Zoekresultaten 45901-45950 van de 46112 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:226 Hof van Discipline 's Gravenhage 250041

    Klacht over eigen advocaat. Klaagster heeft in 2010 een verkeersongeval gehad, waaraan zij letsel heeft overgehouden. Verweerder heeft klaagster bijgestaan in een geschil met de WA-verzekeraar. De raad heeft de klacht van klaagster deels gegrond, deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk verklaard. Alleen de niet-ontvankelijk verklaarde klachtonderdelen liggen nog ter beoordeling bij het hof voor. Het hof is met de raad van oordeel dat klaagster al in 2018/2019 op de hoogte was van de nadelige gevolgen van de door haar gestelde tuchtrechtelijk verwijtbare handelingen van verweerder. Klaagster heeft met betrekking tot deze klachtonderdelen te laat geklaagd en is niet-ontvankelijk in haar klacht. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2025:23 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-19

    Klaagster verwijt de toegevoegd notaris dat hij niet (tijdig) heeft gecommuniceerd over het eindigen van zijn hoedanigheid van executeur. De toegevoegd notaris is overgegaan tot verdeling van de nalatenschap, zonder de erfgenamen daarbij te informeren over de (restant)vordering van klaagster. Verder verwijt klaagster de toegevoegd notaris dat hij niet voldaan heeft aan de verplichting tot betaling van een bedrag van € 1.325,- aan overeengekomen schadevergoeding.De kamer is van oordeel dat de toegevoegd notaris zonder dat eerst vereffening van de boedel had plaatsgevonden niet mocht overgaan tot verdeling. Hij was immers op de hoogte van een geschil met een schuldeiser van de boedel over het bestaan en de hoogte van haar beweerde vordering. Dit klachtonderdeel is gegrond met oplegging van de maatregel van berisping. Voor het overige is de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:227 Hof van Discipline 's Gravenhage 240268 240269

    Deze procedure betreft een klacht die is ingediend door een klokkenluider tegen advocaat-onderzoekers die onderzoek hebben gedaan naar de melding van die klokkenluider. De Raad van Discipline heeft geoordeeld dat het door verweerders verrichte onderzoek en de naar aanleiding daarvan uitgebrachte rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Het Hof van Discipline is van oordeel dat het door verweerders opgestelde onderzoeksprotocol op het punt van hoor en wederhoor onvoldoende duidelijk was en dat verweerders hadden moeten begrijpen dat zij – gegeven de onduidelijkheid – klager ook inzage hadden moeten geven in het (substantiële) deel van het rapport waarin conclusies en aanbevelingen waren opgenomen, gelet de juridische betekenis daarvan voor klager. Het hof verklaart de klacht dan ook alsnog deels gegrond en legt aan verweerders de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2025:24 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-29, 25-30, 25-50 en 25-51

    Klager heeft de klacht ingediend namens een aantal kerkgenootschappen, twee stichtingen en zichzelf. De kandidaat-notaris heeft als waarnemer van de notaris een verklaring van erfrecht opgesteld. De notaris is in het boedelregister ingeschreven als betrokken notaris.Bij de beoordeling van de klachten geldt dat klager stelt te handelen namens een kerkgenootschap als bedoeld in art. 2:2 van het Burgerlijk Wetboek. Klager treedt niet op als schuldeiser of namens een schuldeiser, maar als/namens een erfgenaam. Hij heeft erkend dat erflaatster geen testament heeft gemaakt. Sprake zou zijn van een intern erfgenaamschap. De klacht is op alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:265 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8920

    Voorzittersbeslissing. De zoon van klager heeft namens klager een klacht ingediend tegen een specialist ouderengeneeskunde. Er is geklaagd over de zorg aan klager en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. De mentor van klager heeft verklaard dat hij niet instemt met deze klacht en dat klager verder als wilsonbekwaam dient te worden beschouwd om de klacht in te dienen. De voorzitter is van oordeel dat klagers mentor aannemelijk heeft gemaakt dat klager terzake van het indienen van de klacht wilsonbekwaam is. De wilsonbekwaamheid van klager volgt ook uit de stukken. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:228 Hof van Discipline 's Gravenhage 240248

