Zoekresultaten 47531-47540 van de 47844 resultaten
-
ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0117 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1811
- Datum publicatie: 19-04-2011
- Datum uitspraak: 19-04-2011
- ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0117
In 2009 is niet op kosten van betrokkene op zijn pluimveebedrijf een jaarlijkse controle door een erkende controle-instantie uitgevoerd op de naleving van de hygiënevoorschriften. Voor de pluimveesector is een Actieplan Salmonella en Campylobacter opgesteld om besmettingen van pluimvee terug te dringen. Dit om de consument een betere bescherming te bieden tegen mogelijke gezondheidsproblemen. Om het met dit plan beoogde doel te bereiken, is het van het grootste belang dat iedereen zich houdt aan het totale pakket van de geldende maatregelen. Betrokkene was IKB-deelnemer, maar werd na onenigheid met een controleur niet meer door IKB gecontroleerd. De IKB-controle en de Actieplancontrole worden doorgaans gelijktijdig uitgevoerd en overlappen elkaar goeddeels. Nadat betrokkene geen IKB-controle meer op zijn bedrijf had, heeft hij nagelaten een Actieplancontrole op zijn bedrijf te laten uitvoeren. Dat betrokkene de waarschuwingsbrieven van het PPE niet heeft gezien, neemt de verwijtbaarheid niet weg. Betrokkene heeft na de mededeling van zijn slachterij met betrekking tot de brieven van het PPE in de zomer van 2010 wel adequaat gehandeld door in augustus 2010 alsnog een Actieplancontrole te laten uitvoeren. De boete wordt deels voorwaardelijk opgelegd.
-
ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0118 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1911
- Datum publicatie: 19-04-2011
- Datum uitspraak: 19-04-2011
- ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0118
Voor de pluimveesector is een Actieplan Salmonella en Campylobacter opgesteld om besmettingen van pluimvee terug te dringen. Dit om de consument een betere bescherming te bieden tegen mogelijke gezondheidsproblemen. Om het met dit plan beoogde doel te bereiken, is het van het grootste belang dat iedereen zich houdt aan het totale pakket van de geldende maatregelen. Zaak betreft het nalaten van salmonellaonderzoek door een HOSOWO-instantie na constatering van een salmonellabesmetting, na reiniging en ontsmetting van de stal, voor de opzet van een nieuw koppel pluimvee. Het Tuchtgerecht heeft begrip voor de situatie, gezien de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan: een salmonellabesmetting bij het eerste koppel op een nieuw bedrijf. Voorts heeft het Tuchtgerecht ter zitting de indruk gekregen dat betrokkene een consciëntieus ondernemer is met een serieuze en zorgvuldige bedrijfsvoering. Gelet daarop en de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan, legt het Tuchtgerecht de geldboete deels voorwaardelijk op.
-
ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0119 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2011
- Datum publicatie: 19-04-2011
- Datum uitspraak: 19-04-2011
- ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0119
Voor de pluimveesector is een Actieplan Salmonella en Campylobacter opgesteld om besmettingen van pluimvee terug te dringen. Dit om de consument een betere bescherming te bieden tegen mogelijke gezondheidsproblemen. Om het met dit plan beoogde doel te bereiken, is het van het grootste belang dat iedereen zich houdt aan het totale pakket van de geldende maatregelen. In deze zaak worden drie (deels voorwaardelijke) boetes opgelegd. Op het pluimveebedrijf is sprake geweest van het nalaten van een hygiënogram in 2009 en van het twee keer nalaten van campylobacteronderzoek in 2009. Beide feiten zijn ter zitting onbetwist gebleven. Wel heeft betrokkene in 2010 in zowel het tweede als derde kwartaal een campylobacteronderzoek laten uitvoeren. Daarom hanteert het Tuchtgerecht bij het opleggen van de geldboete voor dit feit de maatstaf van een enkele geldboete. Voorts stelt Tuchtgerecht vast dat de geldigheidstermijn van de Salmonella-uitslag voor de afvoer van vleeskuikens naar de slachterij in 2010 twee keer is overschreden. Namens betrokkene is aangevoerd dat het afvoermoment wat fluctueert in verband met het gewenste gewicht van de kuikens. De geldigheidsduur van drie weken is naar het oordeel van het Tuchtgerecht echter voldoende om een goede planning op te baseren. Ter zitting is niet duidelijk geworden of de geldigheidstermijn na de wijziging van de regelgeving ingaat op het moment van monstername of op het moment van de uitslag.
