Zoekresultaten 1411-1420 van de 46847 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:149 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2648
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:149
Kopje: Deels gegronde klacht tegen een orthopedagoog-generalist. De orthopedagoog-generalist heeft een psychodiagnostisch onderzoek uitgevoerd bij de dochter van klaagster. Na het afronden van het psychodiagnostisch onderzoek is de begeleiding van de dochter voortgezet door een collega van de orthopedagoog-generalist terwijl de orthopedagoog-generalist gesprekken met de ouders voerde. Klaagster verwijt de orthopedagoog-generalist dat zij onprofessioneel heeft gehandeld, onvoldoende regie heeft gehouden en onterecht een melding bij Veilig Thuis heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de orthopedagoog-generalist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klaagster heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege is – anders dan het Regionaal Tuchtcollege – van oordeel dat de orthopedagoog-generalist in dit geval de stappen uit de ‘Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ niet voldoende zorgvuldig heeft doorlopen, alvorens de melding bij Veilig Thuis te doen. Stap 3: ‘Gesprek met de betrokkenen’ is door de orthopedagoog-generalist overgeslagen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt de orthopedagoog-generalist een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:144 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2657
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:144
Klacht tegen longarts. Klager kwam medio 2023 bij de longarts op verdenking van longkanker. De longartsarts voerde diverse onderzoeken uit, waaronder lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek. De uitslagen van deze onderzoeken wezen uit dat sprake was van verdenking van een longabces in plaats van longkanker. Klager kwam twee weken later bij de longarts om de uitslagen van de onderzoeken te bespreken. In de brief aan de huisarts schreef de longarts onder meer dat hij lichamelijk onderzoek had verricht. Klager verwijt de longarts dat hij, anders dan in deze brief staat, geen lichamelijk onderzoek heeft verricht en dat het daarnaast niet tot de competenties van de longarts behoort een gebit te beoordelen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond, maar legt de longarts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:145 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2867
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:145
Wrakingsverzoek gericht tegen twee leden-beroepsgenoten. Het wrakingsverzoek wordt afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:211 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8013
- Datum publicatie: 26-08-2025
- Datum uitspraak: 26-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:211
Gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater was ten tijde van de gedragingen die tot deze klacht leidden, werkzaam als geneesheer-directeur/psychiater. In 2022 vroeg de psychiater een collega een medische verklaring op te stellen voor zijn zoon. Hiermee wilde hij voorkomen dat de zoon hoge opleidingskosten moest betalen. In 2024 stelde de psychiater – ook om onder diezelfde hoge opleidingskosten uit te komen – zelf op briefpapier van zijn werkgever een valse medische verklaring op voor zijn zoon. Hierbij heeft hij de naam en handtekening van de eerder betrokken collega – zonder haar medeweten of toestemming – onder de verklaring gezet. De psychiater heeft de collega kort daarna gevraagd om – indien nodig – tegenover de schuldeisende instantie te bevestigen dat zij de medische verklaring had opgesteld. De psychiater heeft de klacht volledig onderkend. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en legt een schorsing op van één jaar, waarvan 9 maanden voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:212 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7889
- Datum publicatie: 26-08-2025
- Datum uitspraak: 26-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:212
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft klaagster op 1 augustus 2019 gesproken en geconcludeerd dat er bij klaagster vermoedelijk sprake was van een manisch toestandsbeeld, waarvoor hij medicatie heeft voorgeschreven. Klaagster verwijt de psychiater dat hij zijn conclusie op een verkeerde basis heeft getrokken en ze is het niet eens met (de dosering van) de voorgeschreven medicatie. Het college oordeelt dat de psychiater het vermoeden van een manische episode op basis van de juiste informatie heeft kunnen stellen en daarvoor de juiste medicatie met een adequate dosering heeft voorgeschreven.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:195 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-435/AL/MN
- Datum publicatie: 26-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:195
Voorzittersbeslissing. Klaagster verwijt verweerder niet integer te hebben gehandeld door te dreigen met een dagvaarding maar dat vervolgens toch niet te doen. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder geen termijn van dagvaarding gegeven en genoegzaam toegelicht dat hij op grond van instructies van zijn cliënt vanwege de situatie op dat moment met klaagster nog niet tot dagvaarding is overgegaan. Dat klaagster de wijze van handelen van verweerder naar eigen zeggen als zeer dreigend en niet-integer heeft ervaren, maakt niet dat dit naar objectieve maatstaven ook zo geduid kan worden. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:213 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7890
- Datum publicatie: 26-08-2025
- Datum uitspraak: 26-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:213
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. De arts heeft klaagster in de nacht van 6 op 7 augustus 2019 beoordeeld in het kader van de procedure om een inbewaringstelling te verkrijgen. Klaagster verwijt de arts dat hij onbevoegd was de geneeskundige verklaring op te stellen en dat deze bovendien onzorgvuldig was. Het college oordeelt dat de arts geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt van zijn oordeelsvorming en dat hij de geneeskundige verklaring had kunnen afgeven.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:196 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-448/AL/GLD
- Datum publicatie: 26-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:196
Voorzittersbeslissing. Klaagster heeft zich te laat beklaagd over de door verweerder verrichte werkzaamheden en is in zoverre niet-ontvankelijk. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht over de wijze van interne klachtafhandeling door de klachtenfunctionaris en over de weigering tot toezending van gevraagde informatie door het kantoor. Dat verweerder niet bij het overleg met de klachtenfunctionaris was, is onvoldoende om hem dat tuchtrechtelijk te verwijten. De klacht daarover is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:123 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-459/DB/OB
- Datum publicatie: 26-08-2025
- Datum uitspraak: 26-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:123
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een letselschadeprocedure. Verweerder heeft klaagster na ieder gesprek met de verzekeraar uitvoerig geïnformeerd over wat er is besproken. Verweerder heeft daarbij steeds uitgelegd wat zijn inschatting is van de procedure en heeft dat ook gemotiveerd uitgelegd aan de van de beschikbare medische informatie. Daarmee heeft verweerder gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en handelend advocaat mag worden verwacht. Geen aanleiding om te twijfelen aan klaagsters handelingsbekwaamheid. Verweerder had niet moeten inzien dat klaagster een derde voorstel niet meer zou durven afwijzen. Daarnaast heeft verweerder inzichtelijk gemaakt hoe zijn kosten zouden worden betaald en was hij niet gehouden om het reeds afgesloten dossier ongevraagd aan de gemachtigde van klaagster te sturen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:214 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7891
- Datum publicatie: 26-08-2025
- Datum uitspraak: 26-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:214
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is in de nacht van 6 op 7 augustus 2019 beoordeeld in het kader van een procedure tot verkrijgen van een inbewaringstelling. Enkele dagen daarvoor was zij door een psychiater in het kader van een crisisbeoordeling gediagnostiseerd met een vermoeden van een manisch toestandsbeeld. De arts heeft op 9 augustus 2019 inlichtingen gegeven aan de rechtbank en vragen beantwoord, toen het verzoek tot voortzetting van de machtiging werd behandeld. Klaagster verwijt de arts dat hij onbevoegd psychiatrisch onderzoek heeft gedaan en daarbij onzorgvuldige oordeelsvorming. De arts heeft aangegeven dat hij klaagster niet heeft beoordeeld en bij de rechtbank is afgegaan op de informatie uit de overdracht. Het college oordeelt dat de arts bij het geven van de inlichtingen aan de rechtbank correct heeft gehandeld.