We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 21-40 van de 47864 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9647

    Voorzittersbeslissing. De GZ-psycholoog heeft de vader van klager in behandeling gehad. Bij één van de consulten is klager aanwezig geweest. Verder heeft klager een e-mail naar de GZ-psycholoog gestuurd met vragen, waar de GZ-psycholoog niet op gereageerd heeft. Klager maakt de GZ-psycholoog meerdere verwijten, zowel betreffende de behandeling als met betrekking tot uitlatingen die de GZ-psycholoog over klager zou hebben gedaan en over het niet reageren op zijn e-mail. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen die zien op de behandeling. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:63 Accountantskamer Zwolle 25/3421 Wtra AK

    De NBA heeft na een reguliere toetsing in 2021 in 2024 een hertoetsing van het accountantskantoor van betrokkene uitgevoerd. De NBA stelt dat bij de hertoetsing diverse tekortkomingen zijn geconstateerd in de opzet en werking van het kwaliteitssysteem, op zowel stelsel- als dossierniveau. Betrokkene erkent dit maar wijst onder andere op haar moeilijke persoonlijke omstandigheden en de maatregelen die zij inmiddels heeft getroffen om de kwaliteit te verbeteren. De Accountantskamer verklaart de klacht gegrond. Betrokkene krijgt de maatregel opgelegd van tijdelijke doorhaling voor de duur van één jaar.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:210 Hof van Discipline 's Gravenhage 260229

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet de geëigende weg om onvrede te uiten over de behandeling van een aanwijzingsverzoek door de deken op grond van artikel 13 Advocatenwet omdat het hof niet kan interveniëren in de behandeling daarvan door de deken. Om dezelfde reden kan niet bij het hof worden geklaagd over procedurele beslissingen die de deken in die behandelfase neemt. Klager zal de beslissing van de deken op zijn aanwijzingsverzoek dienen af te wachten. Klager kan – bij afwijzing van zijn verzoek om aanwijzing van een advocaat – beklag instellen bij het hof van discipline op grond van artikel 13 lid 3 Advocatenwet. In het beklagschrift kan klager uiteenzetten waarom de deken volgens klager onjuist heeft gehandeld en wat er – in de ogen van klager – niet juist is aan de door de deken genomen procedurele beslissingen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8313

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft in het kader van een strafrechtelijke vervolging van klager een Pro Justitia onderzoek uitgevoerd. Een paar jaar later heeft de toenmalig directeur van de psychiatrische observatiekliniek waar klager toen verbleef, tijdens een procedure bij het tuchtcollege in Zwolle onderdelen van het medisch dossier van klager overgelegd. Klager verwijt de psychiater dat zij toestemming heeft gegeven om de informatie uit het medisch dossier te verstrekken, dat zij hiertegen onvoldoende is opgetreden en dat zij onvoldoende waarborg heeft geboden voor de vertrouwelijkheid en veiligheid van het medisch dossier. Het college verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:64 Accountantskamer Zwolle 25/2485 Wtra AK

    Klager had via zijn persoonlijke holding een joint venture met een partner. Nadat klager te kennen had gegeven de joint venture te willen beëindigen, is met de partner een geschil ontstaan over de financiële afwikkeling daarvan. Betrokkene was de accountant van klagers, de partner en hun persoonlijke vennootschappen, alsmede van de joint venture. Betrokkene heeft op verzoek van de partner een brief met daarin een voorstel opgesteld en zij heeft dit voorstel daarna in een tweede brief tegenover klagers verdedigd. Klagers verwijten betrokkene kort gezegd dat zij niet objectief is geweest, dat zij geen hoor en wederhoor heeft toegepast, dat zij heeft gedreigd met extra kosten als de joint venture zou overstappen naar een andere accountant en dat zij zonder toestemming vertrouwelijke informatie uit een gesprek met klager heeft gedeeld met de partner. De klacht is grotendeels gegrond en betrokkene wordt de maatregel opgelegd van tijdelijke doorhaling voor de duur van één maand.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:211 Hof van Discipline 's Gravenhage 260230

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om beslissingen van procedurele aard van de deken in het kader van een op artikel 13 Advocatenwet gestoeld aanwijzingsverzoek ter discussie te stellen. Klager kan zijn aanwijzingsverzoek – zoals ook door de deken is aangegeven – opnieuw indienen bij de deken van de orde van Advocaten Noord-Nederland. Klager heeft zijn klacht over de deken, behoudens het voorgaande, niet nader onderbouwd. Hierdoor is het voor de deken niet duidelijk waartegen zij zich dient te verweren.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8845