-
ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0120 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE0711
- Datum publicatie: 25-01-2011
- Datum uitspraak: 25-01-2011
- ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0120
Het nalaten van een jaarlijks hygiënogram in 2009. Betrokkene voert aan dat de overtreding is begaan als gevolg van bijzondere omstandigheden, namelijk een ernstige ongeval in de familiesfeer. In februari 2010 heeft betrokkene alsnog een hygiënogram laten opmaken. Daarmee is de overtreding van 2009 niet teniet gedaan, maar gezien de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan, het feit dat betrokkene heeft geprobeerd het recht te zetten en omdat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd, legt het Tuchtgerecht de geldboete deels voorwaardelijk op.
-
ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0121 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2811
- Datum publicatie: 07-06-2011
- Datum uitspraak: 07-06-2011
- ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0121
Betreft het het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in de stal. Betrokkene is behoorlijk en tijdig bij aangetekende brief opgeroepen, maar is niet op de terechtzitting verschenen. De verordening stelt minimumeisen aan de huisvesting van vleeskuikenouderdieren, opdat het welzijn van de dieren is gewaarborgd. Daarmee komt de sector tegemoet aan maatschappelijke en politieke opvattingen over de minimale standaard voor pluimvee in de reproductiesector. De minimumeisen met betrekking tot de huisvesting zijn opgesteld conform de normen die door de Dierenbescherming en de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP) in hun gezamenlijke brief van 28 september 2000 aan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij zijn geadviseerd. Artikel 4 aanhef en onder a. van de verordening schrijft voor dat per dier 1300 cm2 beschikbaar moet zijn. In dit geval blijkt dat gemiddeld per vleeskuikenouderdier 1.241 cm2 beschikbaar was in de stallen 1, 2 en 3. Dit betekent concreet dat de minimum-oppervlaktegrens is overschreden met 59 cm2 per dier. De pluimveehouder hield dus teveel dieren op de beschikbare ruimte in de stal. Er waren ongeveer 21.511 dieren opgezet. Dat is een overschrijding van de norm met 4,5%. Door te veel dieren te bestellen met het oog op mogelijke uitval in de eerste weken na de opzet neemt betrokkene het risico dat bij een geringe uitval de welzijnsnormen zullen worden overschreden. Dat risico komt voor zijn rekening. Met de overtreding van deze welzijnsnorm heeft betrokkene mogelijk economisch voordeel gehad. Naast het sanctioneren van de overtreding van de welzijnsnorm beoogt het Tuchtgerecht het economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Boete deels voorwaardelijk omdat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd.
-
ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0122 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2611
- Datum publicatie: 07-06-2011
- Datum uitspraak: 07-06-2011
- ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0122
Betreft het het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in de stal. Betrokkene is behoorlijk en tijdig bij aangetekende brief opgeroepen, maar is niet op de terechtzitting verschenen. De verordening stelt minimumeisen aan de huisvesting van vleeskuikenouderdieren, opdat het welzijn van de dieren is gewaarborgd. Daarmee komt de sector tegemoet aan maatschappelijke en politieke opvattingen over de minimale standaard voor pluimvee in de reproductiesector. De minimumeisen met betrekking tot de huisvesting zijn opgesteld conform de normen die door de Dierenbescherming en de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP) in hun gezamenlijke brief van 28 september 2000 aan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij zijn geadviseerd. Artikel 4 aanhef en onder a. van de verordening schrijft voor dat per dier 1300 cm2 beschikbaar moet zijn. In dit geval blijkt dat gemiddeld per vleeskuikenouderdier 1.265 cm2 beschikbaar was. Dit betekent concreet dat de minimum-oppervlaktegrens is overschreden met 35 cm2 per dier. De pluimveehouder hield dus teveel dieren op de beschikbare ruimte in de stal. Er waren ongeveer 11.000 dieren opgezet. Dat is een overschrijding van de norm met 2,8%. Met de overtreding van deze welzijnsnorm heeft betrokkene mogelijk economisch voordeel gehad. Naast het sanctioneren van de overtreding van de welzijnsnorm beoogt het Tuchtgerecht het economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Boete deels voorwaardelijk omdat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd.