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder heeft opgetreden voor de wederpartij van klaagster in een kortgedingprocedure met als doel het door klaagster aan de cliënt van verweerder opgelegde toegangsverbod tot een moskee ongedaan te maken. Klaagster verwijt verweerder (onder meer) dat hij zich (in de processtukken) in deze procedure onnodig grievend jegens een van de bestuursleden van de vereniging heeft uitgelaten. Het hof oordeelt dat klaagster als vereniging kan worden ontvangen in haar klacht omdat de bestuursleden werden aangesproken in hun functie van bestuurder van de vereniging en de vereniging daarmee rechtstreeks in haar belang is getroffen. Het hof oordeelt vervolgens dat de door verweerder in de kortgedingdagvaarding gebruikte bewoordingen gelet op de inzet van het kortgeding – de opheffing van een toegangsverbod – geen redelijk doel dienden en als onnodig grievend dienen te worden gekwalificeerd. Het hof sluit zich aan bij de door de raad opgelegde maatregel van waarschuwing. Bekrachtiging raadbeslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:241 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-266/AL/GLD

    Klagers - een curator en haar advocaat - beklagen de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft namens zijn cliënten ook een klacht over klagers ingediend. Naar het oordeel van de raad kunnen de daarin gebruikte bewoordingen niet anders worden uitgelegd dan dat klagers leugenaars zouden zijn. Verweerder wist kort daarna dat hij met zijn ferme aantijgingen over zijn mede-advocaten fout zat, maar heeft daarvan naar het oordeel van de raad onvoldoende afstand genomen, ook niet tijdens de zitting van de raad. Verweerder had daarin pro-actiever en welwillender richting zijn collega’s moeten handelen, zeker na hun herhaalde verzoeken daartoe. Datzelfde geldt voor het onder verantwoordelijkheid van verweerder door een foute adressering doorsturen van de klacht over klaagster aan een niet betrokken advocatenkantoor. Klaagster was niet alleen niet werkzaam bij dat kantoor. Onduidelijk is ook waarom verweerder het nodig vond om die individuele klacht over klaagster onder de aandacht te brengen van een advocatenkantoor. Uitgangspunt is dat een goede beroepsuitoefening binnen de advocatuur gediend is met een onderlinge verhouding tussen advocaten die berust op vertrouwen en welwillendheid. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder die onderlinge verhouding met klagers verstoord. Het had verweerder gesierd om zijn fouten meteen na ontdekking en zonder voorbehouden bij klagers recht te zetten. Verweerder heeft dat naar het oordeel van de raad onvoldoende oprecht gedaan. Naar het oordeel van de raad is de maatregel van waarschuwing daarom passend en geboden.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2025:19 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-9

    Klaagster verwijt de notaris dat hij het testament van erflater niet had mogen passeren. Hij is daarbij tekort geschoten in zijn onderzoeksplicht c.q. zorgplicht door na te laten op zorgvuldige wijze de wilsbekwaamheid van erflater te beoordelen, alsmede te beoordelen of sprake was van vrije wilsvorming.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:242 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-267/AL/GLD 25-268/AL/GLD

    Klacht over curator en over de advocaat van de curator. Anders dan klagers is de raad van oordeel dat verweerders niet actief bij de toenmalige advocaten van klagers of bij klagers om toestemming hoefden te vragen om informatie uit een factuur met specificaties van de eerdere advocaten van klagers te mogen gebruiken in de procedure tegen klagers. De toenmalige advocaten hebben de bewuste factuur met specificaties op eigen initiatief ter verificatie bij verweerster ingediend zonder aan het gebruik daarvan voorwaarden te verbinden. Klagers zelf hadden tijdens een gesprek bij de rechter-commissaris tegen het gebruik van die factuur met specificaties van hun voormalige advocaten bezwaar kunnen maken. In elk geval hadden dat zij dat binnen een redelijke termijn na ontvangst van die stukken kunnen doen. Vast staat dat klagers pas twee maanden later hun bezwaren kenbaar hadden gemaakt nadat verweerders de informatie in de dagvaarding hadden meegenomen. Naar het oordeel van de raad was deze handelwijze van verweerders in de hiervoor geschetste omstandigheden tuchtrechtelijk dan ook toelaatbaar. Klacht ook overigens ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2025:20 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-60

