Zoekresultaten 20751-20760 van de 48285 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:184 Raad van Discipline Amsterdam 18-624/A/A
- Datum publicatie: 01-10-2018
- Datum uitspraak: 24-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:184
Voorzittersbeslissing. De uitlatingen van verweerder zijn niet onnodig grievend. Daarnaast geldt dat een advocaat mag afgaan op de juistheid van het feitenmateriaal zoals de cliënt hem dat verschaft en slechts in uitzonderingsgevallen gehouden is de juistheid daarvan te verifiëren. Dat in dit geval van een dergelijk uitzonderingsgeval sprake zou zijn is onvoldoende onderbouwd en blijkt overigens ook niet uit het klachtdossier. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:185 Raad van Discipline Amsterdam 18-623/A/A
- Datum publicatie: 01-10-2018
- Datum uitspraak: 24-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:185
Voorzittersbeslissing. Niet gebleken dat verweerder opzettelijk heeft geprobeerd te voorkomen dat het poststuk dat klager hem op 30 november 2016 heeft toegezonden hem zou bereiken. Het niet aannemen en het niet ophalen van een poststuk is, zonder bijkomende omstandigheden waaruit blijkt dat sprake is van opzet in voornoemde zin, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:69 Accountantskamer Zwolle 17/2701, 17/2702 en 17/2703 Wtra AK
- Datum publicatie: 28-09-2018
- Datum uitspraak: 28-09-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:69
In het geval van een vennootschap onder firma, bestaande uit twee vennoten, kan van de accountant worden verlangd dat hij zich in een persoonlijk contact met beide vennoten ervan vergewist met wie het overleg moet worden gevoerd en of de andere vennoot daarmee heeft ingestemd. Deze verplichting geldt ongeacht hoe de onderlinge afspraken luiden tussen de vennoten over de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de vennootschap. Nu in geen van de jaren waarin de samenstellingswerkzaamheden zijn verricht in een persoonlijk contact is geverifieerd of klaagster ermee instemde dat de overleggen over de jaarrekeningen alleen met de andere vennoot (haar zoon) werden gevoerd, is Standaard 4410 niet nageleefd en is sprake van schending van de fundamentele beginselen van deskundigheid en zorgvuldigheid en van professioneel gedrag (art. A.100.4 onder c. en e. VGC)/ vakbekwaamheid en zorgvuldigheid (art. 2 onder d VGBA. Deze beginselen zijn eveneens geschonden door na te laten met klaagster te overleggen over haar aangiften inkomstenbelasting. De klacht is verder tegen een van de betrokkenen gegrond voor zover hem verweten wordt dat hij, gezien de tenaamstelling van twee facturen op een andere vof dan die van klaagster, niet heeft nagegaan of de met deze facturen in rekening gebrachte kosten, terecht voor rekening van de vof van klaagster werden gebracht en dat een aangifte inkomstenbelasting van klaagster zonder haar voorafgaande instemming is ingediend. Maatregel: waarschuwing.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:70 Accountantskamer Zwolle 17/553 Wtra AK
- Datum publicatie: 28-09-2018
- Datum uitspraak: 28-09-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:70
Klacht tegen accountant die onderzoek heeft ingesteld naar het declaratiegedrag van de oud-burgemeester van Bussum grotendeels niet-ontvankelijk in zoverre er eerder door het College van Beroep voor het bedrijfsleven inhoudelijk is geoordeeld over hetzelfde handelen en nalaten van de accountant. Dat dit oordeel is gegeven op basis van een door een andere klager ingediende klacht is niet van belang. Het accountantstuchtrecht is immers primair gericht op handhaving van het peil van het beroep en van het vertrouwen dat het publiek daarin stelt ofwel op de goede beroepsuitoefening door accountants en handhaving van de eer van de stand van de accountants, zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet op het accountantsberoep, en niet op correctie van het handelen of nalaten van een accountant jegens een individuele klager. Een klachtonderdeel (het aanvaarden van de opdracht voor een fixed fee) is wel ontvankelijk maar in het licht van het verweer onvoldoende aannemelijk gemaakt.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:184 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180081
- Datum publicatie: 28-09-2018
- Datum uitspraak: 24-09-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:184
Klacht over advocaat wederpartij. Advocaat heeft belang klagers geschaad door onverwachts een contrarapportage in te brengen bij een onderhandelingsbijeenkomst. Zij hadden immers afgesproken te onderhandelen aan de hand van een bij partijen vooraf bekend deskundigenrapport. Verweerder had ten minste vooraf uitdrukkelijk een voorbehoud moeten maken toen duidelijk werd dat zijn cliënt het niet eens was met de inhoud van het deskundigenrapport. Het handelen van verweerder brengt een forse informatieachterstand en substantiële ongelijkwaardigheid van klagers ten opzichte van zijn cliënt mee. Klachtonderdeel gegrond. Voor zover verweerder een door klagers aangehaalde uitspraak niet heeft herkend als een eerder door hem behandelde zaak en verweerder klagers heeft bericht dat hij het niet correct acht dat de inhoud van de vaststellingsovereenkomst in de publiciteit komt, is de klacht ongegrond. Waarschuwing. Gedeeltelijk vernietiging beslissing raad. Kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:185 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180239
