Zoekresultaten 12851-12860 van de 48322 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:169 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-688/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk wegens verstrijken van de vervaltermijn en gedeeltelijk kennelijk ongegrond bij gebreke van een deugdelijke onderbouwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:314 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-259

    Voorzittersbeslising. Klacht buiten termijn van drie jaar ingediend. Voorzitter verklaart klacht niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:153 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-366/DB/LI

    Verzet. De raad is van oordeel dat de voorzitter terecht en op juiste gronden toepassing heeft gegeven aan artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet, op grond waarvan de klacht zonder voorafgaande mondelinge behandeling bij beslissing van de voorzitter kan worden afgedaan. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:170 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-477/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat over gebrekkige bijstand in een emotioneel beladen en complexe zaak kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:154 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-929/DB/OB

    Verzet. De voorzitter heeft terecht en op juiste gronden toepassing gegeven aan artikel 46j Advocatenwet, op grond waarvan de klacht zonder voorafgaande mondelinge behandeling bij beslissing van de voorzitter kan worden afgedaan. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2021:19 Kamer voor het notariaat Amsterdam 694726 / NT 20-52, 694728 / NT 20-53 en 694732 / NT 20-54

    Ter zitting is gebleken dat klager de notarissen echter in de kern verwijt dat zij tijdens hun waarneming hebben gehandeld in nauw overleg met het BFT en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (hierna: KNB) en dat zij daarvan hebben geprofiteerd en/of zich hebben verrijkt. Klager stelt dat de kamer in haar beslissing van 27 december 2016 hem op onterechte gronden heeft ontzet, omdat zijn bewaringspositie niet negatief was. Volgens klager is geen sprake van ‘normale’ waarneming door de notarissen maar in feite van liquidatie van zijn (voormalige) kantoor door de notarissen in nauwe samenwerking met het BFT en de KNB. Klager legt aan zijn klacht ten grondslag de conclusie van het BNA-rapport, waarin onder meer is vermeld dat de bewaringspositie per 5 februari 2016 positief was. Klager stelt verder dat niet hij maar zijn voormalige boekhouder gelden van de derdenrekening van het kantoor heeft onttrokken en naar zijn privérekening heeft overgemaakt en dat hij daarom zelf beslag op de bankrekening van de boekhouder heeft gelegd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:171 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-550/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk door tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:176 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210197

    Appelverbod. Klagers gaan in hoger beroep tegen een verzetsbeslissing van de raad waarbij het verzet ongegrond is verklaard. De slotsom is dat klagers geen feiten of omstandigheden hebben aangedragen waaruit volgt dat zij bij de raad geen eerlijk proces hebben gehad. Het hof concludeert dan ook dat het appelverbod niet kan worden doorbroken. Klagers zullen in hun beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2459-2074

    Arts wordt (onder andere) verweten dat hij een (niet neutrale en niet objectieve) verklaring heeft afgelegd tijdens een onderzoek door de RvdK, waarbij hij heeft opgetreden als informant voor de ex-partner van klaagster, terwijl hij in het verleden een langdurige relatie had met de tante van klaagsters ex-partner. De arts heeft persoonlijke ervaringen laten meewegen in zijn professioneel oordeel en tevens een professioneel oordeel hebben geuit over klaagster en haar nieuwe partner. De arts heeft ernstig misbruik hebben gemaakt van zijn positie als arts en het vertrouwen dat de RvdK daardoor in hem had. Deels gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:177 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210143

    Verzet tegen voorzittersbeslissing hof. Klaagster heeft de beroepstermijn overschreven, waarna de voorzitter haar beroep kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het verzet tegen deze voorzittersbeslissing is eveneens niet-ontvankelijk verklaard wegens een overschrijding van de verzettermijn. In haar verzet heeft klaagster zich beroepen op persoonlijke omstandigheden. Nog los van het feit dat die in haar risicosfeer liggen, zijn deze omstandigheden niet concreet gemaakt met feiten noch met stukken onderbouwd. Ook is niet toegelicht waarom klaagster daardoor niet tijdig haar verzet (en beroep) kon instellen. Niet-ontvankelijk.