Zoekresultaten 1-50 van de 46801 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:182 Hof van Discipline 's Gravenhage 230012
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 27-10-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:182
De raad heeft klachtonderdelen a), b), c) en e) terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat de klacht te laat is ingediend. Mogelijk waren op 2 november 2018 nog niet alle gevolgen van de verweten gedragingen aan klagers bekend, maar dat leidt niet tot een verlenging van de vervaltermijn. In de drie jaar waarin de vervaltermijn liep, zijn blijkens de eigen stellingen van klagers ook de gevolgen aan hen bekend geworden. Dat die gevolgen een doorlopend effect hebben en ook vandaag de dag nog een rol (kunnen) spelen, maakt dit niet anders. De beroepsgronden van klagers falen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:58 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-484/AL/NN/D
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:58
Verweerster heeft in drie zaken samengewerkt met een voormalige advocaten. Deze voormalige advocaat is vóór deze samenwerking door de Raad van Discipline van het tableau geschrapt en hij was ten tijde van deze samenwerking daarom geen advocaat meer. Desondanks heeft de voormalige advocaat deze zaken behandeld en dat gebeurde niet onder de verantwoordelijkheid van verweerster. Zij heeft in die zaken feitelijk slechts gefungeerd als doorgeefluik. Verweerster heeft hiermee gehandeld in strijd met artikel 46 Advocatenwet en de kernwaarden onafhankelijkheid, deskundigheid en integriteit. De raad rekent dit verweerster zwaar aan. Bij de oplegging van de maatregel houdt de raad verder sterk rekening met het tuchtrechtelijke verleden van verweerster. De raad heeft haar tweemaal een voorwaardelijke schorsing opgelegd. Eén van die veroordelingen zag - net als de onderhavige zaak - mede op een samenwerking die ertoe heeft geleid dat zij niet volledig onafhankelijk is geweest en de kernwaarden onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid en integriteit in gevaar heeft gebracht. Verder neemt de raad in aanmerking dat verweerster het verwijtbare van haar handelen niet inziet. Tijdens het onderzoek van de deken, in het door haar ingediende verweerschrift (waarin alle verwijzingen naar jurisprudentie onjuist of niet relevant zijn) en op de zitting van de raad heeft zij volhard in haar stelling dat zij op een correcte wijze heeft gehandeld. De raad is - rekening houdend met alle feiten en omstandigheden - van oordeel dat alleen kan worden volstaan met een onvoorwaardelijke schorsing. De raad zal verweerster een schorsing opleggen voor de duur van twaalf weken.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:47 Raad van Discipline Amsterdam 25-757/A/A 25-758/A/A
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:47
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. Dat verweerder 1 juridische kernpunten over het hoofd heeft gezien of dat het advies van verweerder 1 op enige andere wijze niet voldeed aan de vereiste deskundigheid, is de raad niet gebleken. Klachtonderdeel a) is daarom ongegrond. De raad stelt verder vast dat het e-mailbericht van 24 april 2025, met daarin opgenomen een schikkingsvoorstel aan klager, is geschreven door verweerder 2 in de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerder 1 heeft deze e-mail niet mede ondertekend en het is de raad niet gebleken dat hij betrokkenheid heeft gehad bij het opstellen van dit bericht, noch dat hij zich op andere wijze intimiderend of agressief jegens klager zou hebben uitgelaten. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 1 daarom niet-ontvankelijk. Voor wat betreft verweerder 2 is de raad van oordeel dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Verweerder 2 heeft in het e-mailbericht van 24 april 2025 geprobeerd het geschil met klager in der minne te schikken door een afkoopbedrag voor te stellen tegen finale kwijting, waaronder het afzien van een klacht door klager. Verweerder 2 heeft daarbij naar het oordeel van de raad gemotiveerd toegelicht dat het doel hiervan was om het geschil met klager te beëindigen zonder dat er nog zou worden “nagetrapt”. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder 2 dit voorstel zo doen. Dat klager dit als intimiderend heeft ervaren, maakt niet dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 2 daarom ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:31 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-452/DB/LI
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:31
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:48 Raad van Discipline Amsterdam 26-033/A/A
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:48
Voorzittersbeslissing. Klacht is (kennelijk) niet-ontvankelijk. Er is sprake van misbruik van recht en van een schending van het ne bis in idem-beginsel. Deze klacht ziet (wederom) op het handelen van verweerder in het geschil tussen klager en F. Daarnaast is (ook) sprake van een overschrijding van de termijn zoals genoemd in artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:6 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/01
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 25-02-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:6
De klager heeft meerdere klachten ingediend over het handelen van de notaris als privépersoon. Daarbij heeft de klager zich grievend en respectloos uitgelaten over de notaris. Voorzittersbeslissing: klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van klachtrecht. Van de notaris kan in redelijkheid niet langer worden gevraagd dat hij zich blijft verweren tegen dit soort “processtukken”. Mogelijke volgende klachten die voortvloeien uit of samenhangen met de bestaande privégeschillen en processtukken waarin de klager zich grievend en respectloos uitlaat over de notaris zal de kamer niet meer in behandeling nemen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:49 Raad van Discipline Amsterdam 25-903/A/A
