Zoekresultaten 21-40 van de 41037 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:159 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1827
- Datum publicatie: 30-11-2023
- Datum uitspraak: 29-11-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:159
Klacht tegen oncologisch chirurg. Klaagster is eind november 2012 geopereerd door de oncologisch chirurg en een plastisch chirurg (ook aangeklaagd: C2023/1828). Deze operatie bestond uit een ablatio mammae (door de oncologisch chirurg) aan beide zijden en een directe reconstructie van de borst (door de plastisch chirurg) door middel van borstimplantaten. De operatie is ongecompliceerd verlopen. Begin december 2012 heeft klaagster contact opgenomen met de SEH vanwege een zwart rondje rondom de tepel. Na diverse ingrepen is het implantaat verwijderd en is een tissue expander aangebracht. Twee dagen na deze operatie is een infectie ontstaan rondom de tissue expander en is deze onder narcose verwijderd. Klaagster verwijt de oncologisch chirurg dat zij niet aan klaagster heeft meegedeeld wie de hoofdbehandelaar was voor en na de operatie, zij geen (hoofd)verantwoordelijkheid heeft genomen en niet adequaat heeft gehandeld naar aanleiding van het consult half december 2012, waardoor besparing van de rechterborst wellicht nog mogelijk was geweest. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:310 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-512/AL/GLD
- Datum publicatie: 30-11-2023
- Datum uitspraak: 09-10-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:310
Voorzittersbeslissing. Klagers verwijten verweerster dat zij in 2015 excessief heeft gedeclareerd en dat zij, eveneens in 2015, heeft verzuimd om conform gedragsregel 17 klagers op de hoogte te stellen van het feit dat de kosten aanzienlijk hoger zouden uitvallen dan aanvankelijk ingeschat. De gemachtigde van klagers heeft zich op 15 juli 2022, derhalve ruimschoots na het verstrijken van de in artikel 46 g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet bedoelde termijn, namens klagers met een klacht over verweerster tot de deken gewend. Niet is gebleken dat klagers niet eerder dan op 15 juli 2022 hebben kunnen klagen. Het beroep op de uitzondering van artikel 46g lid 2 Advocatenwet gaat niet op. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:304 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-508/AL/MN
- Datum publicatie: 30-11-2023
- Datum uitspraak: 02-10-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:304
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van wederpartij. Verweerster mag in beginsel uitgaan van de waarheid van de informatie die zij van haar cliënte ontvangt. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:222 Raad van Discipline Amsterdam 23-712/A/A
- Datum publicatie: 30-11-2023
- Datum uitspraak: 27-11-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:222
Voorzittersbeslissing; klacht over de dienstverlening door de eigen advocaat in een strafzaak. De voorzitter is van oordeel dat de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is om tuchtrechtelijk verwijtbaar te zijn. Weliswaar heeft verweerder pas na het indienen van een klacht, gereageerd op het verzoek van klager om toezending van een afschrift van het proces-verbaal van verhoor, maar hiervoor heeft verweerder zijn verontschuldigingen aangeboden. Uit de reactie van het OM naar aanleiding van verweerders verzoek dat verweerder alsnog deed, volgt bovendien dat het OM nooit een kopie van het proces-verbaal zou toezenden nu de zaak bijna twee jaar geleden onvoorwaardelijk is geseponeerd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:305 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-528/AL/GLD
- Datum publicatie: 30-11-2023
- Datum uitspraak: 09-10-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:305
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat in de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Uit de overgelegde stukken blijkt dat verweerster klagers klacht zorgvuldig heeft beoordeeld en haar bevindingen gemotiveerd aan klager heeft toegelicht. Van een gedraging waardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad is niet gebleken. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:160 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1828
- Datum publicatie: 30-11-2023
- Datum uitspraak: 29-11-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:160