    Klaagster verwijt de notaris dat hij tijdens een bespreking in aanwezigheid van de kopers de verdeling van de verkoopopbrengst tussen klaagster en de man aan de orde heeft gesteld. Voldoende staat vast dat de notaris tijdens de passeerafspraak in bijzijn van de kopers heeft opgemerkt dat er sprake was van “een issue met de afrekening”. Onenigheid tussen de verkopers onderling regardeerde de kopers niet en was ook niet op enige wijze van belang voor de transactie tussen kopers en verkopers. Door zijn opmerking daarover heeft de notaris zijn geheimhoudingsplicht geschonden. De klacht is gegrond zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:224 Hof van Discipline 's Gravenhage 250086

    Klacht van derde. Klager verwijt verweerder dat hij zich onnodig grievend heeft uitgelaten ten opzichte van een politieambtenaar door tegen haar uit te vallen en zich onbeschoft te gedragen. De raad heeft geoordeeld dat klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht. Het hof sluit zich bij dit oordeel aan. Het persoonlijke karakter van het tuchtrecht brengt mee dat alleen diegene die onheus is bejegend over die bejegening kan klagen. Klager is door de gestelde grievende uitlatingen niet rechtstreeks in een eigen belang getroffen. Bekrachtiging raadsbeslissing

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:244 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-629/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de kwaliteit van de dienstverlening kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:245 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-642/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk omdat daarover al eerder onherroepelijk tuchtrechtelijk is geoordeeld en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:246 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-644/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter is niet gebleken dat verweerder de grenzen van de hem toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij van klaagster heeft overtreden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:155 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-630/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de incassoadvocaat van de wederpartij. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld ten tijde en na het versturen van een sommatiebrief. Ook was verweerder voldoende helder dat hij als advocaat optrad namens zijn cliënt. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8101

    Klacht tegen anesthesioloog gegrond. Doorhaling met verbod op wederinschrijving. De anesthesioloog mag geen werkzaamheden verrichten in de zorg die zien op de verzorging van patiënten. De inspectie verwijt hem handelen in strijd met hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt door seksueel misbruik te maken van een minderjarige en kinderporno te vervaardigen. Het college: het handelen is niet verenigbaar met de zorgplicht die de anesthesioloog als zorgprofessional heeft. Het begaan van een zedenmisdrijf raakt het beroep van de anesthesioloog in de kern. Doorhaling, omdat sprake is van ernstig grensoverschrijdend gedrag gedurende een langere periode en bij het college de overtuiging ontbreekt dat de anesthesioloog een zodanig inzicht heeft in zijn handelen dat hij tijdig kan (laten) ingrijpen wanneer zich problemen zouden kunnen voordoen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7805

    Klacht tegen gz-psycholoog die een intakegesprek heeft gevoerd met klager. Gz-psycholoog wordt verweten dat zij een verkeerde diagnose heeft gesteld en onvoldoende sessies heeft gehouden om tot een gefundeerde diagnose te komen voor de traumatische ervaringen van klager. College oordeelt dat de gz-psycholoog tijdens intake voldoende informatie heeft vergaard om tot een goede conclusie te komen en dat meerdere sessies niet waren vereist. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7308

    Deels gegronde klacht tegen gz-psycholoog tevens medebestuurderinstelling voor Jeugd-GGZ. Onvoldoende zorgvuldig geweest wat betreft beëindigen van behandeling van de minderjarige dochter van klaagster en tekortgeschoten in rol regiebehandelaar en verantwoordelijkheid op het gebied van het faciliteren van een onafhankelijke klachtencommissie. College heeft niet kunnen vaststellen dat verslaglegging niet klopte of klaagster niet serieus werd genomen door gz-psycholoog. Berisping. Klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:243 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-555/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de kwaliteit van de dienstverlening kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7804

    Deels gegronde klacht tegen psychotherapeut. Klager en volwassen zoon kwamen in behandeling vanwege verstoorde relatie. Klager heeft gesprekken als onveilig en hertraumatiserend ervaren. Daarbij miste klager een intakegesprek, behandelplan, dossier en kwaliteitsstatuut. Intake plaatsgevonden. College heeft niet kunnen vaststellen door welke factoren klager zich onveilig heeft gevoeld en kwaliteitsstatuut was tijdelijk niet in te zien, maar wel aanwezig. Tekortgeschoten in voorleggen/opstellen van een behandelplan en in de dossiervoering. Waarschuwing. Klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7902

