Zoekresultaten 46111-46120 van de 46660 resultaten

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:4 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/53

    Klaagster verwijt de notaris dat zij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van vader toen zij zijn testament passeerde. Ook heeft de notaris volgens klaagster onvoldoende gewaarborgd dat vader zijn wil op onafhankelijke wijze - zonder beïnvloeding van derden - aan de notaris heeft kunnen overbrengen. Naar het oordeel van de kamer kon en mocht de notaris concluderen dat vader wilsbekwaam was om bij testament over zijn nalatenschap te beschikken. Daarbij neemt de kamer mede in aanmerking dat de notaris zich overeenkomstig de aanbeveling uit het Stappenplan bij haar uiteindelijke besluitvorming over de wilsbekwaamheid van vader tijdens het passeren van het testament bij hem thuis heeft laten bijstaan door twee getuigen. De notaris heeft naar het oordeel van de kamer eveneens een voldoende zorgvuldige invulling gegeven aan haar taak om te waken voor een vrije en onafhankelijke wilsvorming van vader. Dat de notaris niet op enig moment afzonderlijk met vader de relevante aspecten van zijn testament heeft besproken, maar steeds in het bijzijn van zijn echtgenote, is naar het oordeel van de kamer in de gegeven omstandigheden verantwoord geweest. De klacht wordt ongegrond verklaard

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:5 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/51

    De kamer begrijpt dat klagers de oud-notaris verwijten dat hij in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van oma onzorgvuldig heeft gehandeld. Naar het oordeel van de kamer is niet voldoende gebleken dat klager bevoegd is om namens klaagster op te treden. De klacht van klaagster wordt reeds hierom niet-ontvankelijk verklaard. Hoewel klager niet rechtstreeks betrokken is geweest bij de handelwijze van de oud-notaris, is de kamer van oordeel dat hij als kleinkind en erfgenaam van oma een indirect/afgeleid belang heeft. In deze zaak heeft de oud-notaris gehandeld in hoedanigheid van bewindvoerder. Naar het oordeel van de kamer houden de gedragingen van een bewindvoerder voldoende verband met zijn voormalige hoedanigheid als notaris, zodat de oud-notaris zich tot de datum van zijn defungeren ook voor zijn handelen als bewindvoerder tuchtrechtelijk moet verantwoorden. Over de periode daarna tot aan het overlijden van oma is de oud-notaris tuchtrechtelijk niet aansprakelijk, omdat hij toen geen notaris meer was. Klager stelt slechts in algemene zin dat de oud-notaris onzorgvuldig heeft gehandeld. Hij heeft nagelaten zijn algemene stellingen voldoende te concretiseren en toe te lichten. Weliswaar heeft klager een enorme hoeveelheid bijlagen overgelegd, maar hij heeft de relevantie van de inhoud van deze bijlagen in het kader van deze tuchtklacht niet, althans onvoldoende geduid. Klager heeft geen aanknopingspunten aangereikt om tot het oordeel te kunnen komen dat de oud-notaris als bewindvoerder tot zijn defungeren tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht van klager wordt daarom ongegrond verklaard. Bij dit oordeel heeft de kamer betrokken dat door klager onweersproken is gelaten dat alle door de oud-notaris ingediende rekeningen en verantwoordingen (tot zijn defungeren) steeds door de kantonrechter zijn goedgekeurd

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:6 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/46

