Zoekresultaten 45871-45880 van de 47927 resultaten
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:14 Kamer voor het notariaat Amsterdam 747578 / NT 24-7
- Datum publicatie: 20-08-2025
- Datum uitspraak: 27-05-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:14
Vast staat dat klaagster pas op die dag, één dag voor de geplande passeerdatum, de kandidaat-notaris heeft ingelicht over het vruchtgebruik van het legaat en dat op dat moment geen toestemming van de dochters van erflater was verkregen voor vervreemding van de woning. Niet alleen heeft klaagster nagelaten de kandidaat-notaris tijdig over het vruchtgebruik van het legaat te informeren, maar ook informatie dat de dochters van erflater nog geen toestemming voor de levering van de woning hadden gegeven heeft zij niet tijdig aan de kandidaat-notaris verstrekt.Dat de kandidaat-notaris vervolgens heeft geoordeeld dat hij - gelet op de belangen van de blooteigenaren van het legaat en de onzekere (juridische) situatie - zekerheidshalve toestemming van de dochters van erflater wilde verkrijgen vóór het passeren van de leveringsakte, en daarom de passeerdatum van de leveringsakte heeft uitgesteld, is naar het oordeel van de kamer - gelet op het vorenstaande - niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De kamer acht de klacht daarom ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:15 Kamer voor het notariaat Amsterdam 756224 / NT 24-33 756225 / NT 24-34
- Datum publicatie: 21-08-2025
- Datum uitspraak: 10-07-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:15
Het kennelijke verwijt van klaagster dat de kandidaat-notarissen hadden moeten waarschuwen voor de nadelige gevolgen van het verzoek om toestemming aan de gemeente is naar het oordeel van de kamer ongegrond. Dat de gemeente een onderzoek heeft verricht naar het gebruik van het adres [adres 3] (welk gebruik mogelijk niet in overeenstemming was met de bestemming) is niet een voorzienbaar gevolg van het vragen van de wettelijk vereiste toestemming aan de gemeente geweest. Ook het gevolg, dat klaagster in december 2022 een besluit van de gemeente heeft ontvangen waarin de bestemming van [adres 3] is gewijzigd naar bedrijfsmatige bestemming, zoals zij ter zitting heeft verklaard, is een omstandigheid die niet was te voorzien en evenmin de kandidaat-notarissen kan worden verweten. Niet gebleken is dat de kandidaat-notarissen tekort zijn geschoten in hun zorgplicht jegens klaagster. De kandidaat-notarissen hebben zich professioneel richting klaagster gedragen. De kandidaat-notarissen hebben gedaan wat zij bij de uitvoering van hun opdracht behoorden te doen en daarbij klaagster bij herhaling op correcte wijze geïnformeerd over het dossierverloop. Ook hebben zij klaagster uitgenodigd voor een bespreking op het notariskantoor, waar zij overigens niet op in is gegaan.Gelet op het vorenstaande acht de kamer de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:16 Kamer voor het notariaat Amsterdam 760313 / NT 24-47
- Datum publicatie: 21-08-2025
- Datum uitspraak: 27-05-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:16
Van een (kandidaat-)notaris die een opdracht tot het indienen van een (eenvoudige) aangifte erfbelasting ontvangt, mag worden verwacht dat hij deze aangifte op juiste wijze invult en indient en dat hij daarbij in de gegeven omstandigheden voldoende voortvarend handelt. Uit het voorgaande volgt dat de kandidaat-notaris aan een en ander niet heeft voldaan. Nergens blijkt dat de kandidaat-notaris een complete aangifte heeft ingediend en klager ook adequaat heeft geïnformeerd. Zorgvuldigheid is één van de kernwaarden van het notariaat en de kandidaat-notaris heeft deze bij voortduring geschonden. De kamer neemt bij de bepaling van soort en hoogte van de maatregel in aanmerking dat de kandidaat-notaris sinds mei 2022 faalt in de dienstverlening richting klager. De kandidaat-notaris heeft klager gedurende bijna drie jaar in het ongewisse gelaten door niet, te laat of niet naar behoren te reageren op correspondentie en/of telefoontjes van klager en de aangifte erfbelasting op zijn beloop te laten. (...) De incomplete en niet tijdige aangifte kan aanmerkelijke financiële consequenties voor erflaters hebben. De kamer acht daarom - mede gelet op het feit dat de kandidaat-notaris geen tuchtrechtelijk verleden heeft - de maatregel van berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:17 Kamer voor het notariaat Amsterdam 753699 / NT 24-17
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 12-06-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:17
