Zoekresultaten 46121-46140 van de 46595 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:221 Raad van Discipline Amsterdam 25-720/A/A

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter stelt vast dat het vermeend klachtwaardig handelen van verweerder zou hebben plaatsgevonden in 2013. Verweerder stond klager toen als advocaat bij en hij heeft in die hoedanigheid namens klager een verzoek tot schadevergoeding bij het Hof ingediend. Dit verzoek is bij beschikking van 12 juli 2013 door het Hof afgewezen. Door in verband hiermee pas op 9 april 2025 een klacht in te dienen, heeft klager de in artikel 46g eerste lid onder a Advocatenwet genoemde wettelijke termijn van drie jaar ruimschoots overschreden. Omdat klager moet worden geacht op de hoogte te zijn geweest, dan wel redelijkerwijs kennis te hebben kunnen nemen, van het handelen of nalaten van verweerder waarop de klacht betrekking heeft, komt hem geen beroep toe op het bepaalde in artikel 46g lid 2 van de Advocatenwet. De klacht wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:211 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2849

    Herstelbeslissing van de beslissing van 26 november 2025 ECLI:NL:TGZCTG:2025:193

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:266 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-799/AL/OV

    Toewijzing verzoek als bedoeld in artikel 60ab lid 1 Advocatenwet

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:253 Hof van Discipline 's Gravenhage 240183 240184

    Beklag tegen afwijzing verzoek tot aanwijzing van een advocaat ongegrond. Er ligt al een negatief procesadvies van een advocaat. Klager heeft zowel bij de deken als bij het hof geen feitelijke of juridische aanknopingspunten aangevoerd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat het procesadvies onjuist zou zijn. Gelet hierop had de deken, ook indien en voor zover door klager zelf wel voldoende advocaten zouden zijn aangezocht, voldoende grond om het verzoek van klager af te wijzen vanwege het ontbreken van een redelijke kans van slagen van de door klager gewenste procedure. Uit de tekst van artikel 13 Advocatenwet volgt verder dat een aanwijzingsverzoek gedaan moet worden bij de deken in het arrondissement waar de zaak moet dienen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:168 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-649/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat de in de opdrachtbevestiging omschreven werkzaamheden niet goed zijn uitgevoerd, er onnodige werkzaamheden zijn verricht en vragen over de aanpak niet werden beantwoord. Ook van het neerleggen van de zaak kan verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Naar het oordeel van de raad blijkt uit de overgelegde correspondentie genoegzaam dat klaagster het noodzakelijke vertrouwen in verweerster was kwijt geraakt en dat verweerster haar werkzaamheden op zorgvuldige wijze heeft neergelegd. In alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:222 Raad van Discipline Amsterdam 25-720/A/A

    Herstelbeslissing m.b.t. 25-720/A/A Voorzittersbeslissing van 1-12-2025.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:212 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2850

    Herstelbeslissing van de beslissing van 26 november 2025 ECLI:NL:TGZCTG:2025:194

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:254 Hof van Discipline 's Gravenhage 240163

    Het beroep van klager is gericht tegen een beslissing van de raad waarin de raad deklacht van klager gegrond heeft verklaard. Op grond van art. 56 lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet kan slechts hoger beroep worden ingesteld tegen een beslissing van een raad waarbij de klacht geheel of ten dele ongegrond is verklaard. Voor klager staat tegen de beslissing van de raad dan ook geen hoger beroep open. Klager kan dan ook niet worden ontvangen in zijn hoger beroep.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:169 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-313/DB/OB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:255 Hof van Discipline 's Gravenhage 250329

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Doordat klager weigert om de deken informatie te verstrekken, kan de deken niet beoordelen of de door klager gewenste procedure voldoende kans van slagen heeft en evenmin of hij daarbij de bijstand van een advocaat nodig heeft. Dat levert een gegronde reden op om toewijzing van een advocaat te weigeren.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:208 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2773

    Klacht tegen een chirurg. Klager is sinds 2002 in behandeling vanwege een darmziekte. Oorspronkelijk is de diagnose colitis ulcerosa (ontsteking van de dikke darm) gesteld. Later is ook de verdenking op de ziekte van Crohn in de overwegingen betrokken, die niet alleen de dikke darm, maar het gehele spijsverteringskanaal van mond tot anus kan aantasten. Beide ziekten zijn zogenoemde inflammatoire darmziekten (Inflammatory Bowel Dieseases of IBD), die zich vaak kenmerken door een complexe problematiek. Vanaf september 2017 is klager behandeld door een multidisciplinair team (MDO) in het medisch centrum waar de chirurg werkzaam is. De chirurg maakte ook deel uit van het MDO en heeft klager op 10 december 2018 geopereerd. Klager verwijt de chirurg (a) een mogelijke fout tijdens de operatie en (b) onzorgvuldig handelen, het verstrekken van foutieve informatie en misdiagnostiek na maart 2019 . Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:257 Hof van Discipline 's Gravenhage 250325