    Klacht tegen een huisarts. Klagers hebben als mentor en bewindvoerder van hun zoon, die verstandelijk beperkt en autistisch is, een klacht ingediend tegen de voormalig huisarts van hun zoon. Klagers verwijten de huisarts, samengevat, nalatigheid in het verlenen van zorg, onheuse bejegening en het ten onrechte opzeggen van de behandelingsovereenkomst. Het college oordeelt dat de huisarts onvoldoende zorg heeft verleend en de behandelingsovereenkomst ten onrechte heeft beëindigd en legt de huisarts de maatregel op van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8231

    Klacht tegen een huisarts. Klaagster was patiënte bij de huisartsenpraktijk van verweerder. Sinds haar bevalling in 2021 heeft klaagster rugklachten. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat hij onvoldoende zorg heeft verleend en onzorgvuldig heeft gehandeld rond de beëindiging van de behandelingsovereenkomst. Het college oordeelt dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8107

    Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. De huisarts schreef klaagster, die veel last had van hoofdpijn, tramadol voor. Een paar dagen later kwam klaagster in huis ten val. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat zij ten onrechte tramadol had voorgeschreven en dat zij onvoldoende was voorgelicht en gemonitord. Het college oordeelt dat de huisarts met inachtneming van de NHG-standaard Pijn tramadol heeft kunnen voorschrijven aan klaagster en voldoende uitleg heeft gegeven.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8075

    Klacht tegen een huisarts. De echtgenoot van klaagster kwam bij de huisarts met verschillende klachten. Zes weken later bleek dat hij slokdarmkanker had waaraan hij een jaar later is komen te overlijden. Klaagster verwijt de huisarts dat hij een verkeerde diagnose heeft gesteld en haar echtgenoot te laat heeft verwezen voor een gastroscopie. Het college oordeelt dat de klacht ongegrond is.

  • Samenlevingscontract opgesteld in 2006, klacht te laat (ond. 1) Novitaris arrest is van toepassing, notaris moet rekening houden met belangen derden. Vordering dochters op nalatenschap vader moet eerst worden vastgesteld alvorens tot afwikkeling van die nalatenschap kan worden overgegaan vwb klaagster. Indien nu al wordt afgewikkeld, worden de rechten van de dochters (derden) mogelijk geschaad. Notaris geeft terecht geen second opinion in zaak van collega’s binnen hetzelfde kantoor.Geen enkele aanleiding noch onderbouwing om aan te nemen dat geheimhoudingsplicht is geschonden.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:29 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/442585 / KL RK 24-151

    Notaris heeft stemmen van huurders over de aansluiting op een warmtenet geteld en waarnemingen vastgelegd in een proces-verbaalakte. De kamer oordeelt dat de huurders belanghebbenden zijn en dat de notaris de opdracht correct heeft uitgevoerd. De notaris hoefde geen draagvlakmeting te houden onder de huurders, of te onderzoeken of de criteria klopten die de verhuurder gaf. De proces-verbaalakte had explicieter moeten vermelden welke informatie van de verhuurder kwam, maar de kamer acht dit niet klachtwaardig. Klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:30 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/o5/445223 / KL RK 24-178

    Klager is belanghebbende, omdat hij is onterfd. De notaris heeft het concept testament naar de bewindvoerder van erflaatster verzonden op haar verzoek. De geheimhoudingsplicht mag enkel in uitzonderlijke gevallen mogen doorbroken. Eén van deze gevallen is dat de geheimhoudersinformatie op verzoek van of met toestemming van een betrokken partij. De notaris heeft het concept testament op verzoek van erflaatster aan haar bewindvoerder verzonden.Klager stelt zich daarnaast op het standpunt dat erflaatster niet wilsbekwaam genoeg was om deze toestemming te verlenen. De notaris had geen aanleiding op grond waarvan hij gerede twijfel moest hebben aan de wilsbekwaamheid van erflaatster. Door klager is dit standpunt niet nader onderbouwd. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:31 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/443717 / KL RK 24-164 C/05/443718 / KL RK 24-165

    Klager verwijt de notaris en kandidaat-notaris dat zij ten onrechte hebben meegewerkt aan een executie veiling. De kamer oordeelt dat de klacht buiten de klachttermijn is ingediend en dus te laat is. Klacht is niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:32 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/445218 / KL RK 24-177

