Zoekresultaten 45621-45640 van de 46112 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7999

    Klacht tegen een arts (in opleiding tot bedrijfsarts) kennelijk ongegrond. Klaagster kwam meerdere keren op consult bij verweerster in verband met verzuimbegeleiding. Na de eerste afspraak constateerde verweerster dat er sprake was van een verstoorde arbeidsrelatie tussen klaagster en haar werkgever, en geen medische beperking in het kader van de Wet Verbetering Poortwachter (WVP). Vervolgens stelde verweerster vast dat er wel een medische beperking was. Bij het laatste consult concludeerde verweerster dat de klachten van klaagster niet meer als medische beperking konden worden aangemerkt. Klaagster verwijt de arts onder andere dat zij onvoldoende informatie had het advies te komen, een verkeerde diagnose heeft gesteld, onjuiste rapportages heeft opgesteld en haar onheus heeft bejegend. Het college oordeelt dat er geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen, zo zijn de keuzes van de arts navolgbaar en van onjuiste verslaglegging is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:184 Hof van Discipline 's Gravenhage 250231

    Beklag artikel 13 lid 1 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft het verzoek om aanwijzing van een advocaat afgewezen, aan de beslissing is ten grondslag gelegd dat de procedure die klaagster wil voeren geen redelijke kans van slagen heeft. Uit wat klaagster heeft aangevoerd, blijkt niet dat de klachtencommissie op onzorgvuldige wijze tot haar advies is gekomen. Het hof deelt het standpunt van de deken dat zij dit advies, en de uitkomst ervan, mocht meewegen in haar beslissing. Met betrekking tot de schadevordering die klaagster wenst in te dienen bij de rechter, staat onvoldoende vast welk bedrag klaagster wil vorderen en op welke gronden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8280

    Klager, verblijvende in een forensische psychiatrisch centrum, klaagt tegen een psychiater omdat hij het oneens is met de combinatie van medicatie die hem onder dwang wordt toegediend.Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. Er was geen aanleiding om de dwangbehandeling te heroverwegen

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:185 Hof van Discipline 's Gravenhage 250225

    Beklag artikel 13 advocatenwet ongegrond. Klager heeft bij de deken verzocht om aanwijzing van een advocaat voor een aansprakelijkheidsprocedure. De deken heeft aan de afwijzende beslissing ten grondslag gelegd dat de door klager gewenste procedure geen redelijke kans van slagen heeft. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat er geen sprake was van handelen of nalaten van mr. [X] dat schade voor klager heeft veroorzaakt. Van belang is dat mr. [X] in een uitgebreid advies duidelijk heeft aangegeven waarom cassatie naar zijn mening geen redelijke kans van slagen had. Terecht heeft de deken erop gewezen dat na het -negatieve- cassatieadvies de rechtsbijstand waarvoor de toevoeging was verleend, is geëindigd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8146

    Klaagster verwijt de huisarts het niet dan wel te laat, en deels onleesbaar, verstrekken van het medisch dossier van de overleden moeder van klaagster (hierna: patiënte), ondanks het daarover vermelde in haar levenstestament. Klaagster vindt verder dat het dossier niet volledig is en verwijt de huisarts dat door de huisarts niet is gereageerd op het verzoek wijzigingen in het medisch dossier van moeder aan te brengen. De huisarts erkent dat zij het dossier te laat heeft verstrekt en niet heeft gereageerd op het wijzigingsverzoek van klaagster. De huisarts betwist dat het dossier onvolledig is. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en legt de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:186 Hof van Discipline 's Gravenhage 250317

    Klacht over de deken wordt niet verwezen. De deken diende alleen onderzoek te doen naar de klacht over een deken van een ander arrondissement en niet naar de onderliggende klacht. Klager klaagt er dan ook ten onrechte over dat de deken weigert onafhankelijk onderzoek te doen naar zijn onderliggende klacht. Misbruik van klachtrecht, omdat klager over de deken soortgelijke klachten indient als eerder over de andere deken, die betrekking hebben op het onderzoek naar de onderliggende klacht. Daarnaast is het klachtrecht niet bedoeld om te klagen over een dekenvisie of standpunt. De klacht dient dan te worden doorgestuurd naar de raad van discipline voor verdere beoordeling en afdoening.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8148

    Klaagster verwijt de huisarts dat in het medisch dossier van klaagsters overleden moeder door de huisarts gemaakte foto’s zouden ontbreken, dan wel zijn verwijderd. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9020

    Wrakingsverzoek gericht tegen lid-beroepsgenoot. Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij onevenredig lang heeft gewacht met het indienen van een wrakingsverzoek.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:226 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7989

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster is de echtgenote van de inmiddels overleden patiënt. De patiënt was enige tijd opgenomen in een ziekenhuis. Tegen het einde van de opname bleek dat de patiënt na zijn opname moest revalideren. Er ontstond tussen het ziekenhuis en de familie van de patiënt een discussie over de beste vervolgplek voor de patiënt. De verpleegkundige is werkzaam als transferverpleegkundige en heeft meerdere gesprekken met de familie gevoerd. Klaagster verwijt de verpleegkundige onder andere dat zij de familie onder druk heeft gezet te kiezen voor een zogenaamde 9b-plek - een indicatie voor geriatrische revalidatiezorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) terwijl de familie dat niet wilde. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:227 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7911

