Zoekresultaten 47101-47150 van de 47364 resultaten

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0159 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE0712

    Het 5x ter slacht aanbieden van vleeskuikens terwijl de bijbehorende onderzoeksresultaten, gericht op de aan- of afwezigheid van Salmonella, niet meer geldig waren (ouder dan 21 dagen). Na brief van ISAcert heeft betrokkene actie ondernomen door ervoor te zorgen dat hij de monstername voortaan zelf in de hand houdt, en doordat hij de communicatie per post heeft veranderd naar een snellere en meer betrouwbare manier, via e-mail. Mede gelet daarop evenals de grote mate van goede wil van betrokkene legt het Tuchtgerecht voor de 5 overtredingen eenmaal de standaard sanctie op. Gezien de recidive legt het Tuchtgerecht de sanctie geheel onvoorwaardelijk op.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0160 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE0612

    Betreft het niet laten uitvoeren van de Actieplan-controle en het niet dan wel onvoldoende medewerking verlenen aan het toezicht op de naleving. Betrokkene heeft niet gereageerd op brieven van het Productschap en van de controleur. Hij geeft zelfs aan de brieven van het Productschap (bewust) niet te lezen. Dat getuigt naar het oordeel van het Tuchtgerecht niet van zorgvuldige bedrijfsvoering. Voor het niet laten uitvoeren van de Actieplancontrole 2011 wordt aan betrokkene een geldboete opgelegd. Ten aanzien van het verwijt dat betrokkene geen dan wel onvoldoende medewerking heeft verleend aan het toezicht op de naleving, oordeelt het Tuchtgerecht dat aan de controleur verschillende mogelijkheden openstaan om toezicht uit te voeren, in artikel 22 lid 2 a t/m d van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011. Pas wanneer de ondernemer weigerachtig blijkt om aan die concrete verplichtingen te voldoen, zal het Productschap concrete overtredingen van 22 lid 2 kunnen vaststellen, waar mogelijk ook tuchtrechtelijke maatregelen bij passen. Art 22, lid 2 onder e moet in dit licht gezien worden als een restbepaling.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0161 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1112

    Betreft het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in stal 2. 15.186 vleeskuikenouderdieren hebben omgerekend per dier een vloeroppervlak van 1.147 cm2 gehad in plaats van de vereiste 1.300 cm2. Het verweer van betrokkene dat er minder uitval was tijdens de opfok, houdt geen stand. Door teveel dieren te bestellen neemt betrokkene het risico dat bij een geringe uitval de welzijnsnormen zullen worden overschreden. Dat risico komt voor zijn rekening. Dat in dit geval de bestelling wellicht al door de voorganger van betrokkene is geplaatst, neemt de verantwoordelijkheid niet weg bij betrokkene, die het bedrijf met alle lasten heeft overgenomen. Naast het sanctioneren van de overtreding van de welzijnsnorm beoogt het Tuchtgerecht het economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Het Tuchtgerecht oordeelt dat in deze zaak betrokkene mogelijk economisch voordeel heeft behaald, aangezien vast is komen te staan dat er op het totale bedrijf meer dieren werden gehouden dan de norm toeliet. Er was niet enkel sprake van een foute verdeling, zoals betrokkene betoogt. Ook met meeweging van de aantallen dieren in stal 1 werden er op het totale bedrijf in totaal 1.000 dieren teveel gehouden. Ten aanzien van de overtreding van de welzijnsnorm telt het feit dat het welzijn van alle dieren in stal 2 in het geding is gekomen. Dat is een ernstig feit en het Tuchtgerecht legt hiervoor een geldboete op, deels voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0162 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1212

    Betrokkene werd verweten vier keer geen bloedonderzoeken te hebben laten uitvoeren op het effect van vaccinatie tegen NCD in de periode van 26 oktober 2010 tot en met 24 oktober 2011. Bij nadere beschouwing geeft het Productschap aan dat is gebleken dat de GD een verkeerde technische aanpak heeft gekozen wat betreft de uitleg van de begrippen “koppel” en “van dezelfde leeftijd”. Het Productschap trekt de zaak in. Het Tuchtgerecht staakt de behandeling en onthoudt zich van een inhoudelijk oordeel.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0163 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1312