    Kennelijke ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster vindt dat de psychiater haar rondom de crisismaatregel niet heeft onderzocht of gehoord, dat zonder medische grondslag tijdelijk verplichte zorg is toegepast, dat de verslaglegging daarvan onvolledig en onjuist is, dat de professionele standaard en zorgvuldigheidsplicht zijn geschonden en dat onjuiste en tegenstrijdige verklaringen zijn afgelegd over de medicatie. Het college is van oordeel dat de psychiater voldoende zorgvuldig heeft gehandeld, ook gelet op zijn relatief beperkte rol bij de casus van klaagster.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:65 Accountantskamer Zwolle 25/2136 Wtra AK

    Deels gegronde klacht; berisping. Betrokkene heeft geen vergelijkende cijfers opgenomen in de door hem samengestelde jaarrekening, terwijl hij wel de beschikking had over een aangifte Vennootschapsbelasting. Ook deze cijfers kunnen, onder voorwaarden en mogelijk na nadere bewerking, het inzicht van de gebruiker vergroten. Betrokkene had ze dan ook niet zonder meer achterwege mogen laten, zoals hij zelf ook heeft ingezien. Verder treft betrokkene het verwijt dat hij onvoldoende actief is opgetreden toen hem bekend werd dat financiële informatie, afkomstig van een medewerker van zijn kantoor, in een gerechtelijke procedure is gebruikt als accountantsverklaring.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:212 Hof van Discipline 's Gravenhage 260233bis

    Vervallenverklaring van een op 2 juli 2026 door de plaatsvervangend voorzitter van het hof genomen afwijzende beslissing tot verwijzing omdat die beslissing is gebaseerd op een onjuiste lezing van het verzoek tot verwijzing (ECLI:NL:TAHVD:2026:197). Het verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46aa lid 5 Advocatenwet wordt alsnog toegewezen.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:19 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/33

    Klacht van fiscalist/executeur over de afwikkeling van de beëindiging van haar samenwerking met de notaris, waarover zij een geschil hebben. De civiele rechter heeft de notaris veroordeeld om mee te werken aan het accountantsonderzoek dat in hun samenwerkingsovereenkomst is vastgelegd, maar de notaris weigert (volledige) medewerking met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht. Het ontvankelijkheidsverweer dat de klacht geen (voldoende) verband houdt met de notariële hoedanigheid wordt verworpen omdat de geheimhoudingsplicht per definitie verband houdt met de hoedanigheid van notaris. In verband met de afgeleide geheimhoudingsplicht van een accountant oordeelt de kamer dat de notaris zich ten onrechte op zijn geheimhoudingsplicht heeft beroepen. Van een notaris mag worden verwacht dat hij zich bewust is van de omvang van zijn geheimhoudingsplicht. De kamer rekent het de notaris aan dat hij voorafgaand aan de samenwerking met de klaagster een afspraak heeft gemaakt over de accountantscontrole en dat hij zich na de verbreking van de samenwerking bij nader inzien alsnog jarenlang op zijn geheimhoudingsplicht heeft beroepen zonder vervolgens (aantoonbaar) te verifiëren of dit terecht was en/of zich voldoende in te spannen om naar mogelijkheden te zoeken om op een andere wijze invulling te geven aan de gemaakte afspraak. Door de in de beslissing omschreven gang van zaken en met name het herhaaldelijk niet nakomen van gedane toezeggingen, heeft de notaris het vertrouwen geschaad dat de klaagster in hem als notaris had. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:167 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8847

    Kennelijke ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster vindt dat de psychiater haar rondom de crisismaatregel niet heeft onderzocht of gehoord, dat zonder medische grondslag tijdelijk verplichte zorg is toegepast, dat de verslaglegging daarvan onvolledig en onjuist is, dat de professionele standaard en zorgvuldigheidsplicht zijn geschonden en dat onjuiste en tegenstrijdige verklaringen zijn afgelegd over de medicatie. Het college is van oordeel dat de psychiater klaagster voldoende heeft gehoord, aangezien zijn enkele rol het beoordelen van de separeerindicatie was. De andere verwijten treffen geen doel omdat de psychiater geen verdere betrokkenheid had bij de casus van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8592

