Zoekresultaten 45901-45920 van de 47540 resultaten
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:60 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/327 328/ KL RK 17 - 152
- Datum publicatie: 03-05-2019
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:60
Voor de toepasselijkheid van het ne-bis-in-idem-beginsel gaat het om de vraag of de notaris zich voor bepaalde feiten al dan niet ten opzichte van de kamer heeft verantwoord. De werking van dit beginsel kan zich dus ook uitstrekken tot “nieuwe” klagers over hetzelfde feit. Op wel ontvankelijke klachtonderdelen oordeelt de kamer onder meer dat klagers de notaris terecht verwijten bedoelde kosten ten laste van de nalatenschap te hebben gebracht en te hebben gelaten, ook nadat bij vonnis bepaald was dat ieder zijn eigen kosten behoorde te dragen en klagers de notaris hierop aangesproken hebben. Voorts wordt geoordeeld dat de notaris wel eindverantwoording heeft afgelegd over zijn werkzaamheden als toegevoegd executeur, maar in gebreke is gebleven voor wat betreft het beantwoorden van tussentijdse vragen.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:61 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/321061 / KL RK 17-63
- Datum publicatie: 03-05-2019
- Datum uitspraak: 10-12-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:61
De kamer is van oordeel dat het door klager sub 1) voor hem zelf gestelde belang niet kan worden aangemerkt als een tuchtrechtelijk te beschermen belang nu het tuchtrecht niet het doel heeft om de eer en goede naam van een klager te beschermen. Ook zijn in de situatie die klager sub 1) schetst geen aanknopingspunten te vinden op grond waarvan klager sub 1) zou moeten worden aangemerkt als een kwalitatieve klager als hiervoor bedoeld. De kamer ziet daarom geen mogelijkheid klager sub 1) in zijn klachten te ontvangen.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:62 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/329966 / KL RK 17-199
- Datum publicatie: 03-05-2019
- Datum uitspraak: 10-08-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:62
De kamer overweegt het volgende. Uit het klaagschrift en uit hetgeen klagers ter zitting hebben verklaard volgt dat klagers bij gelegenheid van de bespreking van 26 maart 2012 op de hoogte zijn gesteld van het feit dat de notaris betrokken is geweest bij het passeren van een akte van volmacht. Vanaf dat moment is de termijn voor indiening klacht gaan lopen en die was ten tijde van indiening verstreken.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:63 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/333220 KL RK 18 -22
- Datum publicatie: 03-05-2019
- Datum uitspraak: 10-08-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:63
Klager heeft geen feiten en/of omstandigheden aangevoerd die kunnen leiden tot de conclusie dat de notaris op basis van dit vonnis niet namens klager zijn medewerking aan de levering mocht verlenen en dat de notaris de akte van levering niet mocht passeren zonder de (persoonlijke) medewerking van klager.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:64 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/323500 KL RK 17-96
- Datum publicatie: 20-09-2019
- Datum uitspraak: 13-03-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:64
Tussen beslissing. De vervaltermijn van drie jaar is vanwege de feiten en omstandigheden in deze zaak niet eerder gaan lopen dan vanaf het moment waarop het onderzoek van klager op 3 december 2015 is gestart. Klager ontvankelijk in zijn klacht.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:7 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/327807 KL RK 17-157
- Datum publicatie: 19-03-2018
- Datum uitspraak: 27-02-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:7