    Betreft het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in stal 1, 4 en 5. De vleeskuikenouderdieren hebben omgerekend per dier een vloeroppervlak van respectievelijk 1.134 cm2 (stal 1), 1.264 cm2 (stal 4) en 1.240 cm2 (stal 5) gehad . Artikel 4, onder a., van de Verordening welzijnsnormen vleeskuikenouderdieren 2003 schrijft voor dat per vleeskuikenouderdier een vloeroppervlakte van ten minste 1.300 cm2 beschikbaar is. Ter zitting is aangevoerd dat op de leeftijd van 24 weken bij het bedrijf van betrokkene 600 hennen zijn weggehaald en naar de slachterij gebracht, waardoor op het bedrijf geen sprake meer is geweest van economisch voordeel. Het Tuchtgerecht constateert dat de onderzoeksnorm 22 weken is en dat er op dat moment geteld wordt. Naast het sanctioneren van de overtreding van de welzijnsnorm beoogt het Tuchtgerecht het economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Daarbij gaat het Tuchtgerecht uit van het totaal aantal dieren dat werd gehouden op het gehele bedrijf afgezet tegen het maximale aantal dieren dat op het bedrijf gehouden mag worden. In deze zaak oordeelt het Tuchtgerecht dat betrokkene mogelijk economisch voordeel heeft behaald, aangezien vast is komen te staan dat de minimum-oppervlaktegrens is overschreden met 6,5% (in stal 1), 2,9% (in stal 4) en 4,8% (in stal 5). Dit betekent concreet dat de pluimveehouder teveel dieren hield op de beschikbare ruimte in de stal, waarbij als geobjectiveerd winstbedrag € 3,- per dier wordt gehanteerd. Het Tuchtgerecht houdt rekening met het feit, dat de ondernemer door ziekte ongeveer 20% verlies heeft gehad op het totale bedrijf. Zodoende zal van de 1.261 dieren die teveel op het bedrijf waren, ook ongeveer 20% verloren zijn gegaan. Ten aanzien van de overtreding van de welzijnsnorm oordeelt het Tuchtgerecht dat, door de overschrijding van de norm, het welzijn van alle dieren in de stallen 1, 4 en 5 is geschaad. Dat is een ernstig feit en het Tuchtgerecht legt hiervoor een geldboete op, deels voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0164 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1412

    Betreft het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in stal 1. 6.519 vleeskuikenouderdieren hebben omgerekend per dier een vloeroppervlak van 1.243 cm2 gehad in plaats van de vereiste 1.300 cm2. Het verweer van betrokkene dat hij na aftrek van 100 afgevoerde hanen op een leeftijd van 24,5 week zou uitkomen op 1.262 cm2 per dier houdt geen stand. Het Tuchtgerecht oordeelt dat de onderzoeksnorm 22 weken is en dat op dat moment geteld is, inclusief de hanen. De ondernemer is te allen tijde verantwoordelijk voor de juiste naleving van de regelgeving op zijn bedrijf. Door teveel dieren in de stallen te zetten, ook al is dit naar de mening van betrokkene voor een korte periode, neemt betrokkene het risico dat de welzijnsnormen worden overschreden. Naast het sanctioneren van de overtreding van de welzijnsnorm beoogt het Tuchtgerecht het economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Het Tuchtgerecht oordeelt dat in deze zaak betrokkene mogelijk economisch voordeel heeft behaald, aangezien vast is komen te staan dat er op het totale bedrijf meer dieren werden gehouden dan de norm toeliet. Ten aanzien van de overtreding van de welzijnsnorm telt het feit dat het welzijn van alle dieren in stal 1 in het geding is gekomen. Dat is een ernstig feit en het Tuchtgerecht legt hiervoor een geldboete op, deels voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0165 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1512

    Betreft het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in stal 1. 9.825 vleeskuikenouderdieren hebben omgerekend per dier een vloeroppervlak van 1.071 cm2 gehad in plaats van de vereiste 1.300 cm2. Betrokkene heeft aangevoerd dat de regelgeving niet eenduidig is. Voor de mestwetgeving worden de dieren aangemerkt al legouderdieren en voor de welzijnsnormen zijn het vleeskuikenouderdieren. Daarnaast stelt de ondernemer dat een te lage bezetting in de winter voor een te lage temperatuur in de stal zorgt. Het Productschap heeft ter zitting aangevoerd dat regelgeving wellicht niet eenduidig is, omdat regelgeving van verschillende instanties bestaat ten aanzien van verschillende onderwerpen. Wat betreft dierenwelzijn zijn er voor legmoederdieren geen aparte welzijnsnormen en deze vallen onder de normen voor vleeskuikenouderdieren. De normen zijn opgesteld in samenspraak met de NVP, de NOP en de Dierenbescherming. Het Tuchtgerecht merkt op dat de ondernemer te allen tijde verantwoordelijk is voor de juiste naleving van de regelgeving op zijn bedrijf. Het is een ondernemersbeslissing om dwergmoederdieren te gaan houden en het is dus ook zijn beslissing om dat op goede wijze te doen, zowel (onder andere) klimaattechnisch als inzake de welzijnsnormen. Naast het sanctioneren van de overtreding van de welzijnsnorm beoogt het Tuchtgerecht het economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Het Tuchtgerecht oordeelt dat in deze zaak betrokkene mogelijk economisch voordeel heeft behaald, aangezien vast is komen te staan dat er op het bedrijf in totaal 1.733 dieren boven de norm werden gehouden, ten aanzien waarvan een geobjectiveerd winstbedrag wordt gehanteerd van € 3,- per dier. Ten aanzien van de overtreding van de welzijnsnorm telt het feit dat het welzijn van alle dieren in stal 1 in het geding is gekomen. Dat is een ernstig feit en het Tuchtgerecht legt hiervoor een geldboete op, deels voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0166 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1612

