Zoekresultaten 46641-46660 van de 46800 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:50 Hof van Discipline 's Gravenhage 240203H

    Herzieningsverzoek. Verzoeker heeft op 28 april 2023 bij de Raad van de Orde in het arrondissement Rotterdam (hierna: de raad) een verzoek ingediend tot inschrijving op het tableau als advocaat zoals bedoeld in artikel 2 Advocatenwet. De raad heeft in de beslissing van 16 november 2023 geweigerd om het verzoek tot inschrijving met toepassing van artikel 4 lid 1 sub b Advocatenwet in behandeling te nemen. Verzoeker heeft bij het Hof van Discipline (verder: het hof) een beklag ingediend als bedoeld in artikel 5 Advocatenwet. Het hof heeft in zijn beslissing van 1 juli 2024 (ECLI:NL:TAHVD:2024:190) het beklag van verzoeker tegen de beslissing van 16 november 2023 ongegrond verklaard. Het hof wijst het herzieningsverzoek af. De door verzoeker genoemde gronden kunnen niet tot het oordeel leiden dat sprake is van een schending van een fundamenteel rechtsbeginsel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:46 Hof van Discipline 's Gravenhage 250074D 250075

    Klacht advocaat tegen advocaat wederpartij. In deze zaak staat de vraag centraal of bij het laten betekenen van een dagvaarding gelijktijdig een afschrift aan de advocaat van de wederpartij moet worden gestuurd. Gebleken is dat de raden van discipline daarover tot heden uiteenlopend hebben geoordeeld. Het hof is van oordeel dat de betamelijkheidsnorm van artikel 46 Advocatenwet meebrengt dat een advocaat, in procedures die met een dagvaarding worden ingeleid, gehouden is om een afschrift van de dagvaarding toe te sturen aan de advocaat van de wederpartij, tijdig voorafgaand aan de betekening door de deurwaarder. Advocaten dienen in het belang van de rechtzoekenden en van de advocatuur in het algemeen te streven naar een onderlinge verhouding die berust op welwillendheid en vertrouwen (zie gedragsregel 24). Naar het oordeel van het hof brengt dat belang mee dat een advocaat de advocaat van de wederpartij tijdig een afschrift stuurt van de te laten betekenen dagvaarding. Zo wordt voorkomen dat de advocaat die namens zijn cliënt een dagvaarding laat uitbrengen een gedaagde partij bij een geschil overrompelt zonder bijstand van diens eigen advocaat. Bovendien is het niet ongebruikelijk dat een dagvaarding niet aan de beoogde partij ter hand wordt gesteld maar door de deurwaarder in de brievenbus wordt achtergelaten waardoor de kans bestaat dat de beoogde partij hiervan niet (tijdig) kennisneemt. Ook die praktijk onderstreept het belang dat de advocaat van de eisende partij de advocaat van de gedaagde partij tijdig informeert over de te laten betekenen dagvaarding door het toesturen ervan aan die advocaat.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:47 Hof van Discipline 's Gravenhage 250007 250008 250009 250010

    Klager heeft klachten ingediend over de advocaat van de wederpartij die in een civiele kwestie de ex-partner van klager bijstond. De klachten van klager komen erop neer dat verweerder onjuiste, onvolledige en leugenachtige mededelingen over klager heeft gedaan, dat verweerder klager ten onrechte heeft verboden hem via e-mail te benaderen in plaats van via zijn advocaten en heeft gedreigd met aangifte als klager daarmee door zou gaan en dat verweerder ten onrechte de suggestie heeft gewekt dat klager zaken zou afstemmen met de rechtbank waardoor een uitstelverzoek van verweerder zou zijn afgewezen. De raad heeft de klachten grotendeels gegrond verklaard. Daarvoor is aan verweerder een gedeeltelijk voorwaardelijke schorsing opgelegd. Verweerder is het daar niet mee eens en is in hoger beroep gekomen. Het hoger beroep slaagt in zoverre dat het hof de in eerste instantie opgelegde maatregel heeft aangepast: schorsing 8 weken, waarvan 4 weken voorwaardelijk. Schending kernwaarden onafhankelijkheid en integriteit.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:3 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE-2025-41