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het verzoek is onvoldoende onderbouwd. Het is niet duidelijk geworden dat enige procedure een redelijke kans van slagen zou hebben.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:270 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-485/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over een advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:271 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-584/AL/GLD

    voorzittersbeslissing. Uit de stukken is niet gebleken dat verweerder de belangen van klager onvoldoende heeft behartigd of anderszins de belangen van de wederpartij of zichzelf voorop heeft gesteld. Verweerder heeft de werkzaamheden uitgevoerd zoals afgesproken in de aangepaste opdrachtbevestiging en heeft daarna geweigerd om nog verder werkzaamheden voor klager te doen. Naar het oordeel van de voorzitter staat het een advocaat vrij om die keuze te maken. Verweerder heeft zich in dit geval op zorgvuldige wijze onttrokken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:290 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7919

    Ongegronde klacht tegen een internist-oncoloog. Bij de echtgenote van klager was triple negatief borstkanker geconstateerd. Hij verwijt de internist-oncoloog dat zij onvoldoende voorlichting aan patiënte heeft gegeven over de risico’s van de chemotherapie en dat zij ten onrechte niet van het standaard protocol is afgeweken. Het college oordeelt dat de door de internist-oncoloog gegeven schriftelijke en mondelinge informatie voldoende is geweest. Er was geen indicatie om niet te starten met een standaarddosering of (later) de dosering te verlagen. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:267 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-249/AL/MN

    gegrond verzet en deels gegronde klacht over verweerster als advocaat van de wederpartij. Uit de stukken en de verklaringen tijdens de zitting van de raad is gebleken dat cliënte G ervoor heeft gekozen om niet bij de zitting van de rechtbank aanwezig te zijn. Zij heeft een verklaring opgesteld die vervolgens door verweerster tijdens de zitting is voorgelezen. De raad is ook gebleken dat G in haar verklaring, die bij de stukken ontbreekt, niet alleen de redenen voor haar afwezigheid heeft toegelicht maar daarin ook ernstige beschuldigingen aan het adres van klager heeft geuit. Als een cliënte niet mee gaat naar een zitting maar een verklaring wil laten voorlezen door de eigen advocaat, dan heeft die advocaat daarin ook een eigen verantwoordelijkheid, ondanks de wensen van de cliënt. In een dergelijke situatie moet een advocaat kritisch zijn ten aanzien van het nut en de noodzaak van de verklaring en de inhoud daarvan in het bijzonder. Juist vanwege het grievende karakter van de verklaring van cliënte G en het ontbreken van voldoende belang bij het naar voren brengen van de gevoelige inhoud, is terughoudendheid geboden. Verweerster heeft naar het oordeel van de raad van die terughoudendheid onvoldoende blijk gegeven door de verklaring van G integraal voor te lezen. Dat was niet alleen onnodig, want niet van belang voor de zaak, maar ook schadelijk voor klager die daarvan pas tijdens de zitting kennis heeft genomen, terwijl verweerster andere keuzes had kunnen maken. Verweerster heeft aldus onvoldoende rekening gehouden met de gerechtvaardigde belangen van klager, hetgeen haar tuchtrechtelijk wordt verweten. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:291 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8188

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Patiënte, de moeder van klaagster, is overleden aan longkanker. De arts was werkzaam als zaalarts op de longafdeling. Het college stelt vast dat de arts geen diagnose heeft gesteld, ook niet dat hij klaagster niet serieus zou hebben genomen. Het door klaagster ervaren gebrek aan empathie kan het college niet in objectieve zin vaststellen. Het college komt ook niet tot het oordeel dat de arts niet adequaat heeft gehandeld op het moment dat het niet goed ging met patiënte. Er waren op dat moment geen andere handelingen mogelijk om het lijden van patiënte te verminderen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:268 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-263/AL/MN

    ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:292 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9027

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter oordeelt dat er sprake is van misbruik van recht nu klaagster een in de kern dezelfde klacht indient tegen de bedrijfsarts. Klaagster wenst kennelijk de beslissing van het CTG niet af te wachten en dient wederom een klacht in met een andere weergave en andere bewoordingen, die in de kern op hetzelfde neerkomt. In dit geval komt de voorzitter tot het oordeel dat het belang van klaagster niet opweegt tegen het belang van de bedrijfsarts om te worden beschermd tegen het opnieuw indienen van een tuchtklacht tegen haar over in de kern hetzelfde feitencomplex. Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:243 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-625/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klager heeft geen eigen, rechtstreeks belang bij de vraag of verweerster wel of geen toevoeging mocht aanvragen voor haar cliënte. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.