    Betreft het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in stal 1 en 2. In totaal 14.638 vleeskuikenouderdieren hebben omgerekend per dier een vloeroppervlak van 1.259,9 cm2 per vleeskuikenouderdier in stal 1 en 1.239,6 per vleeskuikenouderdier in stal 2 gehad in plaats van de vereiste 1.300 cm2. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij – door de afnameplicht bij de opfokker – meer dieren heeft gekregen dan hij had besteld. Het Tuchtgerecht oordeelt dat de ondernemer te allen tijde verantwoordelijk is voor de juiste naleving van de regelgeving op zijn bedrijf. Welke afspraken hij maakt met de opfokker komt voor zijn rekening en risico. Door teveel dieren aan te nemen neemt betrokkene het risico dat de welzijnsnormen worden overschreden. Naast het sanctioneren van de overtreding van de welzijnsnorm beoogt het Tuchtgerecht het economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Het Tuchtgerecht oordeelt dat in deze zaak betrokkene mogelijk economisch voordeel heeft behaald, aangezien vast is komen te staan dat er op het bedrijf in totaal 566 dieren boven de norm werden gehouden, ten aanzien waarvan een geobjectiveerd winstbedrag wordt gehanteerd van € 3,- per dier. Ten aanzien van de overtreding van de welzijnsnorm telt het feit dat het welzijn van alle dieren in stal 1 en 2 in het geding is gekomen. Dat is een ernstig feit en het Tuchtgerecht legt hiervoor een geldboete op, deels voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0167 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1712

    Betreft het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in stal 1, 2 en 3. In totaal 36.685 vleeskuikenouderdieren hebben omgerekend per dier een vloeroppervlak van 1.227,5 cm2 per vleeskuikenouderdier in stal 1, 1.251,1 cm2 per dier in stal 2 en 1.235,2 per dier in stal 3 gehad in plaats van de vereiste 1.300 cm2. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij – door de afnameplicht bij de opfokker – meer dieren heeft gekregen dan hij had besteld. Het Tuchtgerecht oordeelt dat de ondernemer te allen tijde verantwoordelijk is voor de juiste naleving van de regelgeving op zijn bedrijf. Welke afspraken hij maakt met de opfokker komt voor zijn rekening en risico. Door teveel dieren aan te nemen neemt betrokkene het risico dat de welzijnsnormen worden overschreden. Door de overschrijding van de norm het welzijn van alle dieren – en dus niet alleen van het teveel aan dieren per stal – is geschaad. Alle dieren hebben geleden onder het tekort aan vloeroppervlak. De overtreding wordt aangemerkt als zeer ernstig . Naast het sanctioneren van de overtreding van de welzijnsnorm beoogt het Tuchtgerecht het economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Vast is komen te staan dat er op het bedrijf in totaal 1.745 dieren boven de norm werden gehouden, ten aanzien waarvan een geobjectiveerd winstbedrag wordt gehanteerd van € 3,- per dier.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0168 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1912

    Betreft het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in de stallen 1 en 2. In totaal 9.457 vleeskuikenouderdieren hebben omgerekend per dier een vloeroppervlak van 1.128 cm2 per vleeskuikenouderdier in stal 1 en 1.129 cm2 per dier in stal 2 gehad in plaats van de vereiste 1.300 cm2. Betrokke houdt dwergmoederdieren en heeft aangevoerd dat de regelgeving bij het ministerie van EL&I anders is dan bij het Productschap. Daarnaast stelt hij dat het economisch en klimaattechnisch (te koud in de stallen) niet haalbaar zou zijn zich te houden aan de welzijnsnorm van 1.300 cm2 per dier. De regelgeving betreft verschillende onderwerpen. Betrokkene heeft gerefereerd aan milieunormen van het ministerie van EL&I. Wat betreft dierenwelzijn zijn er voor legmoederdieren geen aparte welzijnsnormen en deze vallen onder de normen voor vleeskuikenouderdieren. De ondernemer te allen tijde verantwoordelijk voor de juiste naleving van de regelgeving op zijn bedrijf. Het is een ondernemersbeslissing om dwergmoederdieren te gaan houden en het is dus ook zijn beslissing om dat op goede wijze te doen, zowel economisch, klimaattechnisch als inzake de welzijnsnormen. Door de overschrijding van de norm het welzijn van alle dieren – en dus niet alleen van het teveel aan dieren per stal – is geschaad. Alle dieren hebben geleden onder het tekort aan vloeroppervlak. De overtreding wordt aangemerkt als zeer ernstig. Naast het sanctioneren van de overtreding van de welzijnsnorm beoogt het Tuchtgerecht het economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Vast is komen te staan dat er op het bedrijf in totaal 1.365 dieren boven de norm werden gehouden, ten aanzien waarvan een geobjectiveerd winstbedrag wordt gehanteerd van € 3,- per dier.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0169 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1212