Moeder was indirect partij bij een aandelentransactie in 2004. Klager en de echtgenoot van de zus waren eveneens bij die aandelentransactie betrokken. Als gevolg van die transactie is er bij de afwikkeling van de nalatenschap van vader een conflict ontstaan tussen klager en de zus. De notaris heeft de zus bijgestaan bij dit conflict. Dit heeft geresulteerd in een concept-vaststellingsovereenkomst, waarbij klager, moeder en de zus als partijen betrokken waren. In de concept-vaststellingsovereenkomst stond dat moeder in haar testament haar woning zou legateren aan de zus. Gelet op artikel 22 Vbg had de notaris het testament van moeder niet mogen passeren. De omstandigheid dat de eerste bespreking met moeder heeft plaats gevonden met een kandidaat-notaris van het kantoor, maakt dit niet anders aangezien artikel 22 Vbg ook geldt voor de kantoorgenoten van de notaris. Omdat de notaris eerder als partijadviseur van de zus betrokken is geweest bij de concept-vaststellingsovereenkomst, heeft de notaris niet meer objectief kunnen beoordelen of moeders wil tot uiting kwam in haar testament. Ter zitting heeft de notaris blijk gegeven dat hij zich dit tegenstrijdig belang gerealiseerd heeft. Gelet op dit tegenstrijdig belang had de notaris moeten doorverwijzen naar een andere notaris, niet verbonden aan zijn kantoor. Nu hij dit heeft nagelaten, heeft hij tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De kamer acht de klacht daarom gegrond. Gezien de feiten en omstandigheden acht de kamer de maatregel van schorsing uit het ambt voor de duur van één week passend en geboden.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:8 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/329961 / KL RK 17-198
- Datum publicatie: 06-04-2018
- Datum uitspraak: 27-03-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:8
Met betrekking tot het verwijt dat de notaris klager niet heeft laten weten dat het bedrag van de makelaarskosten niet was uitbetaald, heeft de notaris gewezen op de volmacht die klager aan de SNS Bank had gegeven. Deze volmacht betrof niet alleen de eigendomsoverdracht zelf, maar ook de algehele financiële afwikkeling daarvan. De kamer is van oordeel dat het gelet op deze volmacht op de weg van de SNS Bank had gelegen om klager ervan in kennis te stellen dat vanwege een executoriaal derdenbeslag het bedrag van de makelaarskosten bij de notaris in depot werd gehouden. Dit betekent dat het de notaris niet tuchtrechtelijk verweten kan worden dat hij hierover geen contact heeft gezocht met klager.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:9 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/322953 / KL RK 17-87 en C/05/322954 / KL RK 17-88
- Datum publicatie: 23-04-2018
- Datum uitspraak: 06-04-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:9
Klager verwijt de notarissen dat zij hun plicht als executeur verwaarloosd hebben. De te verwachten zorg en aandacht is onder de maat gebleven en in het algemeen is sprake van onbehoorlijke uitoefening van de werkzaamheden en onbehoorlijk beheer van de nalatenschap, resulterend in een veel te hoge rekening. De kamer komt tot het oordeel dat de communicatie in 2017 over de definitieve afwikkeling van de nalatenschap beter had gemoeten. Dit klachtonderdeel wordt gegrond verklaard. Gelet op de geringe ernst van het feit wordt er geen maatregel opgelegd. Daarnaast oordeelt de kamer dat de afgegeven kostenindicatie niet correct is geweest. Ook dit klachtonderdeel wordt gegrond verklaard zonder oplegging van een maatregel. De overige klachtonderdelen worden ongegrond verklaard, dan wel klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in het betreffende klachtonderdeel.
-
ECLI:NL:TNORARL:2019:1 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/340435 / KL RK 18-101
- Datum publicatie: 09-01-2019
- Datum uitspraak: 03-01-2019
- ECLI:NL:TNORARL:2019:1
Gelet op het feit dat de kandidaat-notaris, ondanks waarschuwingen van het BFT, voor de derde keer veel te weinig opleidingspunten heeft gehaald, acht de kamer het opleggen van de maatregel van waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TNORARL:2019:10 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/341128 / KL RK 18-111
- Datum publicatie: 26-03-2019
- Datum uitspraak: 08-03-2019
- ECLI:NL:TNORARL:2019:10
De kamer is met de notaris van oordeel dat zij voor zowel de snelheid als de inhoud van de informatieverstrekking afhankelijk was van de executeur en ook de vader. Dat zij mede door ziekte de informatie soms traag aan de notaris aanleverden, kan de notaris niet worden aangerekend. De notaris heeft naar het oordeel van de kamer klaagsters telkens adequaat geantwoord daar waar de executeur haar daartoe de mogelijkheid bood.