    Notariële kernwaarden al onafhankelijkheid, onpartijdigheid, zorgvuldigheid en integriteit zijn door de notaris geschonden. De notaris heeft kennelijk op een aantal punten het belang van de man boven het belang van klaagster gesteld, zij heeft onvoldoende professionele afstand tot het dossier gehouden en de belangen van klaagster onvoldoende in acht genomen. Van een notaris wordt verwacht dat deze zich van meet af aan een beeld vormt van de belangen van beide partijen en daar naar handelt.Een berisping is de enige passende en geboden maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:266 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8289

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist-oncoloog. Klaagster is gediagnosticeerd met darmkanker. Zij verwijt de internist-oncoloog gebrekkige communicatie en het weigeren van verdere behandeling. Het college kan niet vaststellen dat de communicatie onvoldoende was. Voor wat betreft de behandeling heeft de internist-oncoloog inzichtelijk gemaakt dat de beslissing om niet te opereren gebaseerd was op de kwetsbare conditie van klaagster en omdat sprake was van een langzaam groeiende tumor. Bovendien was in goed overleg besproken dat geen (invasief) aanvullend onderzoek zou worden gedaan vanwege de risico’s bij de conditie van klaagster. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:229 Hof van Discipline 's Gravenhage 250363

    Afwijzing verzoek verwijzing klacht over deken. Het indienen van een klacht is niet het ge-eigende middel om de aanpak of de wijze van onderzoek door verweerster (in haar hoedanigheid van deken) ter discussie te stellen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:33 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/449794 / KL RK 25-51

    Klagers verwijten de notaris dat hij de op zijn derdengeldenrekening gestorte waarborgsom onrechtmatig onder zich houdt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:267 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8191

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een internist. Klaagster is ruim een jaar bij de internist in behandeling geweest vanwege een afwijkend bloedbeeld. Zij heeft in het begin medicatie toegediend gekregen waarbij de internist een voorschrijffout heeft gemaakt. Deze fout is erkend door de internist. Klaagster vindt dat de internist gedurende de behandeling op een groot aantal punten onzorgvuldig heeft gehandeld. De klacht over de voorschrijffout is gegrond, de rest is ongegrond. Geen maatregel opgelegd omdat de internist haar verantwoordelijkheid heeft genomen en maatregelen heeft genomen om herhaling te voorkomen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:230 Hof van Discipline 's Gravenhage 250377

    Klacht over deken wordt niet verwezen. De klacht is prematuur omdat er nog geen beslissing op het aanwijzingsverzoek op grond van artikel 13 Advocatenwet is genomen. Er is door de deken om nadere informatie en stukken verzocht om het verzoek te kunnen beoordelen. Daarnaast staat bij uiteindelijke afwijzing van het verzoek de beklagprocedure open.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:268 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7768

    Gegronde klacht van een zorgverzekeraar tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige is (indirect) bestuurder en aandeelhouder van een zorgaanbieder die zowel wijkverpleging als geestelijke gezondheidszorg levert. De zorgverzekeraar concludeert op basis van fraudeonderzoeken dat er opzettelijk en op grote schaal onjuiste declaraties zijn ingediend. Het college overweegt dat uit het onderzoek meerdere onregelmatigheden en ernstige gebreken naar voren komen waarvoor de verpleegkundige geen passende verklaringen heeft gegeven. Het college stelt daarnaast vast dat de verpleegkundige onvoldoende heeft meegewerkt aan de fraudeonderzoeken. Doorhaling inschrijving in BIG-register en directe schorsing. Publicatie.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:231 Hof van Discipline 's Gravenhage 250296

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klager heeft aan de deken te kennen gegeven die eigen bijdrage niet te willen betalen, dus de deken heeft het verzoek op goede gronden afgewezen. Het hof overweegt in dit verband dat het in artikel 6, eerste lid, van het EVRM neergelegde recht op toegang tot een rechter niet absoluut is, maar aan verschillende beperkingen, waaronder financiële, mag worden onderworpen. Dergelijke beperkingen mogen het recht op toegang tot de rechter niet in essentie aantasten, maar moeten een gerechtvaardigd doel dienen en moeten proportioneel zijn aan dat doel. Het Nederlandse wettelijk systeem, waaronder het betalen van een eigen bijdrage, is daarmee niet in strijd (vgl. ABRvS 11 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1243 en HvD, 20 maart 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:52). Dit systeem levert ook geen schending van enige andere verdragsbepaling op (zie HvD 8 mei 2018 ECLI:NL:TAHVD:2018:79).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:209 Raad van Discipline Amsterdam 25-530/A/A

