We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 47601-47650 van de 47882 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:67 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-324/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. De tuchtrechtelijke verwijten over de verzonden declaraties zijn deels niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop en deels kennelijk ongegrond, omdat niet van excessief declareren is gebleken en omdat verweerder wel degelijk op klagers bezwaren heeft gereageerd. De klacht dat verweerder klager ten onrechte heeft geadviseerd om te schikken is kennelijk ongegrond omdat van onjuiste advisering niet is gebleken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8842

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is van mening dat de huisarts in de behandelrelatie structureel grensoverschrijdend, nalatig en psychisch schadelijk heeft gehandeld en dat het niet mogelijk was om dit bij de huisarts aan te kaarten. Het college overweegt dat de vragen van de huisarts vragen zijn die op grond van de NHG Standaard Depressie/module suïcidaliteit relevant zijn om een inschatting van het gevaar te kunnen maken. Het college gaat er dan ook vanuit dat de opmerkingen van de huisarts zijn gemaakt in die context, en niet in de betekenis die klaagster aan die woorden heeft gegeven. Omdat er verder twee verschillende lezingen zijn en onderbouwing ontbreekt, kan het college niet vaststellen wat er precies is gezegd. Van bagatellisering van de situatie van klaagster door de huisarts is het college niet gebleken. Alles afwegende komt het college tot de conclusie dat de huisarts correct en adequaat heeft gehandeld in een situatie die uitermate complex is. Alle onderdelen van de klacht zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:68 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-326/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klagers verwijten verweerder dat hij een overeenkomst van geldlening in het geding heeft gebracht, terwijl hij wist of behoorde te weten dat dit stuk vals was. Naar het oordeel van de voorzitter is uit de overgelegde stukken niet gebleken dat verweerder reden had om te twijfelen aan de authenticiteit van de overeenkomst van geldlening. Niet gebleken dat verweerder de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8936

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klagers hebben een klacht ingediend in verband met de behandeling van hun moeder voorafgaand aan haar overlijden. Het college overweegt dat de huisarts de geldende protocollen ten aanzien van de palliatieve sedatie op een juiste wijze heeft doorlopen. Op medisch gebied heeft de huisarts dan ook de juiste zorg geleverd. Het college overweegt dat de communicatie met klagers en patiënte rondom het verloop van een palliatieve sedatie en hoe zich dat verhoudt ten aanzien van het verloop van een euthanasie wellicht beter had gekund. Daarbij had de huisarts eerder en helderder kunnen communiceren over haar persoonlijke bezwaren tegen euthanasie, omdat dit had kunnen bijdragen aan een beter verwachtingsmanagement voor patiënte en haar familie. Het college is echter van mening dat het handelen van de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Alle onderdelen van de klacht zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9468

    Doorhaling, algemeen beroepsverbod bij voordacht van IGJ over verpleegkundige vanwege het missen van de geschiktheid tot het uitoefenen van het beroep als verpleegkundige door middelenmisbruik.College: problematisch alcoholgebruik, verweerder is aangehouden voor rijden onder invloed met medicatie in de auto, heeft alcohol gedronken op de parkeerplaats van het ziekenhuis, is meermaals onder invloed. De medische informatie geeft blijk van een hardnekkige verslaving. Voor verweerder is een zorgmachtiging afgegeven voor het ondergaan van verplichte zorg. Verweerder verklaarde in het verleden meermaals niet naar waarheid, was niet aanspreekbaar voor de politie, ambulancedienst en IGJ, toont weinig zelfinzicht, reflectie en transparantie door onder andere het expertiserapport niet te delen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8162

    Kennelijk ongegronde klacht. Na een beugelbehandeling bij de tandarts gedurende 10 maanden is de behandeling aan de opvolger van de tandarts overgedragen. Klaagster verwijt de tandarts op meerdere onderdelen een onjuiste behandeling te hebben uitgevoerd. Ook zouden geen goede diagnose en behandelplan zijn opgesteld.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8414

    Kennelijk ongegronde klacht. Na een beugelbehandeling bij de tandarts gedurende ruim een jaar is de behandeling op verzoek van klaagster, moeder van de patiënt, aan een andere behandelaar overgedragen. Klaagster verwijt de tandarts op meerdere onderdelen een onjuiste behandeling te hebben uitgevoerd. Ook zouden geen goede diagnose en behandelplan zijn opgesteld.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8366