-
ECLI:NL:TNORARL:2019:11 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/339499 KL RK 18-86
- Datum publicatie: 26-03-2019
- Datum uitspraak: 15-02-2019
- ECLI:NL:TNORARL:2019:11
Klager verwijt de notaris ongeoorloofde verrekening van zijn declaratie met een ten behoeve van de verkoper/failliet ten onrechte op de kwaliteitsrekening betaald bedrag. De kamer oordeelt dat de vraag of artikel 53 Faillissementswet (Fw) hier van toepassing is, is voorbehouden aan de civiele rechter. Klager heeft ter zitting ook met zoveel woorden toegegeven dat de motieven voor indiening van deze tuchtklacht niet zuiver tuchtrechtelijk van aard zijn. Dit neemt echter niet weg dat de notaris, gelet op de vaste tuchtrechtspraak, voor het verrekenen van zijn declaratie met gelden op de kwaliteitsrekening in het algemeen toestemming nodig heeft van de cliënt dan wel rechthebbende. Feiten of omstandigheden op grond waarvan dit in deze zaak anders zou zijn, zijn niet gesteld en niet gebleken. In het licht van het zorgvuldigheidsgebod van artikel 17 Wna volgt uit het voorgaande dat het in deze zaak op de weg van de notaris had gelegen ervoor te zorgen dat ofwel de toestemming van de verkoper/failliet voor de verrekening van de declaratie schriftelijk in het dossier aanwezig was ofwel een schriftelijke bevestiging van de notaris aan de verkoper/failliet van de gegeven toestemming. De eigen aantekening van de notaris betreffende de mondelinge toestemming van de verkoper/failliet volstaat daarom niet. Naar het oordeel van de kamer is het tuchtrechtelijk verwijt dat de notaris hiervan, gelet op de feiten en omstandigheden in deze zaak, gemaakt moet worden niet zodanig zwaar dat dit tot oplegging van een maatregel zou moeten leiden.
-
ECLI:NL:TNORARL:2019:12 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/340543 / KL RK 18 - 106
- Datum publicatie: 26-03-2019
- Datum uitspraak: 04-02-2019
- ECLI:NL:TNORARL:2019:12
De kamer overweegt dat partijen niet van mening verschillen over de relevante feiten in deze zaak, zodat daarvan als vaststaand kan worden uitgegaan. Daarbij komt dat de kandidaat-notaris heeft erkend dat in het licht van de Wwft haar aanpak van het hierboven genoemde niet voldoende zorgvuldig is geweest. Ook hiervan wordt bij de beoordeling van deze zaak als vaststaand gegeven uitgegaan. Blijft over de vraag of en in hoeverre de kandidaat-notaris om genoemde feiten een tuchtrechtelijk een verwijt gemaakt moet worden. Daarbij is naar het oordeel van de kamer het volgende van belang. De Wwft-onderzoeks- en meldingsplicht voorziet de notaris van een concreet instrument ter vervulling van de rol van poortwachter van het rechtssysteem en raakt daarmee een kerntaak van het notariaat. Verwaarlozing van deze verplichting is daarom tuchtrechtelijk verwijtbaar en zal in het algemeen ook aanleiding vormen tot het opleggen van een zware maatregel. Dit geldt in de voorliggende zaken des te meer, aangezien het gaat om het passeren van akten van levering aandelen, met andere woorden om de uitoefening van een bevoegdheid die naar Nederlands recht uitsluitend de notaris toekomt. Verwacht mag en moet worden dat ook een kandidaat-notaris deze exclusieve ambtsbevoegdheid zorgvuldig uitoefent. De enkele omstandigheid dat de kandidaat-notaris bij haar werkzaamheden rekening moet houden met de lijn die het kantoor volgt, ontslaat de kandidaat-notaris niet van haar verplichtingen op de hierboven genoemde punten. Als verzachtende omstandigheid heeft de kandidaat-notaris weliswaar aangevoerd dat zij door het stellen van kritische vragen aan de notaris wel degelijk, maar tevergeefs heeft geprobeerd het beleid van haar toenmalige kantoor ter discussie te stellen, maar de kandidaat-notaris kan dit niet nader onderbouwen vanwege haar beperkte toegangsmogelijkheid tot en contact met haar oude kantoor waar de dossiers kennelijk beperkt gearchiveerd zijn. Het moet er daarom voor gehouden worden dat de kandidaat-notaris op dit punt onvoldoende verantwoordelijkheid heeft genomen. Wel is het de kamer duidelijk dat de kandidaat-notaris haar inzichten en vaardigheden voor wat betreft de naleving van de Wwft heeft aangescherpt en ontwikkeld en daarvoor op haar huidige kantoor ook de nodige beleidsruimte vindt. De kamer komt daarom al met al tot de conclusie dat het handelen en nalaten van de kandidaat-notaris in de voorliggen de zaken tuchtrechtelijk veroordeeld moet worden, maar de op te leggen maatregel zal, ook omdat het de eerste keer is dat de kandidaat-notaris met het tuchtrecht in aanraking komt, tot een berisping beperkt worden.
