We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 46181-46190 van de 47882 resultaten

  • Met betrekking tot de echtscheidingsclausule onder K van het testament stelt de kamer vast dat dit een standaardbepaling in een testament betreft. De oud-notaris heeft ter zitting verklaard dat hij hierover niet expliciet met erflater heeft gesproken, omdat het destijds een gelukkig huwelijk betrof. Gezien de situatie ten tijde van het opmaken en passeren van het testament, heeft de oud-notaris naar het oordeel van de kamer niet onzorgvuldig gehandeld door deze standaardbepaling op te nemen in het testament en daaraan bij de bespreking geen bijzondere aandacht te besteden.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:18 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/325148/KL RK 17-111

    De notaris heeft ter zitting verklaard dat [B] de bijzondere voorwaarde in de onderhandse akte wenste. [B] wilde de akte pas naderhand ondertekenen, omdat ingevolge de bijzondere voorwaarde mevrouw [A] eerst een deel van de geldlening moest aflossen. Dit was de reden dat [B] niet bij de ondertekening aanwezig was en pas later de akte heeft ondertekend. De notaris heeft hieraan toegevoegd dat hij heeft geborgd dat het bedrag daadwerkelijk door mevrouw [A] werd betaald door die betaling via zijn kwaliteitsrekening te laten plaatsvinden en dat hij daarna de akte heeft doorgezonden naar [B]. De kamer acht de door de notaris geschetste gang van zaken niet ongebruikelijk en zeker niet illegaal. De notaris heeft terecht de regie gehouden over de betaling door mevrouw [A], waarna hij de akte ter ondertekening naar [B] heeft doorgestuurd.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:19 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/326650/KL RK 17-142

    De kamer is verder van oordeel dat de notaris klaagster niet onnodig op kosten heeft gejaagd door zijn advies om de nalatenschap te verwerpen. Gelet op de tekst van het testament in samenhang met de feitelijke situatie is twijfel mogelijk over de vraag of klaagster erfgenaam van erflater is. Nu klaagster heeft aangegeven geen erfgenaam te willen zijn en het saldo van de nalatenschap negatief is, acht de kamer het een juist advies van de notaris om de nalatenschap zekerheidshalve te verwerpen. De keuze van klaagster om hierover aan een andere notaris advies te vragen, dient voor haar rekening te komen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:2 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/325152 KL RK 17-112

    Klager heeft zijn lidmaatschapsrecht in een vereniging verkocht. De akte van levering is ten overstaan van de notaris gepasseerd. Voor de overdracht was de toestemming van de vereniging vereist. De vereniging heeft de inhouding van een waarborgsom als voorwaarde gesteld. Klager stelt dat de notaris zich onbeschoft heeft gedragen. In het licht van deze onheuse bejegening heeft klager een aantal punten aangevoerd, waarvan hij vindt dat de notaris kwalitatief slecht werk heeft geleverd. Voorts is klager van mening dat er geen grondslag is voor de waarborgsom en dat de notaris door het inhouden van de waarborgsom medeplichtig is aan het plegen van een onrechtmatige daad. De kamer heeft de klacht op alle onderdelen ongegrond verklaard en daartoe het volgende overwogen. Uit hetgeen over en weer door partijen is aangevoerd, blijkt dat partijen de overdracht elk heel anders hebben ervaren. Dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld is niet komen vast te staan. Wel overweegt de kamer dat de notaris, bijvoorbeeld door het geven van een nadere toelichting, meer begrip voor zijn handelwijze kunnen kweken bij klager, waardoor klager de communicatie anders zou hebben ervaren. Ten aanzien van de inhouding van de waarborgsom heeft de kamer als volgt overwogen. Nu op grond van de statuten voor de overdracht de toestemming van de vereniging was vereist en de vereniging de bevoegdheid had om voorwaarden aan de overdracht te verbinden, heeft de notaris met het inhouden van de waarborgsom niet klachtwaardig gehandeld

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:20 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/328895/KL RK 17-175

    De kamer stelt vast dat enkele in de kavellijst vermelde opbrengsten van geveilde schilderijen, soms aanzienlijk, afwijken van de in de brief van [Y] Gerechtsdeurwaarders van 21 september 2016 vermelde opbrengsten. De kamer kan echter niet vaststellen waarin de oorzaak van deze verschillen in vermelde opbrengst is gelegen. De kamer dient in een tuchtprocedure te beoordelen of een notaris zijn handelen dan wel nalaten tuchtrechtelijk verweten kan worden. Hoewel de geconstateerde verschillen zeker vragen oproepen, kan aan het feit dat er verschillen zijn niet de conclusie worden verbonden dat de notaris onzorgvuldig heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:21 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/329268 KL RK 17-184

    Klager verwijt de notaris dat hij de nalatenschap van moeder onvoldoende voortvarend afhandelt. Klager ontvangt geen reactie van de notaris en wordt doorlopend geconfronteerd met vertragingen en tegenwerkingen. Verder houdt de notaris, volgens klager ten onrechte, een bedrag in depot op zijn derdengeldenrekening totdat de nalatenschap van moeder is afgewikkeld. Voorts verwijt klager de notaris dat hij de reguliere mogelijkheden tot het indienen van klachten frustreert. Dit druist in tegen het rechtsgevoel van klager. Klager voelt zich verre van integer en met minachting door de notaris behandeld. De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd en de kamer heeft de klacht op alle onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:22 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/331999 KL RK 18-8