    Afwikkeling eenvoudige nalatenschap waarover tussen erfgenamen geen onenigheid bestaat. De notaris is vanaf het overlijden van erflaatster medio 2007 betrokken geweest bij haar nalatenschap en medio 2012 benoemd als vereffenaar daarvan. Ruim 13 jaren later en b ijna 1,5 jaar na zijn toezegging bij de mondelinge behandeling van de eerste tuchtklacht over zijn handelwijze in deze nalatenschap en al zijn toezeggingen nadien, heeft de notaris de nalatenschap echter nog altijd niet afgewikkeld. Inmiddels zijn al meerdere erfgenamen overleden die hun aandeel in de nalatenschap nooit hebben mogen ontvangen. De notaris heeft pas na 13 jaren concrete informatie gegeven aan de erfgenamen over de omvang en samenstelling van de nalatenschap en de daarna opgestelde “boedelbeschrijving achteraf” beschouwt de kamer als een blamage. De notaris wekt de indruk van gemakzucht en slordigheid, mede door fouten en inconsequenties in zijn (proces)stukken, terwijl hij er mede door zijn (proces)houding n og altijd geen blijk van geeft dat hij zich er daadwerkelijk van bewust is dat hij als notaris en uit hoofde van zijn benoeming als vereffenaar gehouden is de belangen van de erfgenamen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid te behartigen en dat hij daarbij in de gegeven omstandigheden voldoende voortvarend moet handelen. Hierdoor heeft de notaris het vertrouwen dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen in ernstige mate beschadigd, terwijl hij de belangen van klager bovendien niet met de grootst mogelijke zorgvuldigheid heeft behartigd. Zorgvuldigheid is één van de kernwaarden van het notariaat. De kamer rekent dit de notaris zeer ernstig aan, vooral ook omdat de tuchtrechter eerder tuchtmaatregelen aan hem heeft opgelegd. Deze maatregelen hebben gezien het in de beslissing beschreven en beoordeelde handelen en nalaten van de notaris niet geleid tot de daarmee beoogde gedragsverandering. In deze zaak heeft de notaris naar het oordeel van de kamer wederom een hoge mate van desinteresse tentoongespreid. Dat de notaris in de periode tussen de beslissing op de eerste klacht over de nalatenschap en de indiening van deze tweede klacht zelfs niet de moeite heeft genomen om te reageren op de berichten van klager, heeft de kamer geschokt. Daarom is de kamer van oordeel dat het ter bescherming van het maatschappelijk vertrouwen in de zorgvuldige vervulling van het notarisambt noodzakelijk is de tuchtmaatregel van ontzetting uit het ambt op te leggen. Proc eskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:7 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/40

    De notaris heeft een stamrecht-B.V. ontbonden op basis van de enkele mededeling van de (inmiddels overleden) enig aandeelhouder dat de stamrechten waren uitgekeerd. Daarna volgt een forse belastingaanslag. Daargelaten of erflater daadwerkelijk heeft meegedeeld dat de stamrechten volledig waren uitgekeerd, is de kamer van oordeel dat de notaris verder had moeten doorvragen en/of nader onderzoek had moeten doen om erflater in de gegeven omstandigheden juist en volledig te kunnen informeren over de fiscale gevolgen van de beoogde ontbinding. Door geen (voldoende) invulling te geven aan zijn onderzoek- en Belehrungspflicht, heeft de notaris notariële kernwaarden geschonden. Dat de notaris bovendien niet heeft gereageerd op de (zes) herhaalde verzoeken van erflater en zijn advocaat om contact op te nemen over de kwestie vindt de kamer uitermate verwerpelijk. Door niets van zich te laten horen, heeft hij erflater maandenlang - tot zijn overlijden - in het ongewisse gelaten. Van een behoorlijk handelend notaris mag worden verwacht dat hij, als hij ontdekt dat hij (mogelijk) een fout heeft gemaakt, alles in het werk stelt om deze fout te herstellen dan wel, indien herstel niet mogelijk blijkt, te zorgen voor een passende vergoeding van de schade die een benadeelde (cliënt) door zijn handelwijze heeft geleden. Dit geldt eens te meer nu de notaris er ten tijde van de ontbinding van de B.V. al van op de hoogte was dat erflater ongeneeslijk ziek was, terwijl erflater hem kort nadat hij bekend was geworden met de negatieve fiscale gevolgen heeft laten weten dat hij nog maar kort te leven had en dat hij de ontstane situatie voor zijn overlijden afdoende geregeld wilde hebben. Ook dit nalaten rekent de kamer de notaris ernstig aan. Berisping en proceskostenveroordeling

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:8 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/42

    Klacht van zus over (met name) beoordeling van de wilsbekwaamheid van haar broer door de notaris bij het opmaken van zijn levenstestament. Kamer verklaart klacht niet-ontvankelijk omdat zus niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Bij de mondelinge behandeling heeft zus ook naar voren gebracht dat het van “redelijk en algemeen belang” is om kwetsbare mensen met bijvoorbeeld de diagnose alzheimer in de toekomst te behoeden voor de situatie waarin haar broer is komen te verkeren. De kamer is echter van oordeel dat de kring van belanghebbenden niet zo ruim is dat iedereen in het kader van het algemeen belang van de bescherming van de rechtszekerheid en het vertrouwen in het notariaat een klacht tegen een notaris kan indienen.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:9 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/72 en 73

