Zoekresultaten 13121-13130 van de 47372 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:61 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.122
- Datum publicatie: 19-03-2021
- Datum uitspraak: 19-03-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:61
Klacht tegen psychiater. De klacht betreft de behandeling van klaagster door de psychiater. Klaagster woont bij haar ouders. De moeder van klaagster is klaagsters gemachtigde in deze procedure. Klaagster is in 2013 opgenomen geweest op een PAAZ-afdeling. Tijdens deze periode was de beklaagde psychiater de eindverantwoordelijke psychiater-supervisor. Beklaagde heeft klaagster aangemeld voor het FACT-team per brief waarin onder meer de diagnose autisme is opgenomen die eerder door een andere psychiater was vastgesteld. Klaagster verwijt beklaagde 1) dat hij de hoofddiagnose autistische stoornis heeft gesteld, zonder dat neuropsychologisch onderzoek heeft plaatsgevonden, en 2) dat hij weigert de diagnose autisme uit het dossier te halen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beide klachtonderdelen ongegrond verklaard. Klaagster heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege is met het Regionaal Tuchtcollege van oordeel dat klachtonderdeel 1 ongegrond is, maar verklaart klachtonderdeel 2 wel gegrond. In de gegeven omstandigheden ziet het Centraal Tuchtcollege evenwel geen reden voor oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 079/2020
- Datum publicatie: 19-03-2021
- Datum uitspraak: 19-03-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:39
Klacht over diagnose (eerder vastgestelde bipolaire-I-stoornis) en voorgeschreven medicatie. Het medisch dossier vanaf het moment dat beklaagde bij de behandeling was betrokken bevat geen aanwijzingen dat de eerder gestelde diagnose onjuist zou zijn. Dat beklaagde geen nader onderzoek heeft gedaan naar de juistheid van deze diagnose kan hem dan ook niet worden verweten. Ook is niet gebleken dat beklaagde – vóór het indienen van deze tuchtklacht – wist of kon weten dat klaagster een onafhankelijk onderzoek naar de eerder gestelde diagnose wilde. Wat betreft de medicatie moet ervan worden uitgegaan dat beklaagde niet van de bijwerkingen bij klaagster op de hoogte was. Nu voorts de voorgeschreven medicatie paste bij de bij klaagster gestelde diagnose én bij het beeld van dat moment, kan beklaagde niet worden verweten dat hij niet heeft onderzocht of en in hoeverre deze medicatie kon worden afgebouwd of vervangen door andere medicatie.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:62 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.123
- Datum publicatie: 19-03-2021
- Datum uitspraak: 19-03-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:62
Klacht tegen psychiater. Klager is onder behandeling bij een ontwikkelingsstoornissenteam. Beklaagde heeft klager beoordeeld in het kader van een second opinion en heeft daarnaast voor school een verklaring over de vaststelling van bij klager aanwezige beperkingen afgegeven. Klager verwijt beklaagde dat hij het beroepsgeheim heeft geschonden, in de eerste plaats door in het bijzin van klagers moeder een diagnose te stellen en ten tweede door in strijd met gemaakte afspraken (meer) informatie met school te delen dan was afgesproken. Dit tweede deel van de klacht is door het Regionaal Tuchtcollege, zonder oplegging van een maatregel, grond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klager tegen de ongegrondverklaring van het eerste deel van de klacht af.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/155
- Datum publicatie: 19-03-2021
- Datum uitspraak: 19-03-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:36
Klager verwijt verweerster, GZ-psychologe, dat zij (als regiebehandelaar) heeft ingegrepen in de gesprekken die klager had met zijn behandelend basis psycholoog, waardoor hij stelt ernstig beschadigd te zijn in zijn vooruitgang. Klager had gevoelens voor deze psychologe ontwikkeld en heeft hierdoor geen afrondende gesprekken met haar kunnen hebben. De afsluiting en nazorg zijn volgens klager niet goed geweest. Verweerster bestrijdt de klachtonderdelen. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 171/2020
- Datum publicatie: 19-03-2021
- Datum uitspraak: 19-03-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:40
Klacht tegen huisarts. Als gevolg van het voorschrijven van amlodipine is volgens klager lithiumintoxicatie met blijvende nierschade opgetreden. De overige klachtonderdelen zien op de communicatie en het niet serieus nemen van klager door beklaagde. Het college oordeelt, dat er geen bekende interactie is tussen amlodipine en lithium. Een dergelijke interactie volgt ook niet uit het NHG-Formularium en is zowel bij de internist als de huisartsen niet bekend. Het klachtonderdeel faalt. De overige klachtonderdelen zijn voldoende door beklaagde betwist en vinden geen steun in het medisch dossier. Veeleer volgt uit het medisch dossier dat beklaagde de klachten serieus heeft genomen, de mogelijkheid van tussentijdse evaluatie en controles heeft afgesproken en gedegen op de klachten heeft geacteerd. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:63 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.148
