Zoekresultaten 45341-45360 van de 48283 resultaten

  • ECLI:NL:TNOKLEE:2008:YC0143 Kamer van toezicht Leeuwarden 10-2008

    Ingevolge artikel 3 van de Wet op het centraal testamentenregister (hierna te noemen: WCTR) is de notaris door of ten overstaan van wie een uiterste wil of herroeping ervan is verleden, verplicht uiterlijk op de eerste werkdag volgende op die waarop de akte is verleden aan het testamentenregister opgaaf te doen. Deze regel is in de notariële praktijk van cruciaal belang en dient met grote zorgvuldigheid te worden nageleefd. De veronderstelling van de notaris, dat het CTR een fout heeft gemaakt, is niet onderbouwd en wordt daarom gepasseerd. De (waarnemend) notaris die het testament heeft gepasseerd, dient te verifiëren dat het testament daadwerkelijk in het CTR ingeschreven wordt. Dat is in dit geval kennelijk niet gebeurd, omdat is komen vast te staan dat het testament van 23 augustus 2005 op 29 oktober 2007 niet was ingeschreven in het CTR. De notaris had daarvoor moeten zorgen, en dat hij dat niet heeft gedaan is een tuchtrechtelijk laakbare omissie. Dat door de notaris niet eerder een dergelijke fout is begaan doet hier niets aan af. Met betrekking tot het verweer van de notaris dat niet hij als waarnemer, maar de waargenomen notaris eindverantwoordelijk is, is oordeelt de Kamer als volgt. De notaris was ten tijde van het passeren van de akte reeds enige tijd werkzaam als kandidaat-notaris bij de waargenomen notaris. Hij kan daarom worden geacht voldoende ervaren te zijn geweest en bekend met de werkprocessen van het kantoor van de waargenomen notaris. De notaris behield ook als waarnemer zijn eigen tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid. Hij was bovendien niet onervaren. Voorts is de Kamer niet gebleken - sterker nog: het tegendeel is door de notaris betoogd - van enig gebrek in de structuur of de organisatie van het kantoor van de waargenomen notaris met betrekking tot het inschrijven van testamenten. Daarom is de Kamer van oordeel dat de notaris als waarnemer zelf, en niet de waargenomen notaris, tuchtrechtelijk aansprakelijk. Dat strookt ook met het redelijke belang van de burger, die bij een gebleken fout zijn klacht moet kunnen richten tot de notaris, bij wie de desbetreffende akte daadwerkelijk is gepasseerd. In dit geval was dat de notaris die als waarnemer optrad en dus niet de notaris, voor wie de notaris waarnam. Echter: bij de beantwoording van de vraag, of een tuchtrechtelijke maatregel moet worden opgelegd, acht de Kamer relevant dat een notaris, na als waarnemer in het kantoor van de waargenomen notaris aktes te hebben gepasseerd, in de regel daarna weer zal vertrekken en niet in dat kantoor aanwezig zal blijven om feitelijk toezicht uit te oefenen op de administratieve verwerking van de door hem daar verrichte ambtshandelingen. Het ligt voor de hand dat hij dat overlaat aan de juridische administratieve ondersteuning van dat kantoor. Daarom valt de notaris van de onderhavige omissie niet zo'n ernstig verwijt te maken, dat oplegging van een maatregel geïndiceerd is.

