Zoekresultaten 13781-13790 van de 46800 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 013/2020

    Klacht over (onder meer) nazorg en verslaglegging na borstlift en borstvergroting, waarna complicaties (onder meer tepelnecrose) ontstonden. Het college oordeelt dat de verslaglegging geen volledige en waarheidsgetrouwe weergave van de gang van zaken geeft. Ook de nazorg was volstrekt onvoldoende. Overeenkomsten met een eerder tegen beklaagde ingediende klacht die heeft geleid tot een voorwaardelijke schorsing voor de duur van zes weken. Volgt onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van drie maanden. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.276

    Klacht tegen neuroloog. Klaagster is door een orthopeed verwezen naar de afdeling neurologie van het ziekenhuis waar verweerder werkzaam is of was. Zij heeft daar contact gehad met verschillende neurologen. Tegen vijf van hen heeft zij een klacht ingediend. Zij verwijt verweerders in de kern dat zij de diagnose kortdurende infarcten hebben gemist en dat zij haar, vanwege afwijkende labwaarden, niet hebben doorverwezen naar een hematoloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:19 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/8

    Klager is door de rechtbank veroordeeld om zijn medewerking te verlenen aan de levering van een registergoed, waarbij een onzijdig persoon is benoemd. Nog voordat de notaris een conceptakte aan klager had toegestuurd en voordat duidelijk was of klager zijn medewerking zou verlenen aan de levering, beschikte de notaris al over een volmacht tot passeren van de onzijdig persoon. Het had op de weg van de notaris gelegen om eerst duidelijkheid te krijgen over de vraag of klager zou meewerken aan de levering. Nu niet vaststaat dat klager zijn medewerking niet wilde verlenen, heeft hij terecht geklaagd over het feit dat hem niet was toegestaan (kosteloos) een reactie te geven op de conceptakte en dat, door hem uit te sluiten bij het passeren van de akte van levering, hem de mogelijkheid is ontnomen vragen te stellen over de onderliggende koopakte. Ook is de kamer (onder meer) van oordeel dat een termijn van twee dagen om te reageren op de conceptakte, voordat de akte zou worden gepasseerd, te kort was. De klacht wordt gedeeltelijk gegrond verklaard, waarbij de kamer heeft overwogen dat enkele klachtonderdelen wegens gebrek aan informatie van de zijde van de notaris ongegrond worden verklaard. Gelet op het tuchtrechtelijke verleden van de notaris en zijn daarna onveranderde (proces)houding ziet de kamer reden voor het opleggen van de maatregel van twee weken schorsing in de uitoefening van het ambt. De eerder aan de notaris opgelegde maatregelen, waaronder twee keer een week schorsing, hebben kennelijk (nog steeds) niet geleid tot het inzicht dat door een klager geuite bezwaren serieus moeten worden genomen. Ook de onveranderde opstelling van de notaris in de klachtprocedure vervult de kamer aanhoudend met zorg. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:20 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/67

    Voorafgaand aan hun huwelijk hebben klaagster en haar aanstaande echtgenoot de notaris advies gevraagd over de noodzaak tot het maken van huwelijksvoorwaarden. De notaris heeft hen erop gewezen dat de woning van klaagster op grond van het vanaf 1 januari 2018 geldende wettelijke huwelijksvermogensrecht buiten de (beperkte) gemeenschap zou vallen en huwelijkse voorwaarden ten aanzien van de woning dus niet nodig waren. Zij zijn eind 2018 zonder het aangaan van huwelijkse voorwaarden gehuwd. Daarna heeft een schuldeiser van de echtgenoot ten laste van klaagster loonbeslag gelegd op haar uitkering. De notaris had hen er tijdens het gesprek niet op gewezen dat een (eventuele) schuldeiser van de echtgenoot op grond van het wettelijke huwelijksvermogensrecht wél de mogelijkheid zou hebben om derdenbeslag te leggen op het inkomen van klaagster voor een schuld van de echtgenoot. Vast staat immers dat (onder meer) hetgeen iemand aan privévermogen bij het aangaan van het huwelijk heeft (zoals de woning van klaagster) op grond van het sinds 1 januari 2018 geldende wettelijke huwelijksvermogensrecht weliswaar niet meer in de gemeenschap van goederen valt, maar op grond van diezelfde wettelijke regeling gaan (onder meer) inkomsten die de echtgenoten tijdens het huwelijk verkrijgen wél tot de gemeenschap behoren. Indien toekomstige echtgenoten deze beperkte gemeenschap niet wensen, moeten zij huwelijkse voorwaarden aangaan. De notaris had de aanstaande echtgenoten beter moeten adviseren. Klacht gegrond, berisping, kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:218 Raad van Discipline Amsterdam 20-648/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over bejegening van klaagster door verweerster onvoldoende onderbouwd. Voorts staat het een advocaat vrij de werkzaamheden te beëindigen. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:83 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-473/DB/LI

    Advocaat heeft in beslagrekest standpunt van zijn cliënt verwoord. Dat dit klaagster niet welgevallig was, betekent niet dat de advocaat de rechter heeft misleid. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:219 Raad van Discipline Amsterdam 20-650/A/NH

    Voorzittersbeslissing, Klacht over de eigen advocaat deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en deels kennelijk ongegrond. Verweerster heeft gemotiveerd betwist dat zij stukken uit het dossier van klager heeft achtergehouden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:220 Raad van Discipline Amsterdam 20-652/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Klager heeft erkend dat hij met verweerder had afgesproken dat verweerder zijn werkzaamheden bij klager zou declareren zodra klager de beschikking zou hebben over zijn erfdeel en als gevolg daarvan de aan klager verleende toevoeging zou worden ingetrokken. Dat verweerder klager niet heeft teruggebeld, heeft klager niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:221 Raad van Discipline Amsterdam 20-653/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht van nabestaande slachtoffer moordzaak over advocaat dader kennelijk van onvoldoende gewicht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/103

    Klager verwijt verweerder dat hij - tijdens het verblijf van klager in het arrestantenverblijf - 1) klager ten onrechte medicatie heeft onthouden, 2) niet in contact is getreden met klager toen deze erom vroeg, 3) zijn naam niet kenbaar heeft gemaakt aan klager toen hij daarom vroeg en dat 4) hij niet heeft gereageerd op een brief van klager. Verweerder heeft de klacht bestreden. Hij heeft wel erkend dat hij niet direct zijn naam kenbaar heeft gemaakt aan klager, maar toen hij via een jurist vernam dat hij daartoe verplicht is, heeft hij alsnog zijn persoonsgegevens aan klager bekend gemaakt en zijn excuses aan klager aangeboden voor het feit dat hij dit aanvankelijk hem had onthouden. Verweerder heeft verder aangevoerd dat hij niet op de brief van klager heeft gereageerd omdat uit de brief al bleek dat er een tuchtklacht door klager was ingediend. Het college heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.