    Gelet op hetgeen door partijen over en weer is aangevoerd, komt de kamer tot het oordeel dat er voor de notaris voldoende aanleiding was om het Stappenplan te volgen. In de eerste plaats was het de partner die contact opnam met de notaris voor het opmaken van onder meer een testament voor erflater. In de tweede plaats diende de fysieke gesteldheid van erflater aanleiding te zijn voor de notaris om verder onderzoek te doen. Erflater had enkele weken voorafgaand aan het opstellen van het samenlevingscontract en het testament een ernstig herseninfarct gehad. Erflater verbleef ten tijde van de bespreking op 11 januari 2016 in het ziekenhuis en is de dag vóór het passeren van de akten overgeplaatst naar een revalidatiekliniek. Erflater was ernstig beperkt in zijn communicatie en kon enkel met ‘ja’ of ‘nee’ antwoorden. Voorts zaten er tussen de eerste bespreking en het passeren van de akten negen dagen. Er was echter geen (medische) noodzaak om de akten snel te passeren. Er was dus voldoende tijd en gelegenheid voor de notaris om de wilsbekwaamheid van erflater nader te onderzoeken. Gelet op het voorgaande komt de kamer tot het oordeel dat er voor de notaris aanleiding was om het Stappenplan te volgen. Dat zij dat ondanks voornoemde indicatoren niet heeft gedaan, maakt naar het oordeel van de kamer dat zij niet heeft gehandeld zoals dat van een redelijk handelende en redelijk bekwame notaris verwacht had mogen worden. De kamer acht de klacht daarom gegrond en legt de notaris de maatregel van waarschuwing op. De kamer ziet aanleiding om de notaris, gelet op artikel 103b lid 1 sub a en b Wna en de tijdelijke richtlijn kostenveroordeling kamers voor het notariaat, een kostenveroordeling op te leggen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:23 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/328521 / KL RK 17-165

    Vader heeft het aanbod van de oud-notaris om hem in het ziekenhuis te bezoeken afgewezen en gezegd dat hij zelf op het ontwerptestament terug zou komen. Niet gesteld en ook niet gebleken is dat vader in de periode na zijn ontslag uit het ziekenhuis tot zijn tweede ziekenhuisopname eind april 2017 niet in staat was om desgewenst contact op te nemen met de oud-notaris. Vader heeft om hem moverende redenen hiervan afgezien. Gelet op de eerdere mededeling aan de oud-notaris dat hij nog niet zeker was over de onterving, gevoegd bij zijn latere mededeling zelf op de zaak terug te zullen komen, kan dit de oud-notaris niet worden aangerekend. De kamer is van oordeel dat zeker in geval van een voorgenomen onterving voorzichtigheid geboden is en de oud-notaris niet onzorgvuldig heeft gehandeld door het initiatief tot de wijziging bij vader te laten.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:24 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/328724 KL RK 17-169

    Notaris heeft gegeven de van belang zijnde feiten en omstandigheden voldoende zorgvuldig gehandeld en was gehouden de leveringsakte te passeren als verzocht. Gezien de informatie waarover de notaris beschikte en kon beschikken, behoefde de notaris redelijkerwijze niet te twijfelen aan het uitgewerkt zijn van het voorkeursrecht van klaagster en/of aan het sterkere recht van de beoogd verkrijgster.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:25 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/330660 KL RK 17-208

    Klager vertegenwoordigt de belangen van diverse leden van de familie X. De familie X heeft in 1981 circa 46 ha grond in eigendom overgedragen aan Y. In die akte stonden een aantal bijzondere bepalingen opgenomen. De gronden die Y in 1981 van X heeft gekocht zijn op 8 december 2014 middels een akte van toedeling kavelruil, gepasseerd ten overstaan van de notaris, toebedeeld aan de CV. Klager is van mening dat de notaris zijn ministerie had moeten weigeren ten aanzien van de akte van 8 december 2014. Subsidiair is klager van mening dat de notaris meer onderzoek had moeten verrichten en meer subsidiair dat de notaris eerst had bij X had moeten nagaan of alle verplichtingen voortvloeiend uit de akte uit 1981 waren vervuld. De kamer is van oordeel dat de kavelruil een grote transactie betrof die met de grootst mogelijke aandacht en zorgvuldigheid voorbereid diende te worden. Bij de voorbereiding van de kavelruil kwam de akte uit 1981 aan bod. De akte uit 1981 betreft een complexe akte met een aantal bijzondere bepalingen die voor meerdere uitleg vatbaar zijn. De kamer rekent het de notaris aan dat hij, ondanks dat de bepalingen in de akte uit 1981 voor meerdere uitleg vatbaar waren en zonder hierover navraag te doen bij Y, de conclusie heeft getrokken dat de bepalingen onder H in de akte uit 1981 in samenhang dienden te worden gelezen met de bepalingen onder A en B in de betreffende akte. Hierdoor is de notaris onvoldoende nagegaan of hij in het belang van derden meer onderzoek had moeten doen waar het gaat om de bepalingen onder H. Het onderzoek door de notaris is gestopt na antwoord van Y over sub A en B, waarna de notaris wat betreft sub H zijn eigen idee heeft gevormd, zonder dit, allereerst bij Y te verifiëren. De notaris is daarom ook niet toegekomen aan een afweging over het al dan niet raadplegen van klager en het vragen van toestemming van Y daarvoor. Daarom komt de kamer tot het oordeel dat de notaris onvoldoende zorgvuldig en derhalve tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De kamer verklaart dit klachtonderdeel gegrond en legt de notaris de maatregel van waarschuwing op.