  • ECLI:NL:TNOKLEE:2008:YC0144 Kamer van toezicht Leeuwarden 10-2008

    Aangaande de vraag of, en zo ja welke, tuchtrechtelijke maatregel ter zake van de gegrond geachte klachten dient te worden opgelegd overweegt de Kamer als volgt. De ernst van de klachten, die ieder voor zich onder normale omstandigheden niet zonder meer tot forse sanctionering aanleiding zouden behoeven te geven, wordt in deze zaak in belangrijke mate bepaald door het slepende conflict inzake de ontvlechting van de holding. Er bestaat kennelijk een rechtstreeks verband tussen enerzijds door het BFT geconstateerde onvolkomenheden in de bedrijfsvoering en anderzijds de door voormeld conflict teweeggebrachte onmogelijkheid voor de betrokken notarissen om een financiële administratie te voeren, die beantwoordt aan de eisen, die de desbetreffende regelgeving daaraan stelt in het belang van een betrouwbaar notarieel rechtsverkeer. De Kamer maakt zich ernstige zorgen over het langdurig uitblijven van zichtbare serieuze inspanningen van de betrokken notarissen om de ontvlechting van hun indertijd in Nord ingebrachte praktijken concreet gestalte te geven op zo'n manier, dat hun kantoren (weer) kunnen voldoen aan de daaraan door de regelgeving gestelde eisen. Dat in de ontvlechting van de holding nog steeds weinig vooruitgang is geboekt is des te zorgwekkender, nu de betrokken partijen kennelijk niet in staat of bereid zijn om de al in juni 2007 in het kader van een bemiddelingspoging door de voorzitter van de Kamer en de Deken van de Orde van Advocaten uitgebrachte adviezen op te volgen, en zelfs ook niet om de tussen hen op 5 november 2007 ter terechtzitting in kort geding bereikte schikking feitelijk uit te voeren. Daarbij werd onder meer uitdrukkelijk het volgende overeengekomen: "Partijen wensen tot finale geschillenbeslechting te komen en willen daarvoor een arbitrageprocedure starten". Nadat echter eerst het storten van het door de groep Noord verschuldigde voorschot geruime tijd achterwege bleef totdat groep Zuid ook dat bedrag betaalde, kwam ook daarna tot op heden de arbitrageprocedure nog niet merkbaar op gang. De Kamer hecht eraan om te benadrukken dat zij voortduring van deze stand van zaken onverantwoord acht, omdat hierdoor een te groot risico blijft bestaan dat cliënten aanzienlijke nadelen ondervinden van onjuistheden in de financiële bedrijfsvoering, evenals van de nog steeds bestaande onduidelijkheden omtrent de feitelijke waarneming van alle protocollen, met name het protocol van CCC in Leeuwarden. Voortduring van deze situatie kan het publieke vertrouwen in het notariaat ernstig schaden. Nu de betrokken notarissen er kennelijk nog steeds niet in slagen om aan deze toestand voortvarend een einde te maken is thans een krachtige tuchtrechtelijke ingreep geboden.

  • ECLI:NL:TNOKLEE:2008:YC0145 Kamer van toezicht Leeuwarden 11-2007

    Nu Y bij het passeren van de akte van levering van de door hem verkochte recreatiewoning ondubbelzinnig heeft aangegeven het niet eens te zijn met de courtagenota van klager voor zover dit betrof de extra in rekening gebrachte kosten van € 309,40, en er voorts niet is gebleken van andere aanknopingspunten die betaling van de courtagenota rechtvaardigen, is de notaris terecht niet tot uitbetaling hiervan overgegaan. Sterker nog: indien de notaris zonder instemming van Y tot betaling was overgegaan, dán had zij gehandeld in strijd met de notariële betamelijkheid. De klacht zal dan ook ongegrond worden verklaard.