    Betrokkene werd verweten vier keer geen bloedonderzoeken te hebben laten uitvoeren op het effect van vaccinatie tegen NCD in de periode van 26 oktober 2010 tot en met 24 oktober 2011. Bij nadere beschouwing geeft het Productschap aan dat is gebleken dat de GD een verkeerde technische aanpak heeft gekozen wat betreft de uitleg van de begrippen “koppel” en “van dezelfde leeftijd”. Het Productschap trekt de zaak in. Het Tuchtgerecht staakt de behandeling en onthoudt zich van een inhoudelijk oordeel.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:1 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1912

    Betreft het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in de stallen 1 en 2. Nu namens het Productschap ter zitting is aangegeven dat het niet onmogelijk is dat de bezettingsnorm voor Hubbard JA ouderdieren in de nabije toekomst naar beneden zal worden bijgesteld (zodat er meer ouderdieren van voormeld diertype per m2 kunnen worden opgezet), concludeert het Tuchtgerecht dat in deze zaak sprake is van een wetgevingsproces dat in beweging is. Daarbij gaat het om een beperkt aantal gevallen in de sector, waarbij de betrokken ondernemers als pioniers optreden. De drie thans aangebrachte zaken worden door het Tuchtgerecht op gelijke wijze behandeld. Stelt vast, dat betrokkene de verweten gedraging heeft begaan, maar legt daarvoor geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:10 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE0813

    7x niet binnen de voorgeschreven termijnen zorg dragen voor een onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels. Onderdeel van het “Plan van Aanpak” voor de pluimveesector, opgesteld om besmettingen van pluimvee met Salmonella en Campylobacter terug te dringen, is de monitoring van de salmonellastatus van het koppel gedurende de legperiode. Het is immers van het grootste belang om, als een salmonellabesmetting zich voordoet, deze zo spoedig mogelijk te constateren. Daarom is een schema afgesproken, vastgelegd in de regelgeving. Hoe meer van dat schema wordt afgeweken, hoe minder zicht er is op de salmonellastatus van de dieren. In het geval van betrokkene is vast komen te staan dat in 7 gevallen de onderzoeken naar de aanwezigheid van Salmonella te vroeg of te laat hebben plaatsgevonden, waaronder een overschrijding van zes weken en een overschrijding van 18 weken, wat hem ernstig wordt aangerekend. Voor deze 7 overtredingen wordt één tuchtrechtelijke maatregel opgelegd, een geldboete van € 5.400, waarvan € 4.000 voorwaardelijk, proeftijd twee jaar.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:11 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE0913

    2x niet binnen de voorgeschreven termijnen zorg dragen voor een onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels. Onderdeel van het “Plan van Aanpak” voor de pluimveesector, opgesteld om besmettingen van pluimvee met Salmonella en Campylobacter terug te dringen, is de monitoring van de salmonellastatus van het koppel gedurende de legperiode. Het is immers van het grootste belang om, als een salmonellabesmetting zich voordoet, deze zo spoedig mogelijk te constateren. Daarom is een schema afgesproken, vastgelegd in de regelgeving. In het geval van betrokkene is e en keer drie dagen te laat en een keer twee weken en vijf dagen te laat onderzoek gedaan. Voor deze overtredingen wordt één geldboete van € 200 opgelegd, waarvan € 50 voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:12 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1013

    2x niet binnen de voorgeschreven termijnen zorg dragen voor een onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels . Op 30 januari en op 30 mei 2012 zijn steeds twee onderzoeken uitgevoerd, waarbij het twee stallen op dezelfde locatie betreft. De eerste onderzoeken waren 2 dagen te laat en de tweede onderzoeken waren 2 weken en 1 dag te laat. Dit in aanmerking nemende concludeert het Tuchtgerecht dat deze twee overtredingen ten aanzien van beide koppels gezien moeten worden als steeds één gecombineerd feitencomplex. Volgt een geldboete van € 1.000 waarvan € 250 voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:13 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1113

    7x niet binnen de voorgeschreven termijnen zorg dragen voor een onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels . Onderdeel van het “Plan van Aanpak” voor de pluimveesector, opgesteld om besmettingen van pluimvee met Salmonella en Campylobacter terug te dringen, is de monitoring van de salmonellastatus van het koppel gedurende de legperiode. Het is immers van het grootste belang om, als een salmonellabesmetting zich voordoet, deze zo spoedig mogelijk te constateren. Daarom is een schema afgesproken, vastgelegd in de regelgeving. Door de ondernemer is aangevoerd dat de onderzoeken soms te laat zijn uitgevoerd omdat hij deze zoveel mogelijk in alle stallen op dezelfde dag neemt en dan door het leeftijdsverschil tussen de koppels de tijd tussen de onderzoeken soms wat langer is. Het Tuchtgerecht merkt op dat het een ondernemersbeslissing is om de onderzoeken op een dag te willen bundelen en daarmee ook om dat op goede wijze te doen. Volgt een geldboete van € 1.250 onvoorwaardelijk, alsmede de tenuitvoerlegging van de bij uitspraak van 29 november 2011 voorwaardelijk opgelegde boete van € 600.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:14 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1213