    Klacht van klager/orthodontist tegen collega orthodontist. Na beëindiging van de praktijk door klager hebben diverse patiënten zich tot verweerder gewend, die zich in (te) ferme en negatieve bewoordingen heeft uitgelaten over de kwaliteit van de zorg die klager had geleverd aan de patiënten en uitdrukkelijk de suggestie heeft gedaan dat een klacht hierover kon worden ingediend. Daarnaast heeft hij zeker in één geval een patiënt overgenomen die hij in het kader van een second opinion heeft gezien. De klacht van de collega orthodontist is ontvankelijk omdat het handelen gevolgen heeft voor de kwaliteit van de patiëntenzorg. Het handelen kan namelijk bijdragen aan onrust bij (ouders van) patiënten en het vertrouwen in de zorgverlening. De beoordeling vindt plaats met toepassing van de tweede tuchtnorm. De klacht is gegrond. Als maatregel wordt een berisping opgelegd. De gevraagde kostenveroordeling wordt toegekend aan de hand van de Oriëntatiepunten kostenveroordeling tuchtcolleges voor de gezondheidszorg.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9467

    Doorhaling, algemeen beroepsverbod bij klacht van IGJ over verpleegkundige. De IGJ verwijt verweerder dat hij zich presenteerde als professioneel hulpverlener terwijl hij toen BHV’er was en daarbij onprofessioneel en onzorgvuldig handelde. Ook verwijt de IGJ verweerder dat hij ondanks zijn alcoholgebruik in de zorg werkzaam blijft zonder randvoorwaarden. Verweerder erkent zijn alcoholprobleem, zijn presentatie als professioneel hulpverlener en de medische handelingen die hij niet mocht verrichten. Verweerder meent dat het wegnemen van opiaten bij werkgever niet vaststaat vanwege het hoger beroep van de strafrechtelijke veroordeling.College: verweerder was betrokken bij meerdere incidenten, was meermaals onder invloed, nuttigde alcohol op de parkeerplaats van het ziekenhuis, handelde niet volgens de richtlijnen, was niet aanspreekbaar voor de politie, ambulancedienst en IGJ, toont weinig zelfinzicht, reflectie en transparantie door onder andere het expertiserapport niet te delen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9025

    Klacht tegen tandarts over de rekening (kosten zouden worden vergoed of er zouden geen kosten in rekening worden gebracht en er zouden kosten in rekening zijn gebracht voor een behandeling die niet heeft plaatsgevonden) en over bejegening kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:118 Raad van Discipline Amsterdam 26-386/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in een huurgeschil gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond. Klaagster heeft geen rechtstreeks belang bij haar klacht over de communicatie tussen verweerster en haar cliënte. Verder is niet gebleken dat verweerster klaagster onder druk heeft gezet.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9452

    Voorzittersbeslissing, klacht kennelijk ongegrond. Klacht over handelen in 2017/2018. Klaagster heeft geweigerd toestemming te geven om het dossier op te vragen omdat zij vindt dat ze voldoende informatie heeft overgelegd. Vanwege het ontbreken van het medisch dossier is het niet mogelijk de aan de verwijten ten grondslag gelegd feiten vast te stellen. Uit de wel overgelegde stukken kan niet worden afgeleid dat de huisarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:54 Accountantskamer Zwolle 26/969 Wtra AK

    Voorzittersbeslissing, de klacht is kennelijk ongegrond. De voorzitter van de Accountantskamer is van oordeel dat klager de feiten en omstandigheden onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt om de zware conclusie te rechtvaardigen dat betrokkene niet integer zou hebben gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8348

    Deels gegronde klacht tegen tandarts. Klaagster had acute pijnklachten en heeft de tandarts gebeld. Zij verwijt de tandarts dat hij toen direct, zonder haar voorafgaande toestemming, een behandeling heeft ingepland en haar onprofessioneel heeft bejegend. Ook verwijt zij de tandarts dat hij haar vader heeft gebeld, waarmee hij haar autonomie en privacy als volwassen vrouw heeft geschonden. Dit laatste acht het college gegrond en tuchtrechtelijk verwijtbaar. De tandarts heeft zijn beroepsgeheim geschonden door als tandarts met de vader van een volwassen patiënt over haar gedrag te spreken. Het college vindt dit een ernstige miskenning van de professionele standaard en de autonomie van klaagster. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:178 Hof van Discipline 's Gravenhage 260164