- Datum publicatie: 28-09-2018
- Datum uitspraak: 24-09-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:185
Art. 13-beklag. Gegrond. Klagers hebben bij de deken genoeg aangevoerd om te rechtvaardigen dat een advocaat nader advies uitbrengt over de haalbaarheid van de zaak. De deken heeft de afwijzing van het verzoek om aanwijzing van een advocaat onvoldoende onderbouwd door zich te baseren op een advies van een advocaat met de inhoud dat hij zich kan voorstellen dat klagers aanknopingspunten zien voor hun vordering en zich de vraag stelt of dat meebrengt dat de vorderingen reële kans van slagen hebben. De deken is niet gehouden een advocaat te verplichten rechtsbijstand te verlenen. De aan te wijzen advocaat mag een eigen afweging maken over het bijstaan van klagers (art. 3 lid 2 Aw en advocateneed).
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:256 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.085
- Datum publicatie: 27-09-2018
- Datum uitspraak: 27-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:256
Klacht tegen huisarts. Klaagster is in 2003 betrokken geweest bij een ongeval waarbij zij persisterende lichamelijke klachten heeft opgelopen. Zij heeft hiervoor een groot aantal specialisten geraadpleegd. Klaagster heeft op 12 juli 2012 via haar toenmalige gemachtigde de huisarts verzocht om aan haar gemachtigde mogelijke berichtgeving van specialisten toe te sturen. De huisarts heeft op 30 juli 2012 een brief met inlichtingen verstrekt aan de toenmalige gemachtigde van klaagster. Klaagster verwijt de huisarts dat hij bewust twee specialistenbrieven heeft achtergehouden en niet heeft meegestuurd met de brief van 30 juli 2012. Hierdoor kon de gemachtigde van klaagster zijn werkzaamheden ten behoeve van klaagster niet goed uitvoeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing in beroep.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:188 Raad van Discipline Amsterdam 18-599/A/A
- Datum publicatie: 27-09-2018
- Datum uitspraak: 24-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:188
Verzoek ex artikel 60b Advocatenwet toegewezen. Schorsing in de uitoefening van de praktijk voor onbepaalde tijd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:253 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.533
- Datum publicatie: 27-09-2018
- Datum uitspraak: 27-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:253
Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Klaagster is de stiefdochter van patiënte die in een zorginstelling woont. Verweerster is de behandelend arts van patiënte. Ten tijde van het indienen van de klacht was klaagster tevens mentor en bewindvoerder van patiënte. Patiënte had op dat moment al wel het verzoek ingediend bij de rechtbank om klaagster als mentor en bewindvoerder te ontslaan, en kort na het indienen van onderhavige klacht door klaagster, heeft de rechtbank conform het verzoek van patiënte beslist. Klaagster verwijt verweerster: 1) onjuiste behandeling van patiënte, 2) onjuiste bejegening van klaagster en het geven van onvoldoende informatie aan klaagster over de behandeling van patiënte, en 3) manipulatie van het personeel van de zorginstelling om valse verklaringen over klaagster te krijgen. Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel heeft het Regionaal Tuchtcollege klaagster niet-ontvankelijk verklaard. De overige twee klachtonderdelen zijn afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:254 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.538
- Datum publicatie: 27-09-2018
- Datum uitspraak: 27-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:254
De aangeklaagde arts werkte als specialist ouderengeneeskunde in het woonzorgcentrum waar de moeder van klager, patiënte, verblijft. Klager verwijt de arts kort gezegd dat zij 1) haar beroepsgeheim heeft geschonden door tegen een derde te zeggen dat patiënte lijdt aan Alzheimer, en 2) informatie die mede betrekking heeft op klager ten onrechte aan een derde heeft verstrekt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in klachtonderdeel 1, klachtonderdeel 2 gegrond verklaard en in verband daarmee aan de arts de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klager heeft beroep tegen deze beslissing ingesteld. De arts heeft zich tegen dit beroep verweerd en tevens incidenteel beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege komt tot dezelfde beslissingen als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt beide beroepen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2075
- Pagina: 2076
- Pagina: 2077
- ...
- Pagina: 4829
- Volgende pagina zoekresultaten