    Klacht over de advocaat van de wederpartij is deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang voor klager. Naar het oordeel van de voorzitter kan niet worden vastgesteld of klager gemachtigd is om mede namens P de klacht in te dienen. Het overige klachtonderdeel is kennelijk ongegrond, nu niet is gebleken dat verweerster klager ten onrechte zou hebben beschuldigd van het vervalsen van een brief, noch dat zij op enige andere wijze de grenzen van de aan haar als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid zou hebben overschreden.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:71 Accountantskamer Zwolle 25/207 Wtra AK

    Ongegrond klacht over een partijdeskundigenbericht in een civiele procedure. De verkoper heeft betrokkene de opdracht gegeven in een partijdeskundigenbericht de EBITDA te berekenen. Betrokkene heeft een eerste versie van het partijdeskundigenbericht uitgebracht. Klaagster is van mening dat betrokkene bij het opstellen van het partijdeskundigenbericht in strijd heeft gehandeld met alle fundamentele beginselen. Betrokkene zou zich hebben gebaseerd op discutabele aannames en een misleidende voorstelling van zaken hebben gegeven. Ook wekt betrokkene volgens klaagster met haar bericht ten onrechte de schijn van assurance. Klaagster gaat in haar klacht er echter aan voorbij dat het partijdeskundigenbericht slechts een concept betreft en dat betrokkene klaagster in de gelegenheid heeft gesteld – in het kader van hoor/wederhoor – erop te reageren. Betrokkene heeft zich deels moeten baseren op onvolledige informatie omdat niet alle documentatie beschikbaar was gesteld en heeft in verband daarmee voorbehouden geformuleerd en zich bediend van onderbouwde aannames. De hoor/wederhoor-fase diende er juist toe om klaagster de gelegenheid te geven om de juistheid van de aannames te bevestigen dan wel ter discussie te stellen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:156 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-309/DB/LI

    Raadbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 15. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:157 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-616/DB/LI/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar doordat hij heeft verzuimd om zorg te dragen voor continuïteit en bereikbaarheid van zijn praktijk gedurende zijn afwezigheid wegens vakantie, ook voor de deken niet goed bereikbaar was en geen gevolg heeft gegeven aan herhaalde informatieverzoeken van de deken en met de deken gemaakte afspraken. Verder is de (financiële) continuïteit van verweerders praktijk niet gewaarborgd en is in het e-mailadres en de URL van de website die verweerders kantoor gebruikt, het woord “advocaten” vermeld terwijl verweerder een solopraktijk heeft. Mede gelet op tuchtrechtelijk verleden: schorsing 12 weken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:158 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-508/DB/LI/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft verzuimd om behoorlijk medewerking te verlenen aan het opgelegde coachingstraject en heeft de schorsingsvoorwaarden niet nageleefd door zich niet te onttrekken uit lopende zaken. Mede gelet op tuchtrechtelijk verleden: schrapping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:159 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-082/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerster gedragsregel 9 heeft geschonden door er onvoldoende zorg voor te dragen dat er geen misverstand kon bestaan over haar hoedanigheid, noch dat zij gedragsregel 15 heeft overtreden, noch dat zij in strijd met de kernwaarden integriteit, onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid, gedragsregels 20, 21 en 26, en de goede procesorde heeft gehandeld door misbruik te maken van haar positie als advocaat van het ziekenhuis, zijnde de opdrachtgever aan B&S, door heimelijke afspraken te maken met de klachtcommissie over het opzettelijk verborgen houden van processtukken en door in het kader van de beoordeling over het al dan niet splitsen van de dossiers eerder en daarmee langduriger te beschikken over het onderzoeksdossier. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:269 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7817

    Gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is langdurig in behandeling geweest bij (de praktijk van) de huisarts. Zij verwijt de huisarts haar geen bloeddrukverlagende medicijnen te hebben voorgeschreven. Klaagster heeft een herseninfarct gekregen, dat met het gebruik van bloeddrukverlagers wellicht had kunnen worden voorkomen. Het college oordeelt dat de huisarts onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld, omdat zij ondanks een steeds verder stijgende bloeddruk bij klaagster is blijven vasthouden aan haar oordeel dat er sprake was van een laag tot licht verhoogd risico op een CVA en aan leefstijladviezen c.q. verwijzing naar de POH-GGZ of de fysiotherapeut. De huisarts heeft een onbetrouwbare 24-uursmeting als geruststellend geïnterpreteerd en klaagster onterecht niet behandeld met bloeddrukverlagende medicatie. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:232 Hof van Discipline 's Gravenhage 250291

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Voor de procedure die klaagster wil voeren is verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat niet noodzakelijk. Het betreft een arbeidsrechtelijke procedure.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:160 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-377/DB/ZWB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:270 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8395

    Klaagster is in de periode van 2022 tot maart 2024 door meerdere zorgverleners van de praktijk van de huisarts gezien in het kader van diverse mentale en fysieke gezondheidsklachten. Klaagster verwijt de huisarts onder meer dat er tijdens consulten niet aan haar gezondheid gerelateerde vragen zijn gesteld en dat haar medische hulp bij haar fysieke klachten is geweigerd. Het college komt tot het oordeel dat de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:247 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-446/AL/MN

    Erfrechtelijk geschil. Gedragsregel 15 is naar het oordeel van de raad niet van toepassing omdat geen sprake is (geweest) van een advocaat-cliënt relatie tussen klager en verweerster. Klager is ook geen cliënt geworden doordat verweerster de broer van klager is gaan bijstaan die erfgenaam en vereffenaar was in de nalatenschap van hun moeder. Niet verweerster was de vereffenaar, zij stond haar cliënt in genoemde dubbele hoedanigheid bij. Uit de stukken is de raad gebleken dat verweerster bij haar optreden als advocaat van de broer van klager voldoende oog heeft gehad voor de belangen van klager als wederpartij/schuldeiser. Op grond van de wet moet een vereffening voltooid zijn voordat een nalatenschap kan worden verdeeld. Dat die vereffening van invloed is op de omvang van de nalatenschap is evident, maar niet is gebleken dat verweerster bij het doen van de voorstellen aan klager tot vereffening onvoldoende rekening heeft gehouden met de gerechtvaardigde belangen van klager. Haar cliënt en klager verschilden op een punt, de rente, van mening. Als advocaat verdedigde zij het belang van haar cliënt, maar zij probeerde ook een oplossing te zoeken en deed daartoe voorstellen. Daarbij heeft zij geen grenzen overschreden. Evenmin is gebleken dat verweerster zich anderszins onbetamelijk heeft gedragen richting klager. Verweerster heeft ook voldoende voortvarend en doelmatig opgetreden namens haar cliënt. Van het onredelijk uitoefenen van druk op klager door verweerster is geen sprake geweest. Haar e-mails zijn in neutrale bewoordingen opgesteld met daarin een feitelijk juiste weergave van het standpunt van haar cliënt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:161 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-332/DB/ZWB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:271 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8396

    Klaagster is door de huisarts eenmalig gezien in de praktijk. Dit consult vond plaats één week nadat klaagster was onderzocht door een physician assistant.Zij verwijt de huisarts onder andere dat hij haar gezondheidsklachten niet serieus heeft genomen en haar niet lichamelijk heeft onderzocht. Het college kan niet vaststellen dat de huisarts klaagster niet serieus heeft genomen in haar klachten. Gelet op het feit dat klaagster zich veel zorgen maakte over haar gezondheid, zou het haar mogelijk geholpen hebben als de huisarts wel lichamelijk onderzoek had verricht, maar het college acht het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat hij dat in deze situatie, waarbij klaagster in zorg was bij de physician assistant en het vervelend vond haar verhaal opnieuw te vertellen, niet heeft gedaan. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:248 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-665/AL/OV

    voorzittersbeslissing. Verweerder heeft opgetreden voor een gemeente als wederpartij van klager en zijn advocaat (samen klagers). Op enig moment heeft verweerder de zaak voor het treffen van executiemaatregelen overgedragen aan een kantoorgenoot. Uit de stukken is niet gebleken dat verweerder daarbij betrokken is geweest. Verweerder is bovendien niet verantwoordelijk voor gedragingen van zijn collega. Klacht ongegrond