  • ECLI:NL:TNOKLEE:2008:YC0146 Kamer van toezicht Leeuwarden 02-2008

    Vast is komen te staan dat de notaris tot drie maal toe verschillende rekeningen heeft gepresenteerd: boedelkosten ad € 3.959,58 op 22 november 2007, boedelkosten ad € 1.516,81 (exclusief btw) plus executeursloon ad € 792,53 (exclusief btw) op 18 december 2007 en € 1.122,32 (exclusief het executeursloon en btw) op 8 januari 2008. De notaris heeft voor het feit dat de nota een aantal keren is aangepast als reden opgegeven dat de slotafwikkeling was uitbesteed aan de kandidaat-notaris, die de tariefafspraken zoals vermeld in de brief van 8 maart 2007 niet had opgemerkt. De kamer merkt op dat de uiteindelijke nota van 8 januari 2008 niet overeenstemt met voornoemde tariefafspraken. Immers, in de brief van 8 maart 2007 staat dat de notaris bij samenloop van de functies boedelnotaris en executeur meestal geen executeurloon in rekening brengt. Blijkens de nota van 8 januari 2008 is er wel executeursloon in rekening gebracht. De notaris heeft evenwel onweersproken gesteld dat er in het onderhavige geval afwijkende afspraken zijn gemaakt om tot een oplossing te komen. Hoe deze afspraken luiden is niet vermeld, maar laten zich gelet op de eindnota raden. Dat het vertrouwen van klager in de notaris door het presenteren van drie verschillende nota's aan het wankelen is gebracht acht de kamer begrijpelijk. De kamer overweegt dat de professionaliteit van het ambt met zich meebrengt dat een notaris de wijze van berekenen van zijn honorarium duidelijk en inzichtelijk moet hebben. Hierin is de notaris naar het oordeel van de kamer niet geheel geslaagd. Desalniettemin acht de kamer de handelwijze niet dusdanig ernstig dat geconcludeerd dient te worden dat de notaris tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld. Zonder een inhoudelijk oordeel te vellen over de juistheid van de declaratie van de notaris - dergelijke klachten dienen namelijk te worden behandeld door de voorzitter van het ringbestuur en niet door de kamer - overweegt de kamer dat klager met zijn stelling dat de notaris niet meer dan de wettelijke 1% in rekening had mogen brengen voorbij gaat aan het feit dat de notaris tevens als boedelnotaris heeft gefungeerd. Als boedelnotaris mag de notaris een tarief in rekening brengen dat hoger mag zijn dan de wettelijke vergoeding die hij als executeur in rekening mag brengen, zijnde 1% van het vermogen op de dag van overlijden te verhogen met de gemaakte onkosten. Dat de notaris zich de functie van boedelnotaris heeft toegeëigend, zoals door klager is betoogd, is de kamer niet gebleken. De notaris heeft aangevoerd dat tijdens een bespreking op 3 april 2007 de drie aanwezige erfgenamen vrijwillig hebben ingestemd met het feit dat de notaris naast zijn rol van executeur tevens de rol van boedelnotaris op zich zou nemen. Klager heeft dit niet, althans onvoldoende, weersproken. Dat brieven van de notaris slordigheden bevatten en dat klager dat als storend ervaart acht de kamer eveneens zeer begrijpelijk. Ook hier geldt dat de professionaliteit van het ambt met zich meebrengt dat een notaris blijk moet geven van gevoeligheden die vaak heersen bij nabestaanden na het overlijden van dierbaren. Verschrijvingen als "de nalatenschap van uw vader" in plaats van "uw zuster" dienen dan ook eigenlijk niet voor te komen. De kamer kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de houding van de notaris heeft bijgedragen aan de onderhavige klachtprocedure. Ook ter zitting heeft de notaris niet altijd blijk gegeven van het respect, waarop een cliënt aanspraak mag maken. Desalniettemin is de kamer ook hier van oordeel dat dit nog niet valt aan te merken als tuchtrechtelijk laakbaar handelen.

  • ECLI:NL:TNOKLEE:2008:YC0147 Kamer van toezicht Leeuwarden 01-2008

    Voor het tekenen van een notariële akte moet de cliënt in staat zijn tot een redelijke waardering ter zake. Eerst indien daartoe aanleiding bestaat, dient de wilsbekwaamheid van een cliënt uitgebreider te worden onderzocht. Wat het onderhavige geval betreft: niet gesteld of gebleken is dat erflaatster ten tijde van het laten opstellen van haar testament niet meer compos mentis was. In een tijdsbestek van ruim twee jaren heeft de notaris zes keer met erflaatster gesproken. De ene keer uitgebreider dan de andere keer. De notaris heeft aangevoerd dat erflaatster telkenmale een consistent verhaal had en ook in haar gedrag steeds hetzelfde was. Voor de notaris was er dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan de geestesgesteldheid van erflaatster. Voor zover klaagster heeft willen betogen dat de notaris een geriatrisch onderzoek had moeten laten uitvoeren, overweegt de kamer dat de noodzaak daartoe in het onderhavige geval ontbrak, nu de notaris geen enkele twijfel had over de geestelijke vermogens van testatrice en niet blijkt van feiten of omstandigheden, op grond waarvan hij die twijfel behoorde te hebben. De tweede klacht ziet op het telefonisch meedelen door de notaris dat de nichten niet als erfgenamen waren opgenomen in het testament. De kamer is van oordeel dat de notaris met het doen van deze mededeling geen ambtsgeheim heeft geschonden, dan wel enig andere wetsbepaling. De notaris heeft aangevoerd dat hij geen verwachtingen wilde wekken bij de nichten, nu zij kenbaar hadden gemaakt reeds met de begrafenis bezig te zijn. De kamer acht de handelwijze van de notaris dan ook begrijpelijk. Met betrekking tot de derde klacht die ziet op het ontruimen van de woning overweegt de kamer dat de notaris evenmin laakbaar heeft gehandeld. Niet gesteld of gebleken is dat zich in het appartement waardevolle zaken bevonden. Wetende dat "goede doelen" in de regel positief reageren op dergelijke verzoeken, omdat zij daarmee ontruimingskosten kunnen besparen, heeft de notaris dit praktisch opgelost. Voorts is de kamer van oordeel dat de notaris met deze actie blijk heeft gegeven van het feit dat bepaalde zaken voor de nichten wellicht emotionele waarde zouden kunnen hebben.