    2x niet binnen de voorgeschreven termijnen zorg dragen voor een onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels . Onderdeel van het “Plan van Aanpak” voor de pluimveesector is de monitoring van de salmonellastatus van het koppel gedurende de legperiode. Het is immers van het grootste belang om, als een salmonellabesmetting zich voordoet, deze zo spoedig mogelijk te constateren. Daarom is een schema afgesproken, vastgelegd in de regelgeving. In casu hebben in twee gevallen de onderzoeken naar de aanwezigheid van Salmonella te laat plaatsgehad; een keer twee dagen te laat en een keer zes weken te laat. Voor deze overtredingen wordt een geldboete opgelegd van € 400, waarvan € 100 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:15 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1313

    7x niet binnen de voorgeschreven termijnen zorg dragen voor een onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels . Als verweer heeft betrokkene verklaard dat hij in de veronderstelling was dat de eerste monstername tussen de 22e en de 30e week genomen moest worden. Het Tuchtgerecht oordeelt dat die termijn nooit aan de orde is geweest en dat het Productschap ruime aandacht heeft besteed aan de bekendmaking van deze regelgeving. Sinds de inwerkingtreding in februari 2008 zijn alle bedrijven individueel geïnformeerd en er is daarna regelmatig, ook recent nog, over gecommuniceerd naar de sector. Voor de 7 overtredingen wordt een geldboete van € 1.750 opgelegd, waarvan € 875 voorwaardelijk, proeftijd twee jaar.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:16 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1413

    2x niet binnen de voorgeschreven termijnen zorg dragen voor een onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels . In het geval van betrokkene is het onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella een keer zeven weken te laat en een keer twee dagen te laat uitgevoerd; volgt een geldboete van € 300, waarvan € 75 voorwaardelijk, proeftijd twee jaar.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:17 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1513

    Eenmaal niet binnen de voorgeschreven termijnen zorg dragen voor een onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels . In het geval van betrokkene is het onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella een keer 3 weken en 1 dag te laat uitgevoerd; volgt een geldboete van € 500, waarvan € 125 voorwaardelijk, proeftijd twee jaar. Betrokkene heeft als verweer gevoerd monsters naar het laboratorium te hebben gezonden, wat echter geen salmonellaonderzoeken meer uitvoerde. Betrokkene zegt de e-mail van het laboratorium daarover niet te hebben ontvangen. Nu betrokkene niet ter zitting is verschenen om een en ander met bewijzen te staven, kan het Tuchtgerecht met dit feit geen rekening houden.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:18 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE3913

    Betreft het niet binnen de voorgeschreven termijnen laten uitvoeren van onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels. Het eerste onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella dient plaats te vinden op een leeftijd van de leghennen van minimaal 22 weken en maximaal 26 weken en vervolgens ten minste één maal per 15 weken. Dit is op het pluimveebedrijf van betrokkene drie maal te laat uitgevoerd. Er wordt een geldboete van 1.500 euro opgelegd waarvan 750 euro voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:19 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE3813-vz

    Uitspraak van de voorzitter van het Tuchtgerecht. Met betrekking tot het koppel met als geboortedatum 6 mei 2011 zijn de vervolgonderzoeken naar de aanwezigheid van Salmonella die maximaal per iedere 15 weken moeten worden verricht, twee maal te laat uitgevoerd. Volgt een geldboete van € 120, waarvan € 30 voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:2 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1512

    Betreft het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in stal 1. Nu namens het Productschap ter zitting is aangegeven dat het niet onmogelijk is dat de bezettingsnorm voor Hubbard JA ouderdieren in de nabije toekomst naar beneden zal worden bijgesteld (zodat er meer ouderdieren van voormeld diertype per m2 kunnen worden opgezet), concludeert het Tuchtgerecht dat in deze zaak sprake is van een wetgevingsproces dat in beweging is. Daarbij gaat het om een beperkt aantal gevallen in de sector, waarbij de betrokken ondernemers als pioniers optreden. De drie thans aangebrachte zaken worden door het Tuchtgerecht op gelijke wijze behandeld. Stelt vast, dat betrokkene de verweten gedraging heeft begaan, maar legt daarvoor geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:20 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE3713

    Geen dan wel onvoldoende bloedonderzoek naar het effect van vaccinatie tegen de ziekte Newcastle Disease (NCD) uitgevoerd. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij door het dispuut met zijn dierenarts te laat heeft vernomen dat het bloedtappen op vier locaties niet had plaatsgevonden. Het Tuchtgerecht oordeelt dat de ondernemer toch altijd zelf verantwoordelijk blijft voor de gang van zaken op zijn bedrijf. Wel trof ondernemer maatregelen om herhaling in de toekomst te voorkomen. Boete van € 2.250,-, voor de helft voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:21 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE3613-vz

    Uitspraak van de voorzitter van het Tuchtgerecht. Op het bedrijf van betrokkene werden 5.375 vleeskuikenouderdieren gehouden op een vloeroppervlakte van omgerekend 1.263 cm2 per dier in plaats van ten minste 1.300 cm2. Betreft naar oordeel van de voorzitter van het Tuchtgerecht een kennelijk incident. Ontbreken van informatie in het berechtingsrapport om mogelijk economische voordeel te kunnen bepalen wordt in het voordeel van betrokkene uitgelegd, waarbij het Tuchtgerecht rekening houdt met de mogelijkheid dat bij een goede verdeling over de stallen er inderdaad geen probleem was geweest en dus ook geen economisch voordeel voor de ondernemer.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:22 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE3513