-
ECLI:NL:TNORARL:2019:13 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/339157 / KL RK 18 - 85
- Datum publicatie: 28-03-2019
- Datum uitspraak: 30-01-2019
- ECLI:NL:TNORARL:2019:13
Klager verwijt de notaris allereerst dat sprake is geweest van een negatieve bewaringspositie. Verder verwijt klager de notaris dat hij zich tijdens zijn schorsing niet heeft gedragen zoals van een geschorst notaris verwacht mag worden. Tot slot heeft klager bij de notaris op kantoor vijf akten aangetroffen die zijn gepasseerd maar niet waren ingeschreven in het repertorium, niet ter registratie waren aangeboden, niet waren ingebonden en ook niet waren opgeslagen in de kantoorkluis. De kamer heeft klachtonderdeel een en twee ongegrond verklaard. Het derde klachtonderdeel is door de kamer gegrond verklaard en aan de notaris is de maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TNORARL:2019:14 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/336214 / KL RK 18 - 56
- Datum publicatie: 28-03-2019
- Datum uitspraak: 28-01-2019
- ECLI:NL:TNORARL:2019:14
Klager stelt dat de notaris, gelet op artikel 138 lid 2 BW, niet had mogen meewerken aan de verkoop van de woning door de voorwaardelijke erfgenamen. Door dit toch te doen heeft de notaris het aanzien van de beroepsgroep geschaad. Verder verwijt klager de notaris dat hij met zijn handelen klager in een kwaad daglicht heeft gezet, aangezien klager als notaris zelf eerder zijn medewerking aan de verkoop weigerde vanwege de voorwaardelijke positie van de aspirant verkopers. De kamer heeft de klacht op alle onderdelen ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORARL:2019:15 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/335580 / KL RK 18 - 45
- Datum publicatie: 28-03-2019
- Datum uitspraak: 28-01-2019
- ECLI:NL:TNORARL:2019:15
Tussen klagers en X bestond een samenwerkingsverband. In het kader van die samenwerking heeft de (oud)notaris diverse akten opgesteld. Klagers verwijten de (oud)notaris dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld, waarbij de klacht is onderverdeeld in verschillende klachtonderdelen. De kamer verklaart de klacht grotendeels niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de klachttermijn. Voor het overige heeft de kamer de klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORARL:2019:16 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/339924 / KL RK 18-95
- Datum publicatie: 28-03-2019
- Datum uitspraak: 20-03-2019
- ECLI:NL:TNORARL:2019:16