- Datum publicatie: 19-03-2021
- Datum uitspraak: 19-03-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:63
Klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster is samen met haar dochter in behandeling gekomen bij de gz-psycholoog. Er volgen meerdere gesprekken van de gz-psycholoog met hen beiden en met ieder afzonderlijk. Klaagster verwijt de gz-psycholoog onder meer dat zij: 1. misleidende informatie heeft gegeven over haar deskundigheid althans dat het haar ontbreekt aan deskundigheid over ouderverstoting, 2. een onjuiste conclusie/diagnose heeft getrokken en een tunnelvisie had, 3. geen informatie heeft gegeven over het behandeldoel en de behandeling, 4. geen neutrale houding naar klaagster als ouder heeft gehad, 5. niet professioneel is omgegaan met klachten, 6. privacy van klaagster heeft geschonden en 7. niet heeft zorggedragen voor een doorverwijzing. Volgens klaagster heeft dit ertoe geleid dat het contact tussen klaagster en haar dochter niet is hersteld en de behandeling dus is mislukt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:57 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.151
- Datum publicatie: 19-03-2021
- Datum uitspraak: 19-03-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:57
Klacht tegen huisarts. Beklaagde is werkzaam in een huisartsenpraktijk met een aantal andere huisartsen. Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar collega-huisartsen niet heeft aangesproken op onjuistheden in het medisch dossier van klager en heeft meegewerkt aan het neerzetten van een vals medisch dossier van klager. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2002:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/220
- Datum publicatie: 19-03-2021
- Datum uitspraak: 19-03-2002
- ECLI:NL:TGZRAMS:2002:10
Klaagster verwijt verweerster, GZ-psychologe en leidinggevende van een traumacentrum, onder meer dat zij zonder toestemming met de ouders van klaagster heeft gepraat, haar ouders bij haar behandeling heeft betrokken en dat zij ongeoorloofd in haar dossier gekeken. Verweerster voert verweer. Deels gegrond, berisping
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:64 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.149
- Datum publicatie: 19-03-2021
- Datum uitspraak: 19-03-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:64
Klacht tegen een huisarts. Klager heeft in 2017 in een oogkliniek een ooglidcorrectie ondergaan en stelt dat tijdens deze operatie zijn ogen zijn beschadigd. Achter zijn ogen zijn voorwerpen ingebracht en er is een operatie uitgevoerd die niets te maken had met de ooglidcorrectie. Ongeveer een jaar na de operatie is er fluoresceïne uit zijn ogen gevloeid en in een later stadium is narcotische vloeistof vrijgekomen. Klager heeft verschrikkelijke hoofdpijnen (gehad). Klager verwijt de huisarts dat hij niets heeft gedaan om klager te helpen, al dan niet via een verwijzing. Het verzoek van klager om een verwijzing voor een MRI scan om de oorzaak van zijn klachten aan te tonen is door de huisarts categorisch geweigerd. Klager verwijt de huisarts daarnaast dat hij niet meelevend en ondersteunend heeft gereageerd. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:58 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.342
- Datum publicatie: 19-03-2021
- Datum uitspraak: 19-03-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:58
Klaagster is in haar auto van achteren aangereden door een verzekerd motorvoertuig. Zij heeft bij de verzekeraar een letselschadeclaim ingediend De verzekeraar heeft de aansprakelijkheid van haar verzekerde voor het ongeval erkend. Tussen klaagster en de verzekeraar is een geschil ontstaan over de afwikkeling van de schade. Dat geschil betreft onder meer het causale verband tussen het ongeval en de medische klachten van beklaagde. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat hij: a. een onzorgvuldige dossiervoering heeft aangehouden; b. onrechtmatig persoonsgegevens als onderdeel van het medisch dossier heeft verwerkt; c. zonder medische vakkennis, zonder eigen medisch onderzoek en zonder toetsbare raadpleging van een consulent vergaande en niet onderbouwde conclusies op het vakgebied van de orthopedie heeft getrokken; d. in strijd met de gangbare inzichten zoals o.a. verwoord in de richtlijnen van het GAV, de GBL2.0 en rechtspraak heeft aangedrongen op volledige verstrekking van de medisch voorgeschiedenis (patiëntenkaart) van klaagster; e. de professionele standaard uit het oog heeft verloren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1312
- Pagina: 1313
- Pagina: 1314
- ...
- Pagina: 4738
- Volgende pagina zoekresultaten