Klacht tegen plastisch chirurg. Klaagster is eind november 2012 geopereerd door een oncologisch chirurg (ook aangeklaagd: C2023/1827) en de plastisch chirurg. Deze operatie bestond uit een ablatio mammae (door de oncologisch chirurg) aan beide zijden en een directe reconstructie van de borst (door de plastisch chirurg) door middel van borstimplantaten. De operatie is ongecompliceerd verlopen. Begin december 2012 heeft klaagster contact opgenomen met de SEH vanwege een zwart rondje rondom de tepel. Twee dagen daarna heeft klaagster de polikliniek van de collega chirurg bezocht. Zij heeft twee collega’s in consult gevraagd. In de namiddag die dag heeft de plastisch chirurg klaagster gezien. Hij achtte haar toestand niet acuut, in die zin dat een opname was geïndiceerd en antibiotica voor. De plastisch chirurg heeft de dag erna onder lokale verdoving de necrose van de rechtertepel verwijderd. Na diverse vervolgingrepen is ook het implantaat verwijderd en is een tissue expander aangebracht. Twee dagen na deze operatie is een infectie ontstaan rondom de tissue expander en is deze onder narcose verwijderd. Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij niet aan klaagster heeft meegedeeld wie de hoofdbehandelaar was voor en na de operatie eind november 2012, dat hij de operatie eind november 2012 niet naar behoren heeft uitgevoerd en dat hij geen (hoofd)verantwoordelijkheid heeft genomen en klaagster niet naar behoren heeft behandeld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:223 Raad van Discipline Amsterdam 23-713/A/A
- Datum publicatie: 30-11-2023
- Datum uitspraak: 27-11-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:223
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtzaak. Op grond van de stukken is het de voorzitter onvoldoende gebleken dat verweerder bij de behartiging van de belangen van de ex-echtgenoot de belangen van klaagster onnodig heeft geschaad, danwel onnodig escalerend heeft opgetreden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:216 Hof van Discipline 's Gravenhage 230135
- Datum publicatie: 29-11-2023
- Datum uitspraak: 24-11-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:216
klacht tegen eigen advocaat. Klacht klaagster gaat in de kern om de vraag of verweerder als redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat klaagster heeft mogen adviseren een verzoekschrift tot vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter in te dienen, dan wel direct een (dagvaardings)procedure had moeten starten om de bestuurders van de voormalige vennootschap, klaagster werkgever, aansprakelijk te stellen en/of een kort geding had moeten starten teneinde een (voorschot) op loon dan wel schadevergoeding te krijgen. Het hof is van oordeel dat hoezeer de door verweerder gekozen processtrategie, naar uitsluitend juridische maatstaven gemeten, niet de juiste of meest optimale was, dit nog niet maakt dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het gaat hier om een keuze die tot de professionele vrijheid van verweerder als advocaat behoort. Het door klaagster ingestelde beroep slaagt niet. Klacht derhalve ongegrond. Wel is het hof van oordeel dat verweerder klaagster schriftelijk had moeten informeren over het gegeven advies en de voorgestelde strategie. Door dit na te laten heeft verweerder tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld. In zoverre is dit klachtonderdeel gegrond. Daarnaast heeft verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door pas na herhaald verzoek van klaagster het proces-verbaal van de zitting op te vragen. Niet is gebleken dat het proces-verbaal op korte termijn moest worden verkregen of dat klaagster enig nadeel heeft ondervonden. Het stond verweerder bovendien vrij zich naar aanleiding van een e-mail van klaagster direct aan de zaak te onttrekken. Klaagster heeft geen nadeel van de onttrekking ondervonden. Hoger beroep verweerder slaagt op dit punt. Klacht ongegrond, Maatregel van waarschuwing en veroordeling in de proceskosten.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:237 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-612/DH/RO
- Datum publicatie: 29-11-2023
- Datum uitspraak: 29-11-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:237