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:49
Voorzittersbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond. Verweerder heeft de belangen van klager behartigd met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht. Verweerder heeft klager adequaat geïnformeerd over hoe klagers zaak ervoor stond en welk verweer het beste kon worden gevoerd om ontruiming te voorkomen. Dat verweerder klager niet in al zijn wensen en eisen heeft gevolgd, leidt niet tot de conclusie dat verweerder is tekortgeschoten in zijn dienstverlening. Aan verweerder komt als dominus litis immers de vrijheid toe de zaak te behandelen zoals hem dat juist voorkomt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:50 Raad van Discipline Amsterdam 26-077/A/NH
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:50
Voorzittersbeslissing; klacht is niet-ontvankelijk vanwege overschrijding driejaarstermijn.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:28 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-432/DB/ZWB/D
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:28
Dekenbezwaar. Ontvankelijkheid: Verweerder heeft aangevoerd dat de deken geen belang heeft bij beoordeling van het dekenbezwaar nu het alsnog verkrijgen van een stageverklaring, vereist om als advocaat hernieuwd op het tableau te kunnen worden ingeschreven, een feitelijke onmogelijkheid is geworden. Verweerder heeft daarnaast aangevoerd dat er evenmin een algemeen belang bestaat bij het verkrijgen van een inhoudelijk oordeel van de raad, omdat het onderwerp van het dekenbezwaar (integriteit en strafbare feiten) geen verfijning, verheldering of toelichting van de bestaande tuchtrechtspraak behoeft. De raad is van oordeel dat de deken wel ontvankelijk is. Dat de kans op een hernieuwde inschrijving van verweerder op het tableau thans reeds nihil is, maakt naar het oordeel van de raad niet dat de deken bij het vragen van een tuchtrechtelijke reactie geen belang (meer) heeft. Gezien de ernst van de door de rechtbank bewezen verklaarde strafbare feiten is het algemeen belang bij het geven van een tuchtrechtelijke reactie en het daarmee samenhangende signaal aan de beroepsgroep en het publiek naar het oordeel van de raad gegeven, ook indien die tuchtrechtelijke reactie geen verfijning, verheldering of toelichting van bestaande tuchtrechtspraak oplevert.Inhoudelijk: Verweerder heeft zich schuldig gemaakt aan de handel in cocaïne, het witwassen van grote geldbedragen en aan ondergronds bankieren, waarbij hij financiële regelgeving heeft overtreden, die bedoeld is om de integriteit van het betalingsverkeer in de maatschappij te waarborgen. Deze strafbare feiten zijn in het licht van de beroepsuitoefening absoluut ongeoorloofd en ondermijnen het vertrouwen in de advocatuur.Verweerder voldoet niet aan de in de Voda gestelde eisen om het beroep van advocaat uit te mogen oefenen, doordat hij niet beschikt over een verklaring van voltooide stage en doordat hij geen kantoor houdt. Verweerder heeft de belangen van zijn cliënten geschaad, althans heeft het risico genomen deze belangen te schaden, doordat hij heeft geweigerd zijn medewerking te verlenen aan een behoorlijke waarneming van zijn praktijk tijdens zijn detentie. De gegrond bevonden tuchtrechtelijk verwijten leveren een schending op van de kernwaarden van de advocatuur. Gegrond. Schrapping.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2026:1 Kamer voor het notariaat Amsterdam 773915 / NT 25-24
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 27-01-2026
- ECLI:NL:TNORAMS:2026:1
Klager stelt dat hij door de notaris is geïnformeerd dat de koopsom A-B € 7.025.000 zou bedragen, terwijl uit de leveringsakte blijkt dat de koopsom daadwerkelijk € 8.000.000 bedroeg. De notaris zou een gedeelte van de ‘winst’ van € 775.000 (het verschil van € 975.000 verminderd met de verstrekte leningen à € 200.000) in privé hebben behouden. Ten tweede verwijt klager de notaris schending van de notariële zorgplicht en onafhankelijkheid. Door zichzelf dan wel zijn echtgenote financieel te bevoordelen bij een transactie waarbij hij als notaris optrad, heeft de notaris ernstig in strijd gehandeld met de kernwaarden van het notarisambt: onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit. Klager verwijt de notaris tot slot ook belangenverstrengeling vanwege het actief betrekken van zijn echtgenote bij een financiële transactie waarvoor de notaris zelf verantwoordelijk was. Dit als apart verwoord klachtonderdeel verwijst uitsluitend naar het handelen van de notaris dat reeds aan de orde is gekomen bij de klachtonderdelen 1 en 2 en wordt daarom niet als een afzonderlijk klachtonderdeel gezien. De kamer oordeelt dat klager niet-ontvankelijk is in alle klachtonderdelen. De vennootschappen [naam klager] Holding B.V. en [X B.V.] waren betrokken bij de verstrekte leningen waar dit klachtonderdeel op ziet. Vast staat echter dat klager als privépersoon klaagt en niet namens [naam klager] Holding B.V. of [X B.V.]. Dit heeft klager desgevraagd expliciet bevestigd. Dat hij als privépersoon is benadeeld is verder onvoldoende aannemelijk geworden. Dat hij mogelijk aandeelhouder is (geweest) van genoemde vennootschappen is zonder nadere omstandigheden onvoldoende. Ook voor het tweede klachtonderdeel geldt dat klager als privépersoon klaagt over een transactie – in dit geval [naam theater] Transactie – waarbij hij niet in privé betrokken was. [Vennootschap A] was wél bij deze transactie betrokken; klager vertegenwoordigde deze vennootschap als zelfstandig bevoegd bestuurder. Ter zitting heeft klager echter niet duidelijk gemaakt waarom hij als privépersoon een voldoende belang heeft bij deze klacht. De kamer oordeelt daarom dat klager ook niet-ontvankelijk is in dit klachtonderdeel. Ten overvloede overweegt de kamer dat ook als klager wel ontvankelijk zou zijn in de klachtonderdelen deze ongegrond zouden zijn. Klager heeft geen stukken overlegd die de klachtonderdelen onderbouwen of toegelicht waar dit dan uit blijkt.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:29 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-829/DB/MN