-
ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0123 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2511
- Datum publicatie: 19-04-2011
- Datum uitspraak: 19-04-2011
- ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0123
Betreft het nalaten van een hygiënogram in het kalenderjaar 2009. Betrokkene is behoorlijk en tijdig bij aangetekende brief opgeroepen, maar is niet op de terechtzitting verschenen. Blijkens het berechtingsrapport heeft betrokkene verklaard het hygiënogram in 2009 gewoon te zijn vergeten. De verplichting daartoe was hem bekend. Het Tuchtgerecht legt een geldboete op, rekening houdend met het feit dat betrokkene een bedrijf heeft van grote omvang. Boete deels voorwaardelijk omdat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd.
-
ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0124 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2411
- Datum publicatie: 19-04-2011
- Datum uitspraak: 19-04-2011
- ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0124
Verweten wordt het niet schoonhouden van de stallen 1 en 2 op het bedrijf van betrokkene. Het schoonhouden van de bedrijfsruimten is een basisvoorwaarde voor een goede hygiëne op het pluimveebedrijf. De staat waarin de controleur van het CPE de twee bedrijfsruimten op het bedrijf van betrokkene aantrof, is zonder meer ernstig te noemen. De bij het berechtingsrapport gevoegde foto’s laten duidelijk zien dat sprake was van een onaanvaardbare toestand. Het Tuchtgerecht heeft ter zitting niet de indruk gekregen dat betrokkene zich werkelijk bewust is van de ernst van de situatie. Hij bagatelliseert de omstandigheden die door de controleur zijn gerapporteerd. De overtreding is zeer ernstig naar oordeel van het Tuchtgerecht. Niet alleen vormen deze omstandigheden een verhoging van het mogelijke risico met betrekking tot de volksgezondheid, ook zijn de beelden schadelijk voor het imago van de pluimveesector. De geldboete is deels voorwaardelijk omdat niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd.
-
ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0125 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2311
- Datum publicatie: 07-06-2011
- Datum uitspraak: 07-06-2011
- ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0125
Betreft het nalaten van swabonderzoek door een HOSOWO-instantie na de reiniging en ontsmetting van een stal waarin een Salmonellabesmetting was geconstateerd. Betrokkene heeft zijn stal zelf verbouwd. Daarbij is, ondanks de inspanningen, tijdens een hevige vorstperiode de vloerverwarming kapotgevroren. Het Tuchtgerecht begrijpt dat daardoor een stressvolle situatie is ontstaan. Evenwel behoren de gevolgen ervan tot het ondernemersrisico en zij nemen de verwijtbaarheid voor het nagelaten swabonderzoek bij betrokkene niet weg. Gelet op de omstandigheden van het geval legt het Tuchtgerecht een aanzienlijk deel van de geldboete voorwaardelijk op. Voorts legt het Tuchtgerecht een deel van de geldboete voorwaardelijk op, omdat betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete is tevens rekening gehouden met het feit dat betrokkene een bedrijf heeft van grote omvang.
-
ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0126 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2111
- Datum publicatie: 19-04-2011
- Datum uitspraak: 19-04-2011
- ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0126
Verweten worden: het nalaten van een campylobacteronderzoek in 2009 en het niet tijdig doorgeven van de uitslag van campylobacteronderzoek aan de slachterij. Dat het onderzoek wel is uitgevoerd, maar dat de uitslag daarvan niet aan betrokkene is toegestuurd, neemt de verwijtbaarheid niet weg. Betrokkene blijft verantwoordelijk voor het uitvoeren van het halfjaarlijkse campylobacteronderzoek en hij had bij het laboratorium kunnen informeren naar de uitslag. Er wordt een boete opgelegd, deels voorwaardelijk. De uitslag van het campylobacteronderzoek is ingevolge artikel 5, vierde lid, van het Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2007 veertien dagen geldig. Het Tuchtgerecht stelt vast dat betrokkene in oktober 2009 heeft verzuimd tijdig de uitslag van het campylobacteronderzoek aan de slachterij door te geven, maar legt daarvoor geen maatregel op, nu ter zitting niet is gebleken dat daardoor een verhoogd risico met betrekking tot dier- of volksgezondheid is gecreëerd.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 4753
- Pagina: 4754
- Pagina: 4755
- ...
- Pagina: 4785
- Volgende pagina zoekresultaten