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van wederpartij in een echtscheidingsprocedure. Verweerster heeft in de echtscheidingsprocedure het standpunt van haar cliënt naar voren gebracht. Niet gebleken is dat de standpunten ongeoorloofd zijn, onnodig grievend zijn of onevenredig nadeel aan klaagster of haar zoon hebben toegebracht. Voor een inhoudelijke discussie is in het tuchtrecht geen plaats.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:217 Hof van Discipline 's Gravenhage 220291
- Datum publicatie: 29-11-2023
- Datum uitspraak: 24-11-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:217
Klacht tegen advocaat wederpartij. Klachten ongegrond. Klager heeft geen rechtens te respecteren belang bij het indienen van zijn klacht tegen verweerder nu ook zijn eigen advocaat dezelfde visie deelde als verweerder over de rechtsmacht van de Nederlandse rechter. Verweerder heeft belangen van zijn cliënte willen behartigen. Gelet op art. 10a Advw kan deze vrijheid niet ten gunste van een klager worden beknot. Van een nodeloos of op ontoelaatbare wijze schaden van de belangen van klager door verweerder is het hof niet gebleken. Omvang HB. Klager niet-ontvankelijk voor zover hij meent dat verweerder een proceskostenveroordeling zou moeten betalen om de kosten van de belastingbetaler te dekken omdat de fouten van verweerder het rechtssysteem hebben belast, nu klager geen belanghebbende is. Klager kan enkel opkomen tegen handelen of nalaten van verweerder waardoor klager rechtstreeks in zijn eigen belang is geraakt. Daarnaast is klager, gelet op art. 56 lid 1 aanhef onder sub a. Advw niet-ontvankelijk voor zover zijn beroep gericht is tegen de opgelegde maatregel.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:238 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-672/DH/RO
- Datum publicatie: 29-11-2023
- Datum uitspraak: 29-11-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:238
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Gelet op de voorgeschiedenis en context acht de voorzitter de gewraakte e-mail niet onbetamelijk.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:239 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-683/DH/DH
- Datum publicatie: 29-11-2023
- Datum uitspraak: 29-11-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:239
Voorzittersbeslissing. Klacht over belangenverstrengeling kennelijk ongegrond. Klager is geen (oud) cliënt.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:240 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-688/DH/OB
- Datum publicatie: 29-11-2023
- Datum uitspraak: 29-11-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:240
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:215 Hof van Discipline 's Gravenhage 230070
- Datum publicatie: 29-11-2023
- Datum uitspraak: 24-11-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:215
Klacht over eigen advocaat. bekrachtiging beslissing raad. Verweerster heeft de klacht gemotiveerd betwist. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat verweerster (onder andere) te laat heeft gehandeld, incidenteel hoger beroep heeft ingesteld zonder voorafgaand overleg met klager en onvoldoende bereikbaar was voor klager. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:138 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-374/DB/LI
- Datum publicatie: 28-11-2023
- Datum uitspraak: 20-11-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:138
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Anders dan klager betoogt, heeft verweerster verweer gevoerd tegen de gevorderde dwangsommen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:218 Raad van Discipline Amsterdam 23-689/A/A
- Datum publicatie: 28-11-2023
- Datum uitspraak: 20-11-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:218
Voorzittersbeslissing; Klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:255 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5631
- Datum publicatie: 28-11-2023
- Datum uitspraak: 28-11-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:255
