We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 45321-45340 van de 47613 resultaten

  • ECLI:NL:TNORAMS:2015:9 Kamer voor het notariaat Amsterdam 554790/NT 13-81 L

    Of klager zich reeds ten tijde van de besprekingen van 4 en 26 september 2013 op uitlatingen van deze erflater of op de gewijzigde omstandigheden ten tijde van het aanvullend testament als thans door hem in deze procedure gesteld, kan beroepen, is niet geheel duidelijk geworden, maar doet ook niet terzake, immers de notaris had daarmee rekening dienen te houden. Zij had onder de gegeven omstandigheden, zodra het geschil tussen klager en zijn zuster haar bleek, partijen naar de civiele rechter dienen te verwijzen en zich dienen te onthouden van een inhoudelijke stellingname. Dat de notaris dat niet heeft gedaan acht de kamer in strijd met de houding die een notaris in een dergelijk geval dient aan te nemen en met de professionele zorgvuldigheid, terwijl de notaris met het zich de facto scharen achter het standpunt van klagers zuster tenminste de schijn van partijdigheid heeft gewekt.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:1 Kamer voor het notariaat Amsterdam 590717/NT 15-41 O

    5.8 Ook het laatste klachtonderdeel, te weten het verwijt dat de notaris de gelden ten onrechte op de bankrekening van [C] heeft gestort terwijl dit volgens klaagster op grond van de escrow overeenkomst niet was geoorloofd, is ongegrond. In de koopovereenkomst wordt de Sellers Account gedefinieerd als de bankrekening die schriftelijk is aangewezen door alle verkopende partijen overeenkomstig de escrow overeenkomst. Artikel 3.2 van de escrow overeenkomst bepaalt dat alle betalingen uit hoofde van de escrow overeenkomst dienen te worden geboekt op de Sellers Account, zoals deze is gedefinieerd in de koopovereenkomst. In geen van beide overeenkomsten is derhalve expliciet een bepaalde bankrekening als Sellers Account aangewezen. Ter zitting heeft de notaris verklaard dat partijen bij de ondertekening van de leveringsakte op 16 augustus 2011 hadden medegedeeld dat de bankrekening van [C] kwalificeerde als Sellers Account. De notaris is om die reden ook daarna ervan uitgegaan dat de bankrekening van [C] als Sellers Account fungeerde ten tijde van de overboeking op 24 februari 2014, aldus de notaris. De kamer concludeert op grond van het voorgaande dat niet is komen vast te staan dat het overboeken van het deel van de resterende gelden op de bankrekening van [C] niet was toegestaan op grond van de escrow overeenkomst, nu in het geheel geen bankrekening als Sellers Account was aangewezen en ook in de escrow overeenkomst geen andere specifieke bankrekening was gedefinieerd. Dat de notaris op 24 februari 2014 het betreffende gedeelte van het resterende bedrag heeft overgeboekt op de bankrekening van [C], terwijl hem geen feiten of omstandigheden bekend waren gemaakt of geworden waarom dit bedrag thans op een andere rekening diende te worden overgemaakt, acht de kamer dan ook niet klachtwaardig.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:10 Kamer voor het notariaat Amsterdam 594087/NT15-62 O

    Met klager is de kamer van oordeel dat de notaris niet voortvarend heeft gehandeld. Ook na de correspondentie in december 2014, in het kader van de bemiddelingspoging bij de KNB, heeft zij haar toezegging om tot een snelle afsluiting van een en ander te komen, niet gestand gedaan. De kamer merkt in dit verband op dat ook de kamer de notaris heeft moeten rappelleren om haar verweerschrift bij de kamer in te dienen. De notaris heeft haar verantwoordelijkheid voor de in deze zaak ontstane communicatieproblemen en de vertraging in de afwikkeling van de nalatenschap erkend. De klachtonderdelen, hiervoor vermeld onder 3.1 en 3.2 worden gegrond verklaard. De kamer legt de notaris een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:11 Kamer voor het notariaat Amsterdam 594833/NT 15-73