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:29
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder in of buiten rechte informatie heeft verstrekt waarvan hij weet, althans behoort te weten, dat deze onjuist is, noch dat hij zich onnodig grievend over klager heeft uitgelaten. Als door klager erkend staat vast dat hij meerdere klachten tegen L heeft ingediend. Het stond verweerder vrij om in het kader van de behartiging van de belangen van zijn cliënt de context te schetsen in dat verband melding te maken van het aantal ingediende klachten. Verder staat vast dat het Openbaar Ministerie in de sepotbeslissing heeft vermeld dat niet tot de verdere vervolging van klager werd overgegaan omdat er naar het oordeel van het Openbaar Ministerie onvoldoende bewijs was. Klager heeft zich beklaagd over L omdat deze in de visie van klager aan de kinderen had moeten melden dat klager onschuldig was bevonden. Het was de taak van verweerder om namens L tegen die klacht verweer te voeren en in dat verband in het verweerschrift de feitelijke grondslag van die klacht te weerleggen. Dat heeft verweerder ook gedaan. Verweerder heeft namens L gesteld: “Daarin staat niet dat klager onschuldig is bevonden. Er staat dat er onvoldoende bewijs is. Dat is wezenlijk iets anders. Klager kon dus sowieso niet aan wie dan ook de mededeling doen dat klager onschuldig was bevonden.” Die stelling is niet feitelijk onjuist en mocht verweerder in het kader van de behartiging van de belangen van zijn cliënt poneren. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:45 Raad van Discipline Amsterdam 25-680/A/A
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:45
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is ongegrond. Onder verantwoordelijkheid van verweerster is een beroepsfout gemaakt door een termijn te laten verlopen. Niet iedere beroepsfout levert evenwel tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen op. Verweerster heeft gedaan wat zij in de ontstane situatie als een redelijk handelend advocaat behoorde te doen. Zij heeft haar excuses aangeboden en daarna de noodzakelijke inspanningen verricht om de gemaakte fout te doen herstellen. Klager is gecompenseerd in de kosten en het is de raad niet gebleken dat klager verder nadelige gevolgen heeft ondervonden van het handelen van verweerster.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:46 Raad van Discipline Amsterdam 25-655/A/A
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:46
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is niet-ontvankelijk bij gebrek aan rechtstreeks belang voor klagers. Het vermeend verwijtbaar handelen van verweerder richt zich enkel en alleen tot het bestuur. Het handelen kan daarom ook alleen het bestuur, als vertegenwoordiging van de Vereniging, in zijn belang raken en hierover kan slechts het bestuur klagen. Klagers, als leden van de Vereniging staan hier buiten.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:30 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-578/DB/OB
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:30
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8673
- Datum publicatie: 06-03-2026
- Datum uitspraak: 06-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:44
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater die een psychiatrische expertise voor klager uitvoerde in het kader van een UWV‑beroepsprocedure. Na het eerste onderzoek zag de psychiater aanleiding voor aanvullend psychiatrisch en verzekeringsgeneeskundig onderzoek, maar liet dit na bezwaar van klager achterwege en stelde een concept‑rapport op. Klager is het oneens met de gevolgde procedure en met het (concept)rapport.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8373
- Datum publicatie: 06-03-2026
- Datum uitspraak: 06-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:45
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager, die tijdens detentie langdurig in hongerstaking was, onderging gedwongen medische behandeling en werd zonder second opinion in een psychiatrisch penitentiair centrum geplaatst. Hij is het niet eens deze gang van zaken en verwijt dit de betrokken psychiater. De psychiater had echter slechts een adviserende rol, nam geen besluiten en haar adviezen waren logisch en goed onderbouwd. Voor het advies tot dwangbehandeling was geen second opinion vereist.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8653
- Datum publicatie: 06-03-2026
- Datum uitspraak: 06-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:46
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is langdurig door de psychiater behandeld wegens psychotische klachten. Hij stelt dat de behandeling ernstige en blijvende psychische en lichamelijke schade heeft veroorzaakt. Ook voelde hij zich niet gehoord. De psychiater heeft steeds zorgvuldig aandacht besteed aan klagers problematiek, medicatiegebruik en wensen. Geen verwijtbaar handelen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8654
- Datum publicatie: 06-03-2026
- Datum uitspraak: 06-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:47
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is langdurig door de psychiater behandeld wegens psychotische klachten. Hij stelt dat de behandeling ernstige en blijvende psychische en lichamelijke schade heeft veroorzaakt. Ook voelde hij zich niet gehoord. De psychiater heeft steeds zorgvuldig aandacht besteed aan klagers problematiek en medicatie, zijn wensen serieus genomen en in samenspraak de medicatie aangepast. Geen sprake van een langdurig schadelijke behandeling. Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8696
- Datum publicatie: 06-03-2026
- Datum uitspraak: 06-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:43