    Gegronde klacht tegen kinderarts. Inspectie verwijt de kinderarts dat de dossiervoering, samenwerking en communicatie niet conform de professionele standaard was. Ontslag na disfunctioneren. Tekortschieten in dossierplicht ex artikel 7:454 BW. Niet voldoen aan algemene competenties van de medisch specialist. Goede zorgverlening aan patiënten niet of onvoldoende gewaarborgd. Ernstige risico’s voor de patiëntveiligheid en voor de patiëntenzorg. Niet toetsbaar opgesteld. Schorsing voor de duur van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9650

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Voorzittersbeslissing. Kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster heeft de tuchtklacht gebruikt als instrument in een conflict met het ziekenhuis en de arts waarbij zij aandrong op een schadevergoeding door de verzekeraar en aangaf de klacht te willen intrekken indien aan haar voorwaarden zou worden voldaan. Daarnaast diende klaagster meerdere (inhoudelijk grotendeels gelijkluidende) klachten in tegen dezelfde arts en bleef zij via deze weg contact zoeken, ondanks opgelegde contactbeperkingen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H20269721

    Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Geen sprake van onvoldoende zorgverlening aan klagers dochter. Na optreden alarmsignalen is de dochter doorverwezen naar het ziekenhuis. Van structureel weigeren verstrekking medisch dossier van de dochter is ook geen sprake. De huisarts had het dossier overgedragen aan de nieuwe huisarts en kon dit daarom niet verstrekken.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8121

    Klager is een jaar in behandeling bij een gz‑psycholoog voor sociale angst. De behandeling wordt beëindigd nadat hij seksuele gevoelens tijdens de behandeling ervaart. Hij dient 13 klachten in over onder andere geheimhouding, informatievoorziening, regie, dossier, overdracht en beëindiging. Het tuchtcollege verklaart12 van de 13 klachtonderdelen ongegrond. Alleen het onderdeel over het onbeveiligd mailen van vertrouwelijke gegevens is gegrond, maar rechtvaardigt geen maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9271

    Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Geen sprake van onvoldoende zorgverlening aan klagers dochter. Na optreden alarmsignalen is de dochter doorverwezen naar het ziekenhuis. Van structureel weigeren verstrekking medisch dossier van de dochter is ook geen sprake. De huisarts had het dossier overgedragen aan de nieuwe huisarts en kon dit daarom niet verstrekken.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8379

    Klager, tbs‑patiënt, verwijt zijn behandelcoördinator (gz‑psycholoog) dat zij in haar advies aan justitie over hem bevooroordeeld was, dat zij onjuiste informatie gaf, zijn privacy schond en hem heeft bedreigd. Het college oordeelt dat de gz-psycholoog handelde volgens de professionele normen en er geen sprake is van – of bewijs voor bevooroordeeldheid, onjuiste informatie, privacy‑schending of een dreigement. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8823

    Klaagster klaagt over de handelwijze van verweerster, gz-psycholoog, nadat haar dochter een suïcidevoornemen heeft geuit. Het college acht klaagster grotendeels niet‑ontvankelijk in haar klacht tegen de gz‑psycholoog, omdat haar 16‑jarige dochter zelf klachtgerechtigd is. Voor het niet delen van informatie met haar is zij wel ontvankelijk maar wordt de klacht ongegrond verklaard. Volgens het college was er geen sprake van een acute suïcidesituatie die het doorbreken van het beroepsgeheim zou kunnen rechtvaardigen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8560

    Klager klaagt over gedragingen van zijn ex-partner, een gz-psycholoog, in de privésfeer. Het college oordeelt dat nu geen sprake is van een behandelrelatie en niet is gebleken van privéhandelen dat zijn weerslag heeft op de beroepsuitoefening, klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8956

    Klacht tegen een verpleegkundige die zonder behandelrelatie en zonder legitiem doel informatie zou hebben ingezien en gedeeld over een patiënt. Het college acht het verweer van de verpleegkundige aannemelijk dat zij in het systeem met de muis per ongeluk een verkeerde patiënt heeft aangeklikt. Het college oordeelt dat een verkeerde muisklik een menselijke vergissing is zonder onjuiste intentie. Dit is van onvoldoende gewicht om de verpleegkundige een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klacht ongegrond.