Klager heeft geen redelijk belang bij de klacht over de akte van 2001. Vast staat dat de moeder van klager partij was bij die akte. Zij was belanghebbende bij de beëindiging van de erfdienstbaarheid. Voor het geval dat de moeder van klager hem wel had gemachtigd namens haar de klacht in te dienen, is de klacht niet-ontvankelijk omdat deze niet tijdig is ingediend.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:18 Kamer voor het notariaat Amsterdam 759677 / NT 24-45
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 12-06-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:18
Klacht over wilsbekwaamheid testateur. De kamer is van oordeel dat klagers sub 1, 2 en 3 enig redelijk belang hebben bij hun klacht over de wijziging van het testament van de vader. Hun betrokkenheid bij het testament van de vader vloeit voort uit het feit dat klagers erfgenamen bij versterf zijn. Daaruit volgt ook ook dat klager sub 4, de bewindvoerder, enig redelijk belang bij een klacht over het testament van de vader ontbeert. Het vermogen van de vader wordt bij diens leven (en dus tijdens het bewind) door het testament immers niet beïnvloed. De kamer verklaart klager sub 4 daarom niet-ontvankelijk. De omstandigheid dat de vader volgens klagers, die het verzoek tot onderbewindstelling wilden indienen, niet meer in staat was zijn eigen financiën te regelen, betekent nog niet dat ten aanzien van deze relatief beperkte wijziging van zijn testament zijn wil niet zou kunnen bepalen. Relevant is verder dat de vader ten tijde van het passeren van het testament nog zelfstandig woonde. Klagers hebben, nadat aan hen op 9 november 2022 was meegedeeld dat het testament gewijzigd zou worden ten gunste van de ex-vriendin, de wilsbekwaamheid van de vader in relatie tot de wijziging van het testament niet (expliciet) aan de orde gesteld. Zij hadden vooral zorgen over zijn financiële situatie bij leven. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:19 Kamer voor het notariaat Amsterdam 760306 / NT 24-46
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 28-08-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:19
De klacht is grotendeels gegrond. Van de notaris mocht worden verwacht dat hij erop zou toezien dat bij klagers geen onduidelijkheid bestond over zijn rol. Omdat de notaris ook zelf het testament had verleden waarin erflaatster hem tot executeur had benoemd, mocht van hem ook enige uitleg aan de erfgenamen worden verwacht over het feit dat hij die benoeming niet had aanvaard. De notaris heeft niet zorgvuldig gehandeld door na te laten klagers daarover tijdig te informeren. Omdat uit de e-mail die de notaris na indiening van de klacht aan klagers heeft gezonden blijkt dat hij heeft ingezien dat hij klagers direct op de hoogte had moeten brengen, ziet de kamer aanleiding om de notaris de maatregel van waarschuwing op te leggen.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:2 Kamer voor het notariaat Amsterdam 751341 / NT 24-11
- Datum publicatie: 25-02-2025
- Datum uitspraak: 21-01-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:2
1.1. Hoewel klager geen partij is bij de akte van levering, heeft hij naar het oordeel van de kamer wel een belang bij zijn klacht omdat hij klaagt over de weigering van de notaris om hem nadere informatie te verstrekken. Daarnaast heeft hij belang bij zijn klacht over het – in zijn ogen – onvolkomen onderzoek door de notaris naar de herkomst van de gelden die bij de aankoop zijn gebruikt, nu hij stelt dat de aankoop van de woning grotendeels met gelden uit zijn beleggingsportefeuille – die zijn echtgenote deels heeft geliquideerd – is gefinancierd. Daarmee stelt hij zich kennelijk op het standpunt dat de notaris had behoren te achterhalen dat die gelden van hem afkomstig waren en dat zijn echtgenote – gelet op de reikwijdte van de aan haar verstrekte (tijdelijke) volmacht – daar niet over mocht beschikken. Klager is dan ook ontvankelijk in zijn klacht.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:20 Kamer voor het notariaat Amsterdam 768880 / NT 25-16
- Datum publicatie: 21-11-2025
- Datum uitspraak: 06-11-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:20