De klacht valt uiteen in de volgende onderdelen: - Overtredingen van de risicoprofilering, cliëntmonitoring en het verscherpt cliëntenonderzoek ex artikel 3 jo 8 WWft - Schending van de onderzoeksplicht ex artikel 17 Wna - Schending van de weigeringsplicht ex artikel 21 Wna - Overtreding van de meldingsplicht ex artikel 16 Wwft. - Ontbreken van procedures Wwft en niet voldoen aan opleidingsverplichting ex artikel 35 Wwft. De oud-notaris heeft zowel in zijn verweerschrift als tijdens de zitting de verwijten van klager erkend. De kamer stelt vast dat de oud-notaris onvoldoende heeft voldaan aan de eisen die aan hem werden gesteld, zowel op grond van de Wwft als de Wna. De oud-notaris heeft door onvoldoende onderzoek te doen, de dienstverlening niet op te schorten en onvoldoende invulling te geven aan de op hem rustende verplichtingen op grond van de Wwft, zijn poortwachtersrol niet waargemaakt. Een notaris dient te allen tijde en ongeacht de omstandigheden, waarin hij en/of zijn notariskantoor zich bevinden, de op hem rustende wettelijke verplichtingen na te komen. Nu de oud-notaris dit heeft nagelaten, acht de kamer dit tuchtrechtelijk verwijtbaar. Daarom heeft de kamer de klacht op alle onderdelen gegrond verklaard. De oud-notaris heeft laakbaar gehandeld. De gegronde klachtonderdelen raken de kern van het notariaat. Daarbij komt dat ze niet zien op één akte, maar op tien akten van aandelenoverdrachten. De conclusie is gerechtvaardigd dat de oud-notaris de ondernemingsrechtelijke afdeling van zijn kantoor onvoldoende onder controle had. Zowel in aard als in aantal betreffen het ernstige kwesties, die in de notariële praktijk niet mogen voorkomen. Gelet op de ernst van de gemaakte verwijten zou in beginsel een schorsing van enige duur op zijn plaats zijn. De oud-notaris heeft aangevoerd dat tussen de start van het onderzoek door klager in mei 2016 en het indienen van de klacht zesentwintig maanden zijn verstreken. Tussen het afronden van het onderzoek door klager en het indienen van de klacht zijn elf maanden verstreken. De oud-notaris heeft de kamer verzocht om bij de beoordeling van de klacht en bij het eventueel bepalen van de strafmaatregel rekening te houden met deze lange duur. De kamer gaat aan dit verzoek voorbij omdat klager de klacht binnen de geldende klachttermijn van artikel 99 lid 21 Wna heeft ingediend. De oud-notaris heeft verder in zijn verweerschrift aangevoerd dat hij naar aanleiding van het onderzoek van klager het kantoorbeleid heeft bijgewerkt en aangescherpt. Ook hebben de oud-notaris en zijn medewerkers verschillende opleidingen op het gebied van de Wwft gevolgd. Hieruit blijkt naar het oordeel van de kamer dat de oud-notaris zich heeft ingespannen om herhaling van deze kwalijke kwesties te voorkomen. Voorts houdt de kamer rekening met het feit dat aan de oud-notaris nog niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Gelet op de aard en de ernst van de onzorgvuldigheid enerzijds en het feit dat de oud-notaris thans geen notarispraktijk meer voert en ook geen notariële werkzaamheden meer verricht als kandidaat-notaris anderzijds, acht de kamer de maatregel van berisping in combinatie met een geldboete van € 15.000,- passend en geboden.