    Het is aan de notaris om partijen omtrent een door hen voorgenomen transactie te bevragen en die informatie te verkrijgen die nodig is om partijen te kunnen informeren. Dit alles geldt eens te meer nu klaagster aan de notaris een volmacht voor het verlijden van de akte had gegeven, zodat voor de notaris op voorhand duidelijk was dat zij de kans daartoe bij het passeren van de akte evenmin zou verkrijgen. Niet is gebleken dat de notaris enige toelichting op het concept van de akte aan klaagster heeft gegeven, waartoe gelet op de aanloop van het dossier, de afgegeven volmacht en de omstandigheid dat voor de notaris duidelijk moet zijn geweest dat klaagster op dit terrein niet deskundig was, alle aanleiding bestond. Klachtonderdeel gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:12 Kamer voor het notariaat Amsterdam 597210/NT 15-83OJ

    Klager ontvankelijk. De notaris is slechts gehouden om de verklaring van erfrecht te verstrekken aan diegene die hem daartoe de opdracht heeft gegeven. Nu klager niet als opdrachtgever kan worden aangemerkt heeft de notaris niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de verklaring van erfrecht niet uit eigen beweging eveneens aan hem te verstrekken. Indien klager een verklaring van erfrecht van de notaris had willen ontvangen had hij dit destijds aan de notaris kenbaar kunnen maken dan wel de notaris daartoe opdracht kunnen geven. De notaris heeft in het onderhavige geval alleen de verklaring van erfrecht opgesteld en heeft ter zitting gesteld dat hij niet betrokken is geweest bij de afwikkeling van de nalatenschap. Gelet op het vorenstaande kan klager het de notaris dan ook niet verwijten dat hij hem niet heeft betrokken bij de afwikkeling van de nalatenschap.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:13 Kamer voor het notariaat Amsterdam 599448/NT 15-95OJ

    De kamer is van oordeel dat de notaris voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij ten tijde van het passeren van de algehele volmacht alert is geweest op de mate van wilsbekwaamheid van de vader en dat hij onvoldoende aanleiding had om aan deze wilsbekwaamheid te twijfelen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:14 Kamer voor het notariaat Amsterdam 600650/NT16-01 OJ

    Klager stelt zich op het standpunt dat de notaris had moeten onderzoeken of er aan de benoeming van [A] als bestuurder van de VvE, een rechtsgeldig besluit ten grondslag lag, zonder daarbij aan te geven uit welke omstandigheden de notaris had kunnen afleiden dat er in het onderhavige geval een nader onderzoek op zijn plaats was. De notaris stelt zich op het standpunt dat hem, ten tijde van het passeren van de leveringsakte, in het geheel niet bekend was dat er ‘strubbelingen’ binnen de VvE waren en dat dit hem ook niet bekend had hoeven te zijn. De kamer is van oordeel dat de notaris in het onderhavige geval mocht vertrouwen op de informatie vervat in het uittreksel uit het handelsregister waaruit volgt dat [A] (al bijna een jaar) enig bestuurder van de VvE was. Dit is in het algemeen het geval, tenzij er sprake is van een concrete aanleiding voor nader onderzoek. Van een concrete aanleiding om een nader onderzoek in te stellen was in het onderhavige geval geen sprake. De kamer is van oordeel dat deze evenmin is gelegen in het feit dat [A] zelf de vervreemdende eigenaar was. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:15 Kamer voor het notariaat Amsterdam 601551/NT 16-14 Th

    De notaris heeft naar het oordeel van de kamer onvoldoende regie gevoerd in de afhandeling van de nalatenschap van de vader van klager. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:16 Kamer voor het notariaat Amsterdam 594399/NT 15-70 OJ 594537/NT 15-72 OJ

    Openbare veiling van aandelen. Door onder de gegeven omstandigheden mee te werken aan een veiling zoals deze in casu was georganiseerd, heeft de notaris bewust voor lief genomen, dat belanghebbenden en andere geïnteresseerden niet zouden worden bereikt en van de veiling onkundig bleven, waardoor geen enkele waarborg bestond dat de hoogst mogelijke veilingopbrengst zou worden gerealiseerd, zulks ook ten detrimente van beslagleggers en andere crediteuren. Klachten gegrond, oplegging berisping.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:17 Kamer voor het notariaat Amsterdam 594835/NT 15-74B