Het eerste klachtonderdeel ziet op het partijdig handelen van de notaris door (opnieuw) een verklaring af te leggen ten gunste van de zuster van klagers. Er speelt tussen klagers en hun zuster een discussie over de onroerende zaak ten aanzien van het punt of deze gesplitst of in delen kan worden verkocht, of als één geheel. De notaris heeft zich in deze discussie gemengd en, op verzoek van mr. [P], in zijn e-mail van 7 april 2025 een verklaring afgelegd ten gunste van de zuster van klagers (en ten nadele van klagers).Het tweede klachtonderdeel ziet op de gedragingen van de notaris jegens de gemachtigde van klagers. Klagers menen dat zij, ondanks het eerdere oordeel van de kamer op dit punt (ECLI:NL:TNORAMS:2024:13), ontvankelijk zijn in dit klachtonderdeel. (...) De gedragingen waar het om gaat vonden plaats tijdens de zitting bij de kantonrechter toen de notaris stelde dat de gemachtigde van klagers ‘constant aan het liegen en bedriegen’ is. Hij heeft deze grievende uitlating later herhaald.De kamer is van oordeel dat deze verklaring niet zodanig afwijkt van hetgeen in het proces-verbaal van de zitting bij het hof is opgenomen, dat gezegd kan worden dat de verklaring onjuist is en/of dat sprake is van partijdig handelen van de notaris. (...)Het tweede klachtonderdeel ziet op de gedragingen van de notaris jegens de gemachtigde van klagers tijdens de zitting bij de kantonrechter. Het gaat daarbij om de uitlating van de notaris dat de gemachtigde ‘constant aan het liegen en bedriegen is’. De kamer neemt aan dat deze bewoordingen door de notaris zijn gebezigd met uitzondering van het woord ‘constant’, een en ander gelet op de inhoud van het proces-verbaal van de zitting bij de kantonrechter. De kamer is van oordeel dat de notaris de gemachtigde daarmee op ongepaste wijze heeft bejegend. Het gebruik van dergelijke diffamerende bewoordingen is niet passend voor een notaris. De kamer acht het tweede klachtonderdeel dan ook gegrond, zij het dat de kamer voor oplegging van een maatregel geen aanleiding ziet.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:21 Kamer voor het notariaat Amsterdam 767519 / NT 25-13 767521 / NT 25-14
- Datum publicatie: 21-11-2025
- Datum uitspraak: 28-10-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:21
Klager meent dat de kandidaat-notaris geen afschrift van het testament van erflaatster had mogen afgeven ten behoeve van de broer en zus van klager. Het testament geeft namelijk onvoldoende duidelijkheid om vast te stellen dat de persoon of personen die een kopie van het testament opvragen ook erfgenamen zijn. Daarnaast is het afgegeven afschrift van het testament een manipulatie, aldus klager. Klager verwijt bovengenoemd handelen ook de notaris omdat de kandidaat-notaris onder zijn verantwoordelijkheid valt en hij de kandidaat-notaris heeft verdedigd. De kamer acht beide klachtonderdelen ongegrond. De notarissen zijn niet verplicht aan klager verantwoording af te leggen over hun handelwijze. De notarissen wijzen er terecht op dat zij op grond van artikel 49 Wna verplicht zijn een afschrift van een testament te verstrekken aan degenen die een recht aan de akte kunnen ontlenen. De notarissen hebben daarbij toegelicht dat nooit zomaar een afschrift van een testament wordt afgegeven. Als een dergelijk verzoek wordt gedaan, wordt altijd gecontroleerd of de persoon die zich meldt recht heeft op een afschrift, waarna deze persoon wordt geïdentificeerd. De klacht dat het door de kandidaat-notaris afgegeven afschrift een manipulatie betreft berust op een misvatting van klager. De kandidaat-notaris heeft het afschrift volgens de geldende wetgeving afgegeven en niet klachtwaardig gehandeld. Omdat de kandidaat-notaris geen enkel tuchtrechtelijk verwijt valt te maken, kan ook de notaris niet worden verweten dat hij de kandidaat-notaris heeft verdedigd.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:22 Kamer voor het notariaat Amsterdam 763518 / NT 25-3 766112 / NT 25-7 769709 / NT 25-18
- Datum publicatie: 21-11-2025
- Datum uitspraak: 06-11-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:22
Klager heeft zeven klachten ingediend: klacht 1 ziet op de gang van zaken na het overlijden van erflaatster, klacht 2 op de wilsbekwaamheid van erflaatster ten tijde van het opstellen van het testament in 2018, klacht 3 op de afwikkeling van de nalatenschap van erflater in 2014, klacht 4 op het opstellen van de (oudere) testamenten van erflater en erflaatster in 2008, klacht 5 op de partijdigheid van de notaris, klacht 6 betreft schending van het beroepsgeheim en klacht 7 betreft een algemene klacht over de notaris. De kamer voor het notariaat verklaart de klachtonderdelen 3 en 4 niet-ontvankelijk en verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 4587
- Pagina: 4588
- Pagina: 4589
- ...
- Pagina: 4793
- Volgende pagina zoekresultaten