  • ECLI:NL:TNOKLEE:2008:YC0148 Kamer van toezicht Leeuwarden 03-2008

    Vast is komen te staan dat De notaris in 2007 is benaderd door de ING Bank met de vraag of De notaris kon bewerkstelligen dat er een verklaring van erfrecht zou worden opgesteld ter zake de nalatenschap van erflater. Na het gesprek met de bank heeft De notaris contact gezocht met de weduwe van erflater, Y (hierna te noemen: Y), die De notaris heeft medegedeeld dat erflater vier kinderen had, waaronder Klaagster. Nadat De notaris een verklaring van erfrecht had opgemaakt, heeft de zuster van Klaagster, Bbb, zich op het standpunt gesteld dat er een boedelbeschrijving opgemaakt diende te worden. Hiervoor heeft De notarisY begin januari 2008 benaderd met het verzoek hem informatie te verschaffen inzake de bezittingen en schulden van erflater op het moment van zijn overlijden. Uiteindelijk heeftY in maart 2008, nadat De notaris haar daartoe begin februari 2008 wederom had aangezet, een lijst ingediend bij De notaris met daarop de roerende zaken van erflater. De financiële positie van erflater ten tijde van zijn overlijden was op dat moment evenwel in de optiek van De notaris nog niet compleet, waarop hij de bank heeft gevraagd nadere informatie te verschaffen. Na deze te hebben ontvangen heeft De notaris begin mei 2008 een concept boedelbeschrijving ter beoordeling naarY gestuurd. Naar het oordeel van de Kamer kan gelet op bovenstaande beschrijving niet geconcludeerd worden dat De notaris niet voortvarend (genoeg) heeft gehandeld. Voor zover Klaagster heeft willen betogen dat De notaris reeds sinds de tweede helft van 2004 bemoeienis heeft met de afwikkeling van de nalatenschap, daar De notaris adresgegevens uit het GBA systeem heeft gehanteerd die slechts opvraagbaar waren in de periode juli 2004 tot en met december 2004, oordeelt de Kamer dat dit gemotiveerd is betwist door De notaris. Immers, De notaris heeft onbetwist gesteld dat oude adresgegevens nog steeds opvraagbaar zijn in het GBA systeem. Wel overweegt de Kamer dat De notaris dit misverstand in een eerder stadium bij Klaagster had kunnen wegnemen. Immers, bij brief van 15 maart 2008 heeft Klaagster zich reeds op het standpunt gesteld te vinden dat De notaris reeds sinds lange tijd betrokken is bij de afwikkeling van de nalatenschap doordat hij gebruik had gemaakt van oude GBA gegevens en niet eerder dan bij brief van 10 mei 2008 heeft De notaris dit ontzenuwd.De klacht dat door toedoen van De notaris de afwikkeling van de nalatenschap erg lang op zich laat wachten zal gelet op het vorenstaande ongegrond worden verklaard. Met betrekking tot de klacht van Klaagster dat De notaris haar bepaalde stukken niet heeft toegestuurd die de andere erfgenamen wel hebben ontvangen, overweegt de Kamer als volgt. Vast is komen te staan dat De notaris heeft verzuimd om de brief van 3 december 2007 alsnog naar Klaagster toe te sturen nadat hij op de hoogte was gebracht van het juiste adres van Klaagster. Hoewel de Kamer begrip heeft voor de bij Klaagster hierdoor ontstane irritatie, gaat het haar te ver om te concluderen dat De notaris Klaagster willens en wetens niet formeel op de hoogte heeft willen te stellen inzake de nalatenschap van erflater, zoals door Klaagster is betoogd. Wel is de Kamer met Klaagster van oordeel dat het niet zorgvuldig is geweest van De notaris dat hij voornoemde brief niet heeft nagestuurd. Desalniettemin, acht de Kamer de handelwijze van De notaris niet dermate onzorgvuldig dat geconcludeerd kan worden dat De notaris tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld. De kamer zal dan ook dit klachtonderdeel ongegrond verklaren.