    Niet-verwijzing. Met de onderhavige klacht van 5 mei 2026 stelt klager opnieuw de handelwijze van de deken aan de orde in relatie tot de klachten van klager over zijn voormalige advocaat. Dit ondanks dat de raad de klacht over de deken bij beslissing van 14 oktober 2025 kennelijk ongegrond heeft verklaard en het tegen die beslissing ingestelde verzet ongegrond is verklaard. Van nieuwe feiten is het hof niet gebleken. Door wederom een klacht in te dienen over de deken Den Haag is de voorzitter van oordeel dat klager misbruik van het klachtrecht maakt.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:139 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8904

    Kennelijk ongegronde klacht tegen tandarts. Klager had een gaatje in zijn kies. De tandarts adviseerde een volledige prothese in de bovenkaak en een plaatje in de onderkaak. Klager vindt dat de tandarts het gaatje in de kies had moeten vullen. Klager stelt ook dat de tandarts weigerde om een controle uit te voeren. Het college heeft geen aanleiding om ervan uit te gaan dat de tandarts de controle heeft geweigerd. Volgens het college is het aan de/een tandarts om een professionele afweging te maken en te beoordelen of de door een patiënt gewenste behandeling geïndiceerd en mogelijk is. Dat heeft de tandarts gedaan en een alternatieve behandeling voorgesteld. Het college acht dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8605

    Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. De psychiater is als regiebehandelaar verantwoordelijk geweest voor de diagnostiek, behandeling en medicamenteuze begeleiding van klager. Klager verwijt de psychiater samengevat machtsmisbruik, grensoverschrijdend gedrag, bedreiging, chantage, manipulatie, misbruik van de kwetsbare positie van klager en het verstrekken van onjuiste informatie aan andere zorgverleners. Het college is van oordeel dat de psychiater zorgvuldig heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:117 Raad van Discipline Amsterdam 26-252/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder mocht zonder nader onderzoek uitgaan van de juistheid van de van zijn cliënte verkregen informatie. De door verweerder gebruikte term ‘leugenaar’ kwalificeert in de context van het geschil niet als onnodig grievend.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9463

    Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klager werd door de huisarts naar de psychiater verwezen voor een verkort zorg traject. De psychiater sprak klager enkele keren en verrichtte psychiatrisch onderzoek. Met instemming van klager stuurde de psychiater de eindevaluatie naar de huisarts. Klager verwijt de psychiater, samengevat, dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld in zijn verslaglegging richting de huisarts. Het college oordeelt dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:53 Accountantskamer Zwolle 25/1779 Wtra AK

    Ongegronde klacht over de controle van de jaarrekening. Klagers hebben geld geïnvesteerd in beleggingsfondsen. Betrokkene heeft de jaarrekeningen 2017 tot en met 2019 van de beleggingsinstelling gecontroleerd en goedkeurende controleverklaringen afgegeven. De AFM heeft in december 2019 de aan de fondsbeheerder verleende vergunning ingetrokken. Betrokkene was niet op de hoogte van de gebreken in de beheerste en integere bedrijfsvoering van de fondsbeheerder toen de opdracht voor de controle van de jaarrekening 2017 van de beleggingsinstelling aanving. Klagers hebben niet aannemelijk gemaakt dat de jaarrekeningen geen getrouwe weergave bevatten van de financiële situatie van de beleggingsinstelling en dat dat te verwijten valt aan betrokkene. Toen betrokkene ermee bekend werd dat de vergunning van de fondsbeheerder werd ingetrokken, heeft betrokkene in zijn controleverklaring bij de jaarrekening 2019 van de beleggingsinstelling een paragraaf ter benadrukking inzake de continuïteit van het fonds opgenomen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:12 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/452082 KL RK 25-81

