Zoekresultaten 46681-46690 van de 48283 resultaten

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:60 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/352990/KL RK 19-65

    Klacht over het zonder nader onderzoek medewerking verlenen aan het opmaken en verlijden van een vaststellingsovereenkomst in een notariële akte. Handelen in strijd met zorgvuldigheidsplicht. Notaris beroept zich op ministerieplicht. De kamer oordeelt dat het hier gaat om buitenwettelijke werkzaamheden waarvoor een notariële akte niet is voorgeschreven en daarom in beginsel niet vallen onder de ministerieplicht. Maar zelfs als dat wel het geval zou zijn, waren er voor de notaris gegronde redenen om niet mee te werken. Door zonder nader onderzoek te doen toch zijn medewerking te verlenen, in de wetenschap dat door de werkzaamheden klaagster (ernstig) benadeeld zou kunnen worden is onzorgvuldig en in strijd met wat van een redelijk bekwaam en redelijk handelen notaris mag worden verwacht. Berisping.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:61 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/351234 KL RK 19-41

    Vast staat dat de toegevoegd notaris door het aankruisen van de bevoegdheid “Vermögensbelastungen übertragen oder begründen” (het leveren, overdragen of bezwaren van goederen) op het formulier van de Europese verklaring van erfrecht de executeur een ruimere bevoegdheid heeft gegeven dan hem op grond van de verklaring van executele toekwam. Zij mocht er niet op vertrouwen dat de Duitse notaris uit het testament moest begrijpen dat die bevoegdheid beperkter diende te worden opgevat. Dat geldt temeer nu in Duitsland van een ruimere bevoegdheid van een executeur wordt uitgegaan. Zij had daarom op dat formulier onder “sonstiges” de bevoegdheid van de executeur zoals vermeld in de verklaring van erfrecht van 16 januari 2018 dienen te noteren. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • De wrakingskamer wijst het verzoek af als zijnde kennelijk ongegrond en bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling wordt genomen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:63 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/348224/ KL RK 19-9

    Klager is de verkopende partij bij de levering van een onroerend goed. Kort voorafgaand aan de levering heeft de notaris klager een conceptafrekening gestuurd, waarbij de notaris bij klager ook een aanvullend honorarium in rekening brengt. Klager verwijt de notaris terecht dat hij klager eerder had moeten informeren over de financiële consequenties van zijn inschakeling en bovendien de nota had moeten specificeren toen klager daar om verzocht. Voor zover het aanvullend honorarium betrekking heeft op de werkzaamheden vanwege het verhogen van de limiet overweegt de kamer dat de organisatie van het geldverkeer en de technische mogelijkheden om gelden al dan niet in één keer over te kunnen boeken behoren tot de normale kantoororganisatie van een notaris. Het is dan ook aan een notaris om de hiermee gepaard gaande kosten te verwerken in zijn tarieven. De kamer acht het niet redelijk dat de notaris de tijd die hij heeft moeten investeren in het verhogen van zijn limiet per transactie heeft doorbelast aan individuele partijen, in casu klager. De kamer gaat daarbij voorbij aan de stelling van de notaris dat beperkingen in de transactielimiet, de gevolgen daarvan voor de verwerking van grote(re) geldtransacties en de doorbelasting daarvan aan individuele partijen gebruikelijke praktijk zijn en dus bij klager als professionele partij bekend hadden moeten zijn. De notaris heeft aangevoerd dat zijn accountant – die vele notarissen als cliënt heeft – zijn stelling onderschrijft. Daar staat echter tegenover dat klager heeft aangevoerd dat hij nooit eerder heeft meegemaakt dat bij transporten van onroerende zaken bij hem extra werkzaamheden in rekening zijn gebracht vanwege de overboeking van grote(re) geldbedragen. Daarom is onvoldoende komen vast te staan dat sprake is van een gebruikelijke praktijk.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:64 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/354387 KL RK 19-75

    De notaris is naar het oordeel van de kamer zodanig ernstig en langdurig tekortgeschoten in de vervulling van zijn ambtsopdracht en daaruit voortvloeiende verplichtingen dat aan hem de maatregel van ontzetting uit het ambt moet worden opgelegd. De notaris had behoren in te zien dat zijn taak zich in deze zaak niet beperkte tot het stelselmatig faciliteren van risicovolle ABC-transacties door middel van een leveringsakte met een telkens herhaalde standaard waarschuwingsclausule.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:65 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/358999 KL RK 19-118