  • ECLI:NL:TNOKLEE:2008:YC0286 Kamer van toezicht Leeuwarden 08-2008

    Het BFT verwijt De notaris - kort gezegd - een viertal zaken, te weten dat: vanaf begin 2007 geen periodieke overzichten vanuit het geautomatiseerde systeem worden gegenereerd ter vaststelling van de bewarings- en liquiditeitspositie van zowel de afzonderlijk gedreven notarisondernemingen als van de totale holding. Ook ontbreekt tussentijds inzicht in de balanspositie en in de resultatenontwikkeling van zowel de afzonderlijk gedreven notarisondernemingen als van de totale holding; telkenmale diverse termijnen waarop actie moest worden ondernomen in het kader van de kredietfaciliteitovereenkomst met ING zijn overschreden, waardoor de continuïteit van het totale samenwerkingsverband alsmede van de afzonderlijke kantoren op onaanvaardbare wijze in gevaar is gebracht; hij zich borg heeft gesteld voor schulden van derden, te weten voor de praktijk van de advocaten; hij ook na het aan hem verleende uitstel heeft verzuimd de definitieve jaarstukken over 2006 van zijn kantoor en de geconsolideerde cijfers over 2006 in te dienen.

  • ECLI:NL:TNOKLEE:2008:YC0287 Kamer van toezicht Leeuwarden 07-2008

    Het BFT verwijt De notaris - kort gezegd - een zestal zaken, te weten dat: vanaf begin 2007 geen periodieke overzichten vanuit het geautomatiseerde systeem worden gegenereerd ter vaststelling van de bewarings- en liquiditeitspositie van zowel de afzonderlijk gedreven notarisondernemingen als van de totale holding. Ook ontbreekt tussentijds inzicht in de balanspositie en in de resultatenontwikkeling van zowel de afzonderlijk gedreven notarisondernemingen als van de totale holding; er een achterstand is in het boeken van financiële feiten met betrekking tot zaken die bij het kantoor in behandeling zijn. Ook is sprake van een groot aantal verkeerd geboekte posten; uit achteraf gereconstrueerde bewaringsposities is gebleken dat vanaf februari 2007 tot en met november 2007 er structureel sprake is geweest van negatieve bewaringsposities; telkenmale diverse termijnen waarop actie moest worden ondernomen in het kader van de kredietfaciliteitovereenkomst met ING zijn overschreden, waardoor de continuïteit van het totale samenwerkingsverband alsmede van de afzonderlijke kantoren op onaanvaardbare wijze in gevaar is gebracht; hij zich borg heeft gesteld voor schulden van derden, te weten voor de praktijk van de advocaten; hij ook na het aan hem verleende uitstel heeft verzuimd de definitieve jaarstukken over 2006 van zijn kantoor en de geconsolideerde cijfers over 2006 in te dienen.

  • ECLI:NL:TNOKLEE:2008:YC0289 Kamer van toezicht Leeuwarden 02-2008

    Afhandeling nalatenschap

  • ECLI:NL:TNOKLEE:2008:YC0293 Kamer van toezicht Leeuwarden 17-2008

    De notaris heeft niet heeft voldaan aan haar wettelijke verplichting om binnen vier maanden na afloop van het boekjaar de stukken over voorgaand boekjaar op te stellen en aanstonds na het verstrijken van deze termijn in te dienen bij het BFT. Het niet tijdig indienen van de inkomensopstelling en privé vermogensopstelling door De notaris acht de Kamer klachtwaardig, daar dit nalaten het BFT belemmert in het effectief toezicht houden op het financiële beheer van de notariële praktijk.