    Gecompliceerde levering van onroerende zaken, die waren belast met hypotheken en executoriale beslagen. Klaagster (koper) stelde uit hoofde van een vordering op de verkoper en een in verband daarmee gevestigd pandrecht ook gerechtigd te zijn tot een deel van de verkoopopbrengst van deze onroerende zaken. Nadat in kort geding afspraken waren gemaakt over de verdeling van de verkoopopbrengst, heeft de notaris de akten van levering gepasseerd en de verkoopopbrengst (na aflossing van de hypotheken) tussen de twee beslagleggers verdeeld naar rato van hun vorderingen. Klacht m.b.t. negeren van gestelde pandrecht niet-ontvankelijk bij gebrek aan redelijk belang. Klacht m.b.t. onjuiste verdeling van de verkoopopbrengst ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:54 Hof van Discipline 's Gravenhage 250416

    Klager heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de Raad van Discipline waarbij het verzet van klager tegen een voorzittersbeslissing ongegrond is verklaard. De door klager aangevoerde gronden zien uitsluitend op de inhoudelijke beoordeling van de zaak en raken niet aan fundamentele rechtsbeginselen, zoals schending van hoor en wederhoor. Dergelijke klachten leveren naar vaste jurisprudentie geen grond op voor doorbreking van het appelverbod. Klager kan dan ook niet in hoger beroep worden ontvangen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:21 Raad van Discipline Amsterdam 25-526/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht over een advocaat in een strafzaak. De raad kan op grond van de overgelegde stukken en de ter zitting door en namens klaagster afgelegde verklaring echter niet vaststellen dat sprake is van een evident en voorzienbaar (potentieel) tegenstrijdig belang of van de overdracht van vertrouwelijke informatie over klaagster door de kantoorgenoot van verweerder aan verweerder. De raad begrijpt dat klaagster dat wel zo heeft ervaren en dat zij er een probleem mee heeft dat de kantoorgenoot van verweerder behalve haar ook twee medeverdachten bijstand heeft verleend op het politiebureau, maar van concrete aanwijzingen dat informatie in het strafdossier terecht is gekomen door het delen daarvan door de kantoorgenoot met verweerder is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:28 Raad van Discipline Amsterdam 25-880/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak gedeeltelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet vanwege een niet-verschoonbare termijnoverschrijding en gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk op grond van het ne bis in idem beginsel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:55 Hof van Discipline 's Gravenhage 240295

    Ongegrond verzet tegen voorzittersbeslissing om een klacht tegen de deken niet te verwijzen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:22 Raad van Discipline Amsterdam 25-527/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Van onnodig grievende uitlatingen is geen sprake. De woordkeuze van verweerder past in de context van het geschil tussen partijen en is een reactie op standpunten die door en/of namens klaagster 2 zijn ingenomen over de cliënten van verweerder. Daarbij worden in processtukken en correspondentie over en weer stevige bewoordingen gebruikt en beschuldigingen geuit. Ook geen sprake van mededelingen over onderhandelingen. Aan de rechter mag worden meegedeeld dat schikkingsonderhandelingen zijn gevoerd zolang maar niets over de inhoud daarvan wordt gezegd. Klager 1 en verweerder hebben door hun opstelling ten opzichte van elkaar de toon gezet voor hun onderlinge verhoudingen en daarmee ook voor het geschil tussen hun cliënten. Geen van tweeën lijkt in staat te zijn daaroverheen te stappen. Klacht is in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:46 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-700/AL/OV/D