Ongegronde klacht tegen psychiater. Klaagster verwijt de psychiater dat bij haar onder dwang een voedingssonde is geplaatst en stelt dat het gebruikte apparaat illegaal was. Klaagster had toestemming gegeven voor plaatsing op vrijwillige basis. Het verplegend personeel heeft dit verkeerd begrepen en de sonde zonder medeweten van de psychiater onder dwang ingebracht. De psychiater treft geen persoonlijk verwijt. Het gebruikte apparaat was state of the art.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:27 Kamer voor het notariaat Amsterdam 757754 / NT 24-37, 757768 / NT 24-38, 761053 / NT 24-49, 761055 / NT 24-50 766941 / NT 25-11 774762 / NT 25-28, 774764 / NT 25-29
- Datum publicatie: 05-03-2026
- Datum uitspraak: 11-12-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:27
Klaagster verwijt de notarissen dat zij hun zorgplicht hebben verzaakt door geen althans onvoldoende onderzoek te verrichten ten tijde van het passeren van de akte van oprichting van [S] BV. Hierdoor is [S] BV ingeschreven op het voormalige vestigingsadres van [G] BV zonder toestemming van klager. Ten tweede verwijt klaagster de notarissen dat zij zich zeer ernstig hebben misdragen en in georganiseerd verband met hun adviseurs een ondernemersfamilie hebben gefaciliteerd om structureel geld te onttrekken aan vennootschappen. Hiermee hebben zij zich schuldig gemaakt aan het faciliteren van witwassen, in strijd met de bepalingen van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en de Financial Intelligence Unit (FIU). De voorzitter heeft het eerste klachtonderdeel van klager als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen nu klaagster ten tijde van het passeren van de onderhavige akte geen (indirect) aandeelhouder van [G] BV meer was. De voorzitter heeft het tweede klachtonderdeel als kennelijk ongegrond afgewezen bij gebreke van een feitelijk substraat.Klaagster is hiertegen in verzet gegaan en de kamer heeft dit verzet gedeeltelijk gegrond verklaard. Naar het oordeel van de kamer heeft klaagster voldoende aangetoond dat zij een belang heeft bij haar klacht. Klaagster heeft er last van ondervonden dat er een besloten vennootschap is opgericht op het adres waar klaagster huurder is en een restaurant exploiteerde. Klaagster is daarom belanghebbende bij de vraag of bij de oprichting van die vennootschap door de notarissen zorgvuldig is gehandeld. De kamer heeft de klacht tegen de kandidaat-notaris ongegrond verklaard concluderend dat de kandidaat-notaris onder dit regime (van vóór de aanscherping van 22 april 2025 door de KvK (...)) voldoende onderzoek heeft gedaan. Op het moment van oprichting van [S] B.V., 6 september 2024, was immers ter controle van het vestigingsadres voldoende: een huurovereenkomst, een uittreksel uit het Kadaster of een toestemmingsverklaring van de huurder. Aangezien [V] als bestuurder van klaagster (althans degene waarvan de kandidaat-notaris op dat moment mocht uitgaan dat zij de bestuurder van klaagster was) akkoord was met de vestiging van de nieuwe bv op het vestigingsadres – zij heeft dat immers zelf verzocht tijdens de bespreking met de kandidaat-notaris – was er een toestemmingsverklaring van de huurder. Op dat moment was dat voldoende. De stelling van klaagster dat de kandidaat-notaris wist of kon weten dat [V] bij het geven van de toestemming op 4 september 2024 geen bestuurder van klaagster meer was, is niet met stukken onderbouwd en vindt ook geen steun in de feiten. Op grond van de bekende feiten staat immers vast dat het [V] is geweest die bij de KvK het vestigingsadres van klaagster per 5 september 2024 heeft gewijzigd (zoals door haar tijdens de bespreking met de kandidaat-notaris was aangekondigd). Het moet ervoor worden gehouden dat de KvK heeft gecontroleerd of [V] daartoe blijkens de inschrijving in het Handelsregister bevoegd was. Dat het ontslagbesluit toen al was genomen was bij de KvK kennelijk niet bekend dan wel door de KvK niet geregistreerd en had de kandidaat-notaris dus ook niet kunnen weten. De kandidaat-notaris mocht er dus van uitgaan dat [V] bevoegd was om namens de huurder de toestemmingsverklaring te geven en heeft daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De kamer verklaart de klacht tegen de notaris ook ongegrond en overweegt hiertoe als volgt. De kandidaat-notaris heeft het dossier zelfstandig voorbereid, waarna de notaris de akte van oprichting van [S] B.V. heeft gepasseerd op 6 september 2024. Omdat niet de kandidaat-notaris, maar de notaris deze akte van oprichting heeft gepasseerd, is laatstgenoemde verantwoordelijk voor deze ambtshandeling. Echter, omdat de kandidaat-notaris voldoende onderzoek heeft gedaan naar het vestigingsadres van [S] B.V. en hem derhalve geen enkel tuchtrechtelijk verwijt valt te maken, kan ook de notaris niet worden verweten dat hij op basis van de informatie die de kandidaat-notaris hem heeft aangereikt de akte heeft gepasseerd.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:5 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/02 en SHE/2026/07
- Datum publicatie: 04-03-2026
- Datum uitspraak: 13-02-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:5
De voorzitter heeft de klacht van de klaagster buiten behandeling gesteld (SHE/2026/2). Van de voorzitter en de kamer kan in redelijkheid niet worden verlangd dat zij met de in totaal meer dan zestig losse e-mails en een veelvoud aan bijlagen van de klaagster gaan achterhalen wat klaagster met de indiening van deze stukken heeft bedoeld. Ook van de notarissen kan dit niet worden gevraagd. De chaotische wijze waarop de klaagster haar klacht heeft ingediend, maakt het voor de notarissen onmogelijk om deugdelijk verweer te voeren. Daarom heeft de voorzitter het niet nodig gevonden de notarissen in de gelegenheid te stellen om te reageren op de stukken van de klaagster.De klaagster heeft verzet ingesteld tegen de voorzittersbeslissing. De kamer heeft dat verzet ongegrond verklaard (SHE/2026/7).