    Op het bedrijf van betrokkene werden 15.842 vleeskuikenouderdieren gehouden op een vloeroppervlakte van omgerekend 1.230 cm2 per dier in plaats van ten minste 1.300 cm2. Betrokkene kreeg teveel dieren geleverd door de opfokorganisatie; hij wil dit in de toekomst voorkomen door het risico voor teveel leveren daar laten waar het thuishoort: bij de opfokorganisatie.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:23 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE3413

    In de stallen 1 tot en met 5 werden in totaal 49.891 vleeskuikenouderdieren gehouden op een vloeroppervlakte van omgerekend respectievelijk 1.239 cm2 per vleeskuikenouderdier in stal 1 en in stal 5, 1.237 cm2 per dier in stal 2, 1.227 per dier in stal 3 en 1.259 per dier in stal 4, in plaats van ten minste 1.300 cm2 per dier. Het Tuchtgerecht stelt onder meer dat betrokkene mogelijk economisch voordeel heeft gehad, doordat meer dieren werden gehouden dan de norm toeliet. Het Tuchtgerecht beoogt dit economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Totale boete € 4.500 waarvan € 500 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:24 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE3313-vz

    Uitspraak van de voorzitter van het Tuchtgerecht. Met betrekking tot het koppel met als geboortedatum 15 december 2012 is het eerste onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella te laat uitgevoerd. Een geldboete van € 150 (zegge: eenhonderdvijftig euro) onvoorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:25 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE3213-vz

    Uitspraak van de voorzitter van het Tuchtgerecht. Het vervolgonderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella, dat maximaal per iedere 15 weken moeten worden verricht, is eenmaal te laat uitgevoerd. De voorzitter van het Tuchtgerecht houdt rekening met de opstartproblemen bij het eerste koppel en de maatregelen die zijn getroffen om herhaling in de toekomst te voorkomen. Volgt een boete van 299 euro onvoorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:26 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE3113

    Betreft het niet binnen de voorgeschreven termijnen laten uitvoeren van onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels. Dit is op het pluimveebedrijf van betrokkene drie maal te laat uitgevoerd. Het Tuchtgerecht houdt rekening met het feit dat ter zitting is gebleken dat betrokkene een goed besef heeft van het belang van de regels in verband met het consumentenvertrouwen en dat hij zich inspant om herhaling in de toekomst te voorkomen. Dit leidt ertoe dat het Tuchtgerecht de geldboete met een groter deel voorwaardelijk dan gebruikelijk oplegt.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:27 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2813

    Onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels is op het pluimveebedrijf van betrokkene twee maal te laat uitgevoerd. Het Tuchtgerecht constateert dat betrokkene ook op 28 juni 2010 door het Tuchtgerecht is veroordeeld en dat er nu binnen de proeftijd van twee jaar opnieuw een overtreding is geconstateerd. Daarom wordt de boete van 1.300 euro geheel onvoorwaardelijk opgelegd.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:28 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1613

    Nadat op het bedrijf van betrokkene in een vleeskuikenstal een besmetting met Salmonella Ohio was vastgesteld, is niet aan de eis voldaan een stalonderzoek (in de gereinigde en ontsmette stal) door een erkende HOSOWO-instantie te laten uitvoeren, ter controle op de aanwezigheid van Salmonella. Verweer van betrokkene over verkeerde voorlichting door de dierenarts, en al jaren geen besmetting meegemaakt waardoor de regels niet duidelijk voor ogen stonden, worden door het Tuchtgerecht verworpen. Volgt een geldboete, deels voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:29 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1713

    Onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels is op het pluimveebedrijf van betrokkene drie maal te laat uitgevoerd. Ondernemers in de sector zijn soms van mening dat een kleine overschrijding van de termijn niet zo belangrijk is. Het Tuchtgerecht benadrukt dat het uitgangspunt van de regeling is, dat de eerste monstername gebeurt met 24 weken. Er is vervolgens in de regeling zelf voor de ondernemer een marge ingebouwd van 2 weken tijd voor en 2 weken tijd na dit ijkpunt van 24 weken om uitvoering te geven aan de monstername. Kortom: de ondernemer heeft hiervoor een maand de tijd. Vindt de monstername vervolgens daarvoor of daarna plaats, dan is de ondernemer, naar het oordeel van het Tuchtgerecht, in gebreke.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:3 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE0113

