62

    Dierenarts X wordt verweten dat zij tijdens de opname van een kat zonder overleg de behandeling heeft aangepast en tekort is geschoten in de dossiervoering. Verder wordt haar verweten dat er onvoldoende toezicht op de kat was gedurende de opname op de praktijk. Klacht ongegrond.Dierenarts Y wordt verweten dat zij de kat niet heeft verwezen naar een radioloog of naar een 24-uurskliniek en dat zij tekort is geschoten in de behandeling van de kat en in de dossiervorming. Klacht deels gegrond, waarschuwing volgt.Paraveterinair Z wordt verweten dat zij klaagster niet te woord heeft gestaan na het overlijden van de kat. Klacht niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2024:9 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/73, 2022/74

    Dierenarts X wordt verweten een verkeerde methodiek te hebben toegepast voor de anesthesie, dat zij de darmoperatie niet correct heeft uitgevoerd en dat zij heeft nagelaten om zelf zorg te dragen voor de nabehandeling.Dierenarts Y wordt verweten dat hij tijdens een controle onvoldoende onderzoek heeft verricht en een te afwachtende houding heeft aangenomen.Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:123 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-129/DH/DH

    Klacht over inzet deurwaarder. Hoewel duidelijk is dat verweerder een fout heeft gemaakt, is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klager heeft een deurwaarder aan de deur gehad terwijl dat niet had gemoeten, maar dit heeft verder geen (financiële) gevolgen voor hem gehad. Ook in de verdere afhandeling van de kwestie heeft verweerder niet klachtwaardig gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2024:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2023/6062

    Klacht tegen een verloskundige. Klagers verwijten de verloskundige onder meer onvoldoende zorg, het niet overdragen van de behandeling aan de tweede lijn en handelen in strijd met de dossierplicht. Oordeel college: het onderzoek naar de mate van bloedverlies is niet voldoende uitvoerig geweest. De verloskundige kon thuis niet reeds een loslating van de placenta uitsluiten. Omdat klaagster het bloedverlies ter sprake bleef brengen, had de verloskundige de tweede lijn moeten consulteren. Uit het dossier is niet op te maken dat de verloskundige op een later moment wijzigingen heeft aangebracht. Daarmee is het dossier als geheel niet meer volledig en formeel juist. De verloskundige heeft een navolgbare verklaring gegeven voor de wijzigingen. Zij heeft het partusverslag niet in strijd met de waarheid aangevuld, aangezien de controles daarin automatisch werden vermeld door het digitale systeem dat de verloskundigenpraktijk gebruikt. Klacht gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing. De verloskundige wordt veroordeeld in de proceskosten.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:124 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-333/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Het stond verweerster vrij om namens de verhuurder een tegenvordering in te stellen en om die met overlastmeldingen te onderbouwen. Het feit dat de kantonrechter de tegenvordering van de verhuurder heeft afgewezen, betekent niet dat verweerster die vordering niet heeft mogen instellen. Ook heeft verweerster af mogen gaan op de juistheid van de informatie die zij van de verhuurder had ontvangen. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:120 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-816/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:121 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-839/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:122 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-067/DH/DH

    Verweerster heeft een e-mail aan klagers advocaat in cc aan klager gestuurd. Zij heeft klager op deze manier rechtstreeks benaderd, terwijl hij werd bijgestaan door een advocaat. Verweerster heeft daarmee gehandeld in strijd met gedragsregel 25 en klagers belangen geschaad. Van het door verweerster delen van schikkingsonderhandelingen is geen sprake. De raad ziet in de aard en de ernst van de overtreding in combinatie met de bijzondere omstandigheden van dit geval aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:83 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-152/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen voormalig advocaat. Vast staat dat verweerster na ontvangst van het dekenstandpunt aan klaagster en de deken heeft medegedeeld dat zij zou overgaan tot creditering, hetgeen zij vervolgens op 11 oktober 2021 ook zonder enig voorbehoud heeft gedaan. Door na de beslissing van de raad van 25 april 2022, waarin de klacht ongegrond werd verklaard, alsnog aanspraak te maken op betaling van de gecrediteerde declaraties heeft verweerster naar het oordeel van de raad niet gehandeld zoals het een behoorlijk advocaat betaamt. Klaagster mocht er op grond van de creditering op vertrouwen dat de werkzaamheden niet alsnog bij haar in rekening zouden worden gebracht, terwijl de raad in de beslissing van 25 april 2022 in overweging 5.2 (zie hierboven onder 2.7) de creditering als (een van de) relevant feit(en) in de beoordeling van de in die zaak aan de orde zijnde klacht heeft betrokken. Ook verweersters beroep op de akte van cessie moet naar het oordeel van de raad worden gepasseerd, nu gezien de creditering niet kan worden vastgesteld dat op de in de akte van cessie genoemde datum van 23 december 2021 sprake was van een openstaande vordering van C B.V. op klaagster. De gegrond bevonden tuchtrechtelijke verwijten leveren een schending op van de kernwaarde (financiële) integriteit als bedoeld in artikel 10a lid 1 aanhef en sub d Advocatenwet. Berisping

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2024:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/6374

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. De arts, medisch adviseur bij het CBR, heeft klager voor medisch onderzoek naar een psychiater verwezen. Klager verwijt de arts dat hij hem heeft verwezen zonder hem eerst te horen en dat hij aan de verwijzing heeft toegevoegd dat hij twijfelde aan klagers gezichtsvermogen. Het college stelt vast dat niet de arts maar het CBR bepaalt of een medisch onderzoek moet plaatsvinden. De arts beoordeelt alleen welke type specialist dat onderzoek moet doen. Pas als de informatie van het CBR vragen oproept, kan er voor de arts reden zijn om contact op te nemen. Dat was hier niet het geval. Uit de tekst en verdere context van de verwijzing blijkt niet dat er twijfels waren over het gezichtsvermogen van klager. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2024:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/6634

    Ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater a) dat hij de behandeling eenzijdig heeft beëindigd en b) dat er geen sprake was van een warme overdracht en adequate verwijzing naar andere behandelaren/instellingen. Het college overweegt dat gezien de omstandigheden begrijpelijk is dat de psychiater meende dat klager de behandelrelatie zelf (eenzijdig) had beëindigd. Ten overvloede overweegt het college dat, zelfs als het college ervan uitgaat dat de psychiater de behandelrelatie heeft beëindigd, dat gezien de beschreven feiten en omstandigheden, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Klager heeft zich steeds aan communicatie onttrokken en wilde ook niet meer benaderd worden. De inzet van de psychiater en het behandelteam was steeds gericht op herstel van de behandelrelatie, maar daarvoor is door klager geen ruimte meer gegeven. De verstoorde relatie en het afhouden van elk contact boden weinig ruimte voor een ‘warme overdracht’. De aanbevelingen/suggesties die de psychiater aan klager heeft gedaan voor dagbesteding/begeleiding waren alleszins redelijk en passend. Verder bood de psychiater aan dat klager zich tot de instelling kon wenden voor hulp hierbij, maar dat heeft klager niet gedaan. Het kan de psychiater niet worden verweten dat klager niet tevreden was over deze organisaties/instellingen. Beide klachtonderdelen zijn ongegrond.