Zoekresultaten 46101-46110 van de 46660 resultaten

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:26 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/6

    De klacht gaat over de handelwijze van de notaris (als executeur) in verband met de afwikkeling van erflaatsters nalatenschap. Klager is echter geen cliënt van de notaris. Hij is evenmin erfgenaam, legitimaris, legataris of schuldeiser in erflaatsters nalatenschap. De kamer acht een rechtstreeks belang bij de klacht daarom niet aanwezig. Het feit dat klager de echtgenoot is van één van erflaatsters erfgenamen, met wie hij naar eigen zeggen in gemeenschap van goederen is gehuwd, brengt evenmin met zich dat hij een indirect of afgeleid (financieel) belang heeft bij de klacht. Hierbij speelt een rol dat erflaatster in haar testament een “privé-(uitsluitings)-clausule” heeft opgenomen, op grond waarvan (kort gezegd) al hetgeen uit haar nalatenschap wordt verkregen, niet zal vallen in enige gemeenschap van goederen. De kamer is daarom van oordeel dat klager geen redelijk belang heeft bij de klacht. Hij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de klacht.Hoewel de kamer vanwege de niet-ontvankelijkheid van klager op formele gronden niet aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht kan toekomen, heeft de kamer - ter voorkoming van een nieuwe klachtzaak - hieraan toch enige overwegingen besteed.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:27 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/13

    Klagers verwijten de notaris dat hij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid en onafhankelijke wilsvorming van erflaatster bij het opmaken van haar laatste testament. Verder verwijten klagers de notaris dat het totaalbedrag van de twee declaraties met betrekking tot het testament onredelijk hoog is en dat de notaris in zijn hoedanigheid van executeur/ afwikkelingsbewindvoerder in erflaatsters nalatenschap onzorgvuldig heeft gehandeld.De kamer heeft de klacht niet-ontvankelijk verklaard voor zover deze ziet op het verzoek om “een creditnota op de wanprestaties” van de notaris. De klacht is voor het overige ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:28 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/22

    De kern van de klacht gaat over de handelwijze van de notaris in verband met de totstandkoming van de Groninger akte. De kamer is van oordeel dat de notaris met zijn handelwijze zijn kerntaken als notaris heeft veronachtzaamd. Notariële kernwaarden als ‘onafhankelijkheid’, ‘onpartijdigheid’ en ‘zorgvuldigheid’ zijn door de notaris geschonden. Bij de totstandkoming van de Groninger akte heeft de notaris niet aan zijn zorg-, voorlichtings- en onderzoeksplicht voldaan. De notaris heeft op verschillende vlakken onzorgvuldig gehandeld en bovendien de belangen van klaagster veronachtzaamd. De notaris heeft namelijk de indruk gewekt dat hij aan de kant van de verkoper stond en daarmee heeft hij de schijn van partijdigheid opgeroepen.De kamer heeft de klacht deels gegrond verklaard en aan de notaris de maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:29 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/3

    Beslag op derdengeldenrekening. Klaagster heeft in het verleden conservatoir beslag gelegd op de derdengeldenrekening van de voorganger van de notaris. Daarna hebben klaagster en de beslagene in Nederland en België diverse procedures tegen elkaar gevoerd, waarbij de notaris niet betrokken is geweest. Klaagster heeft de notaris opdracht gegeven om op grond van een arrest van een gerechtshof in Nederland (de juridische verhouding tussen klaagster en de beslagene was uitermate gecompliceerd) tot uitbetaling van de beslagen gelden over te gaan. Daarna hebben zowel klaagster als de beslagene executoriaal derdenbeslag doen leggen onder de notaris en is zij door beiden onder dreiging van tuchtklachten/rechtsmaatregelen onder druk gezet om wel of juist niet tot uitbetaling over te gaan. De kamer stelt voorop dat de klacht enkel ziet op het handelen/nalaten van de notaris als derde-beslagene en oordeelt dat het niet op de weg van een derde-beslagene, die tevens notaris is, ligt om klaagster als beslaglegger te adviseren over het innen van haar vordering op de beslagene. De kamer oordeelt dat de notaris ook verder voldoende voortvarend en zorgvuldig heeft gehandeld. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:3 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/36 en 37

    Klaagster verwijt de notarissen dat zij met een beroep op hun geheimhoudingsplicht weigeren om inzage te verlenen in de aantekeningen die zijn gemaakt bij het opmaken/passeren van erflaters testament. De kamer heeft de klachten ongegrond verklaard. Op grond van artikel 22 lid 1 Wna is een notaris in beginsel verplicht tot geheimhouding van alle informatie waarvan hij/zij uit hoofde van zijn/haar werkzaamheden als zodanig kennis neemt. De vraag hoe ver de geheimhoudingsplicht van een notaris zich uitstrekt, wordt in beginsel door de betrokken notaris zelf beantwoord. Immers, alleen de notaris kan precies beoordelen of bepaalde gegevens onder zijn verschoningsrecht vallen. De (tucht)rechter moet het beroep van de notaris op diens verschoningsrecht aanvaarden zolang hij aan redelijke twijfel onderhevig acht of verstrekking van de gevraagde gegevens zou kunnen geschieden zonder dat (tegenover klaagster) geopenbaard wordt wat verborgen dient te blijven. De kamer heeft geen aanleiding om te veronderstellen dat notaris 1 - die als kandidaat-notaris betrokken was bij het opmaken van het testament en later het protocol van de oud-notaris heeft overgenomen en ook met betrekking tot hetgeen vóór zijn ambtsperiode werd toevertrouwd en aan de bij zijn protocol behorende archieven werd toegevoegd een geheimhoudingsplicht heeft - zich in de gegeven omstandigheden ten onrechte op zijn geheimhoudingsplicht jegens klaagster beroept. Ten aanzien van notaris 2 overweegt de kamer dat de opgevraagde aantekeningen niet tot haar protocol behoren en dat zij reeds hierom niet bevoegd is klaagster inzage te verlenen in de aantekeningen en/of kopieën van deze aantekeningen aan klaagster te verstrekken.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:30 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/ 61 en 71

