Zoekresultaten 51-100 van de 47606 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:116 Raad van Discipline Amsterdam 25-756/A/A

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:52 Accountantskamer Zwolle 25/1002 Wtra AK

    Gegronde klacht, berisping. Klager is een van de maten van een maatschap. Volgens klager heeft betrokkene twee documenten opgesteld met verschillende afspraken over de samenwerking binnen een maatschap. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene niet integer en niet vakbekwaam en zorgvuldig heeft gehandeld bij het opstellen van en adviseren over de samenwerkingsdocumentatie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:110 Raad van Discipline Amsterdam 25-867/A/A 25-871/A/A

    Raadsbeslissing; klacht is niet-ontvankelijk. Klager als bestuurder van de vennootschap heeft hoogstens een afgeleid belang bij de klacht over het handelen van verweerders in hun rol als de advocaten van de wederpartij in de procedures tegen de vennootschap.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:174 Hof van Discipline 's Gravenhage 250303

    Klacht van een advocaat tegen de advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerder dat hij zich met suggestieve argumenten heeft verzet tegen een verzoek tot uitstel bij het gerechtshof. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:111 Raad van Discipline Amsterdam 25-823/A/NH

    Raadsbeslissing; gegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door bij de behandeling van klaagsters zaak onvoldoende voortvarendheid te betrachten en door klaagster onvoldoende te informeren over de kans van slagen van de zaak. Bovendien heeft verweerster niet voorzien in passende waarneming in de periode dat zij vanwege gezondheidsproblemen trager werkte dan gebruikelijk en klaagster hierover ook niet geïnformeerd. Hierdoor heeft verweerster klaagster de mogelijkheid ontnomen om een andere advocaat in de arm te nemen. De raad acht het opleggen van een berisping in deze omstandigheden passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:131 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-238/DH/DH

    Herstelbeslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9331

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster heeft zich na haar bevallingsverlof ziekgemeld. Naar aanleiding van haar ziekmelding heeft zij voor een medisch onderzoek het spreekuur van de verzekeringsarts bezocht. Klaagster heeft klachten over de wijze waarop dit spreekuur heeft plaatsgevonden en hoe de verzekeringsarts haar heeft bejegend. Het college overweegt dat als de lezingen van partijen over de feitelijke gang van zaken uiteenlopen, de klacht in beginsel slechts gegrond kan worden bevonden indien er objectieve aanknopingspunten zijn die de lezing van klaagster kunnen ondersteunen. In deze zaak ontbreken dergelijke aanknopingspunten. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:132 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-238/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7629

    Deels gegronde klacht tegen een jeugdarts. De school van klager heeft de Jeugdgezondheidzorg (JGZ) gevraagd naar de belastbaarheid van klager. De namens de JGZ aan de school verbonden jeugdverpleegkundige heeft de (jeugd)arts gevraagd mee te kijken, waarop de (jeugd)arts een uitgebreide e-mail heeft gestuurd aan de jeugdverpleegkundige, die dat bericht doorstuurde naar de school. Klager verwijt de (jeugd)arts onder andere dat zij een notitie heeft geschreven met een advies aan school. Het college is van oordeel dat de e-mail, gezien de omstandigheden, niet kan worden beschouwd als een notitie waarin de jeugdarts een behandeladvies geeft aan school, maar dat het doel was het geven van ondersteuning aan de jeugdverpleegkundige. Wel had van de jeugdarts verwacht mogen worden dat zij direct nadat zij kennis had van het doorzenden van de e-mail zij duidelijk had gemaakt dat deze tekst niet bestemd was voor de school en slechts bedoeld was als het meedenken met de jeugdverpleegkundige. De klacht is in zoverre gegrond. Het college volstaat met een gedeeltelijke gegrondverklaring van de klacht zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9813

    Klacht tegen een arts kennelijk niet-ontvankelijk. Aangeklaagde heeft in opdracht van de politie als deskundige onderzoek gedaan naar letsel, opgelopen door een buurtgenoot met wie klaagster in een handgemeen verwikkeld is geweest. Volgens klaagster heeft de aangeklaagde verkeerde aannames gedaan en ten onrechte geen scheurwond beschreven. De voorzitter oordeelt dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van de Wet BIG.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9815