-
ECLI:NL:TNORARL:2019:17 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/341709 / KL RK 18 - 118 en C/05/341710 KL RK 18 - 119
- Datum publicatie: 28-03-2019
- Datum uitspraak: 13-02-2019
- ECLI:NL:TNORARL:2019:17
Klaagster verwijt de notaris en de kandidaat-notaris dat zij onvoldoende voortvarend en onvoldoende zorgvuldig hebben gehandeld en gecommuniceerd. Voor zover de klachten zijn gericht tegen de notaris, overweegt de kamer dat in de periode waar het hier om gaat de notaris in de uitoefening van zijn werkzaamheden was geschorst. De notaris heeft met dit dossier geen persoonlijke bemoeienis gehad. Voor zover de klacht is gericht tegen de notaris wordt deze daarom bij gebrek aan feitelijke grondslag ongegrond verklaard. Ten aanzien van het handelen van de kandidaat-notaris overweegt de kamer dat het op de weg van de kandidaat-notaris had gelegen klaagster destijds (duidelijker) te informeren over de voorgenomen aanpak van de zaak en het te verwachten (tijds)verloop daarvan. Op dit punt is naar het oordeel van de kamer sprake van een tuchtrechtelijk verwijtbaar tekortschieten van de kandidaat-notaris. Verder is de kamer van oordeel dat de kandidaat-notaris klaagster op de hoogte had behoren te stellen van het feit dat zij gedurende de behandeling van het dossier niet of nauwelijks telefonisch bereikbaar zou zijn. Ook op dit punt wordt de klacht gegrond verklaard. Voor het overige heeft de kamer de klacht ongegrond verklaard. Gezien de aard en de ernst van de geconstateerde tekortkomingen en de tuchtrechtelijke verwijtbaarheid daarvan heeft de kamer de kandidaat-notaris de maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TNORARL:2019:18 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/329304 / KL RK 17-185
- Datum publicatie: 28-03-2019
- Datum uitspraak: 20-03-2019
- ECLI:NL:TNORARL:2019:18
De klacht betreft het hebben van een negatieve kantoorsolvabiliteit en een negatieve privésolvabiliteit, waardoor de notaris redelijkerwijs moet verwachten dat dit ertoe kan leiden dat hij (te eniger tijd) niet zal kunnen voldoen aan zijn financiële verplichtingen. De kamer overweegt dat vanwege de geconstateerde negatieve solvabiliteit in de periode waar de klacht op ziet naar het oordeel van de kamer de vrees dat daardoor de notariële onafhankelijkheid verloren ging geenszins denkbeeldig was. Er was sprake van een situatie waarin in redelijkheid kon worden verwacht dat de notaris op enig moment niet aan zijn financiële verplichtingen had kunnen voldoen en een faillissement niet kon worden uitgesloten. De kamer overweegt verder dat vanwege het feit dat de Rabobank coulant is geweest en een hoge vordering heeft kwijtgescholden, het financiële tij is gekeerd en ergere financiële problemen zijn voorkomen. Zonder afbreuk te willen doen aan de inspanningen van de notaris om de financiële situatie alsnog ten goede te keren, verwijt de kamer de notaris dat hij onverantwoorde risico’s heeft genomen. De notaris moet te allen tijde voorzichtig zijn met geleend geld, ook in goede marktomstandigheden. Door dit niet te doen, heeft de notaris zichzelf in een zeer kwetsbare positie gebracht en is er langdurig sprake van een negatieve solvabiliteit. Dit acht de kamer verwijtbaar. De klacht is derhalve gegrond. Gelet op de ernst en verwijtbaarheid enerzijds en de door de notaris getroffen inspanningen om zijn positie te verbeteren anderzijds, acht de kamer de maatregel van berisping passend en geboden
-
ECLI:NL:TNORARL:2019:19 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/334607 KL RK 18-28
- Datum publicatie: 28-05-2019
- Datum uitspraak: 09-01-2019
- ECLI:NL:TNORARL:2019:19
Uit vaste jurisprudentie volgt dat voor het begin van de vervaltermijn bepalend is het moment waarop een klager redelijkerwijze kennis heeft kunnen nemen van de gebeurtenis of akte waarover hij of zij klaagt, niet het moment waarop klager tot de conclusie komt dat er sprake is van klachtwaardig handelen of nalaten.
-
ECLI:NL:TNORARL:2019:2 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/340542 / KL RK 18-105
- Datum publicatie: 29-01-2019
- Datum uitspraak: 22-01-2019
- ECLI:NL:TNORARL:2019:2
De notaris is gehouden het resterende bedrag van de verkoopopbrengst uit te betalen aan de daarop rechthebbende, tenzij deze opdracht geeft tot betaling aan een derde. In het onderhavige geval heeft verkoopster de notaris opdracht gegeven beide makelaars naar rato uit te betalen, dus die verplichting diende te notaris na te komen. De overeenkomst van opdracht tot dienstverlening tussen verkoopster en klaagster is geen rechtshandeling waarbij de notaris betrokken was zodat ten aanzien van deze rechtshandeling de in artikel 17 lid 1 Wna neergelegde verplichting voor de notaris niet geldt.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2295
- Pagina: 2296
- Pagina: 2297
- ...
- Pagina: 2377
- Volgende pagina zoekresultaten