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:37 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3054 VZ
- Datum publicatie: 04-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:37
Voorzittersbeslissing in een klacht tegen een huisarts. Klaagster is ontevreden over de zorg van de huisarts. Zij verwijt de huisarts dat hij haar bij twee consultafspraken in de wachtkamer heeft genegeerd en dat hij niet heeft gereageerd toen klaagsterna een afspraak in het ziekenhuis contact zocht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing van die van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8296
- Datum publicatie: 04-03-2026
- Datum uitspraak: 04-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:42
Klager verwijt de gz-psycholoog dat hij zonder diens toestemming heeft meegewerkt aan het verstrekken van de door verweerder opgestelde rapportage over klager in een tuchtprocedure. Tevens klaagt klager erover dat verweerder privacygevoelige medische gegevens onbeveiligd heeft verzonden. Niet is komen vast te staan dat de gz-psycholoog toestemming heeft gegeven voor het delen van het rapport of daarvan op de hoogte was. Bij de onbeveiligde verzending van medische gegevens was hij niet betrokken. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7655
- Datum publicatie: 04-03-2026
- Datum uitspraak: 04-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:43
Ongegronde klacht tegen plastisch chirurg. Patiënte diende bij de geschillencommissie een klacht in tegen de plastisch chirurg in verband met een door hem uitgevoerde buikwandcorrectie. Tijdens de zitting van de geschillencommissie heeft een onafhankelijke chirurg in het bijzijn van plastisch chirurg, in een aparte ruimte het litteken van patiënte bekeken en opgemeten. Patiënte verwijt de plastisch chirurg dat hij tijdens het onderzoek door de onafhankelijk chirurg, dat grensoverschrijdend was, niet heeft ingegrepen en dat hij een dag na de zitting een e-mail heeft gestuurd met ongepaste inhoud. Het college kan niet vaststellen dat de plastisch chirurg had moeten ingrijpen omdat de wijze van onderzoek door de onafhankelijke chirurg niet kan worden vastgesteld. Het versturen van het e-mailbericht was zeer onhandig, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8081
- Datum publicatie: 04-03-2026
- Datum uitspraak: 04-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:44
Kennelijk ongegronde klacht tegen cosmetisch arts. Patiënte klaagt over onjuiste wijze van informeren over gevolgen en complicaties van de liposuctie en over het niet zorgvuldig uitvoeren van de ingreep. Normale, voorzienbare risico’s. Verklevingen. Informed consent correct opgesteld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8736
- Datum publicatie: 03-03-2026
- Datum uitspraak: 03-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:39
Ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster verwijt de psychotherapeut dat hij haar onheus en onprettig heeft bejegend en dat hij de behandeling voortijdig en onzorgvuldig heeft beëindigd. Het college kan niet vaststellen dat er sprake is geweest van onheuse bejegening. De ontstane dynamiek tussen partijen leverde een voldoende gewichtige reden op om de behandelingsovereenkomst te beëindigen. Mogelijk had de psychotherapeut meer tijd kunnen nemen voor uitleg over de redenen van de beëindiging. Alles in ogenschouw genomen is de wijze waarop de psychotherapeut de behandelingsovereenkomst heeft beëindigd niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Alle klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:27 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-050/DB/OB
- Datum publicatie: 03-03-2026
- Datum uitspraak: 03-03-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:27
Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door de eigen advocaat. Niet gebleken dat verweerster haar afspraken niet is nagekomen, onvoldoende heeft gecommuniceerd of haar werkzaamheden op onzorgvuldige wijze heeft beëindigd. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8735
- Datum publicatie: 03-03-2026
- Datum uitspraak: 03-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:40
Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster was in therapie bij een collega van de psychotherapeut. Bij een gesprek dat plaatsvond toen de collega de behandeling met klaagster wilde beëindigen, was de psychotherapeut als toehoorder aanwezig. Klaagster verwijt de psychotherapeut (onder meer) dat zij het handelen van haar collega niet ter discussie heeft gesteld. Eerste en tweede tuchtnorm zijn hier niet van toepassing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8561
- Datum publicatie: 03-03-2026
- Datum uitspraak: 03-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:41
Klacht tegen GZ-psycholoog deels kennelijk-niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Klager was in behandeling bij een GGZ-instelling waarvan de GZ-psycholoog bestuurder was. Klager verwijt de GZ-psycholoog dat hij a) zich onjuist heeft opgesteld in zijn rol als bestuurder, b) heeft nagelaten om instructies en adviezen richting de zorgverleners te geven en c) zich schuldig heeft gemaakt aan declaratiefraude, oplichting en valsheid in geschrifte. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen a) en b): deze klachtonderdelen hebben betrekking op de organisatie van zorg en de samenhang met individuele gezondheidszorg ontbreekt. Voor het overige is de klacht ongegrond. Niet gebleken is van declaratiefraude, oplichting of valsheid in geschrifte.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8562
- Datum publicatie: 03-03-2026
- Datum uitspraak: 03-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:42
Kennelijk ongegronde klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog was als regiebehandelaar bij de behandeling van klager betrokken. De feitelijke uitvoering werd door een masterpsycholoog gedaan. Klager verwijt de GZ-psycholoog onder meer onjuiste dossiervoering, het toepassen van een onjuiste behandelmethode, onterechte en onzorgvuldige beëindiging van de behandeling en onvoldoende regievoering. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:40 Raad van Discipline Amsterdam 26-029/A/A