    Klacht tegen een arts kennelijk niet-ontvankelijk. Aangeklaagde heeft in opdracht van de rechter-commissaris in strafzaken als deskundige onderzoek gedaan naar letsel, opgelopen door een buurtgenoot met wie klaagster in een handgemeen verwikkeld is geweest. Volgens klaagster heeft de aangeklaagde een verkeerde conclusie getrokken en de wond niet goed beschreven. De voorzitter oordeelt dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van de Wet BIG.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:51 Accountantskamer Zwolle 25/2288 Wtra AK

    Klacht over het handelen en/of nalaten van betrokkene als lid van de CEA met betrekking tot het Besluit gewijzigde eindtermen accountantsopleidingen 2016. Terughoudende toetsing door de Accountantskamer. De klacht is ongegrond in alle onderdelen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9318

    Klacht tegen gynaecoloog kennelijk ongegrond. Klaagster was onder behandeling bij de gynaecoloog vanwege diverse pijnklachten. Zij verwijt de gynaecoloog dat zij de uitslag van de PET-CT scan niet (direct) heeft gedeeld, geen informatie heeft verstrekt over de bijwerkingen van medicatie en tegenstrijdige informatie gaf over een doorverwijzing naar Engeland en over de vergoeding door de verzekeraar. Het college oordeelt dat de gynaecoloog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8394

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager maakt de bedrijfsarts meerdere verwijten over haar handelen gedurende het re-integratie traject van klager, onder andere dat zij geen actie ondernam toen zijn werkgever niet passende werkzaamheden aanbood. Het college oordeelt hierover dat de bedrijfsarts in de rapportages heeft aangegeven welke beperkingen er waren en dat klager het aangeboden werk niet passend vond; het is niet de taak van een bedrijfsarts om er vervolgens nog op toe te zien of de werkgever de adviezen van de bedrijfsarts wel in volle omvang opvolgt. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:46 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/447262 / KL RK 25-15

    Het verzet van klager is deels gegrond verklaard ten aanzien van twee klachtonderdelen, omdat in de voorzittersbeslissing deze klachtonderdelen onjuist zijn geïnterpreteerd en daarom nog niet is beslist op de eigenlijke klacht van klaagster over onderwerpen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9257

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager maakt de bedrijfsarts meerdere verwijten over diens begeleiding. Klager heeft eerder een tuchtklacht tegen de bedrijfsarts ingediend. Hoewel de onderbouwing van de klachtonderdelen summier is, is het college van oordeel dat de klachtonderdelen voldoen aan de voor de onderbouwing daarvan betreft minimale eisen. De bedrijfsarts heeft tegen elk van de klachtonderdelen ook inhoudelijk verweer gevoerd. Het college komt tot het oordeel dat klager ontvankelijk is maar dat zijn klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9244

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een verpleegkundige. De klacht gaat over de overplaatsing van klager naar het Penitentiair Psychiatrisch Centrum en de oplegging van een zorgmachtiging. Naar het oordeel van de voorzitter is er sprake van objectieve, concrete en gemotiveerde zwaarwegende omstandigheden die aanleiding geven om de openbaarmaking van de persoonsgegevens van de verpleegkundige ook in het vervolg van de procedure te beperken. De voorzitter komt inhoudelijk tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9245

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een onbekend gebleven zorgverlener. De klacht gaat over de overplaatsing van klager naar het Penitentiair Psychiatrisch Centrum en de oplegging van een zorgmachtiging. Nu klager, op wie de verantwoordelijkheid rust om de naam van de beklaagde te verstrekken, de identiteit van de beklaagde niet heeft kunnen achterhalen en gelet op deze informatie, is klager kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. Bij gebrek aan nadere informatie over de psycholoog die het zou betreffen, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege gevergd kunnen worden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:136 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-002/AL/NN

    Klager heeft de wederpartij van de advocaat bijgestaan als adviseur. Klager is ontvankelijk in zijn klacht omdat de advocaat in een processtuk uitdrukkelijk refereert aan klager. Vanwege de partijdige positie van een advocaat, stond het de advocaat vrij om het rapport van klager in een kritisch daglicht te stellen. De advocaat heeft zich niet onnodig grievend uitgelaten over klager. De raad verklaart de klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:168 Hof van Discipline 's Gravenhage 260177