    De notaris heeft als getuige in een civiele zaak van klagers ten overstaan van de kantonrechter onder ede verklaard dat met volmacht van klagers was gepasseerd, terwijl hij daarvoor in het dossier kennelijk geen bewijs had aangetroffen. De maatschappelijke functie van de notaris brengt met zich dat in het maatschappelijk verkeer vertrouwd moet kunnen worden op de inhoud van de door de notaris opgestelde c.q. ondertekende akten. Aan de verklaringen van de notaris zelf in die akten omtrent zijn waarnemingen en verrichtingen komt (mits gedaan binnen de kring van zijn bevoegdheid) dwingende bewijskracht toe ten opzichte van een ieder (artikel 157 lid 1 Rv), hetgeen in het belang is van de rechtszekerheid. Door ruim twee jaar later, nadat de notaris op het belang van zijn verklaring heeft kunnen reflecteren, ten overstaan van de kantonrechter (nogmaals) in strijd met de waarheid onder ede te verklaren dat met volmacht was gepasseerd, heeft de notaris ernstig afbreuk gedaan aan het ambt van notaris en de maatschappelijke functie van de notaris in het algemeen. Dit handelen wordt de notaris in tuchtrechtelijke zin zodanig ernstig aangerekend, dat de kamer daarvoor de maatregel van ontzetting uit het ambt passend en geboden acht.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:18 Kamer voor het notariaat Amsterdam 596353/NT 15-78 Th

    Gesteld noch gebleken is dat klager door de akte van bekrachtiging in enig belang is getroffen. Voorts heeft klager geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit volgt dat zijn belang is gelegen in de handhaving van de beroepsnormen en -regels voor het notariaat. Niet is vast komen te staan dat klager enig (indirect en/of afgeleid) belang heeft bij de klacht. Klager niet-ontvankelijk. Aan een verdere inhoudelijke behandeling komt de kamer daarom niet toe.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:19 Kamer voor het notariaat Amsterdam 601474/NT 16-11 OJ

    De kamer is van oordeel dat de notaris genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt dat zij ten tijde van het passeren van de testamenten alert is geweest op de mate van wilsbekwaamheid van erflater en dat zij onvoldoende aanleiding had om aan deze wilsbekwaamheid te twijfelen. Bij het oordeel van de kamer, die daar eveneens vanuit gaat, is de verklaring van de notaris van belang, dat het testament inhoudelijk niet ingrijpend is gewijzigd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:2 Kamer voor het notariaat Amsterdam 567806/NT 14-42 OJ 567807/NT 14-43 OJ

    Klachten van zeven notarissen tegen twee notarissen over hun samenwerking met verschillende marktinitiatieven en de vraag, kort gezegd, of deze samenwerking in strijd is met de voor de notarissen geldende wet- en regelgeving. Notaris 1 is verbonden aan de DELA-notarisservice. Notaris 2 is verbonden aan de HEMA notarisservice, De Goedkoopste notaris.nl, Nationale Notaris (NNH) en daarmee verbonden Jazeker Notarisservice (De Hypotheker). De kamer komt tot het oordeel dat alleen de klacht tegen notaris 2 voor zover gericht op zijn samenwerking met NNH gegrond is en bepaalt dat notaris 2 in de gelegenheid wordt gesteld om (binnen drie maanden) de kamer te berichten over de ontvlechting dan wel aanpassing van de overeenkomst met NNH, onder aanhouding van de beslissing ten aanzien van de eventueel te treffen maatregel. De klacht tegen notaris 1 wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:20 Kamer voor het notariaat Amsterdam 602446/NT 16-18 OJ

    Gelet op haar verantwoordelijkheid voor de kantoororganisatie, kandidaat-notarissen en medewerkers stelt da kamer vast dat de notaris niet de regie, zeggenschap en het toezicht had over de te verrichten dossierwerkzaamheden en de invulling van de notariële verplichtingen. Mede gelet op de reeks van akten en de hoeveelheid van akten over een periode van twee maanden had het op de weg gelegen van de notaris om nader onderzoek te (laten) verrichten. De klacht is dus gegrond. De kamer ziet reden om aan de notaris de maatregel van berisping op te leggen, mede omdat de kamer niet gebleken is van haar inzicht (ook niet achteraf) in de laakbaarheid van de handelingen ten aanzien van de op haar kantoor gepasseerde akten.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:21 Kamer voor het notariaat Amsterdam 602447/NT 16-19OJ