Gegronde klacht tegen een openbaar apotheker. Klager (cosmetisch arts) heeft voor zichzelf een handgeschreven recept uitgeschreven voor een antibioticum. De apotheker heeft geweigerd de medicatie af te leveren omdat het recept handgeschreven was. Volgens klager heeft de apotheker op oneigenlijke gronden geweigerd de medicatie af te leveren waardoor hij is blootgesteld aan een onaanvaardbaar medisch risico. Het college is van oordeel dat de apotheker goede gronden had om terughoudend te zijn bij het uitgeven van de medicatie aan klager. Bij een handgeschreven recept is namelijk niet meteen duidelijk of een zorgvuldige risicoanalyse heeft plaatsgevonden. Verder heeft de apotheker onweersproken toegelicht dat hij in het systeem kon zien dat klager regelmatig voor zichzelf handgeschreven recepten uitschrijft, terwijl artsen wordt aangeraden terughoudend te zijn met het voorschrijven van geneesmiddelen voor eigen gebruik. De apotheker heeft ook onweersproken toegelicht dat de kuurlengte ongebruikelijk lang was. Volgens het college getuigt het dan ook van zorgvuldigheid dat de apotheker de medicatie in deze omstandigheden niet zonder meer heeft afgeleverd. Het lag evenwel op de weg van de apotheker om het gesprek aan te gaan met klager. Om duidelijk te krijgen of één van de uitzonderingssituaties van artikel 4 van de KNMG-richtlijn elektronisch voorschrijven zich voordeed. Tot dit inhoudelijke gesprek is het niet gekomen. Het college kan niet vaststellen wie daarvan een verwijt valt te maken. Dit laat onverlet dat de apotheker klager in dit geval had moeten helpen en het afleveren van de medicatie niet had mogen weigeren. In het bijzonder omdat het een antibioticum betrof. In het algemeen geldt immers dat zo snel mogelijk met een antibioticakuur moet worden gestart. De apotheker had er bovendien voor kunnen kiezen voorlopig een kleinere hoeveelheid mee te geven. Gelet op het voorgaande acht het college een waarschuwing een passende maatregel.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:215 Raad van Discipline Amsterdam 23-175/A/A
- Datum publicatie: 28-11-2023
- Datum uitspraak: 20-11-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:215
Raadsbeslissing; Gedeeltelijk gegronde klacht over de dienstverlening door de eigen advocaat. Het gedrag van verweerder heeft niet voldaan aan de professionele standaard, inhoudende dat een advocaat dient te handelen met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht. Verweerder heeft niet alleen nagelaten klaagster schriftelijk te waarschuwen dat de vaste prijsafspraak niet meer gold en hij per uur zou gaan declareren, maar bovendien verzuimd om vervolgens periodiek en deugdelijk gespecificeerde declaraties te versturen. Door dit na te laten heeft verweerder wegens strijd met gedragsregels 16 lid 1 en 2 en 17 lid 2 en 4 tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Mede gelet op verweerders blanco tuchtrechtelijk verleden acht de raad een waarschuwing in dit geval passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:214 Hof van Discipline 's Gravenhage 220305
- Datum publicatie: 28-11-2023
- Datum uitspraak: 24-11-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:214
Klacht tegen advocaat wederpartij. Volgens klaagster zijn de uitlatingen van verweerder over de vermeende liefdesleven van klaagster en het herhaalde gebruik van het woord 'labiel' of 'hoer' in de verweerschriften en e-mailberichten onnodig grievend en niet functioneel in het kader van de echtscheidingszaak. Het hof ziet dit anders. De gewraakte uitlatingen dienen te worden bezien tegen de achtergrond van het tussen partijen bestaande geschil over de wijze waarop door beide partijen invulling werd gegeven aan het ouderschap en zijn in dat kader functioneel. Het hof is verder van oordeel dat de wijze waarop verweerder dit heeft gedaan, weliswaar geen schoonheidsprijs, maar evenmin het predicaat onnodig grievend verdient. Ten aanzien van het gebruik van het woord 'labiel' weegt het hof mee dat verweerder daarmee het standpunt van zijn cliënt verwoordde en het woord niet gebruikte in medische zin, maar ter aanduiding van ambigu gedrag. Voor het gebruik van het woord 'hoer' geldt dat dit deel uitmaakt van een citaat en dat niet uit de mond van verweerder of diens cliënt maar - volgens verweerders cliënt - uit die van roddelende derden is opgetekend. Verweerder heeft op de juistheid daarvan mogen afgaan. Tegen deze achtergrond is de citaat niet onnodig grievend. Conclusie hof: lat van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen niet gehaald. Vernietiging beslissing raad. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:136 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-172/DB/OB
- Datum publicatie: 28-11-2023
- Datum uitspraak: 20-11-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:136
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.