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:40
Voorzittersbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond. Van enige belangenverstrengeling bij verweerster is de voorzitter niet gebleken. Verweerster lijkt zich juist steeds voor klager te hebben ingespannen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:41 Raad van Discipline Amsterdam 25-673/A/A/D
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:41
Dekenbezwaar dat samenhangt met klacht 25-669. Verweerster heeft vrijwel niets gedaan voor haar cliënt, die daarover een klacht heeft ingediend bij de deken. Tijdens het onderzoek van de deken reageert verweerster eerst traag en daarna niet meer. Net als de deken ziet de raad in het gedrag van verweerster een zorgwekkend patroon. De raad legt aan verweerster een voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee weken op. Als bijzondere voorwaarde legt de raad aan verweerster de verplichting op om zich gedurende zes maanden te houden aan de aanwijzingen van de deken aangaande haar praktijkvoering.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:68 Hof van Discipline 's Gravenhage 250363
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:68
Verzet na afwijzende verwijzing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Klager heeft zijn klacht over mr. H ingetrokken en zijn klacht over mr. O is reeds ter verdere behandeling naar de raad toegestuurd. De Advocatenwet voorziet niet in de mogelijkheid voor verweerster in haar hoedanigheid van deken – en evenmin voor het hof – om een ingetrokken klacht alsnog tegelijk met een andere klacht (waarin reeds een dekenonderzoek heeft plaatsgevonden) door te sturen naar de raad voor verdere behandeling. Klager kan, als hij dat wil, opnieuw een klacht indienen over mr. H bij verweerster die deze dan zal onderzoeken waarna klager ook die klacht, na voldoening van het griffierecht, ter verdere behandeling naar de raad van discipline kan laten doorsturen. Reeds daarom is er ook geen sprake van strijd met de artikelen 6 en 13 EVRM zoals klager stelt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:42 Raad van Discipline Amsterdam 25-669/A/A
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:42
Klacht tegen de eigen advocaat. Verweerster heeft klager in een familiezaak in de steek gelaten. Zij nam zijn zaak in behandeling, werd vervolgens ziek, maar informeerde haar cliënt niet. Als gevolg hiervan is geen verweer gevoerd in een rechtbankprocedure. De klacht is gegrond, maar de raad legt geen maatregel op. Dat gebeurt in het met deze zaak samenhangende dekenbezwaar (25-673).
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:26 Kamer voor het notariaat Amsterdam 764270 / NT 25-4 770749 / NT 25/19 774743 / NT 25-27
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 11-12-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:26
Klacht over (met name) weigering van de notaris om inhoudelijk te reageren op vragen van klager over een akte (waar deze geen partij bij was). Daarnaast ziet de klacht op het uitblijven van een reactie van (het kantoor van) de notaris op de door klager intern ingediende klacht. De voorzitter heeft de klacht (t.a.v. dit klachtonderdeel) terstond afgewezen omdat deze naar zijn oordeel kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht was. De kamer heeft het verzet tegen de voorzittersbeslissing vervolgens (deels) gegrond verklaard. De kamer acht de weigering van de notaris om inhoudelijk te reageren op klagers’ vragen over de betreffende akte niet tuchtrechtelijk verwijtbaar; klager was immers geen partij bij deze akte. De notaris heeft derhalve een terecht beroep gedaan op zijn geheimhoudingsplicht. Dat de notaris in het geheel niet heeft gereageerd op klagers’ e-mails noch de pogingen van klager om telefonisch contact te krijgen met de notaris, acht de kamer in dit geval evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar. Hierbij is van belang dat dit alles zich afspeelde binnen een korte tijdspanne (...). Artikel 2 van de Verordening Klachten- en geschillenregeling schrijft voor dat een notaris zorgdraagt voor een kantoorklachtenregeling. De kamer acht het geheel uitblijven van een reactie op de intern ingediende klacht onbegrijpelijk en in strijd met voornoemd artikel 2, omdat deze handelwijze het functioneren van een kantoorklachtenregeling belemmert. Het had op de weg van de notaris gelegen om ten minste een schriftelijke of telefonische reactie aan klager te sturen naar aanleiding van zijn klacht. Nu hij dit niet heeft gedaan, is dit klachtonderdeel gegrond. De kamer is van oordeel dat de notaris de zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden door na te laten enige reactie te geven op de intern ingediende klacht. De kamer acht hiervoor de maatregel van waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:43 Raad van Discipline Amsterdam 25-686/A/A
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:43
Klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft klager 2 en de ondernemingen van klager 1 bijgestaan in een geschil met een gemeenschappelijke schuldeiser. Klager 1, die in persoon klaagt, is in de klacht niet-ontvankelijk om dat hij niet belanghebbend is. De klachten van klager 2 zijn ongegrond. Het is de raad niet gebleken dat verweerder met zijn bijstand aan de ondernemingen en klager 2 tegenstrijdige belangen heeft gediend. Het is de raad ook niet gebleken dat verweerder excessief of anderszins onbetamelijk heeft gedeclareerd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:55 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-079/AL/MN
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:55
voorzittersbeslissing. De klacht van klager is te laat ingediend. Nu van een verschoonbare termijnoverschrijding niet is gebleken, wordt klager niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:44 Raad van Discipline Amsterdam 25-661/A/A