    Dekenbezwaar. Schrapping. Bezwaar tegen een afhechtingsadvocaat. De raad heeft vastgesteld dat verweerder in een zeer groot aantal zaken en gedurende een lange periode ernstig tekort is geschoten in zijn bijstand en daarbij heeft gehandeld in strijd met de kernwaarden partijdigheid, deskundigheid en integriteit. Verweerder heeft ten opzichte van zijn cliënten niet die zorg in acht genomen, die van een behoorlijk handelend advocaat verwacht mag worden en hierdoor kan zeker niet worden uitgesloten dat zij in hun belangen zijn geschaad. De raad rekent dit verweerder zwaar aan. De aard en de ernst van deze feiten rechtvaardigen zonder meer een zeer zware maatregel. Bij de oplegging van de maatregel acht de raad van belang dat (tijdens het onderzoek van de deken en op de zitting van de raad) niet is gebleken dat verweerder beseft dat hij onbetamelijk heeft gehandeld. Verweerder toont geen inzicht in het verwijtbare van zijn handelen en hij kiest bewust voor een manier van handelen dat haaks staat op de voor de advocatuur elementaire beginselen en regelgeving. Dit beeld van verweerder wordt nog versterkt door het signaal van de rechtbank. Verweerder heeft zijn onjuiste werkwijze in dit soort zaken - waaruit zijn praktijk geheel of in hoofdzaak bestaat - naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek en het dekenbezwaar niet aangepast en ook uit de opstelling van verweerder op de zitting van de raad leidt de raad af dat verweerder deze werkwijze niet wenst te veranderen. 6.4 Op grond van de ernst van de verwijten en het feit dat verweerder ter zitting geen, althans onvoldoende, inzicht heeft getoond in zijn eigen handelen, is de raad van oordeel dat het niet verantwoord is dat verweerder de praktijk als advocaat in de toekomst nog uitoefent. Daarom wordt de maatregel van schrapping opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:29 Raad van Discipline Amsterdam 25-877/A/A 25-879/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaten van de wederpartij. Het toezicht op de naleving van de Wwft en de Voda wordt uitgeoefend door de deken. Aan klagers komt geen klachtrecht toe over schending van deze wet- en regelgeving. Klacht in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond. Niet gebleken van misbruik executierecht. Het inhoudelijke debat over de hoogte van de vordering en wie wel of niet gelijk heeft kan in deze tuchtrechtelijke procedure niet aan de orde komen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:23 Raad van Discipline Amsterdam 25-528/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Hoewel verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klagers 2 tot en met 8 rechtstreeks aan te schrijven, terwijl hij redelijkerwijs had kunnen weten dat klagers 2 tot en met 8 werden bijgestaan door een advocaat, klager 1, ziet de raad in de gegeven omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel. Verweerder heeft zowel in zijn schriftelijke verweer als ter zitting erkend dat hij de brief achteraf gezien eerst alleen aan klager 1 had moeten sturen om op dit punt navraag te doen. Verder weegt de raad mee dat beide partijen in hun geschillen over en weer stevige bewoordingen gebruiken en beschuldigingen uiten die de onderlinge verhoudingen alleen maar meer op scherp zetten. De beide advocaten, klager 1 en verweerder, lijken daarbij niet in staat om een professionelere en zakelijkere toon aan te slaan. Wanneer de een ervoor kiest om ferme taal te gebruiken, kan het de ander tuchtrechtelijk niet worden verweten wanneer hij dezelfde keuze maakt. De aard en ernst van de verwijtbaarheid van verweerder rechtvaardigen in dit geval dan ook geen maatregel. Gegrond zonder maatregel.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:47 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-448/AL/GLD

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:36 Raad van Discipline Amsterdam 25-512/A/A