    Deels gegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klager verwijt de verzekeringsarts onder andere dat hij onvoldoende en onzorgvuldig onderzoek heeft verricht. Het college overweegt dat een verzekeringsarts in beginsel zelf mag bepalen op welke manier hij een medisch onderzoek verricht. In dit geval, gegeven de gerapporteerde klachten en hetgeen klager over de verslechtering in zijn lichamelijke en geestelijke toestand had gesteld en met stukken van zijn behandelend specialisten had onderbouwd, acht het college een kort telefonisch consult (in plaats van een fysiek onderzoek) echter ontoereikend. De verzekeringsarts heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe hij tot zijn conclusies is gekomen. Het college legt de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:228 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8275

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. In de medische rapportage die is opgesteld door de verzekeringsarts in het kader van de bezwaarprocedure is opgenomen: “Komt allemaal wat gespeeld over, geen teken van ongemak.” Klager vindt dit onprofessioneel en kwetsend. De verzekeringsarts erkent dat de betreffende passage niet in de medische rapportage had mogen staan en licht toe dat dit een persoonlijke notitie aan haarzelf betrof. Zij heeft hiervoor haar excuses aan klager aangeboden. Het college is van oordeel dat dit moet worden beschouwd als een menselijke vergissing. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:229 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8312

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. In het kader van de verlenging van een gehandicaptenparkeerkaart heeft de arts een medische keuring uitgevoerd bij klager. Klager verwijt de arts onder andere dat hij geen 100 meter heeft gelopen en de arts de afgelegde afstand niet heeft onderbouwd. De arts heeft met een uitdraai van Google Maps aangetoond dat de afstand meer dan honderd meter moet zijn geweest. Het college ziet geen reden om aan te nemen dat de bevindingen van Google Maps niet kloppen. Ook de andere klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:158 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2734 Verzet

    .

  • ECLI:NL:TNORSHE:2025:14 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/10

    Klager verwijt de notaris dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de afwikkeling van erflaters nalatenschap. De klacht wordt gedeeltelijk gegrond verklaard. De notaris heeft het proces van afwikkeling van erflaters nalatenschap namelijk onvoldoende bewaakt, onvoldoende gecommuniceerd en daarbij onvoldoende invulling gegeven aan haar regiefunctie. Ook heeft zij slordige en vermijdbare fouten gemaakt (zoals het aanschrijven van iemand die geen erfgenaam is en diegene erflaters nalatenschap laten aanvaarden). Daarmee heeft de notaris gehandeld in strijd met haar notariële zorgplicht. Aan de notaris wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:175 Raad van Discipline Amsterdam 25-564/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de eigen advocaat; Niet gebleken is dat de verweersters dienstverlening ondermaats is geweest. Ook heeft verweerster zich zorgvuldig aan de zaak onttrokken door eerst met de deken te overleggen en daarnaast uitstel van de zitting te vragen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:159 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2835 Verzet

    .

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8225

    Klacht van de IGJ tegen een fysiotherapeut gegrond. Maatregel: voorwaardelijke schorsing van twaalf maanden met proeftijd twee jaar en bijzondere voorwaarden. De klacht gaat over seksueel grensoverschrijdend gedrag. De IGJ verwijt verweerder dat hij een affectieve en seksuele relatie is aangegaan met een patiënte. Verweerder erkent dat hij gedurende de behandelrelatie van 2018 tot 2021 een relatie met patiënte heeft gehad. Hoewel de relatie lang heeft voortgeduurd en verweerder tussentijds niet heeft gereflecteerd op zijn handelen, ziet het college, net als de IGJ, wel dat hij maatregelen wil nemen om zich professioneel in goede zin te ontwikkelen en herhaling te voorkomen. De bijzondere voorwaarden zien op het informeren van de IGJ over de psychologische behandeling van verweerder en bij een wijziging van zijn werkomgeving.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:176 Raad van Discipline Amsterdam 25-565/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over verweerder in de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerder heeft met de wijze waarop hij heeft gehandeld als klachtenfunctionaris het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:189 Hof van Discipline 's Gravenhage 250101

    Hof bepaalt na intrekking van hoger beroep ingangsdatum schorsing en proeftijd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:215 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-160/AL/MN

    Verweerder heeft een brief aan de rechtsbijstandsverzekeraar van zijn cliënte gestuurd, zonder dat hij hiervoor toestemming van zijn cliënte had. De raad heeft geoordeeld dat dat tuchtrechtelijk verwijtbaar is. De raad houdt er echter ook rekening mee dat er weinig vertrouwelijke informatie in die brief stond en dat verweerder zijn geheimhoudingsverplichting niet bewust heeft geschonden; verweerder dacht (weliswaar ten onrechte) dat hij hiervoor toestemming van zijn cliënte had. Verder houdt de raad er rekening mee dat verweerder niet eerder door de raad is veroordeeld. Gelet op de (beperkte) ernst van het handelen van verweerder en de hierboven genoemde omstandigheden, wordt volstaan met de gegrondverklaring van een deel van de klacht en wordt geen maatregel worden opgelegd.