    De kamer is van oordeel dat de kandidaat-notaris geen genoegen mocht nemen met de enkele verklaring van Uw Advies BV en de schuldenaar dat het bedrag dat in de "vaststellingsovereenkomst" werd opgenomen juist was. Zij had moeten nagaan of de akte(n) een ongeoorloofd doel dienden, op grond waarvan zij haar ministerie had dienen te weigeren. In het bijzonder de uitdrukkelijke instemming van de particuliere wederpartij en Uw Advies BV met het in de akte genoemde bedrag had geen aanleiding mogen zijn geen verdere vragen te stellen. Een (kandidaat-)notaris behoort immers erop bedacht te zijn dat hij of zij kan worden gebruikt voor een opzetje. Bij de opzet als de onderhavige had de particuliere wederpartij geen belang het bedrag in twijfel te trekken. Het is pas “misgegaan” toen een van deze particulieren zich blijkbaar realiseerde dat hij door te tekenen voor het genoemde bedrag ook instemde met een in werkelijkheid niet bestaande schuld aan een derde, naast de schulden die hij al had. De klacht is gegrond, de kamer legt de kandidaat-notaris een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:22 Kamer voor het notariaat Amsterdam 600931/NT 16-3 O 600932/NT 16-4 O

    Uit de overgelegde producties alsmede hetgeen ter zitting naar voren is gebracht kan worden opgemaakt dat de notaris niet bij de gewraakte handelingen betrokken is geweest. De kamer is van oordeel dat de kandidaat-notaris genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt dat zij ten tijde van het passeren van de akten alert is geweest op de mate van wilsbekwaamheid van erflaatster en dat zij onvoldoende aanleiding had om aan deze wilsbekwaamheid te twijfelen. Klacht(en) ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:23 Kamer voor het notariaat Amsterdam 601083/NT 16-8 B

    De kamer is met partijen van oordeel dat de notaris een aantal maal te lang heeft gewacht met het beantwoorden van klaagster. Die klacht is dus gegrond. Voor het opleggen van een maatregel bestaat echter geen aanleiding, nu de notaris enerzijds heeft erkend dat zij (mede als gevolg van ziekte) klaagster niet altijd terstond heeft geantwoord en anderzijds gebleken is dat de notaris zich juist zeer heeft ingespannen om de afwikkeling van de nalatenschap ondanks slechte communicatie tussen klaagster en de executeur tot een (goed) einde te brengen.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:24 Kamer voor het notariaat Amsterdam 601319/NT 16-9 Th 601321/NT 16-10 Th

    Klacht deels gegrond verklaard, geen maatregel opgelegd. Naar zeggen van de notarissen hebben zij het aan klaagster gemelde voornemen om het depot geheel uit te keren aan de kopende partij als bericht van klaagster zou uitblijven slechts opgenomen om beweging in de zaak te krijgen, maar zouden zij het voornemen nooit hebben uitgevoerd. De kamer is van oordeel dat het een notaris niet past om op deze wijze, in strijd met zijn onafhankelijke positie te handelen, maar houdt rekening met het feit dat de notarissen bij de uitkering van het depot wel juist hebben gehandeld.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:25 Kamer voor het notariaat Amsterdam 604464/NT 16-24 Th

    De kamer is van oordeel dat de notaris genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt dat hij ten tijde van het passeren van de akten alert is geweest op de mate van wilsbekwaamheid van de testatrice en dat hij geen aanleiding had om aan deze wilsbekwaamheid te twijfelen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:26 Kamer voor het notariaat Amsterdam 593264/NT 15-57 593265/NT 15-58

    Klacht gegrond ten aanzien van de notaris. De klacht, bestaande uit een aantal klachtonderdelen, heeft betrekking op een drietal transacties. De ernst van de (vooral onder 3.5, 3.8, 3.14, 3.17, 3.20 en 3.23) gegrond bevonden klachten, de herhaaldelijk geconstateerde ernstige onzorgvuldigheid in het handelen van de notaris, in samenhang bezien met omstandigheid dat de notaris noch in zijn verweerschrift noch ter zitting enig blijk heeft gegeven inzicht te hebben in de laakbaarheid van zijn handelen, leiden ertoe dat de kamer een schorsing voor de duur van één maand passend en geboden acht. Voor zover de klachten mede gericht waren op de kandidaat-notaris , geldt dat klaagster met betrekking tot de door haar geuite klachten onvoldoende concreet heeft onderbouwd welke specifieke verwijten ter zake aan de kandidaat-notaris kunnen worden gemaakt. De tegen de kandidaat-notaris gerichte klachten worden daarom alle ongegrond verklaard.