    Verzet ongegrond. Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en de voorzitter heeft ook rekening heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval zoals die uit het klachtdossier blijken. De omstandigheid dat klager het met deze beoordeling niet eens is, betekent niet dat de beslissing van de voorzitter onjuist is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:24 Raad van Discipline Amsterdam 25-901/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g, eerste lid en onder a, van de Advocatenwet vanwege een niet verschoonbare termijnoverschrijding van drie jaar.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:37 Raad van Discipline Amsterdam 25-628/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in familierechtkwestie. De raad stelt op grond van de overgelegde stukken vast dat verweerster in diverse processtukken heeft vermeld dat klager WhatsAppgesprekken tussen hem en zijn ex-partner heeft vervalst, maar de raad kan niet vaststellen dat sprake is van onterechte beschuldigingen en dus van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerster. Verder kan het verweerster niet worden verweten dat haar cliënte had besloten om zich niet aan de zorgregeling te willen houden. Daarnaast kan uit de e-mail van verweerster niet worden afgeleid dat zij onvoldoende professionele distantie ten opzichte van haar cliënte en de zaak heeft gehouden. Tot slot is het onhandig van verweerster dat de tekst van haar e-mails niet overeenkomt maar niet klachtwaardig. Van een doelbewuste actie van verweerster om de tekst van de betreffende e-mails aan te passen of om haar cliënte daarmee te helpen is de raad niet gebleken. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:51 Hof van Discipline 's Gravenhage 250373

    Beklag artikel 13. De deken heeft het verzoek om aanwijzing van een advocaat afgewezen. De deken heeft aan de afwijzende beslissing ten grondslag gelegd dat de tijd die resteerde tot het einde van de termijn voor het indienen van het wrakingsverzoek waarvoor om een advocaat is gevraagd te kort was. Daarnaast is het volgens de deken aan de opstelling van klagers te danken dat hun vorige advocaat zich heeft onttrokken. Het hof heeft het beklag ongegrond verklaard, de termijn voor het indienen van het wrakingsverzoek is inmiddels (ruimschoots) verstreken. Klagers hebben geen belang meer bij aanwijzing van een advocaat voor het indienen van het wrakingsverzoek. De door klagers in het beklag genoemde inhoudelijke gronden, die door de deken zijn weersproken, behoeven bij gebrek aan enig belang geen nadere bespreking meer.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:25 Raad van Discipline Amsterdam 25-900/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij kennelijk ongegrond voor zover deze gaat over het verwijt dat verweerder vertrouwelijk informatie over klager heeft gebruikt. Verweerder heeft onderbouwd toegelicht dat deze informatie relevant was voor de vorderingen van zijn cliënte. Dat verweerder met het opnemen van deze informatie (waarvan afgevraagd moet worden waarom klager deze als vertrouwelijk bestempelt), de belangen van klager op nodeloze en ontoelaatbare wijze heeft geschaad is niet gebleken. De klacht is overigens kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:38 Raad van Discipline Amsterdam 25-643/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. De raad kan niet vaststellen dat verweerder de opdracht van klager niet naar behoren heeft uitgevoerd. Verweerder behartigde de belangen van klager en het was juist in het belang van klager om er eerst duidelijkheid over te krijgen of zijn appartement al rechtsgeldig was verkocht aan de koper. Klager zou immers in de problemen komen als hij zijn appartement al rechtsgeldig had verkocht en hij het dan nogmaals aan een derde zou verkopen. Tot slot is uit de overgelegde facturen en urenspecificaties niet gebleken dat klager dubbel heeft betaald, noch dat sprake is van een wanverhouding tussen de door verweerder verrichte werkzaamheden en het aantal in rekening gebrachte uren. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:52 Hof van Discipline 's Gravenhage 250361

    Beklag artikel 13. De deken heeft het verzoek tot aanwijzing van een advocaat afgewezen. Aan de afwijzende beslissing is ten grondslag gelegd dat de procedure die klaagster wil voeren geen redelijke kans van slagen heeft. Het hof heeft geoordeeld dat de deken terecht heeft opgemerkt dat de verwijten van klaagster over het optreden van mr. V. betrekking hebben op hetzelfde feitencomplex als waarover de tuchtrechter reeds heeft beslist en dat een aansprakelijkheidsprocedure tegen mr. V. daarom geen redelijke kans van slagen heeft.