    Klager verwijt de notaris en de kandidaat-notaris dat zij onzorgvuldig, afhankelijk en partijdig hebben gehandeld bij de overdracht van de woning en de garages, die in eigendom toebehoorden aan klager en zijn ex-echtgenote. De meeste klachtonderdelen worden niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze (ruim) na het verstrijken van de vervaltermijn van drie jaren (artikel 99 lid 21 Wna) bij de kamer zijn ingediend. Eén klachtonderdeel, dat betrekking heeft op de uitbetaling van de onder de notaris gedeponeerde tegoeden, wordt ongegrond verklaard

  • ECLI:NL:TNORSHE:2022:1 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/23

    Wijziging volmachten van vader en moeder. Ook bij een minder ingrijpende rechtshandeling moet de notaris nagaan of de betrokken cliënt wilsbekwaam is. In de gegeven omstandigheden, waarbij een 82-jarige vrouw die volgens haar echtgenoot “communicatief enigszins beperkt is”, die het woord volledig laat voeren door haar echtgenoot en die haar volmacht volgens haar echtgenoot zo zou willen wijzigen dat het risico bestond dat door onenigheid tussen de kinderen een onwerkbare situatie zou ontstaan (die de notaris eerder uitdrukkelijk had ontraden) is de kamer van oordeel dat de notaris geen genoegen had mogen nemen met enkel een instemmende reactie van moeder op zijn gesloten (suggestieve) vraag. Klacht ten aanzien van moeder gegrond. Waarschuwing en proceskostenveroordeling. Verder ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2022:10 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/41

    Het draait in deze zaak om de vraag of door de kandidaat-notaris via de nota van afrekening ten onrechte bepaalde kosten in mindering zijn gebracht op de verkoopopbrengst en om de vraag of bepaalde kosten via de nota van afrekening verrekend hadden moeten worden. Daarnaast is het de vraag of de kandidaat-notaris is tekortgeschoten in de communicatie jegens klager.De kamer verklaart de klacht ongegrond. De kamer komt namelijk tot de conclusie dat de nota van afrekening onder verantwoordelijkheid van de notaris is opgemaakt. De notaris is uiteindelijk ook overgegaan tot uitbetaling van de verkoopopbrengst. De kandidaat-notaris is hiervoor niet verantwoordelijk.Verder constateert de kamer dat de kandidaat-notaris de e-mails van klager steeds (inhoudelijk) heeft beantwoord. Voor zover klager behoefte had aan een nadere toelichting, had het op zijn weg gelegen om de kandidaat-notaris hiervan op de hoogte te brengen. Uit de overgelegde stukken blijkt niet dat klager dit heeft gedaan. Hier komt bij dat de notaris de communicatie van de kandidaat-notaris met klager op enig moment heeft overgenomen. De kandidaat-notaris valt dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt te maken.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2022:11 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/68

    De klacht gaat - samengevat - over de wijze waarop de notaris zijn werkzaamheden als executeur van de nalatenschap van de heer [A] heeft verricht. De voorzitter van de kamer heeft geoordeeld dat deze klacht, die klager namens de overleden heer [A] heeft ingediend, terwijl de klacht bovendien betrekking heeft op het handelen van de notaris ná diens overlijden, kennelijk niet-ontvankelijk is. De kamer heeft het verzet van klager tegen deze beslissing van de voorzitter ongegrond verklaard.Eerst tijdens de mondelinge behandeling van het verzet heeft klager meegedeeld dat hij de klacht mede namens zichzelf heeft ingediend. Voor zover dat het geval is, sluit de kamer zich aan bij het oordeel van de voorzitter dat de klacht ook dan kennelijk niet-ontvankelijk is.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2022:12 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/69

    Klager heeft een klacht tegen de kandidaat-notaris ingediend. De voorzitter van de kamer heeft geoordeeld dat deze klacht, die klager namens de overleden heer [A] heeft ingediend, terwijl de klacht bovendien betrekking heeft op het handelen van de notaris ná diens overlijden, kennelijk niet-ontvankelijk is. De kamer heeft het verzet van klager tegen deze beslissing van de voorzitter ongegrond verklaard.Eerst tijdens de mondelinge behandeling van het verzet heeft klager meegedeeld dat hij de klacht mede namens zichzelf heeft ingediend. Voor zover dat het geval is, sluit de kamer zich aan bij het oordeel van de voorzitter dat de klacht ook dan kennelijk niet-ontvankelijk is.