Zoekresultaten 13131-13140 van de 46479 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:264 Raad van Discipline Amsterdam 20-775/A/A 20-776/A/A 20-777/A/A 20-778/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaten van het kantoor waar de zoon van klagers (een deel van) zijn advocaat-stage heeft gelopen. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege gebrek aan rechtstreeks belang. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Dat verweerder sub 2 telefonisch contact heeft gezocht met klagers is, gelet op de door hem geschetste omstandigheden, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:99 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-388/DB/LI en 20-391/DB/LI

    Niet gebleken dat sprake is van computervredebreuk door advocaat. Advocaat heeft via zijn derdengeldenrekening namens zijn cliënt ter voldoening aan een vonnis bedragen gestort op de derdengeldenrekening van de advocaat van klager en vervolgens met verlof van de voorzieningenrechter beslag gelegd onder de derdengeldenrekening van de advocaat van klager. Klager heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid in kort geding opheffing van het beslag te vorderen. Het stond de advocaat vrij om rechtsmaatregelen te treffen die hij in het belang van zijn cliënt achtte. Niet gebleken dat de belangen van klager nodeloos zijn geschaad. Dat door de rechtbank later is geoordeeld dat de betaling via de derdengeldenrekening van de advocaat van klager geen bevrijdende betaling betrof maakt dit niet anders. Klacht over eerdere betrokkenheid van de advocaat bij het aan zijn cliënt verkocht bedrijf betreft gedragingen van meer dan drie jaar voordat de klacht is ingediend en daarom niet-ontvankelijk. Advocaat heeft voor zijn cliënt een opleveringsopname gemaakt. Voor zover de advocaat hiervoor al toestemming van klager nodig had, heeft hij niet dusdanig geprotesteerd, dat de advocaat had moeten begrijpen dat daarvoor geen toestemming werd verleend. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk, gedeeltelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2034

    Bedrijfsarts wordt verweten dat hij ten onrechte een persoonlijke emotionele uitlating over klager op het formulier ‘Medische informatie’ ten behoeve van het UWV heeft vermeld en daarmee moedwillig de vertrouwensband tussen hem en klager heeft geschaad. Hij heeft deze informatie ook niet vooraf met klager gedeeld. Geen sprake van een emotionele uitlating. Handelwijze van de bedrijfsarts laat wel te wensen over, maar niet onderbouwd en ook niet gebleken dat de bedrijfsarts het formulier misbruikt heeft en moedwillig de vertrouwensband tussen klager en hem heeft willen schaden en dat hij de informatie niet vooraf met klager heeft gedeeld om onrust te zaaien ten behoeve van eigen belang en persoonlijke opvattingen, zoals klager stelt. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:26 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/66

    Afwikkeling nalatenschap moeder. Zij had bepaald dat klaagster en haar broer de executele in haar nalatenschap alleen gezamenlijk konden uitoefenen. De broer heeft de notaris opdracht gegeven de nalatenschap af te wikkelen. De notaris is vervolgens werkzaamheden gaan verrichten zonder zich er voldoende van te overtuigen of ook klaagster daarmee instemde en zonder haar op de hoogte te houden van zijn activiteiten, waaronder het mede namens klaagster verzorgen van de aangifte erfbelasting. De notaris heeft nadien niet (voortvarend/adequaat) gereageerd op herhaalde verzoeken van (de zijde van) klaagster om afgifte van een complete kopie van de aangifte erfbelasting. Ook heeft de notaris niet gereageerd op het - naar het oordeel van de kamer alleszins redelijke - verzoek om namens klaagster pro forma bezwaar in te dienen tegen de aanslag erfbelasting. In de aangifte heeft de notaris bovendien een onjuist rentepercentage gehanteerd. Klacht grotendeels gegrond. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2006

    Klager heeft de bedrijfsarts 17 afzonderlijke verwijten gemaakt. De bedrijfsarts heeft onzorgvuldig gehandeld bij het opstellen van de FML en ook steken laten vallen in de opgestelde documenten voor de IVA-aanvraag. Het opstellen van een FML is een kerndocument waarin een medisch probleem van een werknemer wordt vertaald naar zijn belastbaarheid en dat dient met de grootste zorgvuldigheid te gebeuren. Hetzelfde geldt voor de documenten die moeten worden aangeleverd voor een IVA-aanvraag; er is immers maar één kans om een IVA-uitkering geregeld te krijgen. Verweerder heeft ten onrechte twee opmerkingen in de documenten voor de IVA-aanvraag geplaatst die de aanvraag konden ondermijnen. Gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:262 Raad van Discipline Amsterdam 20-319/A/A 20-320/A/A 20-321/A/A 20-322/A/A