    Bekrachtiging ordemaatregel ex 106 lid 5 Wna tot opschorting van de toevoeging van de toegevoegd notaris en ontzegging van de bevoegdheid om waar te nemen. Betrokkene heeft jarenlang op grote schaal onbevoegd de inloggegevens van twee oud-collega’s gebruikt om uit eigen nieuwsgierigheid en op verzoek van derden inzage te doen in het online zakelijke portaal van het kadaster. Daardoor heeft hij niet alleen aanzienlijke financiële schade toegebracht aan zijn oud-werkgever maar ook de privacy van derden – en daarmee het vertrouwen dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen – in ernstige mate geschaad. Nu betrokkene in al die jaren klaarblijkelijk niet zelf tot het inzicht is gekomen dat hij het vertrouwen in het notariaat en in zijn eigen beroepsuitoefening door zijn handelwijze zou (kunnen) schaden, terwijl het strafrechtelijke en tuchtrechtelijke onderzoek nog niet is afgerond, is de kamer er vooralsnog niet van overtuigd dat het ernstige gevaar voor benadeling van derden is geweken.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:31 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/25 en 35

    Executoriale verkoop van de helft van een berging. Klagers hadden jarenlang de rechter berging in gebruik en hun buren de linker berging, als kort voor de executoriale verkoop in opdracht van de hypotheekbank van de buren blijkt dat het Kadaster beide bergingen “andersom” heeft vernummerd. Na aanvankelijke schorsing van de executie heeft de bank de notaris opdracht gegeven deze te hervatten. De kamer oordeelt dat het niet vanzelfsprekend op de weg van de notaris, die (enkel) optrad als veilingnotaris, lag om voor hervatting van de executie een regeling te treffen om de juridische situatie door middel van een akte van dwaling of ruilovereenkomst in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie. Dat de notaris zijn medewerking heeft verleend aan de eigendomsoverdracht van de rechter berging aan de veilingkopers, acht de kamer niet klachtwaardig. Evenmin klachtwaardig dat hij zich nadien – na kort geding vonnis – bij gebrek aan een andersluidend declaratoir vonnis op het standpunt is blijven stellen dat de rechter berging in eigendom was overgedragen aan de veilingkopers. Enkele klachtonderdelen en verzoeken niet-ontvankelijk, klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:32 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/74

    Verzet ongegrond. Ten overvloede overweegt de kamer dat het de bedoeling is dat klagers zich in hun processtukken beperken tot een zakelijke weergave van het handelen en/of nalaten van de notaris waarover wordt geklaagd. De kamer constateert dat klaagster in de afgelopen jaren meerdere klachten heeft ingediend waarbij zij zich regelmatig (zeer) beledigend heeft uitgelaten over degenen die volgens haar een verwerpelijke rol hebben gespeeld bij de verdeling van de woning die voorheen mede aan haar eigendom toebehoorde. De kamer is van oordeel dat klaagster zich in haar verzetschrift zo beledigend en onnodig grievend heeft uitgelaten over (onder meer) de beklaagde notaris dat zij daarmee de betamelijkheidsgrens heeft overschreden. Daarom zal de kamer soortgelijke respectloze processtukken van klaagster in het vervolg niet meer in behandeling nemen.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:33 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/79

    Benoeming zware waarnemer van protocol van ontslagen notaris nadat de ontslagen notaris haar protocol als kandidaat-notaris 30a Wna een jaar lang zelf heeft waargenomen. I.v.m. uitspraak gerechtshof Amsterdam van 17-11-2020 (ECLI:NL:GHAMS:2020:3001) overweegt de kamer dat de termijn gedurende welke het redelijk kan worden geacht dat de praktijk nog voor rekening en risico van een ontslagen notaris wordt voortgezet in beginsel maximaal één jaar bedraagt. Nu zich echter kennelijk nog niemand heeft aangediend om het protocol over te nemen, acht de kamer het niet in het belang van rechtzoekenden als na 1 januari 2022 niet in de waarneming van het protocol zou worden voorzien en dit protocol zou gaan “zweven”. Daarom ziet de kamer zich in de gegeven omstandigheden, niettegenstaande de uitgangspunten die het gerechtshof in de genoemde beslissing heeft geformuleerd, bij wijze van uitzondering genoodzaakt om mr. [Y] per 1 januari 2022 te benoemden tot zware waarnemer van dit protocol totdat dit door een andere notaris zal worden overgenomen.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:34 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/20

    Klagers verwijten de notaris dat hij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van vader toen hij op 28 november 2019 zijn testament passeerde. Ook heeft de notaris volgens klagers onvoldoende gewaarborgd dat vader zijn wil op onafhankelijke wijze - zonder beïnvloeding van de partner - aan de notaris heeft kunnen overbrengen.Hoewel klagers niet rechtstreeks betrokken zijn geweest bij de handelwijze van de notaris, is de kamer van oordeel dat zij als kinderen en versterferfgenamen van vader een redelijk belang hebben bij hun klacht. Dat vader thans nog in leven is en zijn testament in theorie nog kan wijzigen, maakt dit niet anders. De klacht ziet immers op de wijze van totstandkoming van het testament en niet op de inhoud daarvan (vgl. gerechtshof Amsterdam 16 april 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1383). De kamer heeft de klacht vervolgens ongegrond verklaard.