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De klacht die klager over de deken heeft ingediend heeft betrekking op het onderzoek van de deken van de klacht van klager over mr. L. De klacht van klager over de deken kan daarom niet los worden gezien van de klacht van klager over mr. L. Om die reden is er van een zelfstandige klacht over de deken geen sprake. Als klager de klacht over mr. L niet had ingetrokken had klager, na betaling van het griffierecht, die klacht kunnen voorleggen aan en laten beoordelen door de raad. Binnen de kaders van die procedure had klager naar voren kunnen brengen op welke punten het vooronderzoek van de deken van de klacht van klager over mr. L (in het bijzonder de visie van de deken dat klager daarbij geen eigen belang zou hebben) niet deugde, en de raad tot een andere conclusie had behoren te komen dan de deken. De raad is namelijk (evenals het hof) niet gebonden aan de bevindingen van de deken uit hoofde van het vooronderzoek.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:55 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/760760 / DW RK 24/427 MK/SM

    Beslissing op verzet. Klager heeft ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld geen gronden van zijn verzet ingediend. Klager kan daarom niet in zijn verzet worden ontvangen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7644

    Klacht ingediend door de kleinzoon van een gedurende deze procedure overleden patiënte. Klager is ontvankelijk door combinatie van een medische en een algemene volmacht voor overige aangelegenheden gericht aan klagers vader en aan klager, de akkoordverklaring van de vader en instemming van de vader met voortzetting van de klacht na overlijden van patiënte. De klacht is kennelijk ongegrond. Geklaagd wordt over de kwaliteit van de geleverde zorg en de communicatie onder andere over de hoedanigheid van verweerster. De omstandigheden waarop de klacht is gebaseerd en de verweten handelingen worden niet vastgesteld door het college.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:49 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/775298 / DW RK 25/339 HE/SM

    Beslissing op verzet. Klacht ongegrond.Klager heeft zich er onder meer over beklaagd dat hij een bericht van de gerechtsdeurwaarder heeft ontvangen, zonder dat er een compleet vonnis was bijgevoegd. De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:112 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-614/DH/DH 25-670/DH/DH/D

    Klacht en samenhangend dekenbezwaar over gebrek aan onafhankelijkheid en belangenverstrengeling. Verweerder is blijven optreden, ondanks tegenstrijdige belangen. De tegenstrijdigheid nam nog verder toe toen verweerder het ontslag van (de vennootschap van) klaagster als bestuurder van de vennootschap bewerkstelligde en zichzelf als bestuurder en een kantoorgenoot als feitelijk vereffenaar van de vennootschap aanstelde. Verweerder had bovendien jarenlang een zakelijke en vriendschappelijke band met de familie gehad en daardoor kennis en inzicht gekregen in de financiële, juridische en administratieve gang van zaken bij de familie. Deze informatie heeft hij later gebruikt bij zijn optreden als (indirect) bestuurder van D BV en in de procedures tegen klaagster en D Holding BV. Sprake van handelen in strijd met kernwaarden onafhankelijkheid, partijdigheid, vertrouwelijkheid en integriteit. Voorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:125 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-278/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kantoorgenoot van een curator. Verweerders naam is ten onrechte vermeld in een taxatierapport. Dat kan verweerder niet worden verweten, aangezien niet hij maar de taxateur dat rapport heeft opgesteld. Dat sprake zou zijn van ‘ongeoorloofde delegatie van curatorstaken’ is dan ook niet gebleken en door klagers overigens op geen enkele manier onderbouwd. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:131 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-642/AL/NN

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8404

    Klacht tegen chirurg ongegrond. Ductus choledochus doorgenomen in plaats van ductus cysticus. Gezien de voorgeschiedenis en beeldvorming was inzetten laparoscopische operatie niet verwijtbaar. Handelen tijdens operatie ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:119 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-696/DH/DH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:56 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/770071 DW RK 25/179 MK/SM