    Klacht van curatoren Imtech over voormalige advocaten van Imtech niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een tuchtrechtelijk relevant belang. De door het Hof van Discipline gebezigde norm strekt zich naar het oordeel van de raad niet verder uit dan tot advocaten die gedurende het faillissement de curator (actief) belemmeren in de bereddering van de boedel. Handelen of nalaten van de advocaat van een cliënt voorafgaande aan diens faillissement staat los van de bereddering van de boedel. Klagers stellen ook dat het handelen of nalaten van verweerders van invloed is op de positie van de failliete boedel van Imtech en de belangen van haar schuldeisers, maar hiervoor geldt dat dit slechts een afgeleid en geen rechtstreeks belang is.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:100 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-672/DB/OB

    Advocaat heeft de conceptdagvaarding wel met cliënt besproken , maar hem niet vooraf expliciet om instemming gevraagd om een (hoge) vordering niet in de dagvaarding op te nemen. Advocaat heeft cliënt niet bij aanvang van de zaak geïnformeerd over de hoogte van de mogelijk in te stellen vordering en hem niet gewezen op het kostenrisico. Klacht (gedeeltelijk)gegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:27 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/44

    Samenlevingscontract met beding dat de man bij verbreking van de samenwoning € 12.000,00 per jaar aan klaagster moet betalen voor ieder jaar dat de samenwoning heeft geduurd. Nadat de man de samenwoning heeft verbroken, heeft de rechtbank voor recht verklaard dat dit beding nietig is wegens strijd met de goede zeden. Het gerechtshof heeft dit vonnis bekrachtigd. De kamer is van oordeel dat de notaris in de gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door destijds op die manier invulling te geven aan de bedoeling van klaagster, al staat vast dat haar motief om de man d.m.v. dit contract als het ware onherroepelijk aan zich te binden in strijd met de goede zeden werd geacht. In het kader van enerzijds de ministerieplicht en anderzijds de plicht om dienst te weigeren als bedoeld in art. 21 lid 2 Wna acht de kamer het advies van de notaris verdedigbaar om in plaats van een “niet-verlatingsbeding” een vergoedingsplicht in het contract op te nemen, waarbij de hoogte van het verschuldigde bedrag en de duur van de verplichting uitdrukkelijk zijn vastgelegd en waarbij in de slotverklaring is verwoord dat partijen hierdoor een (alimentatie)regeling wilden treffen. De kamer is dan ook van oordeel dat de notaris er destijds van uit mocht gaan dat hij op die wijze ten gunste van klaagster een contractuele alimentatie-/vergoedingsplicht had vastgelegd voor het geval de samenwoning zou worden beëindigd, zij het dat niet op voorhand kon worden uitgesloten dat die verplichting nadien door de rechter zou kunnen worden gematigd indien onverkorte toepassing van het beding redelijkerwijs onaanvaardbaar zou zijn. De kamer ziet niet hoe de notaris destijds aan klaagster meer rechtszekerheid had kunnen bieden dan hij heeft proberen te doen. Dat jaren later door of namens klaagster - die was geïnformeerd over het risico dat het door haar beoogde “niet-verlatingsbeding” nietig zou worden geacht - in een civiele procedure over de strekking van het vergoedingsbeding zou worden verklaard/gesteld dat dit beding bedoeld was om ervoor te zorgen dat de man de samenwoning nooit zou kunnen beëindigen omdat hij het overeengekomen bedrag nooit zou kunnen betalen, was naar het oordeel van de kamer voor de notaris niet te voorzien, evenmin als te voorzien was dat namens klaagster in die procedure zou worden gesteld dat het beding geen alimentatiebeding was maar een boetebeding. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:101 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-688/DB/LI

    Het staat een advocaat vrij om na bestudering van de stukken zijn cliënt te adviseren om van juridische stappen af te zien, indien hij hiertoe geen goede mogelijkheden ziet. Niet gebleken dat een advocaat-relatie tussen de mede-ouder en de advocaat tot stand is gekomen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:102 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-364/DB/ZWB

    Advocaat is ondanks herhaalde verzoeken niet overgegaan tot verdeling van de toevoegingsgelden met de voorgaande advocaat. Van een opvolgende advocaat mag worden verwacht, dat hij, indien sprake is van gefinancierde rechtsbijstand, hij direct nadat de zaak is geëindigd en de toevoeging is gedeclareerd, een verdelingsvoorstel aan de voorgaande advocaat toezend en nadat daarover overeenstemming is bereikt tot betaling van het aan de voorgaande advocaat toekomende gedeelte van de toevoeging overgaat.. Advocaat heeft ook niet gereageerd op verzoeken van de deken om te reageren op de klacht over zijn nalatig handelen en is, zonder bericht, niet ter zitting van de tuchtrechter verschansen. Zaak staat bovendien niet op zichzelf. Aan de advocaat is eerder vanwege nalatig handelen een waarschuwing respectievelijk een voorwaardelijke schorsing van twee weken opgelegd. Klacht gegrond, schorsing vier weken, kostenveroordeling.