  • ECLI:NL:TNOKLEE:2008:YC0294 Kamer van toezicht Leeuwarden 16-2009

    De notaris heeft niet heeft voldaan aan haar wettelijke verplichting om binnen vier maanden na afloop van het boekjaar de stukken over voorgaand boekjaar op te stellen en aanstonds na het verstrijken van deze termijn in te dienen bij het BFT. Het niet tijdig indienen van de inkomensopstelling en privé vermogensopstelling door De notaris acht de Kamer klachtwaardig, daar dit nalaten het BFT belemmert in het effectief toezicht houden op het financiële beheer van de notariële praktijk.

  • ECLI:NL:TNOKLEE:2008:YC0300 Kamer van toezicht Leeuwarden 24-2008

    De tekst van een advertentie van maart 2008 in het huisblad van Kamminga Makelaars kan naar het oordeel van de Kamer niet anders worden aangemerkt als een wervende publiciteit, zodat er sprake is van overtreding van artikel 17 Wna en artikel 26 Vbg.

  • ECLI:NL:TNOKLEE:2009:YC0133 Kamer van toezicht Leeuwarden 27-2008

    Klacht is te laat ingediend, nu er meer dan drie jaren zijn verstreken tussen de kennisneming door Klaagster van het handelen van De notaris en het indienen van de klacht. Ten overvloede overweegt de Kamer dat ook bij een inhoudelijke toetsing het optreden van De notaris niet kan leiden tot een gegrondverklaring van de klacht. Immers, De notaris was, anders dan Klaagster stelt, niet verplicht tot publicatie nu hij met instemming van de overgrote meerderheid van de erfgenamen, nota bene ook van Klaagster zelf, de verkoop kon realiseren tegen een koopprijs, die de getaxeerde waarde verre te boven ging. Dat de boerderij enkele maanden na deze verkoop voor een nog veel hoger bedrag werd doorverkocht doet aan dit oordeel niets af.

  • ECLI:NL:TNOKLEE:2009:YC0288 Kamer van toezicht Leeuwarden 07-2009

  • ECLI:NL:TNOKLEE:2009:YC0290 Kamer van toezicht Leeuwarden 05-2009

  • ECLI:NL:TNOKLEE:2009:YC0291 Kamer van toezicht Leeuwarden 02-2009

  • ECLI:NL:TNOKLEE:2009:YC0292 Kamer van toezicht Leeuwarden 01-2009

    Duur afwikkeling nalatenschap

  • ECLI:NL:TNOKLEE:2009:YC0295 Kamer van toezicht Leeuwarden 15-2008

    Hoewel Klaagster heeft betoogd dat De notaris heeft nagelaten haar te wijzen op de risico's die zij liep met het geven van het recht van hypotheek op haar woning te (…) is dit naar het oordeel van de Kamer niet komen vast te staan. Hetzelfde geldt onverkort voor de stelling van Klaagster dat De notaris ontkennend heeft geantwoord op de vraag van Klaagster of zij risico's liep bij het ondertekenen van de volmacht.

  • ECLI:NL:TNOKLEE:2009:YC0296 Kamer van toezicht Leeuwarden 03 en 04-2009

    De notaris had een overeenkomst met een aannemer ingevolge waarvan hij de rente heeft verrekend met de kosten die hij anders bij klager in rekening had gebracht.

  • ECLI:NL:TNOKLEE:2009:YC0297 Kamer van toezicht Leeuwarden 30-2009

    De Kamer is, gelet op artikel 99 lid 12 van de Wet op het Notarisambt, van oordeel dat de klachten te laat zijn ingediend, nu er meer dan drie jaren zijn verstreken tussen de kennisneming door Klager van het handelen van De notaris en het indienen van de klacht. Niet de datum van 16 februari 2006, de datum waarop moeder is overleden, is bepalend zoals Klager heeft betoogd. In diverse akten waarbij Klager partij was komt naar voren dat er mogelijk wel een vruchtgebruik gevestigd is. De overige verweten gedragingen hebben zich afgespeeld in de periode 1982-1990.