    Klacht ongegrond. Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder brieven aan haar heeft verzonden met als bijlage een verzoekschrift, opgesteld in naam van een advocaat en gericht aan de rechtbank, om klaagster failliet te laten verklaren. De kamer overweegt dat er voor een gerechtsdeurwaarder niets aan in de weg staat om een faillissementsverzoek aan klaagster voor te houden. Klaagster is immers gedagvaard en veroordeeld, er is bevel gedaan en er zijn meerdere executiemaatregelen getroffen die niet tot directe of indirecte voldoening hebben geleid. Klaagster heeft niet betaald en er is geen betaalafspraak gemaakt. Onder deze omstandigheden is er geen sprake van een oneigenlijke maatregel en het aankondigen ervan maakt niet dat oneigenlijke druk is toegepast. In hoeverre er niet voldaan zou zijn aan de pluraliteitsvereiste ligt ter beoordeling aan faillissementsrechter.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8756

    Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat zijn onderzoek naar de belastbaarheid van klaagster onvolledig is omdat hij geen eigen medisch onderzoek heeft verricht en hij heeft nagelaten de totale medische en sociale situatie van klaagster te beoordelen. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het college oordeelt dat de verzekeringsarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Hij heeft het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en conform de daarvoor geldende normen uitgevoerd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:113 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-891/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft een eerste letselschadezaak voor klaagster behandeld. De klacht ziet erop dat hij haar tweede letselschadezaak heeft verwaarloosd. Verweerder stelt dat hij deze opdracht niet heeft aangenomen. Niet gebleken dat voor deze tweede zaak een advocaat-cliënt relatie tot stand is gekomen. Klaagster heeft hiertoe onvoldoende gesteld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:126 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-280/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Niet gebleken waarom de informatie die verweerster heeft ingebracht onjuist zou zijn en waarom verweerster dat had moeten weten. De tuchtrechter kan niet oordelen over in de procedure ingenomen stellingen en verweren. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:132 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-694/AL/NN

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:50 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/775787 / DW RK 25/355 HE/SM

    Beslissing op verzet. Verzet ongegrond. Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder ten onrechte een aansprakelijkheidstelling tevens stuitingsbrief aan klager heeft betekend zonder eerst kennis te hebben genomen van de inhoud van de brief. De kamer heeft opgemerkt dat de gerechtsdeurwaarder niet verantwoordelijk is voor de inhoud van de (te betekenen) brief. De gerechtsdeurwaarder is slechts gehouden om de inhoud van die brief marginaal te toetsen, in die zin dat de inhoud voldoet aan de algemene fatsoensnormen. Nu klager geen nieuwe gezichtspunten heeft aangevoerd die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt dan vervat in de beslissing van de voorzitter, dient het verzet dient ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:57 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/772071 / DW RK 25/234 BB/WdJ

    Beslissing op verzet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:120 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-717/DH/DH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:114 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-890/DH/DH/D

    Gegrond dekenbezwaar over handelen in strijd met de kernwaarde integriteit en financiële integriteit. Verweerder is strafrechtadvocaat. Het OM heeft een signaal aan de deken afgegeven, omdat verweerder in het kader van een opsporingsonderzoek naar drugshandel in beeld was gekomen. Verweerder heeft in de daaropvolgende gesprekken met de deken wisselend c.q. tegenstrijdig verklaard, terwijl van hem verwacht moge worden dat hij eerlijk, betrouwbaar en transparant zou zijn. Verder heeft verweerder gebankierd met de derdengeldenrekening. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:127 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-354/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat die de buurvrouw van klagers is. Klagers hebben geen eigen, rechtstreeks betrokken belang bij hun klachten over het onzorgvuldig omgaan met cliëntgegevens of de naleving van advocatuurlijke regelgeving. Daarin zijn zij kennelijk niet-ontvankelijk. Klacht over de realisatie van een bijgebouw door verweerster en een geschil over de erfgrens is kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:133 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-774/AL/NN

    Klacht over de eigen advocaat. In het klachtdossier ontbreekt een schriftelijke vastlegging in een brief, e-mail of andere correspondentie van een gedegen voorlichting over de aanpak en de kans van slagen van de zaak van klager. Dat komt voor risico van de advocaat en levert een ernstige schending op van gedragsregel 16 en de kernwaarde deskundigheid. Maatregel onvoorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:51 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/775092 DW RK 25/325 HE/SM

    Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. Niet voortvarend gereageerd op correspondentie met betrekking tot vaststelling van de beslagvrije voet. Gelet op het beoogde doel en het beschermende karakter van de beslagvrije voet is een lange reactietijd van deze duur (een maand) tuchtrechtelijk laakbaar.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:58 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/777096 / DW RK 25/391 HE/WdJ

    Beslissing op verzet. Aan toegevoegd gerechtsdeurwaarders [b] en [c] wordt de maatregel van berisping opgelegd, omdat ze exploten hebben achtergelaten zonder vooraf aan te bellen dan wel kloppen. De toegevoegd gerechtsdeurwaarders worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van klaagster, de kosten van de behandeling van de klacht door de kamer en het betalen van het griffiegeld aan klaagster. Het verzet wordt voor het overige ongegrond, dan wel niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:121 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-262/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een erfrechtelijk geschil. Uit het dossier volgt geen aanknopingspunt dat verweerder zich schuldig heeft gemaakt of medeplichtig is aan oplichting en/of valsheid in geschrifte. Ook wordt klager niet gevolgd dat verweerder de rechtbank heeft misleid. De civiele rechter heeft over het door verweerder gelegde beslag geoordeeld dat dit niet onrechtmatig is geweest en dat geen sprake was van misbruik van recht. Het is niet aan de tuchtrechter om in dit civiele oordeel te treden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:115 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-148/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem. Klacht verder kennelijk ongegrond, omdat het feit dat verweerder eerder geen verweer heeft gevoerd en niet ter zitting is verschenen in tuchtprocedure geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen oplevert.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:128 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-286/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht betreft weliswaar een ander feit, maar ziet op hetzelfde feitencomplex als de eerdere klacht tegen verweerster. Ook in de eerdere klacht is over verweersters e-mail van 10 augustus 2023 geklaagd. De voorzitter houdt het ervoor dat klaagster toen bekend is geworden met de e-mail en daar toen ook over had kunnen klagen. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege strijd met de beginselen van een behoorlijk tuchtprocesrecht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:134 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-906/AL/NN

    Klacht over de eigen advocaat. De raad heeft geoordeeld dat verweerder de advocaat van klager was ondanks het ontbreken van een opdrachtbevestiging en verweerder aan klager niets in rekening bracht. De advocaat heeft niet voldoende voortvarend opgetreden in de zaak van klager. Ook had de advocaat klager uit eigen beweging moeten vertellen dat hij van kantoor was gewisseld. Klager is zelf advocaat geweest en is lang meegegaan in het sluimerende proces zonder opdrachtbevestiging en zonder facturen van de advocaat. De advocaat heeft een lange staat van dienst en een blanco tuchtrechtelijk verleden en heeft inzicht getoond in het foutieve van zijn handelen. Dit alles leidt tot de maatregel van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:52 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/769648  DW RK 25/170 HE/SM

    Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Maatregel: waarschuwing. Het uitgangspunt naar vaste rechtspraak is dat van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat correspondentie met betrekking tot een bij hem in behandeling zijnde incasso of executie binnen een redelijke termijn wordt beantwoordt. Met de tijdige reactie van de gerechtsdeurwaarder is overschrijding van die norm weliswaar niet aan de orde, maar omsloten in deze norm speelt ook de kwaliteit van een reactie een rol. Nergens uit blijkt dat de gerechtsdeurwaarder klagers vragen omtrent de (overdracht van de) simkaart heeft beantwoord.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:59 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/779997 / DW RK 25/520 HE/WdJ

    Beslissing op verzet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:122 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-264/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk omdat niet tijdig is geklaagd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:116 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-572/DH/DH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:129 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-287/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de opvolgend advocaat in hoger beroep in een kwestie over vaderschap. Van nalatigheid door verweerster is niet gebleken. In het appelschrift was al aandacht besteed aan de door klaagster genoemde punten. Het was niet verweersters taak dat nog eens allemaal te herhalen. Verweerster heeft klaagster terecht gewezen op de mogelijkheid om cassatie in te stellen en heeft toegelicht waarom herziening/herroeping op dat moment niet mogelijk was. Klachten kennelijk ongegrond.