    Betreft het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in stal 1. In totaal 9.416 vleeskuikenouderdieren hebben omgerekend per dier een vloeroppervlak van 1.186 cm2 per vleeskuikenouderdier gehad in plaats van de vereiste 1.300 cm2. Dit betekent een overschrijding van de norm met 6,2 %. B etrokkene houddt Hubbard JA kippen, met een lager gewicht dan de traditionele vleeskuikenouderdieren. Hij voert aan dat deze dieren meer overeenkomsten hebben met legouderdieren en dat de regels daarop aangepast dienen te worden. Betrokkene heeft bewust meer dieren opgezet, echter wel binnen de norm van de meststoffenwet. Daarmee heeft hij bedoeld – toen hij bij de diverse instanties geen gehoor kreeg – de zaak aan de kaak te stellen. Nu namens het Productschap ter zitting is aangegeven dat het niet onmogelijk is dat de bezettingsnorm voor Hubbard JA ouderdieren in de nabije toekomst naar beneden zal worden bijgesteld (zodat er meer ouderdieren van voormeld diertype per m2 kunnen worden opgezet), concludeert het Tuchtgerecht dat in deze zaak sprake is van een wetgevingsproces dat in beweging is. Daarbij gaat het om een beperkt aantal gevallen in de sector, waarbij de betrokken ondernemers als pioniers optreden. De drie thans aangebrachte zaken worden door het Tuchtgerecht op gelijke wijze behandeld. Stelt vast, dat betrokkene de verweten gedraging heeft begaan, maar legt daarvoor geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:30 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1813

    Nadat op 3 februari 2012 op het bedrijf van betrokkene een besmetting met Salmonella Typhimurium was vastgesteld in de stal L6+15 en later, te weten op 12 april 2012, ook in de stal 13+16, is niet aan de eis voldaan een stalonderzoek (in de gereinigde en ontsmette stallen) door een erkende HOSOWO-instantie te laten uitvoeren. Betrokkene heeft aangevoerd dat het systeem met de overschoentjes niet waterdicht is omdat hij eerst positief en later weer negatief testte. Dit verweer wordt door het Tuchtgerecht verworpen. Als er geen Salmonella wordt aangetroffen, was het er niet of is het niet gevonden; maar als het wel wordt aangetroffen, moet men ervan uitgaan dat het er is en daarnaar handelen. Ook het verweer van betrokkene dat het aanleveren van kippen elke week doorgaat en dat hij daarom geen eindcontrole heeft gedaan, wordt verworpen. Ondernemer dient zich, net als alle ondernemers in de sector, te houden aan de maatregelen die zijn bepaald ten behoeve van de volksgezondheid. Een individuele ondernemer heeft niet de vrijheid zelf te bepalen welke maatregelen hij wel of niet zal toepassen. Geldboete van € 1.500, waarvan € 750 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:31 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1913

    Nadat een besmetting met Salmonella Infantis was vastgesteld in stal 2 op het bedrijf van betrokkene, is niet aan de eis voldaan een stalonderzoek (in de gereinigde en ontsmette stal) door een erkende HOSOWO-instantie te laten uitvoeren. Betrokkene dacht dat het uitvoeren van een swabonderzoek niet nodig was bij dit type Salmonella. Dit verweer wordt door het Tuchtgerecht verworpen. Het is de verantwoordelijkheid van de ondernemer om zich nauwgezet op de hoogte te stellen van de geldende verplichtingen.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:32 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2013

    Nadat op het bedrijf van betrokkene een besmetting met Salmonella Enteritidis was vastgesteld is niet voldaan aan het vereiste om de eieren van het betrokken koppel leghennen te merken met één van de drie toegestane codes. In totaal zijn 387.900 eieren afgezet, op 4 verschillende momenten. Er wordt een geldboete opgelegd.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:33 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2113

    In twee stallen hadden per stal 30 monsters moeten zijn afgenomen, en niet 30 monsters in totaal, ten behoeve van het onderzoek naar het effect van vaccinatie tegen NCD, vier maal. Het Tuchtgerecht ziet zich gesteld voor de vraag of hier sprake is van één stal of twee stallen; ooordeelt dat de betreffende ruimtes aangemerkt dienen te worden als afzonderlijke stallen en dat zowel in stal 1 als in stal 2 steeds 30 bloedmonsters genomen hadden moeten worden. Er wordt een sanctie opgelegd.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:34 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2213

    Onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels is op het pluimveebedrijf van betrokkene drie maal te laat uitgevoerd. Volgt een geldboete van € 1.000, waarvan € 500 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:35 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2313

    Onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels is op het pluimveebedrijf van betrokkene twee maal te laat of te vroeg uitgevoerd. In zijn schriftelijke verweer is door betrokkene aangevoerd dat hij de geconstateerde overtreding van 2 dagen te vroeg “kleinzielig” vindt. Het Tuchtgerecht merkt op dat in het geval van betrokkene de overschrijding van de termijn met 27 weken en drie dagen juist zeer fors is en bijna neerkomt op het overslaan van twee keer een monstername. Die overtreding wordt beboet. Dat er daarnaast ook nog een keer twee dagen te vroeg bemonsterd is, verandert in dit geval niets aan de hoogte van de boete.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:36 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2413

    Onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels is op het pluimveebedrijf van betrokkene eenmaal te laat uitgevoerd. Volgt een geldboete van € 600, waarvan € 300 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:37 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2513

    Onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels is op het pluimveebedrijf van betrokkene twee maal te laat uitgevoerd. Volgens het berechtingsrapport is door betrokkene aangevoerd dat hij niet automatisch van het onderzoekslaboratorium een setje monstermateriaal had ontvangen. Het Tuchtgerecht oordeelt dat de ondernemer te allen tijde verantwoordelijk blijft voor de gang van zaken op zijn bedrijf. Het verweer houdt geen stand.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:38 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2613

    Onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels is op het pluimveebedrijf van betrokkene zeven maal te laat of te vroeg uitgevoerd. Het Tuchtgerecht stelt vast dat de onderzoeken in een jaar tijd 7 van de 9 keren buiten de termijn hebben plaatsgevonden. Daarmee komt het Tuchtgerecht tot de slotsom dat het over een relatief lange periode stelselmatig is voorgekomen dat betrokkene in overtreding was. Betrokkene heeft geen bijzondere verklaring voor de overschrijdingen gegeven en hij is ook niet ter zitting verschenen om dit alsnog te doen. Voor de overtredingen wordt een tuchtrechtelijke maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:39 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2713

    Onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels is op het pluimveebedrijf van betrokkene twee maal te laat uitgevoerd. Gelet op het feit dat aan ondernemer eerder voor een vergelijkbaar feit een boete is opgelegd, legt het Tuchtgerecht een volgende boete doorgaans geheel onvoorwaardelijk op. Het Tuchtgerecht heeft echter, in antwoord op de vraag van betrokkene naar het nut van het exact volgen van het tijdpad voor eerste onderzoeken en vervolgonderzoeken, uitgebreid tijd besteed aan de uitleg over de normstelling. Het Tuchtgerecht heeft daarbij ter zitting de indruk gekregen dat bij betrokkene begrip is ontstaan. Daarom legt het Tuchtgerecht – ter aanmoediging om zich in de toekomst aan de regelgeving te houden en anders dan gebruikelijk - alsnog een deel van de boete voorwaardelijk op.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:4 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE0213

    Niet is voldaan aan de norm om maximaal negen weken voorafgaand aan de slacht een onderzoek uit te laten voeren naar het effect van de vaccinaties tegen Newcastle Disease. Van een ander koppel, opgezet in de stallen 1 en 2, zijn gezamenlijk 30 bloedmonsters genomen in plaats van de vereiste 30 bloedmonsters per stal. Betrokkene had afspraken met zijn dierenarts heeft gemaakt die deze niet is nagekomen. Het Tuchtgerecht oordeelt dat de ondernemer niettemin te allen tijde verantwoordelijk blijft voor de gang van zaken op zijn bedrijf. Rekening is gehouden met de maatregelen om herhaling te voorkomen. Volgt een geldboete van € 1.050 waarvan € 525,- voorwaardelijk, proeftijd twee jaar.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:40 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2913

    Betreft het niet binnen de voorgeschreven termijnen laten uitvoeren van onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels. Dit is op het pluimveebedrijf van betrokkene eenmaal te vroeg en drie maal te laat uitgevoerd. Betrokkene ging ervan uit dat het onderzoek moest worden uitgevoerd 15 weken na het uitgevoerde onderzoek bij de opfokker. Dat is niet het geval. Het Tuchtgerecht oordeelt dat het de verantwoordelijkheid van betrokkene behoort om ervoor te zorgen dat hij goed van de regels op de hoogte is.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:41 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE3013

    Betreft het niet binnen de voorgeschreven termijnen laten uitvoeren van onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels. Dit is op het pluimveebedrijf van betrokkene vijf maal te laat uitgevoerd. Een geldboete van € 3.800 (zegge: drieduizend achthonderd euro) waarvan € 1.900 (zegge: eenduizend negenhonderd euro) voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:42 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE4013-vz

    Uitspraak van de voorzitter van het Tuchtgerecht. Met betrekking tot het koppel met als geboortedatum 30 juni 2011 is het eerste onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella te laat uitgevoerd. Het betreft een forse overschrijding van de termijn. De voorzitter van het Tuchtgerecht houdt rekening met de maatregelen die betrokkene heeft getroffen voor de toekomst en met het feit dat het kennelijk een incident betreft. Boete 150 euro onvoorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:43 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE4113

    Het pluimveebedrijf van betrokkene is in het jaar 2012 niet op kosten van betrokkene door een erkende controle-instantie gecontroleerd op de naleving van de hygiënevoorschriften (Actieplan-controle). Volgt een geldboete van € 200,- onvoorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2013:44 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE4313

    Het eerste onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels dient plaats te vinden op de leeftijd (van de leghennen) van minimaal 22 weken en maximaal 26 weken en vervolgens ten minste één maal per 15 weken. Dit is op het pluimveebedrijf van betrokkene twee maal te laat uitgevoerd. Betrokkene heeft als verweer aangevoerd dat hij net te laat was. Ter zitting is van de zijde van het Productschap aangegeven dat er een marge is en dat betrokkene de keuze heeft om het onderzoek ruimer te plannen, bijvoorbeeld een week eerder. Volgt een geldboete van 720 euro, deels voorwaardelijk.