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:44
Klacht tegen een advocaat in andere hoedanigheid. Klaagster is eigenaar van een zelfbouwkavel. Verweerder is voorzitter van de dorpsraad van klaagsters woonplaats. Verweerder heeft de gemeente, namens de dorpsraad, verzocht om handhavend op te treden omdat de woning volgens de dorpsraad niet voldeed aan de vergunning. De raad is van oordeel dat klaagster in haar klacht ontvankelijk is. Weliswaar trad verweerder niet op als advocaat van de dorpsraad, maar voor zijn werkzaamheden als voorzitter van de dorpsraad maakte hij wel gebruik van zijn zakelijke e-mailadres. Hij verrichtte bovendien juridische werkzaamheden. De raad is daarom van oordeel dat het tuchtrecht van toepassing is. De klachten van klaagster (rauwelijks procederen, ongepaste uitlatingen, onduidelijkheid over hoedanigheid van advocaat) zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:28 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/755711 DW RK 24/305 MK/SM
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 20-01-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:28
Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Maatregel: berisping. De gerechtsdeurwaarder heeft klaagster niet concreet geïnformeerd wat specifiek van haar verwacht werd en dat zij dwangsommen zou verbeuren als zij dat niet zou doen. Voorst heeft de gerechtsdeurwaarder conclusies getrokken uit een omstandigheid die zich heeft voorgedaan en daarmee niet alleen meer verklaard dat nodig was, maar ook heeft het er mede toe geleid dat de opdrachtgeefster verbeurde dwangsommen heeft proberen in te vorderen bij klaagster.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:56 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-538/AL/GLD
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:56
De raad verklaart een klacht tegen de eigen advocaat ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:57 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-582/AL/MN
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:57
De raad verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:67 Hof van Discipline 's Gravenhage 250360
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:67
Verzet ongegrond. Het hof ziet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. De voorzitter heeft overwogen dat het indienen van een klacht niet de geëigende wijze is om een weigering van verweerder om een advocaat aan te wijzen aan de orde te stellen en dat de klacht verder geen (andere) omschrijving bevat van enig handelen of nalaten van verweerder. Klaagster heeft in het verzet geen gronden aangevoerd die zien op de toetsingsmaatstaf of de feiten die aan de beslissing van 6 november 2025 ten grondslag liggen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8529
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:38
Kennelijk ongegronde klacht tegen een KNO-arts. Klager is geopereerd vanwege een uitzaaiing van een glomustumor. Bij deze operatie zijn twee zenuwen doorgenomen. Sinds de operatie heeft klager slikpassageklachten. Klager verwijt de KNO-arts onder andere dat hij de operatie onzorgvuldig heeft uitgevoerd en dat hij klager voorafgaande aan de operatie onvoldoende heeft geïnformeerd. Het college oordeelt dat de KNO-arts niet onzorgvuldig heeft gehandeld door de zenuwen bij de operatie door te nemen. Ook hoefde hij het risico op de klachten die klager heeft niet te bespreken, omdat deze klachten niet onder de in redelijkheid te verwachten risico’s van deze ingreep vielen. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:10 Accountantskamer Zwolle 25/1557 Wtra AK
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:10
Betrokkene heeft in een notitie een opstelling gemaakt van de elementen die partijen hebben gebruikt om te komen tot een koopsom van de aandelen. Betrokkene heeft erkend dat in die opstelling een fout is gemaakt doordat in de jaarrekening een belastinglatentie was gevormd en betrokkene in zijn berekening is uitgegaan van het eigen vermogen in de jaarrekening en ten behoeve van de berekening opnieuw een belastinglatentie heeft bepaald zonder rekening te houden met de in de jaarrekening al gevormde latentie. Dat verwijt is dan ook terecht gemaakt. De Accountantskamer geeft betrokkene een waarschuwing, omdat hij onzorgvuldig heeft gehandeld. Klaagster vindt ook dat betrokkene de zoons had moeten adviseren een eigen adviseur in de arm te nemen, maar dat verwijt is volgens de Accountantskamer onterecht.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:25 Kamer voor het notariaat Amsterdam 772538 / NT 25-22
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 23-12-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:25
In de kern komt de klacht erop neer dat de notaris structureel onvoldoende zorgvuldig met en over klager heeft gecommuniceerd in een situatie waar juist zorgvuldige communicatie was geboden: zijn moeder, erflaatster, had hem onterfd en ook in haar testament bepaald dat hij niet bij de begrafenis aanwezig mocht zijn.De kamer acht de klacht gegrond en overweegt daartoe als volgt. Tot uitgangspunt strekt dat de notaris moest opereren in een voor klager in emotioneel opzicht gevoelige context. Daarin heeft de notaris (te) weinig geduld voor klager weten op te brengen en een onnodig grievende toonzetting jegens klager gebezigd. Vast staat dat de notaris niet meer op de e-mails van klager (...) heeft gereageerd. Op enige manier reageren had van zorgvuldigheid getuigd, zeker waar klager zich duidelijk gegriefd voelde door de aantijging dat hij de zoon van de echtgenoot op een bepaalde wijze zou hebben bejegend. Op de e-mails van klager van (...) heeft de notaris wél gereageerd, maar niet inhoudelijk. Dat de notaris naar eigen zeggen toen niet begreep waar het verzoek van klager over ging valt gelet op het tijdsverloop te begrijpen, maar neemt niet weg dat de notaris de moeite had kunnen nemen het dossier op te vragen om daarachter te komen of om contact op te nemen met klager.(...) Dit alles in onderling verband en samenhang bezien leidt tot de conclusie dat de notaris heeft gehandeld op een wijze die niet bij een professionele beroepsbeoefenaar zoals, in dit geval, een notaris past. Het – summiere – verweer van de notaris en de behandeling van de zaak ter zitting hebben geen ander licht op de zaak geworpen. De kamer is van oordeel dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en acht de klacht daarom gegrond. (...) Door te handelen als hiervoor omschreven heeft de notaris een zorgvuldigheidsnorm geschonden. Daarom acht de kamer de maatregel van waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:11 Accountantskamer Zwolle 25/2055 Wtra AK
