Zoekresultaten 13211-13220 van de 46595 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-277b
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 08-12-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:144
Kennelijk ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Het College is van oordeel dat er geen onderbouwing is voor de klacht dat beklaagde tijdens de behandeling een onjuiste behandeling heeft toegepast. De behandelingen zijn gestart door een collega van beklaagde. Beklaagde is doorgegaan op het ingestelde behandelplan, een manuele therapie behandeling. De behandeling door beklaagde is hiervan niet afwijkend. Het overige klachtonderdeel is ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 099/2020
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 08-12-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:129
Klacht tegen de huisarts betreffende de bijwerkingen van de voorgeschreven medicatie Amlodipine. Klacht kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-063
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 08-12-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:138
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Het College is van oordeel dat beklaagde, gelet op de aanhoudende klachten van patiënte, het verloop van de klachten actiever had moeten volgen. Patiënte was bekend met hartfalen. Beklaagde had overeenkomstig de NHG-standaard hartfalen bij patiënte bloed moeten laten prikken voor de brain natriuretic peptide (BNP)-waarde of een longfoto kunnen laten maken. Ook had het gewicht vaker gecontroleerd moeten worden dan waartoe beklaagde opdracht heeft gegeven. Door de klachten op zijn beloop te laten na het verlagen van de dosering bumetanide heeft beklaagde op dat punt onzorgvuldig gehandeld. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2014:33 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2013/71a
- Datum publicatie: 07-12-2020
- Datum uitspraak: 15-12-2014
- ECLI:NL:TNORSHE:2014:33
Onderzoek als bedoeld in art. 96 (oud) Wna.* De notaris heeft zijn praktijk medio 2009 verkocht aan notaris 1 en 2. Daarna is de notaris als zodanig (en later in deeltijd als kandidaat-notaris ex art. 30a Wna) aan het kantoor van notaris 1 en 2 verbonden gebleven. Notaris 1 was voor de overname van de praktijk via zijn toenmalige kantoor al betrokken bij een groot project en heeft deze werkzaamheden voortgezet via het nieuwe kantoor. De voorzitter van de Kamer van toezicht heeft een onderzoek gelast naar de handelwijze van de notaris en notaris 1 rond dat project. Bij deze uitspraak heeft de kamer de bedenkingen tegen de notaris m.b.t. dat project ongegrond verklaard omdat niet is gebleken dat hij zelf bij die werkzaamheden betrokken is geweest. De notaris heeft wel tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld omdat hij geen zorg heeft gedragen voor een juiste en volledige presentatie van het kantoor. Zo waren mededelingen op de website en de wijze waarop het kantoor was ingeschreven bij het Handelsregister niet in overeenstemming met de daadwerkelijke eigendomsverhoudingen, terwijl op het briefpapier ook niet werd vermeld welke (kandidaat-)notarissen aan het kantoor verbonden waren. De kamer legt geen tuchtmaatregel op, onder meer omdat de kamer geen aanleiding heeft om te twijfelen aan de intenties van de notaris en zijn serieuze inspanningen om (als gevolg van zijn gezondheidsproblemen) te trachten zorg te dragen voor tijdige overdracht van zijn protocol aan een capabele opvolger, terwijl aan hem nimmer een tuchtmaatregel was opgelegd. Op dezelfde datum heeft de kamer uitspraak gedaan over de bedenkingen tegen notaris 1 (SHE/2013/71b en SHE/2014/34). * (Deze uitspraak is destijds per abuis niet gepubliceerd)
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:220 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.387
- Datum publicatie: 07-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:220
.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:221 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.388
- Datum publicatie: 07-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:221
.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:192 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-653
- Datum publicatie: 07-12-2020
- Datum uitspraak: 28-09-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:192
De stelling van de advocaat dat klager, met enkel bewijs middels het horen van partijgetuigen, zonder aanvullend bewijs, niet zou slagen in de aan hem gegeven bewijsopdracht, is niet onbegrijpelijk. De raad volgt de advocaat in zijn stelling dat het niet eenvoudig was om het opgedragen bewijs – het bewijs van wat de gerechtelijke beslissing zou zijn geweest als de zaak niet als verzetzaak was behandeld en de aannemer een bewijsopdracht zou hebben gekregen - te leveren. De advocaat heeft dit ook met klager besproken. Het staat een advocaat vrij om met de Raad voor Rechtsbijstand in overleg te treden indien de vergoeding niet toereikend is. Niet gebleken dat klager hiervan financieel nadeel heeft gelden. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:222 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.389
- Datum publicatie: 07-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:222
.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:223 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.390
- Datum publicatie: 07-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:223
.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:217 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.045
- Datum publicatie: 07-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:217
Verweerder was als klinisch psycholoog verbonden aan het centrum waar klaagster voor een deeltijdbehandeling gericht op persoonlijkheidsproblematiek verbleef. Verweerder was hoofdbehandelaar en zag klaagster tweemaal per week in de groepspsychotherapie. Op enig moment is klaagster gestopt met deze therapie. Verweerder bleef hoofdbehandelaar en heeft in de periode die volgde contact met klaagster gehouden over een deeltijdbehandeling in een andere groep en een door klaagster gewenste maagverkleining. Na een behandelimpasse is het contact met klaagster door verweerder overgedragen aan zijn collega, eveneens aangeklaagd (C2020.046). Klaagster is daarna voor behandeling naar een ander centrum gegaan. Klaagster verwijt verweerder dat: 1. hij tijdens de groepstherapie geen oog heeft gehad voor de verslechterende toestand van klaagster en de overdrachtsgevoelens die zij naar beklaagde toe ontwikkelde; 2. hij niet adequaat op de hulpvragen van klaagster heeft gereageerd; 3. hij een onjuist advies heeft gegeven ten aanzien van de maagoperatie; 4. de overdracht naar het andere centrum onzorgvuldig is geweest; 5. hij haar onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1321
- Pagina: 1322
- Pagina: 1323
- ...
- Pagina: 4660
- Volgende pagina zoekresultaten