    Klagers stellen dat de notaris een volmacht heeft opgesteld waarbij vader volmacht heeft verleend aan [ A ]. Vader was echter niet wilsbekwaam om een dergelijke volmacht op te stellen. Klagers verwijten de notaris dat hij zijn zorgplicht heeft geschonden doordat hij het belang van vader niet voorop heeft gesteld. De notaris stelt dat hij vanwege zijn geheimhoudingsplicht klagers niet kan informeren over hetgeen vader al dan niet bij hem zou hebben geregeld. De kamer kan niet vaststellen of sprake is van een door de notaris opgestelde volmacht. Voor zover er al sprake zou zijn van een door de notaris opgemaakte volmacht, dan is de kamer van oordeel dat klagers hierbij niet als belanghebbende kunnen worden aangemerkt. Daarom zal de kamer de klacht niet-ontvankelijk verklaren.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:66 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/350007 KL RK 19-28

    De klachten van klaagster hebben betrekking op de totstandkoming en de inhoud van het testament van moeder, de behandeling van de nalatenschap van moeder en de bejegening door de notaris. De kamer heeft de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:67 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/358096 KL RK 19-112

    Klager heeft de notaris opdracht gegeven om de aangifte erfbelasting inzake de nalatenschap van moeder te verzorgen. Klager verwijt de notaris, kort samengevat, dat het kantoor van de notaris noch in communicatie, noch op het proces en zeker niet op inhoud staat voor de door haar uitgedragen professionaliteit. De kamer is van oordeel dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld bij de verwerking van de vorderingen die klager en de broer op moeder hadden vanuit de nalatenschap van vader. Ook kan de notaris een verwijt worden gemaakt wat betreft de communicatie naar klager nadat er een fout in de opgelegde aanslag was geconstateerd

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:68 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/346927 KL RK 18-183 C/05/352053 KL RK 19-50

    1. De klacht is tijdig ingediend en daarom ontvankelijk. 2. De kamer is van oordeel dat een waarnemend kandidaat-notaris in beginsel niet handelt onder de verantwoordelijkheid van de waargenomen notaris. Nu onweersproken is dat de kandidaat-notaris het dossier geheel zelfstandig en niet onder verantwoordelijkheid van de notaris heeft behandeld kan de notaris naar het oordeel van de kamer in dit geval niet - ook niet als werkgever - een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. De klacht tegen de notaris zal in zoverre dan ook ongegrond worden verklaard. 3. Uitgangspunt is dat klachten tegen medewerkers van de notaris worden geacht te zijn gericht tegen de notaris, die voor de medewerker verantwoordelijk is. Indien de handelwijze van een medewerker is toe te rekenen aan een bepaald dossier, dat onder de verantwoordelijkheid van een specifieke (kandidaat-)notaris valt, dan dient de klacht te worden beschouwd als te zijn gericht tegen die betrokken (kandidaat-)notaris (uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 9 november 2010, ECLI:NL:GHAMS: 2010: B06928). 4. ABC-transactie. De kandidaat-notaris had naar het oordeel van de kamer extra alertheid dienen te zijn. Van hem mag verwacht worden dat hij het geheel van de ABC-transactie in ogenschouw neemt.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:69 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/353829 KL RK 19-73

    1. Door niet dan wel onvolledig op de vragen van klager te antwoorden, heeft de notaris niet in voldoende mate aan zijn zorg- en informatieplicht voldaan. 2. Ne bis in idem-beginsel. Naar vaste jurisprudentie van het hof geldt in het tuchtrecht de regel dat na behandeling van een klacht door de tuchtrechter, een latere klacht over “hetzelfde feit” niet nog eens kan worden behandeld. Het onderhavige klachtonderdeel ziet naar het oordeel van de kamer op hetzelfde feitencomplex dat aan de klacht in de beslissing van 30 juli 2019 ten grondslag werd gelegd. De notaris diende er naar het oordeel van de kamer derhalve geen rekening mee te houden dat na een beoordeling van zijn handelen dan wel nalaten rondom de advisering en opstaren van de executie van de woning, dit nog tuchtrechtelijk aan de orde zouden kunnen komen. 3. Een medewerkster van de notaris heeft een van de betrokken partijen onjuist en/of onvoldoende geïnformeerd. Nu de notaris verantwoordelijk is voor de organisatie van zijn kantoor en de inzet van zijn medewerkster, kan hem hiervan een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.