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:11
Ongegronde klacht. Klaagster is er niet in geslaagd om de verwijten duidelijk en aannemelijk te maken. Zij heeft de verwijten niet duidelijk omschreven met feitelijke details, zoals wanneer een bepaalde vraag is gesteld (waarop geen reactie is gekomen) of welke facturen klaagster niet kon uploaden in een bepaald systeem. Zij heeft dat ook niet gedaan bij gelegenheid van een tweede schriftelijke ronde (repliek). De verwijten zijn evenmin onderbouwd met documenten die de stellingen van klaagster zouden kunnen aantonen. Ook weerlegt zij het verweer van betrokkene nauwelijks, anders dan door te stellen dat het verweer onjuist is. De Accountantskamer kan in zo’n geval, als een ‘gesprek tussen partijen niet gevoerd wordt’, niet anders dan oordelen dat de klacht ongegrond is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:63 Hof van Discipline 's Gravenhage 250381
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:63
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De mogelijkheid die artikel 13 Advocatenwet biedt om een advocaat aangewezen te krijgen, is in beginsel beperkt tot zaken waarin de bijstand door een advocaat verplicht is gesteld. Die situatie doet zich hier niet voor. De deken is, anders dan zij heeft aangevoerd, wel bevoegd een advocaat aan te wijzen, maar zij kan in een dergelijk geval een aanwijzing van een advocaat achterwege laten. Indien klager een procedure verkiest boven aanvaarding van de aangeboden woning kan klager die procedure zonder bijstand van een advocaat starten omdat procesvertegenwoordiging in huurgeschillen bij de kantonrechter niet verplicht is. Klager kan in die procedure ook (zo klager dat wil) hulp of bijstand van een niet-advocaat vragen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:26 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/769353 / DW RK 25/165 MK/RH
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 25-02-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:26
Een gerechtsdeurwaarder kan als incassodienst betaling van een vordering van zijn opdrachtgever proberen te verkrijgen als onderdeel van een zogenaamd minnelijk traject. Maar als hij daarbij ook zijn eigen kosten vordert is het zaak helder te zijn in welke hoedanigheid hij dan handelt. Dat is in dit geval niet gebeurd.Klager klaagt terecht over de aan hem verstuurde e-mail. Dit betreft een standaard mail die niet aansluit op de daaraan voorafgaande berichten van klager. De verwijzing naar Nederlandse staatsburgers, juridische soevereiniteit en een aansprakelijkstelling is in deze context ongepast en tuchtrechtelijk laakbaar. Het valt de gerechtsdeurwaarder aan te rekenen dat een helder verwoorde klacht niet als zodanig is herkend maar pas na een rappel. Dat is tuchtrechtelijk laakbaar, omdat er geen misverstand over kon bestaan dat met de brief (ook) een klacht was ingediend. De verwijzing naar de Elektriciteitswet terwijl even verderop wordt vastgesteld dat het om een aansluiting voor gas gaat, betreft een slordigheid en is niet tuchtrechtelijk laakbaar. Wel wordt de maatregel van berisping opgelegd vanwege combinatie van verschillende gegronde klachten.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:64 Hof van Discipline 's Gravenhage 250389
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:64
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klager heeft om aanwijzing van een advocaat gevraagd in een fiscale procedure. Het belastingrecht wordt beschouwd als een gespecialiseerd onderdeel van het bestuursrecht en in het bestuursrecht is bijstand door een advocaat niet verplicht. Uit de stukken in het dossier leidt het hof af dat klager tijdig een uitgebreid beroepschrift heeft kunnen indienen. De door klager aangehaalde uitspraken van het hof zien op andere situaties dan die van klager, waarbij het hof voorts opmerkt dat de door klager aangehaalde citaten niet in deze uitspraken te vinden zijn. De omstandigheid dat klager geen machtiging heeft toegestuurd is blijkens de beslissing van 12 november 2025 voor de deken niet redengevend geweest om het aanwijzingsverzoek af te wijzen. De de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de toetsing door de deken van een aanwijzingsverzoek ex artikel 13 Advocatenwet.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:27 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/773697 / DW RK 25/282 MK/RH
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 25-02-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:27
De gerechtsdeurwaarder heeft wetsartikel geciteerd dat niet bestaat en bovendien deze fout niet direct hersteld na hier op te zijn gewezen. Dit past de gerechtsdeurwaarder niet en daar kan hem een tuchtrechtelijk verwijt van gemaakt worden. Er is te laat gereageerd op de klacht: volgens de website en de ontvangstbevestiging van de gerechtsdeurwaarder volgt een reactie binnen veertien dagen; in dit geval is de termijn twintig dagen geweest en heeft klager een rappel moeten sturen. Dat is tuchtrechtelijk laakbaar. Maatregel van waarschuwing opgelegd.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 937
- Volgende pagina zoekresultaten