    Klaagster verwijt de notaris (1) dat hij het testament van vader niet had mogen passeren aangezien vader onder druk is gezet door zijn dochter, (2) dat de notaris onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van vader ten tijde van het passeren van het testament en (3) dat de notaris heeft gefaald als toezichthouder op moeder als executeur in de nalatenschap van vader. De kamer is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat vader in een zodanige toestand verkeerde dat hij niet in staat was om zijn wil te bepalen en evenmin dat hij onder druk is gezet door (een) derde(n). De notaris was bewust van beginnend Alzheimer bij vader en er was volgens de notaris geen aanleiding om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van vader. De notaris had voorts ook geen indicatie dat sprake was van ongeoorloofde beïnvloeding door dochter van vader. Er bestaat dan ook geen aanleiding om te oordelen dat de notaris onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij het controleren van de wilsbekwaamheid van vader of dat hij het testament niet had mogen passeren. De kamer stelt tot slot vast dat de notaris geen rol heeft als toezichthouder op moeder als executeur en dat hij ook niet als executeur opgetreden is. De klacht is in al haar onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:13 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/455325 / KL RK 25-112

    klacht over advies door de kandidaat-notaris over een (levens)testament, over de wijze van communicatie door de kandidaat-notaris en over de declaratie en interne klachtafwikkeling. De kamer oordeelt dat sprake was van miscommunicatie, maar dat de kandidaat-notaris zich op dit punt heeft ingespannen en geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Het gedeclareerde bedrag was tussen partijen afgesproken en heeft klager ook betaald. Voor de interne klachtafwikkeling door een collega kan de kandidaat-notaris niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden. Klacht deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:116 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3123

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:117 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3124

    Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:118 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3125

    Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025-9194

    Klacht tegen huisarts kennelijk ongegrond. Klaagster is door de huisarts op consult gezien. Zij maakt de huisarts verwijten over haar bejegening tijdens dit consult en over de hygiënische omstandigheden van de behandelruimte. Het college kan niet vaststellen dat de huisarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:11 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-74

    Klacht over de afwikkeling van een nalatenschap. Klager verwijt de notaris onvoldoende regie en dossiervorming bij een afvullegaat, schending van de waarschuwingsplicht, onzorgvuldig handelen met betrekking tot het huwelijksvermogensregime en het koppelen van een verklaring van beneficiaire aanvaarding aan betaling van een declaratie. De kamer verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:119 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3126

    Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:179 Hof van Discipline 's Gravenhage 250418

    Deze zaak betreft een klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij. De Raad van Discipline in het ressort Arnhem Leeuwarden (hierna: de raad) heeft geoordeeld dat verweerder het risico heeft genomen dat hij met klager geconfronteerd zou worden zonder de aanwezigheid van diens advocaat en aan verweerder de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Verweerder is in hoger beroep gekomen. Het hof is van oordeel dat er geen grond is voor een tuchtrechtelijk verwijt aan verweerder omdat hetgeen verweerder wordt verweten niet kan worden vastgesteld. Het hof vernietigt de beslissing van de raad en verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:12 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-77

    De notaris en zijn medewerkers hebben nagelaten hun wettelijke onderzoeksplicht zorgvuldig uit te voeren en klager als mede-eigenaar en eerste geldnemer niet betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en afronding van de akte van herfinanciering. De klacht wordt gedeeltelijk gegrond verklaard. De notaris heeft een fout gemaakt, maar deze direct erkend en zich ingespannen om tot een oplossing te komen. De kamer ziet mede gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder de rol van klager en diens broer bij het voortbestaan van onjuiste kadastrale gegevens, geen aanleiding een tuchtrechtelijke maatregel op te leggen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:120 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3127

    Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:13 Kamer voor het notariaat Den Haag 26-4

    De kern van de klacht is dat de notaris klaagster niet meteen heeft geïnformeerd dat de waarborgsom/bankgarantie niet was gesteld. De kamer oordeelt dat de door de notaris gemaakte fout onvoldoende ernstig is om tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen aan te nemen. Daarbij weegt mee dat de notaris de fout direct heeft erkend en zich heeft ingespannen om het leveringsproces voortvarend te laten verlopen. De nadien ontstane vertraging lag buiten de risicosfeer van de notaris. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:121 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3131

    Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:181 Hof van Discipline 's Gravenhage 260011

    Artikel 13 lid 1 Advocatenwet. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:122 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3128

    Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8873

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen kno-arts, tevens bestuurder van het ziekenhuis. Klager verwijt verweerder dat hij zorgweigering door een oogarts uit het ziekenhuis waarvan hij bestuurder is heeft gedoogd, het recht op vrije artsenkeuze blokkeert en geen herstelmaatregelen heeft genomen. Klager maakt naar oordeel van de voorzitter misbruik van zijn klachtrecht, omdat hij eerder een klacht met op hoofdlijnen dezelfde inhoud heeft ingediend en uit zijn uitlatingen op sociale media blijkt dat hij de tuchtprocedure inzet om verweerder doelbewust te schaden en te belasten. Daarnaast valt het handelen van verweerder, dat bestond uit het opstellen en ondertekenen van een brief in zijn hoedanigheid van bestuurder, niet onder het bereik van de eerste of tweede tuchtnorm. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:123 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3133

    Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:104 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2825

    Klacht tegen een KNO-arts in zijn hoedanigheid van SCEN-arts. De echtgenote van klager (de patiënte) was ernstig ziek en had gevraagd om euthanasie. Daarop heeft de huisarts van de patiënte het euthanasietraject ingezet en de SCEN-arts geraadpleegd. Klager verwijt de SCEN-arts dat hij te laat is gekomen en dat hij, in strijd met de wens van patiënte, niet akkoord is gegaan met het uitvoeren van euthanasie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de ongegrondverklaring van de klacht en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:124 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3130

    Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:105 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2826

    Klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager had een slechte gezondheid met veel pijnklachten en heeft de huisarts om euthanasie gevraagd. De huisarts heeft het euthanasietraject ingezet, maar de patiënte is uiteindelijk op natuurlijke wijze komen te overlijden. Klager verwijt de huisarts onder meer dat zij onvoldoende en warrig heeft gecommuniceerd over de gezondheidstoestand van de patiënte, dat zij onvoldoende bereikbaar was en dat zij geen euthanasie heeft uitgevoerd bij de patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege te 's-Hertogenbosch heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de beslissing tot ongegrondverklaring van de klacht en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:125 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3129

    .

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:141 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-869/AL/MN

    Verweerder is als advocaat van de wederpartij van klager opgetreden in een arbeidsgeschil. De raad heeft niet kunnen vaststellen dat verweerder de geheimhoudingsverplichting heeft geschonden waar het feiten en omstandigheden betreft die in de mediation tussen klager en de cliënte van verweerder (zonder advocaten) aan de orde zijn geweest en die relevant zouden kunnen zijn voor de inhoudelijke beoordeling van de ontslagaanvraag. Alhoewel verweerder de specifieke informatie over wie de mediation had beëindigd en de omstandigheden waaronder beter niet in zijn e-mail aan het UWV had kunnen vermelden, en daarmee reeds de geheimhouding heeft geschonden, meent de raad dat verweerder in genoemde e-mail geen ontoelaatbare mededelingen over de mediation aan het UWV heeft gemeld. Verweerder moest verweer voeren namens de werkgever op door klager ingenomen stellingen. Ook heeft verweerder zijn excuses gemaakt. Gelet op al deze omstandigheden is de geconstateerde onzorgvuldigheid naar het oordeel van de raad van onvoldoende gewicht om verweerder daarover een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Verweerder heeft ten aanzien van de andere verwijten niet de grenzen overtreden van de hem toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij van klager. Verweerder mocht de jurist van klager benaderen zoals gedaan. Niet is komen vast te staan dat verweerder zich in een telefoongesprek met de belastingadviseur van klager als diens advocaat heeft voorgedaan.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:126 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3179 VZ

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat niet kan worden vastgesteld dat de persoon tegen wie de klacht is gericht, staat ingeschreven in het BIG-register. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:142 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-068/AL/OV

    Verweerder heeft naar het oordeel van de raad in een procedure als advocaat voor zijn zus (klaagster) en andere familieleden tegen een derde opgetreden en daarna als advocaat namens twee broers in een procedure - zonder haar instemming - tegen klaagster opgetreden. Door verweerder is niet voldaan aan de cumulatieve voorwaarden van lid 3 van regel 15. Verweerder heeft zich op advies van de deken daarna alsnog onttrokken aan die procedure tegen klaagster, maar had naar het oordeel van de raad de zaak van de twee broers tegen klaagster nooit moeten aannemen. Hij had toen al moeten inzien dat de familieverhoudingen en zijn optreden in de jaren daarvoor, onder meer bij de afwikkeling van de nalatenschap, daaraan in de weg stonden. Verweerder heeft hierdoor niet alleen gedragsregel 15 overtreden, maar ook anderszins onvoldoende inzicht getoond in het belang van de kernwaarde partijdigheid. Ook heeft verweerder de kernwaarde onafhankelijkheid geschonden. Omdat verweerder zichzelf heeft uitgeschreven als advocaat en door het Hof van Discipline in februari 2026 is geschrapt, volstaat de raad met de maatregel van berisping. Het gewenste effect van een anders opgelegde maatregel van (voorwaardelijke) schorsing is in dit geval afwezig.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:180 Hof van Discipline 's Gravenhage 260060

    Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. De Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de raad) heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in één klachtonderdeel en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Klager komt hiertegen in beroep. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) is van oordeel dat klager wel kan worden ontvangen in klachtonderdeel c), waarin klager verweerder verwijt dat hij heeft gesjoemeld met zijn declaraties en excessief heeft gedeclareerd, maar verklaart dat klachtonderdeel ongegrond. Het hof verklaart één klachtonderdeel alsnog gegrond, te weten klachtonderdeel e), waarin klager verweerder verwijt dat hij de verkeerde partij heeft gedagvaard. Verweerder heeft naar het oordeel van het hof onvoldoende regie gevoerd; hij heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar wie de onrechtmatige daad heeft gepleegd en teveel reactief gehandeld. Het hof legt verweerder de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:127 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3233 VZ

    Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat de kern van de door klaagster ingediende klacht gelijk is aan hetgeen klaagster de orthopedisch chirurg verweet in klachtonderdeel g) in een eerdere tuchtprocedure. Ne bis in idem. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:143 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-082/AL/NN

    Verweerster heeft als opvolgend advocaat voor klager tijdig hoger beroep ingesteld. De raad is niet gebleken dat verweerster haar bijstand voor klagers op onzorgvuldige wijze heeft neergelegd of daarmee ten onrechte zou hebben gedreigd. Het kantoor van verweerster heeft de door klagers verschuldigde griffierechten op 18 februari 2025 aan het gerechtshof betaald. Op 14 april 2025 heeft verweerster zowel voor het verschuldigde griffierecht als voor haar werkzaamheden een factuur aan klagers gestuurd. Dat klagers op dat moment in betalingsonmacht verkeerden door beslaglegging kan verweerster niet worden verweten. Verweerster heeft klagers in haar e-mail van 13 november 2024 verzocht om haar te informeren zodra zij iets zouden horen van de eisende partij, met name over de tenuitvoerlegging van het vonnis van 30 oktober 2024. Niet is gebleken dat klagers daarvan melding bij verweerster hebben gedaan. Nadat klagers verweerster over hun betalingsonmacht hebben ingelicht, heeft verweerster voorstellen gedaan, ook in overleg met de klachtenfunctionaris, over een betalingsregeling. Klagers hebben daarmee en met het werkvoorstel ingestemd, waarna verweerster de afgesproken werkzaamheden heeft verricht. Wegens opnieuw uitblijven van betaling, kon verweerster niet anders dan zich als advocaat te onttrekken. Dat heeft zij op meer dan zorgvuldige wijze gedaan. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:138 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-059/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijk geschil. Verweerster heeft geen verweerschrift ingediend en heeft niet tijdig gereageerd op een hulpvraag van de cliënt. Klachten gegrond. Overige klachten onvoldoende onderbouwd en daarom ongegrond. Ondanks dat verweerster al geschrapt is, ziet de raad aanleiding een berisping op te leggen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:139 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-318/DH/DH 26-320/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een geschil met de Staat. Het gegeven dat er een verschil bestaat tussen de door verweersters en de door klaagster ingediende e-mail is op zichzelf onvoldoende om vast te stellen dat het door verweersters ingediende stuk vervalst is én dat verweerster opzettelijk een vervalt stuk hebben ingediend. De voorzitter kan niet vaststellen dat sprake is gewest van het opzettelijk inbrengen van een vervalste productie. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8991

    Kennelijk ongegronde klacht tegen arts, destijds ANIOS, werkzaam op afdeling traumachirurgie. Zoon van overleden patiënte dient klacht in over het niet adequaat en niet zorgvuldig functioneren tijdens laatste levensuren van patiënte, waaronder het niet opvolgen van gemaakte afspraken over pijnbestrijding/palliatieve sedatie. Snelle verslechtering patiënte na operatie pols. Kwetsbare patiënte bij wie stervensproces al was ingezet. Handelen conform Zorgpad stervensfase. Overleg met supervisor en met palliatief advies team. Duidelijk en zorgvuldig bijgehouden dossier. Continuïteit en betrokkenheid in de zorg voor patiënte.